Maaike

Maaike Onder handen

Dr. Ir. J. Vermeer schrijft in zijn boek "Het Friese jacht":
De 'Maaike' is waarschijnlijk gebouwd als open jacht. De gepiekte bouw met grote vlaktilling, het grote aantal smalle huidgangen, het originele snijwerk op de boeisels, alsmede een bewaard gebleven oud breed tjotterroer, dat volledig overeenkomt met de roeren van de door Eeltje Holtrop van der Zee gebouwde 'fjouwerachten', pleit voor de Jouwster herkomst.

De 'Maaike' is mogelijk gebouwd in 1886.

Eigenschappen

Plaquette nummer:103 Zeil nummer:
Categorie:R Tekening nummer:
Type:Fries jacht

Bouw

Bouwjaar:1886 Ontwerper:E. Holtrop van der Zee
Werf:E. Holtrop van der Zee Werf plaats:Joure
Motor:Inbouw Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:Eikenhout
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip:Gepiekt Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:5,53 m Breedte berghout:2,55 m
Diepgang:0,50 m Masthoogte water:8,00 m
Oppervlakte grootzeil:0,00 m2 Oppervlakte fok:0,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:0,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

onbekend – 1956 H.C. van Gerven , De Kaag Abbenes
1956 – 1965 P.C.C. van Vloten, Wassenaar ( Maaike)
1965 – 1978 H. Posthuma, Leeuwarden ( Maaike)
1978 – 2003 E.H. Bos, Nunspeet ( Maaike)
2003 – Nu (laatst bekend) P.P. Piersma, Heeg ( Maaike)

Geschiedenis

1967

12 juni 1967

12 juni 1967: Leeuwarder Courant: Prachtige restauratie Boeiertje Maaike door H. Posthuma

Scheepje van Aukebaes dank zij vakwerk van Leeuwarder amateur weer als nieuw

Alles was rot aan dat scheepje, maar ik wilde het hebben. Ik was er beroerd van toen ik het zag liggen, zo mooi was het. Toen ik het had was ik de wereld te rijk. 's Avonds kwamen we thuis, mijn dochter en ik; we hadden de koop gesloten. En mijn vrouw zei onmiddellijk: ik merk het al, je hebt weer een boot gekocht. En tot mijn dochter: nou is je vader weer een paar jaar van de kaart. Dat klopte wel. Ik heb twee winters en een zomer aan het schip gewerkt. Al mijn vrije tijd, en nog wat heel andere uren ook, zijn er aan besteed. Ik heb het roken er aan moeten geven. Anders hield ik het niet vol. Het was "een bealch fol wurk".

Dit vertelde de bekende autospuiter H. Posthuma uit de Verlengde Schrans in Leeuwarden, die ongeveer vijf jaar geleden al van zich deed spreken door de prachtige restauratie van de Tsjits, een in 1868 door Eeltsjebaes gebouwde tjotter. Die prestatie heeft hij thans nog overtroffen met de restauratie van het boeiertje Maaike, dat volgens de heer Posthuma een van de laatste laatste schepen van Aukebaas is.

Lofwerk

De heer Posthuma kocht een scheepje een paar jaar geleden van ir. P. C. C. van Vloten, die toen in Grouw woonde. De boeier was zwartgeteerd en verkeerde in een deplorabele toestand. Nu is het scheepje weer als nieuw en ziet het er voortreffelijk uit. Het is versierd met veel en fraai lofwerk, zoals het houtsnijwerk op deze schepen heet, en tot in de kleinste details zijn de onderdelen in de originele staat gemaakt. Het enige nieuwerwetse aan de Maaike is de vijf pk Penta benzine binnenboordmotor met de elektrische (dyna)startinrichting. 
Conform de wijze waarop de oude Friese scheepsbouwers hun produkten versierden is de Maaike verfraaid. Deze verfraaiingen zijn voor een groot deel ook het werk van de heer Posthuma. Het lofwerk van bedel- en hennebalk is origineel, maar hij sneed zelf het mooie roerleeuwtje, de mastwortel, het lofwerk op het boeisel en bijvoorbeeld de versieringen van de kluisborden en beretanden.

Ik moest eigenlijk een nieuw schip om de gaten heen bouwen

Dagenlang werkte de heer Posthuma aan de nieuwe zwaarden, het maken van mast, giek en gaffel en vele weken kostte hem de restauratie van de romp. Ik moest eigenlijk een nieuw schip om de gaten heen bouwen, vertelt hij. De helft van het aantal inhouten en leggers is nieuw, op een paar stukjes na het berghout ook en verder zijn boeisel en roer volkomen nieuw. Een groot karwei was het aanbrengen van de boegen. Ik brandde ze zelf in de vorm en het was allemaal prachtig, edel werk. Dit is voor mij ontspanning geweest. Maar je moet nooit vooruitzien en denken: wat is er nog veel te doen. Je moet genieten van wat je klaar hebt en je moet nooit de weg van de minste weerstand kiezen.

„Antiek hout"

Alleen al om aan het goede hout komen kostte mij een heleboel moeite. Maar het lukte mij een fikse partij „antiek" hout uit de zeventiende eeuw te kopen, prachtig materiaal, zoals je nu nergens meer vindt. Het komt uit de afgebroken kerk van Wijtgaard en van het orgel uit de kerk te Stiens. Als men in het vooronder tegen het dek kijkt, ziet men daar nu twee panelen, één met een apostelfiguur en de ander met een christusbeeld.

Smeedwerk

Voor het smeedwerk werd een „ouderwetse smid genomen, Sybren Zwart uit Warga. Hij smeedde het zwaardbeslag, het helmhout, de scepters, de schootoverloop, de botteloef en dergelijke. Zeilmaker Wagenaar uit Leeuwarden maakte de zeilen, ook al helemaal in de originele uitvoering.

Tewaterlating

Vol trots - volkomen gerechtvaardigd - laat de heer Posthuma ons zijn Maaike zien en met enthousiasme vertelt hij over zijn werk. Hij toont ons de nieuwe trommelstok met scheerhout en komt aandragen met de oude schootblokken met het buitenbeslag. Ik heb mij altijd al in dit soort schepen geïnteresseerd, zegt hij. Als jongen kocht ik die klompen, die goed rond van voren waren, zodat ik er later een mooi scheepje van kon maken. Friese jachten en boeiers vond ik altijd al prachtschepen. En deze Maaike is een juweeltje. In dit schip „leeft" alles; er zit geen dode hoek in.
Vorige week is dit fraaie „levende" scheepje te water gegaan. De watersporters zullen het dus wel eens te-genkomen. Als zij dan hun bewonderende blikken over de fraaie lijnen laten dwalen past hun natuurlijk ook bewondering voor de man, die dank zij veel vakmanschap liefde en doorzettings vermogen de karakteristieke vloot van ronde en platbodemjachten met dit „nieuwe" boeiertje verrijkte.

1979

12 februari 1979

12 februari 1979: Eigenaar E.H. Bos meldt de 'Maaike aan voor inschrijving in het Stamboek

Bijschrift op foto: 'Maaike' na 1978
Bijschrift op foto: 'Maaike' na 1978
Foto ook na 1978
Foto ook na 1978

1992

1992

1992: De 'Maaike' in het boek 'Het Friese Jacht' van Dr. Ir. J. Vermeer

Technische gegevens

Hoofdafmetingen

  • Lengte over de stevens   5,55 m
  • Grootste breedte over de berghouten   2,73 m
  • Holte op het grootspant    1,18 m

Bijzonderheden

  • kielbalk, later aangebracht
  • over de gehele lengte gepiekt
  • vlaktilling 14 °
  • kielgang + 9 huidgangen
  • hoog voordek, geen bedelbalk (meer)
  • houtsnijwerk slechts gedeeltelijk oud.
Voor de aanvang van de restauratie, nog met kajuit bij Pier Piersma in de loods
Voor de aanvang van de restauratie, nog met kajuit bij Pier Piersma in de loods

2014

2014

2014: De 'Maaike' op Boot Holland 2014

Pier Piersma presenteerde een gedeeltelijk gerestaureerde 'Maaike' op Boot Holland.

2017

18 september 2017

18 september 2017: Informatie van oud-eigenaar P.C.C. (Carl) van Vloten

Zomer 1955 konden wij op Maria hemelvaart in Warmond wegens winkelsluiting geen boodschappen doen en op advies van een voorbijganger gingen wij met onze 16m2 naar jachthaven de koninklijke. Hier vonden mijn verloofde M. Smit en ik een gezonken boeier, de 'Alice' en we waren meteen verliefd. Wij kochten haar en begonnen met reparatie, want een schip zinkt niet zomaar. Een rot plekje in de huid wordt snel een enorm gat, want de huid en spanten blijken een dun laagje hout te zijn aan binnen en buitenkant met molm ertussen en voor je aan iets toekomt, waar je wat aan kan bevestigen, heb je een gat waar je door kan.
Als studenten heb je geen geld om iets te laten doen en na een jaar werken was de romp voorlopig hersteld, maar door lange tijd op de wal blijvend lek, dus regelmatig leegpompen.
Op een dag in 1956 lag er een briefje op de boot of wij eventueel wilden verkopen. De schrijver bleek de heer van Gerven, werfbaas bij van Lent in Kaagdorp, die een paar jaar eerder een tot Boeier verbouwd Fries jacht van een Friese schipper had gekocht. Hij had het uit Friesland meegebracht en een bosje stro aan de mast gebonden als "te koop". Bij onze bijeenkomst waren we beide overtuigd bij te moeten betalen, maar uiteindelijk hebben we geruild, een ruim 8 m wrakkig schip met draaiende 4 cylinder Penta tegen een zeilklaar Boeiertje van nog geen 6 m met een wrakkige Seagull in een bun.
Ze was geteerd, alleen boven het boeisel blank, met houtsnijwerk, tjotterroer met helmstok met druiventros en een tuig van Egyptisch linnen. Van binnen een gebogen ijzerconstructie, die de mastbank verving bij het in 1910 ombouwen tot Boeier. Het geheel was in redelijke staat, al groeiden hier en daar paddestoelen, maar gezien onze ervaring met de 'Alice', nu 'Greate Bear', durfden we weinig.
We hebben haar 'Maaike' genoemd, omdat we 'Vrouwe Marijke' niet vonden passen bij haar afmetingen. Aangezien ik vond, dat bij een Boeier kluisborden en beretanden hoorden, heb ik deze gemaakt, samen met een mastbord, dat nu in het bezit is van mijn oudste dochter Maaike.
Tot en met 1965 hebben we met veel plezier met de 'Maaike' gevaren, de laatste 4 jaar in Grouw, waar we heen verhuisd waren, maar bij onze terugtocht naar Holland eind 1965 hebben we de 'Maaike' aan de heer Posthuma geschonken, omdat zij uiteraard was achteruitgegaan en we inmiddels 4 kinderen hadden. Hij beloofde het stokje over te nemen en aangezien hij een net gepensioneerde rijtuigbouwer was, hadden we het vertrouwen in zijn toezegging tot volledig herstel. Met hem hebben we nog een keer met de gerestaureerde 'Maaike' gezeild.

Wij hebben het vertrouwen, dat nu Pier Piersma haar weer tot een Fries jacht terugbrengt, al zit er de laatste 2 jaren vertraging in. We zijn het niet erg eens dat er weer beretanden en kluisborden op komen want dat deed Eeltjebaes niet.

Hopelijk helpt deze informatie, de datering van eigenaars van beide boeiers aan te passen.

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht