Phoenix

Phoenix

De Phoenix is gebouwd als 'Piet Hein' in 1898 op de werf 'Het Jacht' aan de Lijnbaansgracht in Amsterdam. Deze werf was in 1855 door Harmen Bernhard gesticht en werd in 1880 door diens zoon Nicolaas Adrianus overgenomen. Behalve vele bedrijfsvaartuigen zijn hier een aantal vaartuigen voor de pleziervaart gebouwd. De Phoenix mist de zware wegeringen die de boeiers van Van der Zee kenmerken. Hier wordt alleen een brede 30 mm dikke balkweger aangetroffen, die in het achterschip ontbreekt. Een ander verschil is de constructie van het boeisel. Dit is bij de Phoenix een brede plank die van berghout tot potdeksel doorloopt. Boven het dek is deze plank verdubbeld. De dubbeling sluit met een droge naadstuk aan tegen de dekplanken. Bij de Friese boeiers wordt het boeisel onderbroken door het dek. Na 1955 is de boeier uitgebreid gerestaureerd op de werf van Kok in Huizen. Deze scheepsbouwer heeft tijdens de restauratie een aantal aanpassingen doorgevoerd.

Dr. Ir. J. Vermeer schrijft in zijn boek "De Boeier": 
De huidige boeier "Phoenix" kan niet identiek zijn met de door Bernhard in 1885 voor Y. Feenstra gebouwde boeier "Nora", zoals Bon vermeldt in zijn overzichtsartikel in Spiegel der Zeilvaart. Voor de argumentatie zij verwezen naar de beschrijving van de historie van de "Nora". Naar onze mening komt daar eerder voor in aanmerking de boeier die in 1889 als "Fata Morgana" van stapel liep. Met absolute zekerheid kan dat niet worden vastgesteld, maar het is wel zeer waarschijnlijk, zoals uit het navolgende zal blijken. Deze bijna 9 meter lange "Fata Morgana" is volgens Bon gebouwd in opdracht van C.J. Vuerhard te Amsterdam, volgens Crone een gepensioneerde marineman.

Zeilplan Bouwwerf Bernhard
Zeilplan Bouwwerf Bernhard

Eigenschappen

Plaquette nummer:37 Zeil nummer: RC99
Categorie:A Tekening nummer:
Type:Boeier

Bouw

Bouwjaar:1898 Ontwerper:H. Bernhard
Werf:Werf "Het Jacht", H. Bernhard Werf plaats:Amsterdam (Lijnbaansgracht)
Motor:Inbouw Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:Eikenhout
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:8,96 m Breedte berghout:3,76 m
Diepgang:0,90 m Masthoogte water:11,80 m
Oppervlakte grootzeil:38,80 m2 Oppervlakte fok:18,60 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:10,60 m2
Oppervlakte totaal:68,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1889 – 1982 C.J. Vuerhard, Amsterdam ( Fata Morgana)
1892 – onbekend F.J.M. de Wetstein Pfister en C.Th.F. Thurkow, 's Gravenhage ( Fata Morgana)
onbekend – 1901 F.H. van Hall en A. Waller, Amsterdam ( Fata Morgana)
1904 – 1909 P. Blussé van Oud Alblas, Dordrecht ( Willemina)
1909 – onbekend W.H. de Vos, Dordrecht / Rotterdam ( Willemina)
1916 – 1923 L.C.J. Vuijk, Rotterdam ( Piet Hein)
1923 – 1926 W.N.H. van der Vorm, Rotterdam ( Miami)
1926 – 1935 A. Oudshoorn, Warmond ( Miami)
1935 – 1947 H.J.J. van Werkhoven, Amsterdam ( Miami)
1947 – 1948 E.O. Dwarshuis, Oud Loosdrecht ( Miami)
1948 – 1955 Th. Cohen, Oud Loosdrecht ( Miami)
1955 – 1962 R. Visser , Huizen ( Phoenix)
1962 – 1963 H. Engelbracht, Haarlem ( Phoenix)
1963 – 1970 A. Bos, 's Gravenhage / Echtenerbrug ( Phoenix)
1970 – 1973 Stofberg en zn BV, Enkhuizen ( Phoenix)
1973 – 1988 E.H. Bon, Amsterdam ( Phoenix)
1988 – 2000 J.F. Vergunst , Dordrecht ( Phoenix)
2000 – 2003 N. Krul, Enkhuizen ( Phoenix)
2003 – onbekend Fam. Brenninkmeijer ( Phoenix)
onbekend – Nu (laatst bekend) De Sayter BV, Grou ( Phoenix)

Geschiedenis

1955

1955

1955: Archief Stamboek

Informatie over de 'Fata Morgana' in het Stamboekarchief
Informatie over de 'Fata Morgana' in het Stamboekarchief
Informatie over de 'Miami' ex 'Piet Hein' in het Stamboekarchief
Informatie over de 'Miami' ex 'Piet Hein' in het Stamboekarchief
Oude foto met Engels opschrift aan de achterzijde
Oude foto met Engels opschrift aan de achterzijde

1974

1974

1974: Artikel in het tijdschrijft Wooden Boat van eigenaar E.H. Bon

In the Netherlands, as in the United States, there has been a renewal of interest in traditional wooden craft. This interest, which began in the 1950's, has been manifested in the building of new boats to old models, and the renovation and restoration of original craft whenever possible. As can be expected in a country with the diverse maritime heritage of the Netherlands, there are many different types of craft that could be classified as "traditional." Unfortunately, there are few restorable original boats of any type to be found. Take the boeier, for instance.
The boeier is a type of yacht intended for pleasure sailing, and in the past it was built in several parts of the Netherlands. It was developed from a family of freightcarrying double-ended sailing barges fit¬ed with leeboards that, until a few decades ago, could be seen on all the numerous inland waterways of the Low Countries. Boeiers were built until the early years of the present century, when most yachtsmen lost interest in them in favor of keel yachts introduced from other countries. Only a few of the original boats still exist, mainly in the province of Friesland, where traditions lingered longer than elsewhere in the Netherlands. Boeiers were not built from drafted plans, so, for someone interested in building an authentic new one, the only way of obtaining lines has been to take them off an existing model, and since the 1950's a number of boeiers have been so measured.
In 1973 I became the owner of 'Phoenix', one of the last surviving wooden boeiers from the province of Holland. She was originally named the 'Piet Hein', after the popular seventeenth century admiral of that name, and she was built at the Het Jacht (the Yacht) shipyard in Amsterdam in 1898. The owner and master shipbuilder of this yard was Nicolaas Adrianus Bernhard, a member of a family with a long shipbuilding tradition. Of the many boeiers built at Het Jacht - at first of wood, later also of steel - only one wooden specimen besides 'Phoenix' is known to exist the 'Ludana', built as the 'Olga' in 1898. This boeier still exists in England, though in a state of considerable neglect.

pdf Wooden Boat artikel RC99 Boeier Phoenix - EH Bon 1979

1974

1974: Inschrijving Boeier Phoenix door E.H. Bon

Lijnenplan getekend door E.H. Bon
Lijnenplan getekend door E.H. Bon

1980

1980

1980: Stichtingsmonografie nummer 10: Beschrijving van de Boeier 'Phoenix'

Tussen 1977 en 1990 verscheen een reeks artikelen die gebundeld werden in twee ringbanden, in totaal 465 's tekst + illustraties, de z.g. Stichtingsmonografieën. Ze werden aan de toenmalige donateurs toegezonden maar zijn verder niet in de boekhandel verkrijgbaar. 
E.H. Bon schrijft:
Toen ik in 1973 eigenaar werd van de 'Phoenix' heb ik het plan opgevat deze door Bernhard in Amsterdam gebouwde boeier op te meten en zodanig in tekening te brengen dat het mogelijk zou zijn aan de hand ervan een nieuw schip te bouwen. Hierbij is in het bijzonder aan de modelbouw gedacht. Vanzelfsprekend zijn de tekeningen niet volledig daarvoor is het aantal constructiedetails veel te groot. Toch hoop ik een globaal beeld gegeven te hebben hoe een dergelijk schip in elkaar zit.
Monografie nummer 10 is volledig gewijd aan de Boeier Phoenix.

2003

2003

2003: Uitgebreide restauratie in 2003 door Pier Piersma in Heeg

2005

2005

2005: De Boeier 'Phoenix' in het boek "De Boeier" van Dr. Ir. J. Vermeer

Vuerhard bezat eerder al een kleinere boeier of open jacht met dezelfde naam "Fata Morgana", zoals blijkt uit de lijst van deelnemers aan de zeilwedstrijden van de Koninklijke Nederlandsche Zeil- en Roeivereeniging (KNZRV) op het IJ voor Amsterdam in 1886. Dit jacht komt in de klasse 'Jachten en Boeijers enz. boven 5,50 tot en met 8 Meter' uit tegen onder meer de eerste "Annie" van C.A. Volk.
Direct al in het jaar 1889 neemt Vuerhard met zijn nieuwe aanwinst deel aan de zeilwedstrijden van de KNZRV op het IJ voor Amsterdam en op de Zuiderzee buiten de Oranjesluizen. In zijn klasse ontmoette de "Fata Morgana" nog drie andere bijna nieuwe boeiers, en wel de "Telephoon" van H. Bernhard (gebouwd in 1884), de "Sperwer" van C. Jurrjens (uit 1886) en de "Catharina Elisabeth" van J.Th.C. van Campen (uit 1888), alsmede de kleinere "Batavier" van mr W. Bakker. Het is gelijk de enige keer dat Vuerhard met deze boeier aan de start verschijnt. Mogelijk was hij teleurgesteld in de snelheid van zijn schip, zoals zou kunnen blijken uit de verderop te citeren brief. 

De 'Fata Morgana' in andere handen

Feit is dat hij het spoedig heeft verkocht, want drie jaar later, in 1892 komt de "Fata Morgana" uit in dezelfde serie wedstrijden, nu eigendom van mr F.J.M. de Wetstein Pfister en mr C.Th.F. Thurkow te 's-Gravenhage. In datzelfde jaar is de boeier als wedstrijdjacht gemeten, hetgeen blijkt uit het reeds eerder ter sprake gekomen oudste meetregister van de Verbonden Zeilvereenigingen van Nederland en België (Bijlage M). De afmetingen van deze boeier zijn volgens het meetformulier 8,79 bij 3,62 meter en de bijbehorende wedstrijdtonnemaat WT 6,6.
Ook deze heren laten zich slechts eenmaal op de wedstrijdbaan zien. Pas in 1900 en 1901 komt de "Fata Morgana" opnieuw aan de start. Hij blijkt weer in Amsterdamse handen teruggekeerd; eigenaren zijn nu F.A. van Hall en A. WalIer. In de klasse met wedstrijdmaat boven WM 7,5 tot en met 9,5 streden in 1900 vijf boeiers om de eerste prijs: "Sperwer", nu van de Rotterdammer C. Hooykaas, de "Persévérance" van F. de Surgeloose, de "Nora" van J.F. Bangen en de nieuwe stalen boeier "Kampioen" van de Marine Jachtclub. In 1901 troffen vier van deze vijf elkaar opnieuw. Er is een fraaie actiefoto overgeleverd van de spannende race tussen "Kampioen" en "Fata Morgana".

Eigendom van mr P. Blussé van Oud Alblas te Dordrecht in 1907

Weer enkele jaren later blijkt de boeier eigendom van mr P. Blussé van Oud Alblas te Dordrecht. Diens zoon mr A. Blussé van Oud Alblas schreef in 1953 aan de toenmalige conservator van het Fries Scheepvaart Museum Halbertsma het volgende:
... In 1907 kocht mijn vader een boeier, lang 8,80 m, breed 3,60 m. Ik meen dat dit schip vroeger "Fata Morgana" geheten heeft. Mijn vader bracht het in de vaart onder de naam "Willemina". ... De overlevering wilde, dat deze boeier voor de hardzeilerij was gebouwd, doch geen succes was geweest. Het schip was buitengewoon fraai gebouwd. Lekkage aan dek of in de roef deed zich nimmer voor. De "Willemina" werd in 1909 door mijn vader verkocht aan W.H. de Vos te Dordrecht - thans nog in leven - die haar weer doorverkocht. Toen in Juli 1914 in België de mobilisatie werd afgekondigd logeerden wij te Duinbergen bij Heijst (België). Op den ochtend van ons vertrek zagen wij de "Willemina" onder de kust voorbij komen, bestemd voor de Wielingen. Het schip zag er toen erg donker en verweerd uit en was vermoedelijk Belgisch eigendom ... 
Waarschijnlijk vergiste de schrijver van de brief zich (na 45 jaar!) in het jaartal, want de "Willemina" komt al voor op een lijst van deelnemers aan de voorgiftwedstrijden van de Dordrechtsche Roei- en Zeilvereeniging op 11 september 1904. Hoe dit ook zij, het is merkwaardig dat deze boeier, waarover in de brief met zoveel lof werd geschreven, toch telkens maar kort bij zijn respectievelijke eigenaars bleef. Ook W.H. de Vos (lange jaren eigenaar van het bekende Lemsteraakjacht "Onrust") verkocht hem spoedig weer door, waarschijnlijk naar België, zoals uit de brief zou kunnen worden opgemaakt. 

België

De veronderstelling ligt verder voor de hand, dat de Belgische eigenaar bij het uitbreken van de oorlog geprobeerd heeft de boeier in veiligheid te brengen, wij nemen aan naar Nederland en waarschijnlijk naar Rotterdam. Hier raken wij het spoor van deze boeier bijster. Feit is nu dat omstreeks 1915 een grote boeier van Bernhard eigendom werd van de heer L.J.C. Vuyk jr te Rotterdam onder de naam "Piet Hein", zoals blijkt uit het gedenkboek van de Roei- en Zeilvereeniging `De Maas'. Vuyk had namelijk een Fries jacht met dezelfde naam in 1915 van de hand gedaan. Hij had dit jacht in 1909 overgenomen van Carl Jurrjens, de eerste eigenaar van de beroemde Jouster boeier "Sperwer". Vuyk was in de tijd toen hij het Friese jacht bezat een fervente wedstrijdzeiler. Of hij deze activiteit voortzette met zijn nieuwe boeier hebben wij niet kunnen terugvinden. De hier afgedrukte foto van de "Piet Hein" zeilend in de omgeving van Rotterdam komt voor in het tijdschrift "Ons Element".

Het gedenkboek van 'De Maas'

Het gedenkboek van 'De Maas' vermeldt dat deze boeier in 1923 eigendom werd van W.N.H. van der Vorm te Rotterdam, een lid van de rederijfamilie van de toenmalige Holland-Amerika Lijn. Diezelfde Van der Vorm bezat eerder een tjotter genaamd "Alfa" (zeilnummer 1 OF, WM 5,0), waarmee hij wedstrijden bezocht, onder andere in 1919 de Tweede Kaagweek. Ook met de tot "Miami" omgedoopte boeier kwam hij herhaaldelijk aan de start, ook weer in de Kaagweek 1924, waar gezeild werd tegen de concurrenten "Albatros" van Bokma, "Mientje" van Touw en "Eudia" van Dieperink.149 Het Nederlandsch Jachtregister van 1924-25 vermeldt inderdaad de boeier "Miami" (ex "Piet Hein") op naam van W.N.H. van der Vorm te Rotterdam, bouwer H. Bernhard te Amsterdam, bouwjaar 1885 (Bijlage B nr 55); dit moet dus zijn N.A. Bernhard, bouwjaar 1889. 
In het aangehaalde gedenkboek van 'De Maas' lezen wij dat 'Miami" in 1926 plaats moest maken voor de stalen "Valk", een jacht in reddingbootmodel. Het ligt voor de hand dat Van der Vorm de "Miami" toen heeft verkocht. Een bericht in het tijdschrift "Ons Element' vermeldt inderdaad dat Van der Vorm de boeier heeft verkocht aan A. Oudshoorn te Warmond. Vaststaat, dat in het jaar 1935 de boeier in handen kwam van de Amsterdamse fabrikant Van Werkhoven en dat hij toen verhuisde naar de Loosdrechtse Plassen. 

Eigenaar Van Werkhoven

Een foto uit dat jaar is opgenomen in "De Waterkampioen". In de stamboekmonografie van Bon gewijd aan deze boeier komt een dochter van Van Werkhoven aan het woord, die in 1979 nog de volgende interessante bijzonderheden weet te vertellen:
... De boeier was tot na de oorlog in ons bezit. De laatste hongerwinter was hij uitgeleend aan verzetsmensen, die met boot en al onderdoken ergens in het riet. Wijzelf hebben van de boeier, de oorlog door, veel genoten. 't Was ons zomerhuis. We zeilden platbodemwedstrijden met de schepen die uit Muiden weg moesten. Later moesten wij nog de zeilen inleveren, maar kwamen toch nog heel veel aan boord. In onze tijd was de boeier nog volkomen origineel, ook de binneninrichting, met in 't vooronder de kooien met schuifdeuren. Ook de mast had zijn volle lengte met een enorm grootzeil, fok en kluiver. We waren vol tuig een van de snelsten en hij lag heerlijk rustig op 't roer, als de kluiver er maar bij stond. Wij vonden hem wel eens overtuigd. maar daardoor ook zo prachtig...
Tot 1947 bleef de "Miami" in bezit van Van Werkhoven, waarna hij in handen kwam van het jachtverhuurbedrijf Ottenhome te Loosdrecht. 

Eigenaar R. Visser laat de boeier restaureren door Janus Kok

Enige jaren later, in 1955, kocht de heer R. Visser te Huizen, directeur van een textielfabriek, de boeier, die zich toen in halfgezonken toestand bevond bij jachthaven 't Kompas. Eigenaar bleek te zijn Th. Cohen te Oud-Loosdrecht. De in zeer slechte staat verkerende boeier werd verhaald naar de botterwerf van Janus Kok te Huizen. In een brief aan de heer Spits schrijft de heer Visser, dat hij de boeier bij Kok laat restaureren, waarbij de roef 10 centimeter wordt verhoogd en naar achteren iets verlengd. Ook "De Waterkampioen" meldt in de rubriek De Uitkijk de restauratie als een verheugend bericht en in de in hetzelfde nummer verschenen eerste schepenlijst van de nieuwe Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten is de "Miami" opgenomen op naam van R. Visser te Huizen. De restauratie kostte vrij veel tijd omdat alles boven de berghouten werd vernieuwd. Behalve bovengenoemde wijzigingen aan de kajuit werd het dek vervangen en de kuip zelflozend gemaakt met verhoogde vloer, alles in teakhout. Bovendien werd het boeisel bij de kop iets verhoogd. Ook werd een nieuwe motor ingebouwd en werd het tuig iets verkleind. Na twee jaar kwam de boeier in herboren staat, onder de nieuwe naam "Phoenix", weer in de vaart, net op tijd om aanwezig te zijn bij de overdracht en plechtige tewaterlating van het Prinsessejacht "De Groene Draeck" op 14 juni 1957. Een plaquette die de aanwezigheid daarbij van de boeier aantoont, is nog steeds aanwezig. In de tijd dat de heer Visser de boeier bezat, was het IJsselmeer het vaargebied, met als thuishaven Muiden.
In 1962 meldt H. Engelbracht te Haarlem in een brief aan de secretaris van het Stamboek dat hij de boeier "Phoenix" heeft gekocht van de heer Visser te Blaricum. Hij houdt hem evenwel slechts kort, want reeds na een jaar meldt hij de verkoop aan A. Bos. De heer Bos, huisarts te 's Gravenhage, bezat een zomerwoning in het gebied van de Oude Venen bij Eernewoude, waar de boeier een ligplaats kreeg. Het onderhoud werd gedaan op de werf van Wester in Grouw. Na het overlijden van de heer Bos in 1970 kocht de scheepsbouwer W. Stofberg te Leimuiden de boeier van de weduwe Bos.

Eigenaar E.H. Bon

In 1973 werd de "Phoenix" eigendom van de heer E.H. Bon te Amsterdam. In overleg met Stofberg werd een meerjaren-restauratieplan opgesteld voor zowat alle onderdelen van het schip en de tuigage. Meteen in hetzelfde jaar werden uitvoerige opmetingen van vorm en constructie uitgevoerd, resulterende in het reeds gememoreerde artikel Beschrijving van de boeier "Phoenix"; dat met gedetailleerde tekeningen is opgenomen in de serie monografieën van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten. De familie Bon gebruikte de boeier intensief voor zeiltochten op het IJsselmeer, de Zeeuwse en Friese wateren en de Wadden. In 1986 was de "Phoenix" admiraalsschip van de Nederlandse vloot in New York bij de Operation Sail'. Vanaf 1974 werd meegedaan aan de jaarlijkse zomerreünies van de Stichting Stamboek. Ook aan zeilwedstrijden werd deelgenomen. In de Trintelwedstrijd op 31 augustus 1974 won de "Phoenix" in zijn klasse de eerste prijs.

Latere eigenaren

De heer J.F. Vergunst te Hilversum verwierf de boeier in 1988. Friesland werd nu weer het vaargebied, aanvankelijk vanuit Heeg; later was Grouw de thuishaven, waar de "Phoenix" een schiphuis als ligplaats kreeg. De boeier werd intensief gebruikt. Behalve verschillende keren aan de 'kleine reünie' in Heeg, werd deelgenomen aan Sail-Amsterdam in 1990 en 1995. Ook maakte men grote reizen. In 1992 werd de bijeenkomst in Brest/Douarnenez bezocht en in 1993 volgde een tocht naar Denemarken. In 1997 ondernam de familie een reis naar Duitsland. Vanaf de Elbe bezocht men het meren¬gebied ten noorden van Berlijn en via deze stad werd ook het gebied ten westen hiervan verkend.
In 2000 deed de heer Vergunst de "Phoenix" over aan de heer N. Krul te Enkhuizen. Deze gebruikte de boeier zeer weinig en verkocht hem in 2003 aan jachtwerf Piersma in Heeg. In datzelfde jaar werd hij overgenomen door de familie Brenninkmeijer, die Piersma opdracht gaf tot een grondige restauratie.
 

Technische gegevens

Hoofdafmetingen

  • Lengte over de stevens    8,96 m
  • Grootste breedte over de berghouten 3,76 m
  • Holte op het grootspant    1,52 m
  • Diepgang    0,74 m
  • Zeiloppervlak: grootzeil + fok    57,4 m2
  • Kluiver    10,5 m2

Bijzonderheden

  • kielbalk 10 x 10 cm
  • over de gehele lengte gepiekte bodem
  • vlaktilling 13°
  • vrij ver naar buiten gelegen ronde kimmen
  • 11 doorlopende huidgangen
  • betrekkelijk ver naar voren staande mastkoker
  • geen snijwerk
  • roerkop bekroond met vergulde leeuw

Opmerkingen

Met toestemming van de heer Bon zijn de tekeningen uit zijn beschrijving van de boeier in het Aanhangsel opgenomen. Opvallend fraai zijn de waterlijnen die op snelheid wijzen. Voor een bespreking van de karakteristieke kenmerken van de boeiers van Bernhard vergeleken met die van Van der Zee zij verwezen naar hoofdstuk 10 in het boek "De Boeier". De "Phoenix staat hier exemplarisch voor: een stoer schip met fraaie zeeg. De opmerking van mevrouw Van Werkhoven dat de boeier het beste zeilde met de kluiver erbij, is in overeenstemming met de enigszins voorlijk geplaatste mast.

2013

12 juli 2013

12 juli 2013: Aanvullingen van T.J.W. Visser, zoon van oud-eigenaar R. Visser uit Huizen (1955-1961)

T.a.v. de beschrijving van de Phoenix het volgende:

De opmerking dat de constructie van het boeisel bij Bernhard anders zou zijn bij die van Van der Zee is mogelijk, maar is niet van toepassing op de Phoenix.

Omstreeks 1955 heeft mijn vader, R. Visser, deze boeier in Loosdrecht bij jachthaven Het Kompas in gezonken toestand, in een sloot, gevonden. Na transport naar de werf van Kok in huizen is de Boeier daar volledig gerestaureerd, waarbij nieuw berghout en boeisel aangebracht zijn, tevens is de "kop" iets hoger geworden. De verwerking van "droge naadstukken" was een van de kenmerken van de boten van Kok. Ook in de kajuit zijde zijn deze terug te vinden. Ook deze kajuit is verhoogd t.o.v. het originele exemplaar. Kajuit en dek waren uitgevoerd in eiken en zijn bij deze restauratie uitgevoerd in teak. De huid was in een eerder stadium door een vorige eigenaar al vernieuwd en was in goede staat. Slechts een paar gangen zijn toen vernieuwd.

Ook kuip en kuipvloer zijn totaal vernieuwd en uitgevoerd in Teakhout. Tevens is een nieuwe benzine motor ingebouwd (Graymarine ). Het interieur is toen ook vernieuwd met een andere indeling o.a. een toiletruimte en keuken, ook uitgevoerd in teakhout.

De mast is toen ingekort. Het vaargebied was het IJsselmeer en de thuis haven Muiden en met de originele mast was de boot voor dit vaargebied overtuigd. Omstreeks 1961 heeft mijn vader de boeier verkocht aan fam. Engelbracht uit Haarlem. naar ik meen is de daarop volgende eigenaar dhr. Bon geworden. Overigens heeft mijn vader de naam Phoenix aan de boot gegeven. Inschrijving in het "Stamboek" heeft toen al eind jaren 50 plaatsgevonden. 

Het eerste tochtje, op de motor, vond plaats vanuit huizen naar Muiden voor de overdracht ceremonie van De Groene Dreack

25 november 2013

25 november 2013: Archief Firma Gebroeders De Vries, werven De Vlijt en Westeinder

Huib de Vries vond in het archief van de Firma Gebroeders De Vries, werven De Vlijt en Westeinder de volgende aantekeningen over de Boeier 'Miami':

“Levering boeier “Miami”, bouw-volgnummer 385, voor H.J.J. van Werkhoven, ƒ 1430.”

Waarschijnlijk heeft het woord ‘levering’ voor het misverstand gezorgd, waardoor later gedacht werd dat deze boeier op De Vlijt was gebouwd. Dat is niet het geval want in 1885 werd dit houten zeiljacht op de werf “Het Jacht” aan de Lijnbaansgracht in Amsterdam gebouwd. Eigenaar van deze scheepswerf was N.A. Bernhard en de naam van de boeier was “Piet Hein”.
Eén van de latere eigenaren was vanaf 1923 W.N.H. van der Vorm uit Rotterdam, eigenaar van de Holland Amerika Lijn. Hij noemde de boeier “Miami”. Met deze naam kwam het jacht in 1934 op de werf in Aalsmeer. De nieuwe eigenaar was H.J.J. van Werkhoven, hij had de “Miami” kort daarvoor gekocht, waarschijnlijk via bemiddeling van de gebroeders De Vries van scheepswerf “De Vlijt”. Daarom werd waarschijnlijk het woord ‘levering’ gebruikt.

Bestekkenboek
Tussen november 1934 en augustus 1935 werden volgens het Bestekkenboek van de scheepswerf de volgende werkzaamheden verricht:

  • November 1934 - Boeier afgetuigd, klaarmaken en afdekken voor de winter, enkele malen leegpompen ƒ 10,50
     
  • December 1934 - Boeier volgnummer 385 “Miami”, levering ƒ 1400 Werkzaamheden ƒ 30. Rekening voor H.J.J. van Werkhoven te Amsterdam ƒ 1430
     
  • Mei 1935 - Boeier op de helling gehaald, enkele reparaties aan dek, romp en zwaarden, Verder geheel binnen- en buitenom schuren, lakken, verven en teren. Aan eikenhout en 2 scharnieren ƒ 4.90, Verder materiaal en arbeidsloon ƒ 110, Motor etc. schoonmaken ƒ 6
  • 17 augustus 1935 - Boeier op de helling halen ƒ 5. Nieuwe stukken in de huid gemaakt en boven de waterlijn nagezien. Aan hout, breeuwkatoen, slotschroeven, jachtlak en arbeidsloon ƒ 33,80

Totaal extra kosten over de maanden november tot en met augustus: ƒ 175,20

Hierna zijn in het archief van de werf geen mededelingen over de “Miami” te vinden.

2015

22 mei 2015

22 mei 2015: Her-Inschrijving in het Stamboek in 2015

Heeft u vragen en/of opmerkingen?

Terug naar het overzicht