Margaretha

Margaretha Verdwenen

In het Gedenkboek 1851-1951 van KR&ZV "De Maas" staat het volgende geschreven over de Schokker 'Margaretha"
Tot de pronkstukken van oud-Hollandse scheepsbouw behoorde ook de  schokker Margaretha, de grootste schokker, ooit gebouwd.  Zij werd in 1895 naar een ontwerp van de heer 't Hooft te Dordrecht op  de werf van D. van Duivendijk te Willemstad gebouwd voor J. A. Vos van  Hagestein te Dordrecht. Zij was een schip van 70 Ned. tonnen, was 23.90 m lang en 5.90 m breed en had een zeiloppervlak bij de wind van 250 m" dat  in de wedstrijd kon worden opgevoerd tot 400 m", Haar mast was 81 voeten  hoog en werd in de wedstrijd, vanwege de ver achter de mast reikende vissermans-fok, soms zonder want gevoerd. Dit kostte haar tijdens een wedstrijd  voor Ostende, onder het eigenaarsschap van D. G. van Beuningen te Rotterdam gezeild, haar Riga-grenen mast, die toen vervangen is door een van pitch-pine.  

Oude Schepenlijsten

De 'Margaretha' is in het begin van de jaren-60 verdwenen, maar veel gegevens over schip en eigenaar zijn vastgelegd in het Stamboekarchief. Daarom staat ze in de 9000-serie geregistreerd. Ze komt voor in één of meerdere van de oude Schepenlijsten, die we in gedigitaliseerde vorm presenteren

De 'Margaretha'

Margaretha was niet alleen zeer snel doch, mede door haar afmetingen,  in hoge mate zeewaardig - hoewel zij, zwaarden voerende, meer een schip  voor de zeegaten was dan een echt "diepzee-schip". Uitstekend zeeman als  van Beuningen was, voer hij met haar meermalen naar Wight, een keer naar  Guernsey en vele malen van Hoek van Holland naar Den Helder en terug.  Hij herinnert zich een wedstrijd in Den Helder, waar Margaretha de eerste  prijs won en vervolgens de thuisreis maakte met storm en hoge zee uit het  W. t. N. Hij zeilde toen in 9u 40 min van Texel naar de Waterweg, een zware  motor vlet achter zich aanslepende.   

Eigenschappen

Plaquette nummer:9067 Zeil nummer: OA2
Categorie:V Tekening nummer:
Type:Schokker

Bouw

Bouwjaar:1895 Ontwerper:D. van Duivendijk
Werf:D. van Duivendijk Werf plaats:Willemstad
Motor: Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:Eikenhout
Materiaal zeil:Katoen
Onderwaterschip:Knikspant Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:23,90 m Breedte berghout:5,90 m
Diepgang:1,70 m Masthoogte water:24,30 m
Oppervlakte grootzeil:0,00 m2 Oppervlakte fok:0,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:0,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1895 – 1905 J.A. Vos van Hagestein, Dordrecht ( Margaretha)
1905 – 1916 Edw. Knight, Rotterdam ( Margaretha)
1916 – 1926 D.G. van Beuningen, Rotterdam ( Margaretha)
1926 – 1931 Zeevaartschool Rotterdam ( Margaretha)
1931 – 1941 Schiedamse Waterscouts (SWS), Schiedam ( Margaretha)

Geschiedenis

1895

1895

1895: De bouwmeester Dirk van Duivendijk in Willemstad

Dirk van Duivendijk (1842-1906) begon in 1872 een werf op Tholen. Zijn oudste zoon Melis (1866-1940) ging in 1893 naar Willemstad en begon daar de werf 'k Blijf Steeds Volharden'. Op deze werf, met Melis als bouwmeester, zou de Schokker 'Margaretha' worden gebouwd. In veel publicaties, bijvoorbeeld het Lloyd's Register of Yachts, wordt vader Dirk als bouwer van de 'Margaretha' genoemd. Vandaag de dag is de vierde generatie Duivendijk op de werf in Tholen - opnieuw een Melis - hier echter duidelijk over. Bij een bezoek aan de werf vertelt hij: "Mijn grootvader was naar Willemstad gegaan, omdat hij zelfstandig wilde werken. Dat lukte goed. Al na twee jaar kreeg hij de opdracht om de 'Margaretha' te bouwen. Maar af en toe ging hij toch wel om raad vragen bij zijn vader op de werf in Tholen. Dan moest hij te voet: openbaar vervoer was er niet en fietsen waren nog niet algemeen.
Na het overlijden van zijn vader in 1906 heeft Melis de werf in Willemstad verkocht en ging hij terug naar Tholen. Deze werf is nog steeds in bedrijf.

1964

1964

1964: Tekening in het boek "Oude Zeilschepen en hun modellen" van E.W. Petrejus

2011

juli 2011

juli 2011: Spiegel der Zeilvaart juli-augustus 2011 nummer 6 - Schokkerjacht 'Margaretha' deel 1

Als het over het voormalige schokkerjacht Margaretha gaat, komen er altijd superlatieven aan te pas. Zo omschrijft conservator en auteur E.W. Petrejus het schip als een 'pronkstuk van de oud-Hollandsche scheepsbouw'. In een jubileumboek van de Dordtse Roei- en Zeilvereniging is het een 'juweel van een platbodem', terwijl H.C.A. van Kampen het in zijn standaardwerk De Zeilsport 'reusachtig, zeer snel en zeewaardig' noemt. Maar wat maakt dit schip nu zo bijzonder?

Geschiedenis in het kort

Het schip liep op 30 april 1895 van stapel op de werf van Melis van Duivendijk in Willemstad. Opdrachtgever en eerste eigenaar was de Dordtenaar J.A. Vos van Hagenstein. In 1905 ging het jacht over naar Rotterdam en werd Edw. Knight de nieuwe eigenaar. Elf jaar hierna kwam het schip in handen van de vermogende havenbaron en kunstverzamelaar D.G. van Beuningen. Toen zijn nieuw gebouwde Vigilanter in 1926 klaar was, schonk Van Beuningen Margaretha aan de Rotterdamse Zeevaartschool. Na vijf jaar verkocht deze het jacht aan de Schiedamsche Waterscouts, die er tot in het begin van de Tweede Wereldoorlog mee zeilden. Daarna raakte het schip in de vergetelheid, om er na de oorlog nog heel even uit te voorschijn te komen.

Bekend

Bijzonder aan het schip zijn in de eerste plaats eenvoudigweg de afmetingen. Volgens het Lloyd's Register of Yachts was het schip 23,90 meter lang en 5,90 meter breed. De visserij-, loods- of marineschokkers die in dezelfde periode werden gebouwd, waren niet veel langer dan 18 meter. Margaretha was dus verreweg de grootste schokker en één van de grootste platbodemjachten ooit gebouwd. Daarnaast is het bijzonder dat het schip haar gehele bestaan zonder motor heeft gevaren. En dat toch met een `tonmaat' van 70 en 20 ton ijzer als ballast aan boord. Het zeiloppervlak bedroeg 250 vierkante meter en kon in wedstrijden worden verdubbeld. De waarschijnlijk bekendste foto van 'Margaretha' is te vinden in de tweede en latere drukken van De Zeilsport. Tegen een dreigende Hollandse wol­kenlucht vaart het schip met alle zeilen bij. Een bemanningslid bevindt zich vrijwel boven in de mast bij het gaffeltopzeil, waar­door de afmetingen van mast en zeilen een goed perspectief krijgen.

Opdrachtgever

De Dordtenaar J.A. Vos van Hagestein (geboren in 1832) gaf omstreeks 1894 opdracht voor de bouw van 'Margaretha'. Het ging hier niet om een nieuweling in de watersport. Zo was hij enige tijd voorzitter van de Dordtse Roei- en Zeilvereniging. Veelzeggender nog is dat hij al op 28-jarige leeftijd bij de werf van Eeltje Holtrop van der Zee een boeier had laten bouwen. Het ging om een grote boeier van 12,80 meter lang en 3,80 meter breed. Het was de eerste echte boeier die Eeltjebaas bouwde, voor een kostprijs van 2.800 gulden. Vos van Hagestein noemde het schip naar zijn vrouw: Henriette Elisabeth.
Rond 1885 was Vos van Hagestein eigenaar van twee schepen: het sierlijke stoomjacht 'Opaal' en het snelle centreboardjacht 'Stella'. Met dit jacht van negentien ton zeilde hij veel wedstrijden, onder andere ook op de Schelde bij Antwerpen en op de Zuiderzee. Het stoomjacht fungeerde daarbij als begeleidingsschip. Zeilende op het thuiswater voor Dordrecht haalde hij vanwege een ongelukkig voorval in de zomer van 1890 het Dordrechtsch Nieuwsblad: 'Hedenmorgen 7 uur kwam op de rivier voor deze stad ter hoogte van de Buiten Walevest de centreboard 'Stella' van den heer J.A. Vos van Hagestein in aanvaring met een groot ijzeren aakschip van ongeveer 200 last, doordien de stuurman van de centreboard voor een aankomende stoomboot wilde uit wijken. Het aakschip bekwam hierdoor vooraan den boeg een tamelijk groot gat, terwijl de 'Stella' den boeg en de steng vernield werden. Gelukkig bleek de schade aan het jacht niet aanzienlijk.' Intussen was de meestal in Parijs wonende Vos van Hagestein in 1877 gescheiden. In 1887 trouwde hij met de twintig jaar jongere Marquerite Marthe Hainaut uit Bordeaux. Het ligt voor de hand dat hij 'Margaretha' naar deze Française heeft vernoemd.

Bouw van het schip

Het schip werd gebouwd aan de hand van een halfmodel. Dit is bewaard gebleven en hangt in het kantoor van de werf op Tholen. Het eenvoudige, opengewerkte model geeft de vorm van de romp duidelijk weer. De bouw van Margaretha heeft ongeveer een jaar geduurd en er hebben zo'n tien man aan gewerkt. Het zagen van de planken uit voornamelijk Frans eiken boomstammen werd uitbesteed aan boerenarbeiders. In de winter, als er op het land weinig te doen was, konden ze zo een centje bijverdienen. De boom lag op hoge schragen en het zagen ging met de zogenaamde kraanzaag, die door twee man werd bediend. De één stond boven op de boom en stuurde de zaag, de ander stond onder de boom en kreeg dus het zaagsel over zich heen. De planken waren tot twee duim dik, de vergoeding was tien cent per vierkante decimeter gezaagde plank. Tot circa 1920 werd op deze manier gewerkt. Details over bouw van Margaretha zijn er verder niet. Mogelijk bevindt het werfboek van de werf in Willemstad zich in de archieven van het Maritiem Museum van Antwerpen, maar deze zijn voorlopig niet toegankelijk vanwege de verhuizing.
Volgens een berichtje in het NRC van 24 november 1931, dat ter gelegenheid van de overdracht naar de Schiedamsche Waterscouts verscheen, waren de bouwkosten 25.000 gulden. Een aanzienlijk bedrag voor die tijd. Om een idee te geven: de bouwkosten van een in die tijd gebouwde, ijzeren zeil-vrachtklipper van dezelfde afmetingen waren slechts 9.000 gulden.

pdf SdZ juli-augustus 2011 nummer 6 - Schokkerjacht 'Margaretha' deel 1

september 2011

september 2011: Spiegel der Zeilvaart september 2011 nummer 7 - Schokkerjacht 'Margaretha' deel 2

Het is maart 1916, midden in de Eerste Wereldoorlog, als D.G. (George) van Beuningen Margaretha in zijn bezit krijgt. Terwijl anderen het rustiger aan moeten doen als gevolg van de economische malaise, maakt Van Beuningen juist gebruik van nieuwe mogelijkheden. Het gaat hem voor de wind. Margaretha zal zich in de loop van de jaren in de ogen van de watersporters ontwikkelen tot hét admiraalsschip van de Zeeuwse wateren. George van Beuningen was een veelzijdig man. Hij was niet alleen koopman en directeur van een zeer groot steenkolenbedrijf, maar ook scheepsbouwer en eigenaar van rederijen in zowel de binnen-, de grote als de zeesleepvaart. Van Beuningen wordt na de Eerste Wereldoorlog wel de `spelbepaler onder de havenbaronnen' genoemd. Hij legt zich bovendien toe op het verzamelen van kunst. Zijn collectie zou uitgroeien tot 's lands grootste particuliere verzameling. Van Beuningen had al vroeg een voorliefde voor het varen. Als kind bouwde hij een zeilkano die meeging naar het vakantiehuis van de familie in Katwijk aan Zee. Daarmee voer hij ook met& slecht weer op zee. Het loopt steeds goed af, maar de Katwijkers vonden hem maar een waaghals en voorspelden hem een nat graf. 

'Margaretha' in een wedstrijd op weg naar Hoek van Holland (september 1920). Ondanks een gebroken zwaard kwamen ze als eerste in Rotterdam aan.
'Margaretha' in een wedstrijd op weg naar Hoek van Holland (september 1920). Ondanks een gebroken zwaard kwamen ze als eerste in Rotterdam aan.

Journaal

Van Beuningen hield over zijn vaartochten een vrij gedetailleerd journaal bij. Dit document bevindt zich in het familiearchief van de Stichting Esse Non Videri en veel informatie en foto's in dit artikel zijn hieruit afkomstig. In het journaal kreeg elke reis van 'Margaretha' een volgnummer en per jaar werden de reizen ook afzonderlijk genummerd. Bij het begin van elke tocht plaatsen de gasten een handtekening. Als ze meevoeren gold dit ook voor de vrouw en de kinderen van Van Beuningen. Uit het journaal valt op te maken dat er in de periode 1916-1925 in totaal 132 één- en meer-daagse reizen werden gemaakt; het aantal vaardagen komt op ongeveer 55 per jaar. Dat zijn er behoorlijk veel. 

Het Kanaal en Kanaaleilanden

Aan het begin van de jaren twintig maakte Van Beuningen met de schokker twee zomerreizen naar het Kanaal. Deze duurden uit en thuis zo'n veertien dagen. Tijdens de eerste reis werden langs de Belgische kust de havens van Nieuwpoort en Duinkerken aangedaan. In de laatste havenstad was nog heel veel schade van de oorlog te zien. Zelfs het remmingswerk in de haven was getroffen. Ook werden hier de loopgraven bezichtigd. Hierna volgde de oversteek naar Ramsgate en een bezoek aan Dover, waar ze langszij een Bretonse kotter kwamen te liggen. Het journaal vermeldt hierover: 'Aardige bemanning die ons uien en knoflook gaf als contra beleefdheid voor onze sigaren'. In augustus 1922 werd een aantal kanaaleilanden bezocht. Vanuit Yarmouth staken ze over naar St. Pieter op Guernsey. Vanwege de vele rotsen werd voor de tocht van Guernsey naar Alderney een loods gecharterd. 

Het imposante achterschip van 'Margaretha' (april 1922)
Het imposante achterschip van 'Margaretha' (april 1922)

Overdracht

Het was een lang gekoesterde wens van Van Beuningen om een echt zeewaardig schip te bezitten. In 1926 kwam de 35 meter lange tweemastschoener 'Vigilanter' in de vaart, die hij bij Pannevis in Alphen aan den Rijn had laten bouwen. Hij schonk 'Margaretha' aan de Zeevaartschool in Rotterdam. Bij de overdracht van de schokker benadrukte hij dat de leerlingen van de Zeevaartschool trots moesten zijn op hun opleiding tot zeeofficier: een opleiding ,die hij zelf vanwege zijn afgekeurde ogen aan zich voorbij had zien gaan. Voor de Zeevaartschool was 'Margaretha' het eerste eigen schip dat voor de praktische opleiding kon worden ingezet. Er werden zogenoemde `oefeningsreisjes' mee gemaakt, ook naar Engeland. Toen de school in 1930 de beschikking kreeg over een groter en zeewaardiger zeilschip, vroeg men toestemming aan Van Beuningen om de schokker te verkopen. Deze ging akkoord, maar stelde als voorwaarde dat het schip 'dienstbaar werd gemaakt aan de bevordering der watersport'. Naar later bleek, hadden de Rotterdamse Waterscouts belangstelling om het schokker-jacht te kopen. Hun Schiedamse collega's waren hen echter voor.

pdf SdZ september 2011 nummer 7 - Schokkerjacht 'Margaretha' deel 2

oktober 2011

oktober 2011: Spiegel der Zeilvaart oktober 2011 nummer 8 - Schokkerjacht 'Margaretha' deel 3

Eind 1931 diende zich een koper aan, het waren de Schiedamsche Waterscouts (SWS). Let wel, de economische depressie was al een tijdje aan de gang, maar de koop werd mogelijk gemaakt door een anonieme weldoener. Tijdens de officiële overdrachtsbijeenkomst op 29 november 1931 was directeur Th. Westerhof van de Rotterdamse Zeevaartschool één van de sprekers. Een verslag in het Rotterdamsch Nieuwsblad meldt: 'Westerhof bracht den persoon, die niet genoemd wenscht te worden en die het bestuur in de gelegenheid stelde het schip te koopen, dank en spreker hoopt, dat hij nog lang getuige zal zijn van het goede gebruik, dat de padvinders van het schip maken.' Natuurlijk bevond de goede gever zich onder het publiek. Het was de Schiedammer Alewijn de Groot, in het dagelijks leven handelaar in spiritus en moutwijn. De Groot bekleedde vele bestuursfuncties en was als voorzitter van de Schiedamsche padvinderij ook nauw betrokken bij de waterscouts. Ruim twee maanden later stond de overname van het schip op de agenda van de gemeenteraad van Rotterdam: 'Voorstel tot verkoop aan de Schiedamsche Waterscouts, van het bij de gemeentelijke zeevaartschool in gebruik zijnde schokkerjacht Margaretha, tegen f 1200.

Een jacht als drijvend clubhuis

Aanvankelijk zou de Margaretha als drijvend clubhuis voor de verkenners gebruikt worden. Dat blijkt duidelijk uit de brief die de directeur van de zeevaartschool Westerhof in januari 1932 aan de Alewijn de Groot schreef: `Zooals U waarschijnlijk weet was (bij) de koop niet begrepen zeilen, blokken etc. Deze heb ik, in overleg met Hr Bliek, U gratis in bruikleen afgestaan zodat de padvinders ook eens met het schip konden zeilen, terwijl de bedoeling oorspronkelijk alleen logiesschip was. Wilt U later grootere zeiltochten met de Margaretha maken, dan kan U ook de kluiver krijgen. Ik zal dus nog even wachten met het uit elkaar snijden daarvan'.

Publiciteit en relaties

Opvallend is het grote aantal berichten dat tijdens de Schiedamse periode over de Margaretha in kranten en tijdschriften verscheen. Vooral in de beginperiode schreven de twee Schiedamsche dagbladen en het Rotterdamsch Nieuwsblad met grote regelmaat over het jacht. Zo werd niet alleen het voornemen om op zomerreis te gaan gemeld, ook werd er naderhand een uitbreid verslag van gepubliceerd, vaak verdeeld over een aantal dagen. Met enige regelmaat werden belangrijke rela¬ties uitgenodigd om mee te varen. Dit waren vaak regionale of landelijke bestuursleden van de NPV, maar ook tweemaal de Schiedamse burgemeester Van Haaren met zijn gezin. Alewijn de Groot was voor zover bekend altijd bij deze tochtjes aanwezig. 

De foto is genomen vanaf de starttoren van de KWV de Kaag met de Lakerpolder op de achtergrond. Op de voorgrond de Bontekoe uit Utrecht, in het midden de Margaretha en rechts de Lichtstraal uit Amsterdam
De foto is genomen vanaf de starttoren van de KWV de Kaag met de Lakerpolder op de achtergrond. Op de voorgrond de Bontekoe uit Utrecht, in het midden de Margaretha en rechts de Lichtstraal uit Amsterdam

De Margaretha na 1940

De foto- en knipselboeken van Alewijn de Groot eindigen abrupt in het voorjaar van 1940. Op de laatste foto's is nog wel te zien dat er aan dek wordt geklust. Daaruit kan worden afgeleid dat de waterscouts er vanuit gingen dat ze de komende jaren nog gewoon met de 'Margaretha' konden blijven doorvaren. Op de allerlaatste foto van 29 juni poseert een ombekommerde groep voortrekkers in witte broeken en onderhemd op het voordek in de zon. Maar in 1941 werd pleziervaart op de Maas en aangrenzend water verboden en in datzelfde jaar werd de Padvinderij door de bezetter ontbonden.
Over het lot van de 'Margaretha' in de Tweede Wereldoorlog doen uiteenlopende verhalen de ronde. Zo staat er in het jubileumboek 100 jaar KR&ZV de Maas (EW Petrejus, 1951) te lezen dat de zeeverkenners het schip zouden hebben verkocht. 'Zij lag daarna nog jarenlang op de Kaag en van de oude glorie van dit eens zo prachtige schip is weinig meer over.' 
In de Spiegel der Zeilvaart van mei 1984 staat als onderschrift bij een foto: 'Met de schokker 'Margaretha' zijn heel snelle reizen gemaakt. Helaas is het jacht in de oorlog doorzeefd met kogels en gezonken.' Dit lijkt op wat Wim de Bruijn, hoofdredacteur van de SdZ, ons weet te melden: 'In de oorlogsjaren is het op de Kaag gebombardeerd en later is het door een sleepboot in de Amsterdamse haven bewust aan barrels gevaren. Dat werd mij terloops verteld door een lezer die het zelf had gezien. Ik kan helaas niet meer achterhalen wie dat is geweest.' 

Marine Jeugdstorm in de oorlog

Harry Tilman, een oud-zeeverkenner die in 1946 lid werd van de SWS, vertelt echter dat het schip tijdens de oorlog werd ingepikt door de Marine Jeugdstorm. Volgens hem kwam het na de oorlog in de Ade terecht, een watertje dat op de Kagerplas uitkomt, waar het zonk en het later werd geruimd. De SWS zou als herstelbetaling voor het verlies van de Margaretha twee sloepen hebben gekregen die in 1947 in de vaart kwamen. Hoe verschillend ook, al deze verhalen hebben de ligplaats op de Kaag tijdens de oorlogsjaren gemeen. Aan het Vennemeer - één van de Kagerplassen - had de Marine Jeugdstorm (een organisatie voor NSB-kinderen) een kaderschool. Deze was gevestigd in het in beslag genomen onderkomen van de Watersportvereniging Vennemeer. In een bericht in het Vaderland van november 1943 werd onder het kopje 'Doel en werkwijze van de Marine Jeugdstorm' gemeld, dat op de Kaag jongens vanaf 12 jaar in een cursus van drie weken worden opgeleid. Bij dit stukje staat een foto met als onderschrift: 'Het oefenschip van de Marine Jeugdstorm op de Kagerplassen.' Duidelijk herkenbaar is hier echter de 'Lichtstraal', de witte twee-mastklipper van de Amsterdamse zeeverkenners

Waterkampioen 1952
Waterkampioen 1952

Na de Tweede Wereldoorlog

In de jaren '50 duikt de Margaretha twee maal op in de rubriek De Uitkijk in de Waterkampioen. In deze rubriek stonden allerlei nieuwtjes over zaken die met de watersport te maken hadden. Het eerste bericht uit april 1952 luidde: 'Naar wij horen ligt het bekende schokkerjacht 'Margaretha', een der grootste platbodems die de Nederlandse jachtvloot heeft gekend, in Amsterdam Noord om te worden gedegradeerd tot woonschip.' In augustus 1953 volgt het tweede: 'Het eertijds bekende schokkerjacht Margaretha, één van de grootste platbodemjachten die we ooit gehad hebben, dat jarenlang eigendom is geweest van de heer van Beuningen en daarna ook gebruikt is als padvindersschip, heeft een roemloos einde gevonden. Het schip is namelijk liggende is het Oostzaner Gat (het meest noordwestelijke deel van Zijkanaal I) te Amsterdam verbrand en schijnt als volledig verloren te moeten worden beschouwd. De brand schijnt ontstaan te zijn door het verbranden van olieresten van schepen, hetgeen in die omgeving geregeld schijnt plaats te vinden. Jammer dat dit schip niet voor het Zuiderzee-Museum behouden is gebleven, want daar was het op zijn plaats geweest.' Het verhaal van de sloop door een sleepboot dat Wim de Bruijn ooit hoorde, sluit goed aan bij deze uiteindelijke ontknoping. Het zou interessant zijn om meer te weten over de laatste, onbekende twaalf jaar van het bestaan van de 'Margaretha'. 

pdf SdZ september 2011 nummer 8 - Schokkerjacht 'Margaretha' deel 3

2017

27 februari 2017

27 februari 2017: Reactie verstuurd op schip Margaretha (9067)

W. Huybrechts schrijft:
In jaarboekjes van de Société Royale Nautique Anversoise lijst 1899 tot met 1905 staat de 'Margaretha' vermeld schokker 70 ton SRNA lid J.A. Vos van Hagestein Dordrecht. Mogelijk nog vroeger, maar dat moet ik verder opzoeken

Foto van de LINA mogelijk 1906 (archief S.N.R.A.)
Foto van de LINA mogelijk 1906 (archief S.N.R.A.)
Foto van de Lina in 1906 of 1908 wedstrijd met zeilnummer 29 (archief S.N.R.A.)
Foto van de Lina in 1906 of 1908 wedstrijd met zeilnummer 29 (archief S.N.R.A.)

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht