Noordster

Noordster Niet actief

Dit schip heeft een plaquette van de SSRP aan boord van een eerdere inschrijving, maar staat nu "geregistreerd" in Categorie X in het Stamboek en wordt dus gekenmerkt als 'Inactief'. Schip en eigenaar zijn op dit moment NIET "actief" aangesloten bij de SSRP als Behoudsorganisatie. De huidige eigenaar is (nog) niet in onze administratie opgenomen. Deelname aan Evenementen waarbij de eis wordt gesteld, dat het schip en de eigenaar zijn aangesloten bij dezelfde Behoudsorganisatie als onderdeel van de FVEN, is vanuit de SSRP daarom NIET mogelijk.

Dit betekent dat het schip nog onderdeel is van de Aanmeldingsprocedure (her-inschrijving) of, en dat geldt voor de meeste schepen, de eigenaar heeft het schip niet her-aangemeld en betaalt dus ook geen jaarlijkse bijdrage aan de SSRP voor Inschrijving in het Stamboek. Eventueel vermelde gegevens van schip en oud-eigenaren dateren meestal uit de periode van eerdere 'actieve' Inschrijvingen en zijn waarschijnlijk niet volledig en mogelijk niet correct. Voor dit schip kan, omdat het niet aantoonbaar voldoet aan de Criteria van de SSRP, geen Meetbrief door de KNWV worden afgegeven.
Vanwege de doelstelling van de SSRP om alle historie van de in het Stamboek opgenomen schepen vast te leggen, worden in de Schepenlijst wel de in het stamboekarchief beschikbare gegevens van dit ooit geregistreerde schip en summiere gegevens van de (oud-)eigenaren getoond.
Heeft u informatie over dit schip of bent u eigenaar en wilt u het graag weer 'activeren'? Laat het ons weten!

De werf van Jan Oebeles van der Werff in Drachten (Buitenstvallaat) - Staalijzeren Scheepsbouw De Nijverheid, zal als skûtsjewerf vermaardheid verwerven. In hoogtij dagen gedurende de eerste drie decennia van de twintigste eeuw zijn van deze helling vele skûtsjes te water gelaten. In de SKS-skûtsjevloot zijn de 'Buitenstvallaatsters' een begrip, het zijn klassiek prachtig belijnde snelvarende schepen. Ze zijn voor de kenners vooral te herkennen aan de smalle boegjes in de kop. Bovendien is de afwerking van het ijzerwerk van deze werf fraaier en zorgvuldiger dan van welke werf ook. 

Het kleine skûtsje 'De Jonge Hiltje' wordt in 1903 gebouwd en in 1904 gemeten. Opdrachtgever was Anne Jacobus de Jong uit Rijperkerk. Het mat ma de bouw 11.52 meter. Later is het schip bij de verbouw "voor het plezier" onzichtbaar ingekort tot 9.64 meter.

Eigenschappen

Plaquette nummer:263 Zeil nummer:
Categorie:X Tekening nummer:
Type:Tjalk

Bouw

Bouwjaar:1903 Ontwerper:Jan Oebeles van der Werff
Werf:Jan Oebeles van der Werff Werf plaats:Buitenstvallaat
Motor:Inbouw Motor type:
Materiaal romp:Staal Materiaal kajuit:Eikenhout
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:9,64 m Breedte berghout:3,29 m
Diepgang:0,65 m Masthoogte water:11,00 m
Oppervlakte grootzeil:31,00 m2 Oppervlakte fok:15,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:46,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1903 – onbekend Anne Jacobus de Jong, Rijperkerk ( De Jonge Hiltje)
Rond 1940 – onbekend W. Hamstra, Joure ( Onderneming)
1959 – 1972 J. Kamphuis en H.E.M.Kamphuis-van Delft, Kortenhoef/Loosdrecht ( Noordster)
1996 – onbekend W.R. Hoogkamp, Gelpdrop ( Noordster)
2011 – onbekend Dhr. Kroeseman ( Noordster)

Geschiedenis

1904

15 maart 1904

15 maart 1904: Details over het schip De Jonge Hiltje - Meetnummer: L716N

1940

24 juli 1940

24 juli 1940: Details over het schip Onderneming - Meetnummer: G5565N

2017

4 juni 2017

4 juni 2017: het verhaal van oud-eigenaresse H.E.M.Kamphuis-van Delft

Mijn man Jan Kamphuis en ik kochten in 1959 de Noordster, die toen in Loosdrecht enigszins verwaarloosd lag. We hebben haar helemaal opgeknapt, nieuwe katoenen zeilen laten maken en bij het verf afkrabben vonden we ingeslagen letters, die verwezen naar de oorsprong. De kajuitopbouw bestond al toen wij haar kochten. In 1964 is het interieur verbouwd, ontworpen en getekend door Gillisen. Links en rechts van de deur waren het kookgedeelte en het aanrecht vrij laag, zodat ik alle werkzaamheden zittend op een krukje kon doen; er was nl. geen stahoogte. Er was een kruipdoor opening naar het vooronder, waar 3 slaapplaatsen waren voor onze 3 jonge zoons, terwijl wij sliepen op de banken in de kajuit.
Meteen in 1960 zijn wij naar Friesland gezeild, eerst vanuit Muiden rechtstreeks over het IJsselmeer naar Harderwijk, want Zuidelijk Flevoland bestond toen nog niet. ;Omdat onze bemanning nog erg jong en onervaren was en omdat de motor te licht en niet erg betrouwbaar was, hebben we op onze verdere tocht wel eens hachelijke momenten gehad, als we voor sluizen moesten afremmen of wachten, maar het was een mooie en leerzame reis.
De volgende jaren zijn we meestal op de Kortenhoefse plas gebleven en genoten we lange zomers. In 1970 en 1971 zijn de zoons zonder ons naar Friesland gevaren, zij waren toen volleerde schippers .
In 1972 waren we tot onze spijt genoodzaakt om de Noordster te verkopen. In 2013 heb ik de Noordster teruggezien, zij lag toen te koop in Heeg en zag er niet meer zo mooi uit. Het leeuwtje op het roer, dat vroeger blonk door het bladgoud was nu bronskleurig geverfd. De mooie houten kuip had nu een metalen vloer met gaatjes het mooi gevormde mahonie dak van de kajuit, dat door mij ieder jaar mooi gelakt werd was dof. De berghouten waren verdwenen. Kortom teleurstellend.
Vanuit Heeg is het schip weer verkocht, maar waar ze nu is weet ik niet.

Aanvulling op dit verhaal

Wij kochten de Noordster van een oude dame in Loosdrecht. ik weet ook niet meer de naam van de koper in 1972, later hoorden wij, dat die het schip al heel snel heeft doorverkocht; en daarna was het jaren in bezit van iemand uit Wageningen. Veel later hebben we haar zien zeilen in Sneek en volgens de verhalen was ze toen in bezit van een bekende stuurman van een wedstrijd skûtsje.
In Heeg heb ik het schip te koop zien liggen, zoals ik U schreef, dat was niet in 2013 maar augustus 2011. Ik heb toen mijn map met gegevens van het schip en de meetbrief aan de makelaar gegeven voor de eventuele nieuwe eigenaar. Ik heb nu de scheepsmakelaar in Heeg gebeld en die vertelde me dat de Noordster verkocht is aan een meneer Kroeseman, maar ze weten verder geen adres.

Het enige wat ik bewaard heb is een handgeschreven brief van mijn man aan de Scheepsmetingsdienst , waarin hij schrijft wáár in het schip hij de ingeslagen nummers heeft gevonden. En het antwoord daarop van die dienst met een afschrift van de aanvragen voor meting uit 1904 en 1940.
Ligt daar nog het feit, dat de lengte van het schip toen was : 11,52 m. Er was altijd het verhaal, dat het schip in de veertiger jaren is ingekort, maar dat was absoluut niet te zien. Toen schijnt er ook de kajuit op gebouwd te zijn. De handgeschreven brief van mijn man is eigenlijk meer een kladje en bijna onleesbaar.

Brief van J. Kamphuis aan Scheepsmetingsdienst augustus 1967

Bij onderhoudswerkzaamheden aan mijn als boeierjacht omgebouwd  tjalkje “Noordster” zijn twee nummers van meetbrieven tevoorschijn gekomen, waarvan de aanwezigheid mij tot nu tot onbekend was. Aan bakboord zowel als aan stuurboord, vlak boven het berghout, precies ter hoogte van de mastkoker is in een kader het nummer G5565N ingeslagen, het nummer is omlijnd. 
Later bleek, dat dit nummer nogmaals herhaald wordt, (tenminste aan bakboord) juist boven het berghout, maar naar achteren op ongeveer een kwart á een derde van de lengte, vanuit het achterschip. Boven dit nummer staat eveneens in een kader het nummer L716N. Dit laatste nummer is gedeeltelijk door een streep en gedeeltelijk door het kader van het  G nummer doorgeslagen.
Deze cijfers zijn duidelijk van een ander type en vermoedelijk uit de hand “getekend”, terwijl het G nummer eenvormige cijfers heeft, vermoedelijk met behulp van slagletters aangebracht.
U zou mij zeer veel genoegen doen, indien U voor mij zou willen laten nagaan, of er in Uw archieven nog gegevens over mijn schip zijn te vinden.
Ter informatie nog de volgende gegevens over de  Noordster: Grootste lengte over de romp  9,64 m. 
Grootste breedte 3,29 m. dit is echter over de vermoedelijk later aangebrachte houten berghouten gemeten, zodat de grootste breedte op de ijzeren berghouten ongeveer 3 m. zal zijn. Het schip is van ijzer gebouwd en geklonken.
Zoals gezegd is het een tjalkje  met alleen op voor- en achterschip ijzeren berghouten, die in de zijden voortgezet worden in een plaat op de huid, zoals gebruikelijk bij tjalken, maar thans is hier in de zijden een houten berghout overheen gezet.

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht