Minke Lokke

Minke Lokke

Dr. Ir. J. Vermeer schrijft in zijn boek "De Boeier":
Deze boeier zou volgens de schepenlijst van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten in 1876 op de werf van Lantinga in IJlst zijn gebouwd. De vermelding van het jaartal komt overigens pas voor vanaf 1983; daarvoor stond het bouwjaar als onbekend te boek. De toeschrijving aan Lantinga kunnen wij zeker onderschrijven; de bouwwijze komt namelijk geheel overeen met die uit de periode waarin Feike Lantinga het bedrijf in handen had. Zo komt vanzelf het vroege bouwjaar te vervallen. 

De huidige eigenaar (R.C. Roos) bezit een brief uit 1960 van J.W.E. Mulder te Scheveningen aan J. Wiersma te Leeuwarden, waaruit blijkt dat laatstgenoemde in dat jaar de boeier met inventaris van Mulder overnam voor de prijs van f 2000,-. In deze brief staat ook iets over de historie van deze boeier. Mulder kocht hem in 1949 van A.J. van Oort, toentertijd wonende in Vereeniging (Zuid-Afrika), en deze op zijn beurt had hem in 1934 overgenomen van zijn overleden broer H. van Oort. De brief vermeldt diens woonplaats niet, maar wel dat H. van Oort de boot in 1931 had gekocht van een, althans aan de
briefschrijver, onbekende.

Feike Lantinga de bouwer?

Als Feike Lantinga deze boeier heeft gebouwd, moet dat geweest zijn in de periode na 1918 toen hij het bedrijf overnam tot laatstelijk omstreeks 1930. Inderdaad zijn in de jaren twintig in IJlst enige kleinere boeiers en open jachten gebouwd, onder meer via bemiddeling van Hylke van der Zee in Sneek voor Jachthaven Dragt, toen nog te Amsterdam. Feike Lantinga hield volgens Boschma geen administratie bij van de productie van zijn werf; het is dus goed mogelijk dat deze boeier daardoor aan diens aandacht is ontsnapt. Wie de "Minke Lokke" heeft laten bouwen weten wij dus niet.

Eigenschappen

Plaquette nummer:111 Zeil nummer: RD105
Categorie:A Tekening nummer:
Type:Boeier

Bouw

Bouwjaar:1925 Ontwerper:F. Lantinga
Werf:F. Lantinga Werf plaats:IJlst
Motor:Inbouw Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:Eikenhout
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:6,07 m Breedte berghout:2,64 m
Diepgang:0,33 m Masthoogte water:9,50 m
Oppervlakte grootzeil:21,36 m2 Oppervlakte fok:10,15 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:31,51 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1931 – 1934 H. van Oort, Rotterdam ( Minke Lokke)
1934 – 1949 B.A.J. van Oort, Rotterdam/Vereeniging (Zuid-Afrika) ( Minke Lokke)
1949 – 1959 J.W.E. Mulder, Scheveningen ( Minke Lokke)
1959 – 1970 J. Wiersma, Leeuwarden ( Minke Lokke)
1970 – 1982 J.F. van der Stoel, Heemstede ( Minke Lokke)
1982 – 1992 J.W. Barents, Utrecht/Goingarijp ( Minke Lokke)
1992 – 1993 Mw. G. Barents-Vermeer, Goingarijp ( Minke Lokke)
1993 – 2010 R.C. en M. Roos, Haarlem/Sneek ( Minke Lokke)
2010 – Nu (laatst bekend) R. Bok, Dearsum ( Minke Lokke)

Geschiedenis

2005

2005

2005: De 'Minke Lokke' in het boek "De Boeier" van Dr. Ir. J. Vermeer

Eigenaar J. Wiersma in Leeuwarden

Toen Wiersma de boeier in 1960 kocht lag hij in de werfschuur bij Van der Meulen in Joure; hij heette toen al "Minke Lokke". Wiersma vertelde ons de versieringen aan de kluisborden en mantsjes en ook aan de kajuitrand zelf te hebben gesneden. Deze onderdelen waren dus oorspronkelijk onversierd (zoals de hennebalk nu nog), ook een kenmerk van de latere schepen van Lantinga. Wiersma hield de boeier uitsluitend voor genoegen, niet voor deelname aan wedstrijden of stamboekreünies. Omstreeks 1969 deed hij hem over aan J.F. van der Stoel, aannemer in Heemstede, die de boeier kocht als verjaardagscadeau voor zijn meerderjarig geworden zoon Jan. De Hollandse plassen Kaag en Braassemermeer werden nu het normale vaargebied.

Eigenaar F.J. van der Stoel

Intussen was de conditie van het schip sterk achteruitgegaan. In de winter 1974/75 liet Van der Stoel de boeier daarom grondig herstellen op de scheepswerf van Bültjer te Ditzum (D). Daarbij werd een compleet nieuwe huid aangebracht. Aldus vernieuwd maakte de "Minke Lokke" een goede indruk bij het bezoek in 1976 aan het feest met vlootparade op de Hudson bij New York ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan van de Verenigde Staten. Onder de deelnemende Nederlandse jachten bevonden zich onder andere, behalve de "Minke Lokke" ook de boeier "Njord" van wegenbouwer Offringa uit Elburg.

Eigenaar J.W. Barents Goingarijp

In 1982 verkocht Van der Stoel de "Minke Lokke" aan de Utrechtse hoogleraar dr J.W. Barents. Deze bezat een tweede woning in Goingarijp met ligplaats voor de boeier. Zo werden de Friese meren weer het vaargebied. Tijdens de 6e Lustrumreünie in 1985 van de Stichting Stamboek, die in Friesland plaats vond, fungeerde prof. Barents met de "Minke Lokke" als commandant van een der eskaders boeiers bij het admiraalzeilen, op zijn thuiswater dus. Van 1983 tot en met 1987 nam hij ook deel aan de Regionale Reünie in Heeg.

Eigenaar R.C. Roos

Na het overlijden van prof. Barents verkocht zijn weduwe mevrouw G. Barents-Vermeer in 1993 de boeier aan de heer R.C. Roos, aanvankelijk woonachtig te Haarlem, later in Sneek. De nieuwe eigenaar verrichtte eigenhandig enige herstellingen en voor hulpaandrijving werd een elektromotor ingebouwd. Vanaf 1994 verscheen de "Minke Lokke" ook weer in Heeg bij de Regionale Reünie.

Technische gegevens

Hoofdafmetingen

  • Lengte over de stevens    6,07 m
  • Grootste breedte over de berghouten    2,64 m
  • Holte op het grootspant    1,07 m
  • Diepgang    0,35 m
  • Zeiloppervlak: grootzeil + fok    31,4 m2
  •  Kluiver, c.q. halfwinder    n.a.

Bijzonderheden

  • kielbalk dik 8, hoog 8,5 cm, waarschijnlijk later aangebracht
  • vlakke bodem
  • vlaktilling 0°
  • hoekige kimmen
  • kielgang, zandstrook + 3 verloren gangen - 4 doorlopende huidgangen boven de kimmen
  • hoog voordek
  • snijwerk op beretanden, kluisborden en kajuit-rand (later aangebracht)
  • roer bekroond met leeuwtje

Bijzonderheden

Wat pleit voor de bouwer en de genoemde bouwperiode is het feit dat bouwwijze, maten, verhoudingen en inrichting van dit schip geheel overeenkomen met die van drie andere boeiers van Feike Lantinga, met name die van de "Eeltje" uit 1920, die van "Dieuwertje D", gebouwd in 1940/1, en haar tweelingjacht "Anna Catharina" (de huidige 'open boeier' "Jansje Maria"). Met name de gelijkenis met dit laatste schip is frappant.

Jan Wiersma

Jan Wiersma woont in Leeuwarden aan de Bleeklaan 77. Hij is reclameontwerper van beroep, is een verwoed zeiler en al zijn vrije tijd gaat uit naar één grote hartstocht: de scheepsbouw. De bouw, wel te verstaan, van het Friese ronde platbodemschip en van de boeier, een scheepstype dat aan het uitsterven is (Jan Wiersma bouwde samen met een vriend de eerste sinds 30 jaar). Varen, Friesland, het water, het oude, geheel met de hand gemaakte, plank voor plank, spant voor spant in elkaar gezette Friese ronde-zeilschip, dat alles heeft Jan Wiersma's grote liefde. Hij kan er, onvermoeibaar, uren achtereen over doorpraten. En doét dat ook. Maar nieuw hout, nieuwe materialen? Nee. Het zou tegen Wiersma's sterk ontwikkeld esthetisch gevoel in gaan. Ornamentiek, folklore, oude Friese scheepsvormgeving en detailafwerking, het zijn alle Wiersma's liefhebberijen, het is bovendien zijn specialisatiegebied.

Zo is zijn „Minke Lokke", van zeer oud scheepshout gemaakt, meer dan alleen maar een tastbare herinnering aan de kunst-zinnige Friese scheepsbouwers van vroeger dagen. Zij is een eresaluut aan het nobel handwerk van weleer. De „Minke Lokke" is pas een aantal weken weer zodanig, dat ze te water kan gaan. Vriend Ae Wildschut heeft Jan Wiersma daarbij flink geholpen. Drie jaar lang. Voor zo'n schip is inlands eikenhout 't enig bruikbare materiaal, zegt Wiersma, die zijn kennis omtrent de zelfbouw in hoofdzaak heeft opgedaan bij de oude garde, voor wie hij niets dan lof heeft. Hij noemt namen als Hoogeveen, Woudstra, Bulthuis, die in het Friese waterland een fameuze klank bezitten op scheepsbouwgebied.
„Toch zitten er in „Holland" meer boeiers dan bij ons, terwijl het oorspronkelijk toch een zuiver-Fries schip is. Zo'n veertig jaar geleden werden ze hier overal nog gemaakt. Nu zijn er praktisch geen bouwers meer. De hernieuwde belangstelling voor deze ronde jachten is pas van de laatste vijf jaar. Commissaris Voordewind, bij jullie in Amsterdam, van oorsprong ook een Vlietster, is een groot liefhebber van deze ronde jachten".
Samen met een aantal vrienden, ook bezeten door hun liefde tot de glorieuze scheepjes, geeft Wiersma zijn vrije tijd aan zijn boeiers en zijn dromen. Eens bouwt hij, in zijn eigen werkschuur achter het huis, zijn eigen boeier. Helemaal. Het ruikt er naar oud hout, naar teer en pek en al die andere ondefinieerbare dingen die 'n man, die van het water en van een goed schip houdt, een tinteling onderhuids bezorgen.
Jan Wiersma heeft later inderdaad een Wyldsjitterke en een Boeierke gebouwd, de 'Swanneblom'.

Jan Wiersma: Tewaterlating van de Boeier 'Minke Lokke'

Uit de nalatenschap van Jan Wiersma: De tewaterlating van de Boeier 'Minke Lokke'

Uit de nalatenschap van Jan Wiersma: De tewaterlating van de Boeier 'Minke Lokke'

Heeft u vragen en/of opmerkingen?

Terug naar het overzicht