Reiddomp I

Reiddomp I Verdwenen

Dr. Ir. J. Vermeer schrijft in zijn boek 'Het Friese jacht':
Tjalling Siebrandus van der Leij, werd in 1824 benoemd tot secretaris van de grietenij Doniawerstal en tot notaris in het arrondissement Sneek, met standplaats Langweer. In 1828 hertrouwde hij met Trijntje Freerks de Jong, een boerendochter uit Teroele. Van wegen had men toen nog geen weet en de verbinding tussen de naast elkaar gelegen dorpen was per 'bijwagen' door de landerijen of via het water en toen de trouwdag was aangebroken werd de bruid dan ook met een Fries jacht van huis gehaald om zo in haar nieuwe woonplaats aan te komen. 

Het schip diende dus al in 1828 als 'trouw-jacht' voor het bruidspaar Van der Leij-de Jong en kan dus niet door Eeltjebaes gebouwd zijn. De veronderstelling ligt voor de hand, dat het door diens grootvader Eeltje Teadzes Holtrop is gebouwd en wel nog vóór 1828. De naam van dit jachtje (lang 5.30 m) was 'De Snelheid' en op de bedelbalk waren twee stei­gerende paarden uitgesneden.

Eigenschappen

Plaquette nummer:9092 Zeil nummer:
Categorie:V Tekening nummer:
Type:Fries jacht

Bouw

Bouwjaar:1825 Ontwerper:Eeltje Teadzes Holtrop
Werf:Eeltje Teadzes Holtrop Werf plaats:IJlst
Motor: Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:5,30 m Breedte berghout:0,00 m
Diepgang:0,00 m Masthoogte water:0,00 m
Oppervlakte grootzeil:0,00 m2 Oppervlakte fok:0,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:0,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1825 – 1930 T.S. en W.T. van der Ley, Langweer ( De Snelheid)
1946 – 1956 Jeugdherberg 'It Beaken', Heeg ( Reiddomp / Reiddomp I)
1956 – 1964 E.W. de Wilde de Ligny, IJsselstein ( Reiddomp I)

Geschiedenis

1997

1997

1997: Het Fries jacht 'De Snelheid' (later 'Reiddomp I') in het boek 'Het Friese jacht' van Dr. Ir. J. Vermeer

In het artikel gewijd aan het jacht "Nut en Nocht" van de hand van wijlen de heer W.T. van der Leij, de laatste oliefabrikant te Langweer, schrijft deze over de vroegste historie van het jacht "De Snelheid" het volgende:

Mijn overgrootvader. Tjalling Siebrandus van der Leij, werd in 1824 benoemd tot secretaris van de grietenij Doniawerstal en tot notaris in het arrondissement Sneek, met standplaats Langweer. Pas getrouwd vertrok hij met zijn vrouw Tjeerdje Walles Oppedijk uit IJlst naar Langweer. Uit dit huwelijk werd het volgend jaar een zoontje geboren; helaas de moeder stierf in het kraambed. - In 1828 hertrouwde hij met Trijntje Freerks de Jong, een boerendochter uit Teroele. Van wegen had men toen nog geen weet en de verbinding tussen de naast elkaar gelegen dorpen was per `bilwagen' door de landerijen of via het water en toen de trouwdag was aangebroken werd de bruid dan ook met een Fries jacht van huis gehaald om zo in haar nieuwe woonplaats aan te komen. Achter op het roer van dit `trouwjacht' was een plankje (50 x 27 cm) bevestigd en dit plankje was aan beide kanten als volgt beschreven:
 
De drie Eijgenaren van dit scheepje van Vermaak en Genoegen
Bewijzen hunne hulde benevens desselfs vrouwen aan
Hunne mede Eijgenaar en vrind
T.S. van der Leij, Tans Bruijdegom
en Hunne vriendin T.F. de Jong desselfs Bruijd
Twee harten smelten in Elkaar
Tot een tot een tot een.


De naam van dit jachtje (lang 5.30 m) was 'De Snelheid' en op de bedelbalk waren twee steigerende paarden uitgesneden.

In de Zuidwesthoek stond zij bekend als "Koekeboat"

Aan het verdere verhaal van de heer Van der Leij ontlenen wij nog het volgende: Tjalling Siebrandus van der Leij bezat ook de nu nog bestaande boerenplaats "Koevorderhuis" aan het vaarwater de Nieuwe Weg, thans onderdeel van het Prinses Margriet Kanaal, met nabijgelegen poldermolen. In het jaar 1850, toen hij alleen-eigenaar werd van "De Snelheid", liet hij in deze molen een 'oliewerk' aanbrengen voor de verwerking van lijnzaad en raapzaad. Met uitzondering van de gefabriceerde olie moesten de eindproducten: lijn- en raapkoeken, die als veevoeder dienden, naar de boerderijen worden gebracht en dat gebeurde per zeilboot. Immers, in de Zuidwesthoek van Friesland waren in de negentiende en het begin van de twintigste eeuw talloze boerenplaatsen alleen goed bereikbaar over het water. Vanaf 1850 tot 1924 heeft "De Snelheid" (uitgezonderd 's zomers) voor dit vervoer dienst gedaan. In de Zuidwesthoek stond zij daarom bekend als "Koekeboat".
In 1907 werd aan de haven van Langweer een nieuwe stoomolieslagerij gebouwd, omdat de oude stoomketel, die als aandrijving diende voor de oude oliemolen bij het Koevorderhuis, afgekeurd werd. Na de bouw van de nieuwe fabriek bleek "De Snelheid" haar taak niet meer alleen af te kunnen en werd aan Lantinga te IJlst opgedragen een nieuwe boot te bouwen, die bij haar ingebruikneming de toepasselijke naam "Nut en Nocht" kreeg. Bijgaande foto toont "De Snelheid" in de Langweerder haven voor de nieuwe fabriek.
Nadat in 1924 het transport over water werd beëindigd, werd "De Snelheid" in 1930 verkocht, aan wie hebben wij niet kunnen achterhalen. Na de Tweede Wereldoorlog heeft zij ongeveer 10 jaar dienst gedaan als moederschip van de tjotterzeilschool van de Jeugdherberg "it Beaken" te Heeg onder het patronaat van Heit Piersma. Zij kreeg toen de naam "Reiddomp", later "Reiddomp I" toen een nieuwer jacht met dezelfde naam haar kwam bijstaan en later vervangen. In de eerste schepenlijst van de nieuwe Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten staat zij abusievelijk toegeschreven aan Eeltje Holtrop van der Zee, met als bouwjaar 1850. Zoals wij reeds zagen, diende het schip echter al in 1828 als 'trouw-jacht' voor het bruidspaar Van der Leij-de Jong en kan dus niet door Eeltjebaes gebouwd zijn. De veronderstelling ligt voor de hand, dat het door diens grootvader Eeltje Teadzes Holtrop is gebouwd en wel nog vóór 1828.
In 1956 wordt de oude "Reiddomp" verkocht aan ir E.W. de Wilde de Ligny te Badhoevedorp. De zeer strenge winter 1963-'64 bracht het einde voor dit unieke schip; het vroor in gezonken toestand uitelkaar.

2002

8 februari 2002

8 februari 2002: Brief van Alexander de Vos aan Dr. Ir. J. Vermeer betreffende zijn speurtocht naar het Fries jacht 'De Snelheid'

Geachte heer Vermeer,
Hierbij wil ik U graag berichten over enige naspeuringen op het gebied van ronde jachten en in het bijzonder met betrekking tot de 'Reiddomp I', ex 'De Snelheid'. Eén en ander komt voor uw boeken natuurlijk als mosterd na de maaltijd, maar voor uw archief zijn het misschien interessante aanvullingen. 
Aanleiding voor een geïntensiveerde speurtocht was het bericht dat de grond die vrijkomt bij het verbreden van de Bosbaan wordt gestort in de Nieuwe Meer. Jan Brilleman had mij altijd met grote stelligheid verteld dat de 'Reiddomp I' in de strenge winter van 1963 in een jachthaven aan de Nieuwe Meer uit elkaar was gevroren. Het wrak zou uit het ijs zijn opgekrikt en op het meer zijn afgezonken. Door de jaren heen is er slip uit de Amsterdamse grachten in de Nieuwe Meer bij de Rieker Polder gestort, dus de kans om overblijfselen van het jacht te vinden was al niet groot maar met de dreiging van het storten van grond aan de kant van het Amsterdamse Bos werd het een zaak van nu of nooit.
Navraag bij diverse jachthavens aan de Nieuwe Meer naar de gang van zake en de mogelijke plaats van het wrak leverde niets op. Ronduit intrigerend was het feit dat vlak bij de jachthavens aan de Nieuwe Meer van oudsher een Saab automobielbedrijf gevestigd was met de naam “De Snelheid”. Ik kon het recent verhuisde bedrijf traceren aan de noordwestkant van Amsterdam en sprak met de kleinzoon van de oprichter van het bedrijf de heer Van der Klis. Deze kon mij vertellen dat zijn grootvader reeds voor de oorlog een taxi- en automobielbedrijf had met de naam 'De Snelheid'. Na de oorlog vestigden zij zich in een vliegtuighangar vlak bij de Nieuwe Meer. E.e.a. bleek dus op louter toeval te berusten.
Toen de naspeuringen rond de Nieuwe Meer niets opleverden, ben ik met behulp van uw gegevens op zoek gegaan naar de laatste eigenaren van het schip. De elektronische telefoongids op internet leverde mij een lijst van ongeveer 20 aansluitingen in het hele land op de naam De Wilde de Ligny. Al bij het eerste telefoontje kon men mij verwijzen naar mevrouw (Vera) De Wilde de Ligny, weduwe van de toenmalige eigenaar, (Eddy) De Wilde de Ligny.
Mevrouw De Wilde vertelde dat nadat de Reiddomp voor fl 400,- van Heit Piersma was overgenomen en naar het westen van het land was overgevaren, het schip een aantal jaren op de Westeinder heeft gelegen. De heer De Wilde de Ligny en zijn broer werkte veel aan de 'Reiddomp'. Rotte plekken werden verwijderd en opgevuld en er werd een motortje bij gefabriekt. Ook werd er een nieuwe dektent aangeschaft. Later heeft de Reiddomp ligplaats gekregen op de Kaag en daar zou het schip in vermoedelijk de strenge winter van 1962-1963 stukgevroren zijn. Het was in die jaren voor de heer en mevrouw De Wilde een drukke tijd met kleine kinderen en in verband met werk veelvuldig verblijf in het buitenland (Italië), waardoor er begrijpelijkerwijs niet voldoende tijd overbleef om het oude schip voldoende aandacht te geven. Enkele jaren later is de heer de Wilde de Ligny overleden.
Mevrouw De Wilde de Ligny heeft welwillend familie albums te leen gegeven om de foto’s uit de laatste jaren van de Reiddomp te reproduceren, waarvan U het resultaat bijgaand aantreft.

 

Heit Piersma tuigt de 'Reiddomp I' na de verkoop voor de nieuwe eigenaar
Heit Piersma tuigt de 'Reiddomp I' na de verkoop voor de nieuwe eigenaar
Heit Piersma tuigt de 'Reiddomp I' na de verkoop voor de nieuwe eigenaar
Heit Piersma tuigt de 'Reiddomp I' na de verkoop voor de nieuwe eigenaar
Heit Piersma tuigt de 'Reiddomp I' na de verkoop voor de nieuwe eigenaar
Heit Piersma tuigt de 'Reiddomp I' na de verkoop voor de nieuwe eigenaar
Heit Piersma tuigt de 'Reiddomp I' na de verkoop voor de nieuwe eigenaar
Heit Piersma tuigt de 'Reiddomp I' na de verkoop voor de nieuwe eigenaar
Foto's uit 1958/1959
Foto's uit 1958/1959
Foto's uit 1958/1959
Foto's uit 1958/1959

2006

2006

2006: De aankoop van de Reiddomp I in het boek 'Van Eilân naar Meer' - Zeilschool It Beaken Heeg

De auteur schrijft in het boek 'Van Eilân naar Meer' - 60 jaar Stayokay, Zeilschool It Beaken Heeg
De schepen uit de begintijd werden aangevuld met twee wedstrijdtjotters die Heit kon kopen. Ook kwamen ze in het bezit van de 'nieuwe' Reiddomp. In 1955 bleek de oude te slecht te zijn, het jacht zat al helemaal in blik. Heit schreef op 7 augustus 1955 aan het bestuur van de NJHC dat de Reiddomp voor f500 verkocht kon worden aan oud-zeilassistent J. Wegburg. Deze nieuwe eigenaar wilde graag in drie termijnen betalen en de boot bij de herberg laten liggen. Zonodig kon de herberg de oude Reiddomp dan nog gebruiken, waarbij de inkomsten voor de NJHC waren. Heit wilde van het bestuur weten of zij met deze voorwaarden akkoord konden gaan. Op 31 augustus 1955 heeft Heit een brief geschreven aan het bestuur waarin staat dat de verkoop van de Reiddomp niet doorging, J. Wegburg zag van de koop af. Uiteindelijk is het jacht toch verkocht aan ene E.W. de Wilde de Ligny en kocht Heit met het bestuur de 'nieuwe' Reiddomp, een Fries jacht met tjotterroer. Oud-directeur J. van der Harst van de NJHC vertelde op de donateursdag van de Stichting Friese Tjottervloot eerder dit jaar hoe die aankoop verliep: 'Heit ging samen met mij kijken bij het te koop aangeboden Friese jacht. Bij de eerste aanblik was Heit verliefd op het schip en begon het helemaal op te hemelen. Ik schrok hier een beetje van, omdat ik nog wat van de prijs wilde afhalen en probeerde Heit met mijn blik duidelijk te maken dat hij wat minder enthousiast moest zijn. We kwamen met de eigenaar overeen dat we de nieuwe Reiddomp voor iets meer dan f2000 mee konden nemen.' 

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht