Pijlstaart

Pijlstaart Niet actief

Dit schip heeft een plaquette van de SSRP aan boord van een eerdere inschrijving, maar staat nu "geregistreerd" in Categorie X in het Stamboek en wordt dus gekenmerkt als 'Inactief'. Schip en eigenaar zijn op dit moment NIET "actief" aangesloten bij de SSRP als Behoudsorganisatie. De huidige eigenaar is (nog) niet in onze administratie opgenomen. Deelname aan Evenementen waarbij de eis wordt gesteld, dat het schip en de eigenaar zijn aangesloten bij dezelfde Behoudsorganisatie als onderdeel van de FVEN, is vanuit de SSRP daarom NIET mogelijk.

Dit betekent dat het schip nog onderdeel is van de Aanmeldingsprocedure (her-inschrijving) of, en dat geldt voor de meeste schepen, de eigenaar heeft het schip niet her-aangemeld en betaalt dus ook geen jaarlijkse bijdrage aan de SSRP voor Inschrijving in het Stamboek. Eventueel vermelde gegevens van schip en oud-eigenaren dateren meestal uit de periode van eerdere 'actieve' Inschrijvingen en zijn waarschijnlijk niet volledig en mogelijk niet correct. Voor dit schip kan, omdat het niet aantoonbaar voldoet aan de Criteria van de SSRP, geen Meetbrief door de KNWV worden afgegeven.
Vanwege de doelstelling van de SSRP om alle historie van de in het Stamboek opgenomen schepen vast te leggen, worden in de Schepenlijst wel de in het stamboekarchief beschikbare gegevens van dit ooit geregistreerde schip en summiere gegevens van de (oud-)eigenaren getoond.
Heeft u informatie over dit schip of bent u eigenaar en wilt u het graag weer 'activeren'? Laat het ons weten!

De Pijlstaart is een Lemsteraak van 15,35 meter lang en 4,90 meter breed. Zij is ontworpen door J.P.G. Thiebout en gebouwd op zijn werf De Amstel. De romp is geheel van teakhout en daarmee is zij de enige Lemsteraak van teak en de enige houten Lemsteraak die als jacht werd gebouwd. Het interieur moet ook iets heel bijzonders zijn geweest. Het was vervaardigd door de Koninklijke Nederlandse Meubelfabrieken H.P. Mutters en Zoon uit Den Haag.

Mutters bouwde veel interieurs voor passagiersschepen. Zo hebben ze ook een aantal luxe hutten verzorgd voor de Titanic. Volgens de verhalen had de Pijlstaart een prachtig, luxe Jugendstil interieur. Er zouden door Mutters aquarellen vervaardigd zijn. Helaas zijn zowel het interieur als de aquarellen spoorloos verdwenen, vermoedelijk rond de Tweede Wereldoorlog.

Eigenschappen

Plaquette nummer:1130 Zeil nummer: VA65
Categorie:X Tekening nummer:
Type:Lemsteraak

Bouw

Bouwjaar:1919 Ontwerper:J.P.G. Thiebout
Werf:J.P.G. Thiebout De Amstel Werf plaats:Ouder Amstel
Motor:Inbouw Motor type:
Materiaal romp:Teakhout Materiaal kajuit:Teakhout
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:15,35 m Breedte berghout:5,10 m
Diepgang:1,30 m Masthoogte water:18,50 m
Oppervlakte grootzeil:80,00 m2 Oppervlakte fok:40,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:20,00 m2
Oppervlakte totaal:140,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1919 – 1919 Dhr. Brugma ( Pijlstaart)
1920 – 1930 L. Pieters, Rotterdam ( Pijlstaart)
1930 – 1940 R. Morphew ( Pijlstaart)
1940 – 1949 Oorlogsbuit / smokkelschip ( Pijlstaart)
1949 – onbekend Franse eigenaar, naam onbekend ( Pijlstaart)
1968 – 1972 Dhr. Rademakers ( Pijlstaart)
1972 – 1975 P.J.J.M. Erens, Hilversum ( Pijlstaart)
1975 – 1990 J. Boel, Kraggenburg ( Pijlstaart)
1990 – 2004 R. van Leyenhorst, Driehuizen ( Pijlstaart)
2004 – onbekend Robert Adrichem ( Pijlstaart)

Geschiedenis

1925

20 september 1925

20 september 1925: Diploma Zeilwedstrijd "De Maas"

1931

februari 1931

februari 1931: Watersportblad "Watersport": De reis van de 'Pijlstaart' naar de Middelandse Zee

1955

1955

1955: Archief SSRP - Geschiedenis Lemsteraak 'Pijlstaart'

1979

13 februari 1979

13 februari 1979: Inschrijving Lemsteraak 'Pijlstaart' in Stamboek door J. Boel

1990

1990

1990: Oproep redding Lemsteraak 'Pijlstaart' op de Hiswa in 1990

2009

maart 2009

maart 2009: Spiegel der Zeilvaart 2009: De 'Pijlstaart' een Lemsteraak van Teak

Jan van Wijlen schrijf in de Spiegel der Zeilvaart in maart, april en mei een drietal artikelen over de bijzondere geschiedenis van de Lemsteraak 'Pijlstaart':

Over de 'Pijlstaart' doen veel verhalen de ronde. Het blijft steeds de vraag of het een sprookje is of een waar gebeurd verhaal. Een van de verhalen: in die tijd was teakhout ook al erg kostbaar. De bouw van het jacht werd nog kostbaarder toen bleek dat teak zich helemaal niet zo goed krom liet branden als bijvoorbeeld eikenhout. De ene na de andere kostbare gang brak. Uiteindelijk, zo ging het verhaal, is het schip afgebroken. Thiebout heeft de lijnen toen zo veranderd dat het wel te bouwen was. 
Een ander verhaal vertelt over de teakhouten schoenersloep Kraggenburg (ex 'Attie'). Ze zou zijn gebouwd van het afval dat bij de bouw van de Pijlstaart zo rijkelijk op de werf te vinden moet zijn geweest. Dit lijkt mij echter haast niet mogelijk, aangezien de Kraggenburg al in 1917 te water werd gelaten.
Nog zoiets: N.V. Werf De Amstel zou failliet zijn gegaan aan het debacle met de Pijlstaart. Dit zou heel goed het geval kunnen zijn geweest. Tot op heden heb ik nog steeds niet de exacte datum van het faillissement boven water kunnen halen. Zeker is dat het begin jaren twintig moet zijn geweest. Het tekeningnummer van de Lemsteraak is 475. Het nummer van het laatst gebouwde scheepje op de werf was 501. Dit was de schoenersloep Zeeslang (zie SdZ 2006, nr. 6). Het zou dus zo kunnen zijn.

Alle drie de verhalen hierboven beschreven komen uit overlevering. Hiervan was niets met feiten te staven. Er zullen nog diverse sprookjes volgen.

De opdracht

In 1916 liet J.M.C. Brugma bij werf De Amstel een kottergetuigd jacht met midzwaard bouwen. Het schip werd 'Justine 'gedoopt, naar de moeder van Brugma. Eigenlijk heette ze Justina, maar ze vond Justine mooier. Brugma was directeur van de Nederlandsche Commisie Bank te 's-Gravenhage. Hij was een echte sportman. Naast zeilen deed hij ook aan wielrennen en golfen. Voor dat laatste moest hij steeds naar Duitsland, omdat in het calvinistische, zompige Nederland nog geen golfbanen waren.
Er rijpte een plan voor een nieuw project. Brugma wilde een groter schip. Het zou niet zomaar een schip worden. Het moest echt iets unieks worden. Zo sterk en zo degelijk dat het een eeuwigheid mee zou gaan. Eén waar je langer aan boord kon verblijven en dat niet bang was voor het grote water. Hij zou er zelfs mee naar de Middellandse Zee moeten kunnen. Het werd een Lemsteraak van teakhout. Teak was immers onverslijtbaar. De kop en kont moesten ook wat hoger worden, zodat het grote water geen probleem zou zijn. Er zouden twee schippers op komen. Er zou een, voor die tijd, fabelachtig zware motor in komen. J.M.C. Brugma wilde voldoende vermogen hebben om gemakkelijk te kunnen manoeuvreren. Ook het interieur moest iets bijzonders worden. Een rijkelijk versierd Jugendstil interieur, waarbij kosten nog moeite werden gespaard. Brugma was erg perfectionistisch en was erg tevreden over het werk dat Thiebout met het vorige jacht had afgeleverd. Dit resulteerde in 1918 in de nieuwe opdracht.

De 'Pijlstaart' samen met de 23,70m lange schokker 'Margaretha', in 1895 gebouwd bij Van Duivendijk in Tholen, in een wedstrijd op de Nieuwe Maas.
De 'Pijlstaart' samen met de 23,70m lange schokker 'Margaretha', in 1895 gebouwd bij Van Duivendijk in Tholen, in een wedstrijd op de Nieuwe Maas.

De bouw

In 1918 en 1919 waarde de Spaanse griep rond. Wereldwijd stierven aan deze ziekte twintig tot honderd miljoen mensen. In Nederland stierven hieraan 27.000 mensen. De Spaanse griep kreeg ook Brugma te pakken. Doordat hij zo'n sportman was, beschikte hij over een heel goede conditie en hij overleefde deze griep. In het voorjaar van 1919 zou de aak worden opgeleverd. In februari 1919 was hij zover opgeknapt, dat hij weer een bezoek kon brengen aan de werf. Het werk vorderde gestaag en hij was natuurlijk erg nieuwsgierig. Tijdens dit bezoek vatte hij kou. De rit met de koets van 's-Gravenhage naar Ouderamstel was toch wat teveel voor zijn verzwakte toestand. De kou ging over in een longontsteking. Een week later, op 3 maart 1919, overleed J.M.C. Brugma, 39 jaar oud.
Het tafelzilver, waarin de naam van het schip zou worden gegraveerd, was al besteld. Het serviesgoed, met de KNZRV-vlag erop, stond al klaar om aan boord te worden geladen en er was al een tweede schipper aangenomen. Het was allemaal niet meer nodig. J.M.C. Brug¬ma mocht zijn droom niet uit zien komen. Zijn droomschip kwam echter wel af. Ondanks dat het schip nog niet eens was opge-leverd, wist de weduwe Brugma de Justine II te verkopen. Het schip was dan wel niet meer binnen de familie, maar ze leefde toch verder binnen het gezin Brugma. De droom van Brugma was een droom waar de hele familie tot in lengte der dagen trots op zal zijn: een schip, zo bijzonder, zo uniek en zo sterk. 

pdf SdZ 2009 maart nummer 2 - De Pijlstaart een Lemsteraak van Teak (1)

april 2009

april 2009: Spiegel der Zeilvaart april nummer 3 - De Pijlstaart een Lemsteraak aan de Middelandse zee

In het eerste deel van het drieluik over de Pijlstaart hebben we kennis kunnen maken met deze legendarische teakhouten Lemsteraak. In 1931 werd ze verkocht aan een Engelsman en belandde ze in Monte Carlo aan de Middellandse Zee. In het tweede deel het vervolg: oorlogsgeweld, de zeebodem en de wederopstanding.

Het is niet bekend hoe lang Reginald Morphew het schip in bezit heeft gehad, noch aan wie hij het heeft verkocht. Zeker is wel dat het schip enige tijd in Monte Carlo heeft gelegen. De zoon van de opdrachtgever, Ch. A. Brugma, was Luitenant ter Zee 1e klas bij de Marine. In 1937 ging hij met vakantie naar Zuid-Frankrijk. Tijdens een bezoek aan Monte Carlo zag hij tot zijn verrassing de Pijlstaart in de haven liggen. Hij vond dat het schip toen een wat rommelige indruk maakte. Toch maakte hij er een foto van.

De Tweede Wereldoorlog is voor de Pijlstaart een periode van spannende verhalen. Of moeten we het weer sprookjes noemen? De wildste verhalen doen de ronde over deze tijd. Ze zou hebben gediend als smokkelschip en later zou het schip in handen zijn gekomen van partizanen. Het verhaal gaat dat er in die tijd zelfs een kanon op het voordek stond. Tijdens de geallieerde landing op Sicilië in 1943 was ze samen met die partizanen aanwezig. Bij deze actie zou ze tot zinken zijn gebracht. Hoe lang het schip op de zeebodem heeft gelegen is niet bekend. Eveneens weten we niet wie de eigenaar toen was of eigenlijk had moeten zijn. Spannend klinkt het allemaal wel, maar waar ligt de waarheid? Diverse naspeuringen in Italië en Sicilië leverden niets op. Het enige betrouwbare aanknopingspunt van niet al te lang na de oorlog vond ik in het gedenkboek ter ere van het honderd jarig bestaan van Koninklijke Roei en Zeilvereniging De Maas uit 1951: "Zij is aan het buitenland verkocht en kwam aan de Rivièra terecht. Gedurende de Tweede Wereldoorlog werd ze gevorderd en zonk bij gevechten op Sicilië. Na de capitulatie door Italianen gelicht, werd zij door hen als smokkelschip gebruikt. Tenslotte is zij weer aan de rechtmatige Franse eigenaar uitgeleverd."

pdf SdZ 2009 april nummer 3 - De Pijlstaart een Lemsteraak aan de Middelandse zee (2)

mei 2009

mei 2009: Spiegel der Zeilvaart 2009 mei nummer 4 - De Pijlstaart een schip met een ziel

Een snel wedstrijdschip, landing op Sicilië, een kanon op het voordek, restauraties. Het kwam allemaal al voorbij.
De laatste van het drieluik over de Lemsteraak Pijlstaart behandeld de meest recente periode. Toch was deze tijd niet echt minder roerig dan hetgeen ze in eerdere jaren meemaakte.

In november 1975 ging het jacht over in handen van Johannes Boel uit Kraggenburg. In die periode stak een typisch Thiebout probleem de kop op. J. Boel wilde het jacht inschrijven in het stamboek voor ronde en platbodemjachten. Ondanks dat het jacht al ruim 65 jaar als een Lemsteraak door het leven ging, vond de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten de Pijlstaart geen Lemsteraak, omdat haar kop wat anders van vorm was. Maar goed, dat was niets nieuws: Schepen van Thiebout geven vrij veel aanleiding tot discussies. En dat is nu juist het mooie van een Thiebout schip: De schepen zijn zo uniek dat geen Behoudsorganisatie weet wat ze ermee moeten. Uiteindelijk werd het een voorwaardelijke inschrijving. Deze hield stand tot 1990. Door een document uit 1925, waarop het schip als Lemsteraak staat vermeld, werd besloten dat ze toch als Lemsteraak door het leven mag. Vanaf die tijd is ze definitief ingeschreven in het Stamboek.

Brandmerk

In de winter lag de Pijlstaart doorgaans in Amsterdam terwijl in de zomer Harlingen de thuisbasis was. Van hieruit werden ook verdere reizen ondernomen zoals naar Denemarken. Regelmatig werden er reparaties uitgevoerd. Eerst bij werf Het Kromhout, maar nadat Bas van Meer, die daar werkzaam was, voor zichzelf begon, werden deze door hem uitgevoerd. Zo zijn er een aantal nieuwe gangen in gezet en diverse spanten in gelamineerd. Reparaties werden uitgevoerd in eiken.
Op een bepaald moment bij het droogvallen op het wad, nam de onderkant van het schip de vorm van het wad aan. Alle deuren en kastjes wilden niet meer open. Er is toen een stalen dooskiel onder gezet. Dit zorgde voor veel extra stijfheid. Door deze kiel zeilde het schip ook scherper aan de wind.
In 1978 liet Johannes Boel het schip opmeten door het KNWV en de Scheepsmetingendienst. Daarna werd ze te boek gesteld op naam van Stichting Directie Pensioenfonds Ir. J. Boel, adviseur speurwerkaangelegenheden B.V. Hiermee kreeg ze een brandmerk: 7913 B Amst 1978.

pdf Spiegel der Zeilvaart 2009 mei nummer 4 - De Pijlstaart een schip met een ziel

mei 2009

mei 2009: Verkoopadvertentie 2009

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht