Pleuntje

Pleuntje Niet actief

Dit schip heeft een plaquette van de SSRP aan boord van een eerdere inschrijving, maar staat nu "geregistreerd" in Categorie X in het Stamboek en wordt dus gekenmerkt als 'Inactief'. Schip en eigenaar zijn op dit moment NIET "actief" aangesloten bij de SSRP als Behoudsorganisatie. De huidige eigenaar is (nog) niet in onze administratie opgenomen. Deelname aan Evenementen waarbij de eis wordt gesteld, dat het schip en de eigenaar zijn aangesloten bij dezelfde Behoudsorganisatie als onderdeel van de FVEN, is vanuit de SSRP daarom NIET mogelijk.

Dit betekent dat het schip nog onderdeel is van de Aanmeldingsprocedure (her-inschrijving) of, en dat geldt voor de meeste schepen, de eigenaar heeft het schip niet her-aangemeld en betaalt dus ook geen jaarlijkse bijdrage aan de SSRP voor Inschrijving in het Stamboek. Eventueel vermelde gegevens van schip en oud-eigenaren dateren meestal uit de periode van eerdere 'actieve' Inschrijvingen en zijn waarschijnlijk niet volledig en mogelijk niet correct. Voor dit schip kan, omdat het niet aantoonbaar voldoet aan de Criteria van de SSRP, geen Meetbrief door de KNWV worden afgegeven.
Vanwege de doelstelling van de SSRP om alle historie van de in het Stamboek opgenomen schepen vast te leggen, worden in de Schepenlijst wel de in het stamboekarchief beschikbare gegevens van dit ooit geregistreerde schip en summiere gegevens van de (oud-)eigenaren getoond.
Heeft u informatie over dit schip of bent u eigenaar en wilt u het graag weer 'activeren'? Laat het ons weten!

Dr. Ir. J. Vermeer schrijft in zijn boek "De Boeier" over de 'Pleuntje' het volgende:
Deze boeier, ongeveer honderd jaar geleden door de heer Andreae besteld om het boeierzeilen te bevorderen, laat duidelijk zien dat de bouw iets eenvoudiger is uitgevoerd dan tot dan toe gebruikelijk, ook op de werf van Lolke Lantinga. We zagen al eerder, dat de aangepaste werkwijze, die later door Feike Lantinga uit concurrentieoverwegingen consequent werd doorgevoerd, een rompvorm met plat vlak en hoekige kimmen opleverde, iets wat zich bij deze boeier reeds aankondigt. Ook is afgezien van houtsnijwerk op en rondom de kluisborden. Overigens heeft deze boeier een stoer uiterlijk door een relatief grote breedte, betrekkelijk hoge kop en achterschip en een forse zeeg.

'Mimi', de koosnaam van zijn dochter

Na de gloriedagen in de jaren tachtig en negentig van de negentiende eeuw was omstreeks het jaar 1900 de Zeilvereeniging `Sneek' in een crisis terechtgekomen. Zoals we al zagen, was er zo weinig animo voor het vervullen van een bestuursfunctie, dat in 1903 mr. P.C. Andreae op eigen houtje de wedstrijden op Hardzeildag moest regelen. Met enkele stadgenoten, waaronder de destijds bekende bankier Anton ten Cate, wist hij ten slotte een nieuw begin te maken. Teneinde de boeierklasse nieuw leven in te blazen, liet Andreae door Lolke Lantinga een nieuwe boeier bouwen. Deze kreeg de naam "Mimi", de koosnaam van zijn dochter.

Sneeker Hardzeildag

Het zal niet alleen daaraan gelegen hebben, feit is wel dat de boeierwedstrijden op de Sneeker Hardzeildag de daaropvolgende jaren inderdaad een grote opleving te zien gaven. Toen Andreae met de nieuwe "Mimi" in 1908 voor het eerst aan de start verscheen, waren er drie boeiers ingeschreven, welk getal in 1913 was aangegroeid tot negen, waaronder ook weer enkele uit 'Holland'. Vanaf 1908 tot en met 1918 nam Andreae elk jaar deel zowel aan de wedstrijden op de Sneeker Hardzeildag alsook aan de wedstrijden uitgeschreven door de Sneeker Zeilclub. Maar hij bezocht ook 'Oostergoo', hoewel in het bekende verslagenboek van deze vereniging in die periode soms alleen de prijswinnaars staan vermeld, waar de "Mimi" kennelijk dan niet toe behoorde. Na het jaar 1918 vinden we geen vermelding meer van de boeier "Mimi". Andreae zou hem in 1921 hebben verkocht. Aan wie is niet duidelijk, zoals hierna zal blijken.

Eigenschappen

Plaquette nummer:45 Zeil nummer:
Categorie:X Tekening nummer:
Type:Boeier

Bouw

Bouwjaar:1908 Ontwerper:L. Lantinga
Werf:L. Lantinga Werf plaats:IJlst
Motor:Inbouw Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:Eikenhout
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:8,17 m Breedte berghout:3,53 m
Diepgang:0,62 m Masthoogte water:12,00 m
Oppervlakte grootzeil:31,60 m2 Oppervlakte fok:18,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:9,00 m2
Oppervlakte totaal:58,60 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1908 – 1921 P.C. Andrea, Sneek ( Mimi)
1921 – onbekend P.H. 't Lam, Amsterdam ( Mimi)
+/- 1930 – onbekend Dhr. Krelage ( Pleuntje)
onbekend – 1939 In Engeland ( June)
1939 – 1952 G. de Vries Lentsch , Amsterdam
1952 – 1973 J.W. Bos, Overveen ( Vrouwe Johanna)
onbekend – onbekend J.W. Steffelaar, Krimpen a/d Lek / Zwolle / Hattem ( Vrouwe Johanna)
1988 – 2004 A. Maasdam, Terherne ( Pleuntje)
2006 – 2010 A.C. van Rijn, IJlst ( Pleuntje)
2010 – 2016 M. Dijkstra, Leidschendam ( Pleuntje)
2016 – 2017 I.L. van Klink, Piaam ( Pleuntje)
2017 – (Eigenaar, nu geen relatie met het Stamboek) A. Six, Scheveningen ( Pleuntje)

Geschiedenis

1925

1992

8 september 1992

8 september 1992: Leeuwarder Courant: Gat in geschiedenis van Boeier 'Pleuntje'

Symen Kingma
AKKRUM - De namen van de eigenaren en een opsomming van de maten in het jaarboek 1981 van het Fries Scheepvaart Museum meer is er niet bekend over de Friese boeier Pleuntje ex-Vrouwe Johanna en ex-Mimi. De tegenwoordige eigenaar is Bram Maasdam in Akkrum die de boeier een op maat gebouwde ligplaats heeft gegeven naast zijn huis aan de Boorn. Op de achtersteven steven staat in koper gegraveerd de naam Pleuntje. Dat is ook vroeger de naam geweest van het schip dat in 1908 is gebouwd door Lolke Lantinga in IJlst. Maar Maasdam heeft een gat ontdekt in de geschiedenis van de platbodem waarvan hij sinds 1988 eigenaar is. Waar was Pleuntje tussen 1921 en 1952?

De boeier is opgenomen in het stamboek Ronde en Platbodemjachten jachten. Ze maakt zelfs als nummer mer 45 deel uit van de eerste lijst die werd samengesteld over de klassieke houten Nederlandse schepen. Een bewijs hiervan is in rond koper aan de achterkant van de roef ingeslagen. Bram Maasdam dam heeft de boeier gekocht van Jan Willem Steffelaar te Nieuwkoop. Volgens gegevens van het Fries Scheepvaartmuseum was in 1969 J Bos in Overveen de eigenaar tot 1974. Hij herdoopte de boeier tot Vrouwe Johanna na de koop in 1952 bij de Amsterdamse werf De Vries Lentsch. Een zekere Krelage die in de anonimiteit is verdwenen gaf het schip de naam Pleuntje. Wanneer dat precies is gebeurd is niet bekend.

Vast staat dat de Sneker notaris P. Andreae de boeier in 1908 heeft besteld bij de Ulster werf Lantinga en dat hij haar haar Mimi doopte. Dat zou de koosnaam zijn geweest voor Andreaes dochter. Hij verkocht het schip in 1921. Vanaf dat moment zijn de wederwaardigheden waardigheden van de boeier in duisternis gehuld. Het schip zou tijdens de bezetting in Duits bezit zijn geweest, waarna Engelsen de boeier de Noordzee over brachten naar een tot dusver onbekend gebleven plaats. De nieuwe Engelse eigenaar plaatste een scheg onder het schip, waarschijnlijk na verwijdering van de zwaarden die daar vanwege het diepe water veelal ook niet nodig zijn. Zijzwaarden moeten tijdens het zeilen worden bediend en ze worden derhalve als ongemakkelijk beschouwd. De aanhechtingspunten van de scheg zijn in de roef nog zichtbaar.

Op zeker moment is de boeier weer overgebracht naar Nederland land en uiteindelijk keerde ze zelfs bijna op haar bouwplaats terug, toen Maasdam haar vier jaar geleden aankocht. Maasdam: Er is me verteld dat de boeier bij terugkeer in Nederland er zeer slecht deplorabel uitzag. De latere eigenaren hebben restauraties laten uitvoeren en je kunt nu zeggen dat ze weer in oude staat verkeert. De wederwaardigheden van de boeier vertonen een zekere overeenkomst komst met de boeier 'Catharina' die als wrak uit Engeland naar Workum werd gebracht na omzwervingen, die het schip zelfs naar het Turkse Izmir hadden gevoerd. De 'Catharina' is door Jan Hofstede uit Lekkum weer in optimale toestand stand gebracht. +

Bram Maasdam ligt niet wakker van de duistere jaren van de boeier, maar hij is wel nieuwsgierig naar de scheepsgeschiedenis in de periode tussen 1921 en 1952 . Drie werven hebben de Pleuntje alias Vrouwe Johanna op de helling gehad voor restauratiewerkzaamheden. Duivendijk op Tholen ,Pier Piersma in Heeg en als laatste Roelof van der Werff in Workum. Bram Maasdam laat een paar stukken ken scheepshout zien die aan de muur van zijn werkplaats hangen. Van achter de laken en verflaag kan het hout met de hand worden weggeschraapt. De successievelijke werven hebben het ingewaterde hout vervangen door nieuw eikehout.

Degelijk

Degelijk Lantinga bouwde degelijke en zware schepen. De ruimte tussen de spanten is niet meer dan 10 centimeter. De Pleuntje is een zware dame. Ze weegt zo’n tien ton zegt Maasdam. Haar zeileigenschappen zijn uitstekend zoals steeds weer wordt bewezen op de Friese meren, het IJsselmeer en deze zomer op de Waddenzee tussen Lauwersoog en Wangerooge boven Duitsland. Bij weinig wind wordt Pleuntje nogal eens door andere boeiers gepasseerd, omdat ze een korte mast heeft en daarom naar verhouding ook weinig zeil. 60 Vierkante meter aan een mast van ruim 12 meter. Je kunt zon mast wel gaan verlengen maar nu zeilen we bij windkracht 5 a 6 nog comfortabel zonder moeite en zonder een reef te zetten. Dat vind ik belangrijk en ook veiliger vooral al als je met je gezin zeilt.

De laatste restauratie gold de roef van de Pleuntje die bij Van der Werff in Workum met epoxylijm lijm wind en waterdicht is gemaakt. Sommige kenners zeggen dan wel dat de roef van een houten schip moet lekken, want dan is het pas echt, maar als Lantinga en Aukebaas over de middelen hadden beschikt om hun schepen helemaal waterdicht te maken hadden ze dat vast gedaan. De Pleuntje meet 8 meter en is 3 meter breed of 3 over de klampen. Ze is een supervoorbeeldvan vroegere Friese scheepsbouwkunst met de typische kenmerken merken van de IJlster werf.

Lantinga hield niet van sier zegt Jelmer Kuipers van het Fries Scheepvaart Museum in Sneek dat de afmetingen van de boeier op papier heeft. Als de eigenaren een leeuw op het roer wensten dan zorgden ze er zelf maar voor vond Lantinga. De Pleuntje draagt een ster op het roer. De bedelbalk en de boogvormige ingang van de roef zijn weliswaar voorzien van houtsnijwerk maar het is eenvoudig en gelakt - geen kleurige verf evenmin goudverf.

Bram Maasdam heeft het gevoel dat de boeier nog niet helemaal af is. Hij beraadt zich nog op mogelijkheden om Pleuntjes gezellige interieur verder te verfraaien. De Akkrumer directeur van AVM CCLB in Leeuwarden meent dat Wiegel z’n Statenjacht vast wel met de Pleuntje wil ruilen. Maar voor een ruil zijn twee partijen nodig en Pleuntje ligt de eigenaar zeer na aan het hart.

2005

2005

2005: De 'Pleuntje' in het boek "De Boeier" van Dr. Ir. J. Vermeer

Boeier "Mimi" van P.C. Andreae (Coll FSM)
Boeier "Mimi" van P.C. Andreae (Coll FSM)

Nederlandsch Jachtregister 1924-1925

Het Nederlandsch Jachtregister van 1924-25 vermeldt de boeier "Mimi", afmetingen 7,90 bij 3,20 meter, bouwer Lantinga 1908 te Warga(!), zeilnummer 19OC, WM 7,9; als eigenaar staat genoteerd E. Stahl te Amsterdam. Echter, in een Appendix aan dit register is dezelfde E. Stahl eigenaar van een boeier "Mimi" met een lengte van 7,10 m, bouwer onbekend, terwijl als eigenaar van de "Mimi" van Lantinga (19OC enz.) P.H. 't Lam te Amsterdam wordt genoemd (Bijlage B nr 58). Waarschijnlijk zijn de twee boeiers met dezelfde naam met elkaar verwisseld. Wij houden het erop dat 't Lam in 1925 de eigenaar was en niet Stahl, temeer omdat in hetzelfde jaar een verslag in het tijdschrift "De Watersport" de deelname vermeldt van 't Lam met de boeier "Mimi" aan een zeilwedstrijd van de Zeil- en Roeivereeniging 'De Nieuwe Meer'.

De boeiers "Mimi" van P.C. Andreae (huidige "Pleuntje") (I.) en "Johanna" van R.H.S. Visser (huidige "Rana"?) (r.) verlaten de haven van Harlingen voor een zeilwedstrijd, 1912 (Coll FSM)
De boeiers "Mimi" van P.C. Andreae (huidige "Pleuntje") (I.) en "Johanna" van R.H.S. Visser (huidige "Rana"?) (r.) verlaten de haven van Harlingen voor een zeilwedstrijd, 1912 (Coll FSM)

Verkoop naar Engeland

Het is wel zeker dat de boeier enkele jaren later naar Engeland is verkocht, maar waarschijnlijk niet door genoemde 't Lam. Een latere eigenaar namelijk, de nog te noemen J.W. Steffelaar, vermeldt in een historisch overzicht, voorkomende in een aan de Stichting Stamboek gezonden restauratierapport dat de boeier in de jaren dertig eigendom is geweest van een zekere Krelage. Diens zoon zou de boeier, die zijn vader voor de oorlog bezat, hebben herkend. De naam "Pleuntje" zou uit die tijd stammen. De verkoop naar Engeland blijkt uit een brief uit 1954 van de initiator van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten, C.J.W. van Waning, bij wie de boeier in 1952 onder de naam "Vrouwe Johanna" was aangemeld door dr J.W. Bos te Overveen. Van Waning, die dit ongetwijfeld had gehoord van dr. Bos, schrijft in deze brief aan F.G. Spits, in de beginperiode enige jaren beheerder van het stamboek, het volgende: Dit schip, lang 9 mtr, breed 3,20 mtr, zou zijn gebouwd door Lantinga te IJlst en later verkocht naar Engeland, waar het de naam 'Jube' droeg. Toen de Engelse eigenaar een nieuw jacht bestelde bij G. de Vries Lentsch te Amsterdam, heeft hij de oude boeier als inruilobject bij hem ingeleverd. Nadat de boeier ongeveer 10 jaar in de loods had gestaan werd zij in 1952 door tussenkomst van Dragt verkocht aan de huidige eigenaar. [Dr. Bos dus].

Terug in Nederland

Wanneer de boeier weer naar Nederland terugkwam, blijkt hier niet uit; dat kan echter, gezien de genoemde periode van tien jaar, haast niet anders dan zeer kort voor de Tweede Wereldoorlog geweest zijn. Genoemde Engelse eigenaar zou ter verhoging van de zeewaardigheid een 30 centimeter hoge scheg hebben laten aanbouwen. Omdat dit geen succes was, kwam het schip terug in Holland, bij De Vries Lentsch.

Eerste Schepenlijsten van het Stamboek

Inderdaad komt deze boeier voor in de eerste schepenlijst van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten, op naam van dr. J.W. Bos te Overveen; hij krijgt het stamboeknummer 45 toegewezen. Het schip was er door de ingrepen van de Engelse eigenaar en het jarenlang ongebruikt zijn, niet best aan toe en de heer Bos liet enige malen grotere herstellingen uitvoeren, onder andere bij Stofberg te Leimuiden en later bij Duyvendijk in Tholen. Hij schijnt een voorkeur gehad te hebben voor de wateren van de Biesbos en omgeving, waar de "Vrouwe Johanna" door boeierbezitters uit Drimmelen begin jaren zeventig vaak werd gesignaleerd (zie bij "Mientje"). In 1973 kocht de heer Steffelaar te Krimpen a/d Lek, later te Zwolle, de "Vrouwe Johanna". Het vaargebied werd nu de Kop van Overijssel, het IJsselmeer en Friesland. Ingrijpend waren de reparaties die Bos liet uitvoeren niet, want toen de heer Steffelaar de boeier overnam, stelde hij een herstelplan op en voerde zelf verschillende vernieuwingen uit. In 1981 diende hij voor de ingrijpendste restauraties geen subsidieaanvraag in. Dit werk werd uitgevoerd op de scheepstimmerwerf De Hoop in Workum, waarbij ten slotte ook de Engelse ballastkiel werd verwijderd. Na de ontmoeting met de heer Krelage Jr. werd de naam veranderd in "Pleuntje".

Tegenwoordig

De huidige eigenaar, de heer A. Maasdam te Akkrum, verwierf de boeier in 1988. Hij zette de herstelwerkzaamheden voort die Steffelaar was begonnen. Roef met gangboorden en binnenbetimmering werden ten slotte vernieuwd; de boeier bevindt zich momenteel in een uitstekende staat. Ook is in 1997 een nieuw tuig aangeschaft. Het vaargebied van "Pleuntje" vanuit de thuishaven Terhorne is het Friese merengebied, vakantietochten zijn gemaakt naar de Nederlandse en Duitse wadden en de Oostzee. Voor wedstrijden is de boeier minder geschikt, zoals al bij de eerste eigenaar bleek; de boeier is relatief zwaar gebouwd, terwijl het zeiloppervlak niet de afmetingen heeft van een wedstrijdtuig.

Technische gegevens

Hoofdafmetingen

  • Lengte over de stevens    8,17 m
  • Grootste breedte over de berghouten    3,53 m
  • Holte op het grootspant    1,46 m
  • Diepgang    0,63 m
  • Zeiloppervlak: grootzeil + grootste fok 49,6 m2
  • Halfwinder    30,9 m2

Bijzonderheden

  • stalen kielbalk 12,5 bij 12,5 cm
  • bijna vlakke bodem
  • zandstrook met 2 verloren gangen hoekige kimmen
  • 7 doorlopende huidgangen
  • snijwerk op kajuitrand en hennebalk
  • roerkop met zevenpuntige ster 

Bestek (volgens werfboek)

1908
Maten van de nieuwe Boeijer van den heer Mr P.C. Andrea te Sneek.
De lengte over stevens is 8 meter.
Voorsteven valt op 6 voet lengte geheel van boven van de punt af 18 1/2 duim, de agtersteven valt op zijn geheel lengte 6 duim of 1/2 voet.
De boeijer boeit hoog voor vanaf de onderkant van de kiel 6 voet, achter idem 4 voet 11 duim,
Is wijd over de neergangen binnen uit de stevens gemeten 7 voet van daar voor 8 voet, agter 6 voet 10 duim.
Kant over de neergangen in de midden 7 duim op enden 8 duim
De vlakpunten zijn hoog van onderkant van de kiel voor 4 voet en 3 duim en agter 3 1/2 voet.
De voorsteven is hoog regt op gemeten van onderkant kiel schraag 8 1/2 voet, de agtersteven dito 6 voet 2 duim.
Voor breed bezijden mantsje 13 1/2 duim, agter breed bij de steven 10 duim.
De voorend is lang schraag 100 voet.
De roef is lang 8 vt 5 duim,
de stuurstoel is lang vanaf agterkant steven tegen roefschod schr. 8 voet;
Ingang roef hoog ruim 4 voet.
Bollestal balk hoog bovenkant boven 't kolswijn 20 duim.
Rijswarings hoog boven de legwaring voor 9 duim agter 19 duim.
Alles te zamen breed boven het berkhout bij de voorend van roef 21 duim
Berkhout breed zonder sponning 6 duim.
Koker hoog boven scheerstok 26 1/2 duim.
Banken in de stuurstoel hoog 181/2 duim en breed 171/2 duim.
Warings wijd voor 18 duim agter 17 duim. Band hoog boven t dek 10 duim.
Zwaarden lang bijna 9 voet en breed 50 voet. Met de neergang boeg of ( ? ) zijn er 7 boegen aan de steven.
De koker is wijd 10 1/4 duim.

2011

maart 2011

maart 2011: SSRP Jaarverslag 2010 - Met subsidie uit het Restauratiefonds FONV uitgevoerde restauraties van in het Stamboek ingeschreven jachten

In het SSRP jaarverslag 2010 wordt melding gemaakt van de volgende restauratie:
De boeier Pleuntje van de familie Dijkstra had al langer last van een lekkend dek. De oude persenningnaden waren op en de dekdelen waren her en der aangetast. Om het vele werk van het schoonmaken van de oude naden te voorkomen, met risico op een onbevredigend resultaat, is besloten om het voordek en de delen in het gangboord te vervangen. Er is intensief nagedacht over een oplossing voor het afdekken van de nieuwe naden.  

Er is niet gekozen om als vanouds persenningband toe te passen, maar er zijn wel sponningen met de originele breedte ingeschaald.Vervolgens zijn deze sponningen gerubberd. Bij het na-strijken van het rubber is een plamuurmes gebruikt met in het midden een holletje. Het resultaat hiervan is dat het rubber in het midden van de brede naad een opstaande ril heeft, net zoals bij een naad die met echt persenningband is afgedekt. Zo is weer een creatieve oplossing toegevoegd in het streven om het beeld van een persenningnaad te benaderen. Het werk is uitgevoerd door Jachtwerf Joh. van der Meulen.

juli 2011

juli 2011: Foto's

2014

september 2014

september 2014: Foto's

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht