Roeland

Roeland

Dr. Ir. J. Vermeer schrijft in zijn boek "Het Friese jacht":
De naam "Roeland" heeft het jacht waarschijnlijk gekregen van de kunstschilder J.C. Roelandse, destijds wonende te Leiderdorp. Wanneer deze eigenaar werd, is niet bekend. Dat moet echter tussen 1925 en 1929 het geval zijn geweest. In het Jachtregister komt zijn naam als eigenaar van een van de Brandsma-jachten niet voor. Daarentegen vinden wij in het blad "De Waterkampioen" van 1929 een foto van een olieverfstudie van zijn hand met het bijschrift: 'Mijn tjotter'.

De treffende gelijkenis van dit jacht met het Friese jacht "Oude Liefde", zelfs tot in de details van het houtsnijwerk, is zo opvallend, dat er niet aan getwijfeld kan worden dat deze jachten naar één en hetzelfde ontwerp zijn gebouwd. Ook de werf van herkomst, de Brandsma-werf in Rohel of die in Franeker, blijft daardoor onbekend.

Eigenschappen

Plaquette nummer:22 Zeil nummer: RD123
Categorie:A Tekening nummer:
Type:Fries jacht

Bouw

Bouwjaar:1918 Ontwerper:J. R. Brandsma
Werf:J.R. Brandsma & zn Werf plaats:Franeker
Motor:Inbouw Motor type:9 pk yanmar (2002)
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:5,25 m Breedte berghout:2,40 m
Diepgang:0,60 m Masthoogte water:9,00 m
Oppervlakte grootzeil:26,50 m2 Oppervlakte fok:0,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:26,50 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Register Varend Erfgoed Nederland

Registratie nummer:1536 Registratie datum:12-08-2014
Geregistreerd als:Varend Monument

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1918 – onbekend ( Betsy)
onbekend – 1925/1929 E.W. de Jong, Akkrum ( Betsy)
1925/1929 – 1938 J.C. Roelandse, Leiderdorp ( Roeland)
1938 – 1939 H.W. van Klaveren , Weesperkarspel ( Roeland)
1939 – 1952 Dhr. Osieck , Loosdrecht ( Roeland)
1952 – 1959 F.G. Spits, Amsterdam/Groningen ( Roeland)
1959 – 2001 Tj. Visser , Jutrijp ( Roeland)
2001 – Nu (laatst bekend) R. van der Post en I. Verburg, Amsterdam ( Roeland)

Geschiedenis

1918

1918

1918: De bouw van Friese jachten bij Brandsma, eerst Franeker en daarna Rohel

Het Nederlandsch ]achtregister vermeldt 3 jachten van gelijke afmetingen (5,20x2,25 m), twee op naam van R. Brandsma & Zonen te Franeker en een op naam van J. Brandsma te Rohel. In feite echter zijn er in totaal vier gebouwd. Ook in Rohel zijn destijds twee jachten naar hetzelfde lijnenplan van stapel gelopen, zoals ons verteld werd door de huidige werfeigenaar, de heer Bein Brandsma. Deze toonde ons een nog in zijn bezit zijnd halfmodel, schaal 1: 10, dat, zoals wij konden vaststellen, in afmetingen en vorm volledig overeenstemt met het getekende plan. Ook kregen wij ter reproductie de hier afgebeelde foto van één van deze jachten, omstreeks 1920 kort na de tewaterlating genomen. Het tweede jacht was voor Engelse rekening en komt daarom niet voor in het ]achtregister.
De foto is van cruciaal belang voor de identificatie van twee heden nog bestaande oude jachten, waarvan door het ontbreken van historische gegevens vòòr een bepaalde datum, de herkomst tot nu toe niet kon worden achterhaald. Het betreft de jachten "Oude Liefde" en "Roeland". Zeer terecht attendeerde de heer R.D. van Son ons erop, dat deze jachten in vorm, bouw en afmetingen praktisch identiek zijn.

Eén van de in 1918 door Jan Brandsma te Rohel gebouwde jachten (herk. B. Brandsma)
Eén van de in 1918 door Jan Brandsma te Rohel gebouwde jachten (herk. B. Brandsma)

1924

1929

1929

1929: Tussen 1925 en 1929 wordt kunstschilder J.C. Roelandse eigenaar

Het schip krijgt in die periode de naam 'Roeland'

De naam "Roeland" heeft het jacht waarschijnlijk gekregen van de kunstschilder J.C. Roelandse, destijds wonende te Leiderdorp. Wanneer deze eigenaar werd, is niet bekend. Dat moet echter tussen 1925 en 1929 het geval zijn geweest. Uit 1930 is een bezoek aan Enkhuizen bekend, waarbij op de afrekenbon de naam 'Roeland' staat. In het Jachtregister komt zijn naam als eigenaar van een van de Brandsma-jachten niet voor. Daarentegen vinden wij in het blad "De Waterkampioen" van 1929 een foto van een olieverf-studie van zijn hand met het bijschrift: 'Mijn tjotter'.

Olieverf-studie van J.C. Roelandse. Men is er niet zeker van dat dit de 'Roeland' is.
Olieverf-studie van J.C. Roelandse. Men is er niet zeker van dat dit de 'Roeland' is.

1932

1932

1932: De Betsy/Roeland op de Kaag in 1932

1992

1992

1992: De 'Roeland' in het boek 'het Friese Jacht' van Dr. Ir. J. Vermeer

Ook van dit jacht was het niet mogelijk de gehele reeks eigenaren te achterhalen en dus ook niet de eerste. Toch weten wij dankzij de
naspeuringen van de voorlaatste eigenaar, de heer F.G. Spits, het volgende omtrent de verdere historie van dit jacht. De heer Roelandse verkoopt zijn jacht in 1938 aan H.W. van Klaveren te Weesperkarspel, die het een jaar later weer overdoet aan de heer Osieck te Loosdrecht.

De heer Spits eigenaar van de 'Roeland'

In 1952 wordt de "Roeland" dan eigendom van de heer Spits, accountant te Amsterdam, later te Groningen. Bij Van Klink in Rijnsaterwoude wordt het jacht dan grondig opgeknapt. De heer Spits heeft in de vijftiger jaren als beheerder van het Stamboek veel bijgedragen tot het op¬sporen en identificeren van onze oud-vaderlandse schepen. In 1953 voer de "Roeland" mee in het konvooi van ronde jachten uit Holland, dat via de grote rivieren naar Grouw trok om deel te nemen aan de eerste reünie van Friese ronde jachten. De heer Spits laat het jacht bij Van Klink in Rijnsaterwoude grondig opknappen. Nadat de heer Spits in 1959 eigenaar was geworden van het bekende Lemsteraakjacht "Onrust", verkoopt hij de "Roeland" aan de heer Tj. Visser in Jutrijp, destijds adjunct-directeur van de zuivelfabriek in Scharsterbrug. Het jacht komt dan naar Friesland en krijgt zijn thuishaven in Langweer. Sindsdien is het tot op heden (1992) onafgebroken in handen van de familie Visser. 

Technische gegevens

Hoofdafmetingen

  • Lengte over de stevens 5,25 m
  • Grootste breedte over de berghouten 2,40 m
  • Holte op het grootspant 0,95 m
  • Zeiloppervlak: Grootzeil + fok 26,5 m2

Bijzonderheden

  • geen kielbalk
  • rond grootspant, vlaktilling 0°
  • kielgang + 10 huidgangen
  • laag voordek van losse delen, bedelbalk
  • snijwerk op boeisels, bedel- en hennebalk, kluisborden met getande bovenrand en leeuwekopjes binnen puntige sterren
  • roer bekroond met paardje (niet origineel).

Opmerkingen

De "Roeland" onderscheidt zich in constructief opzicht slechts van de "Oude Liefde", doordat de huid is opgebouwd uit 10 gangen ("Oude Liefde" 9) en geen kielbalk aanwezig is en voorts door een iets weelderiger versiering van de kluisborden. Uit de foto's blijkt verder, dat het snijwerk op de boeisels, de bedelbalk en de hennebalk identiek is.
De kenmerken van de Brandsma-jachten vatten wij nogmaals als volgt samen:

  • Rond grootspant met ver naar buiten liggende kimmen; geen piek.
  • De romp is gebouwd uit vele smalle gangen.
  • Betrekkelijk grote breedte.
  • Vrij schuin staand boeisel.
  • Forse zeeg.
  • Enigszins geveegd achterschip met schuin staande achtersteven

2001

2001

2001: Reinier van der Post en Ingrid Verburg kopen de 'Roeland'

Tussen 2006 en 2008 worden er in opdracht van Reinier een aantal herstel-werkzaamheden uitgevoerd bij 'Scheepsrestauratie Oude Liefde' in Workum.

2006

maart 2006

maart 2006: SSRP Jaarverslag 2005 - Met subsidie uit het Restauratiefonds FONV uitgevoerde restauraties van in het Stamboek ingeschreven jachten

In het SSRP jaarverslag 2005 wordt melding gemaakt van de volgende restauratie:
Het Friese jacht Roeland van Reinier van der Post en Ingrid Verburg wordt in fasen gerestaureerd door Combert Burger en Charles Koek. In 2005 zijn aan stuurboordzijde de berghouten, het binnen- en buitenboeisel en een achttal inhouten en oplangers vervangen. Voorts is een aanvang gemaakt met een zelfde operatie aan bakboord.

In de Roeland zat nog uitzonderlijk veel authentiek hout. Opvallend zijn de elegante platte oplangertjes. Niet zelden worden bij restauraties de dimensies van het nieuwe hout zwaarder genomen dan de oude delen. Dit begrijpelijke streven om de opdrachtgever degelijk werk te leveren, leidt er toe dat authentieke detaillering soms verloren gaat. Er zijn schepen met nieuwe oplangers die tamelijk lomp zijn in vergelijking tot de elegante oorspronkelijke oplangertjes. Overigens komt het niet vaak voor dat de platte oude oplangers vervangen moeten worden omdat ze bezweken zijn. Dit voorbeeld illustreert dat het denken over restauratie in de loop van de tijd verandert.

2007

maart 2007

maart 2007: SSRP Jaarverslag 2006 - Met subsidie uit het Restauratiefonds FONV uitgevoerde restauraties van in het Stamboek ingeschreven jachten

In het SSRP jaarverslag 2006 wordt melding gemaakt van de volgende restauratie:

Als glanzende blikvanger bij de ingang van de Klassieke Schepenbeurs hebben velen het vergevorderde stadium van de restauratie van het Friese jacht Roeland van Reinier van der Post kunnen aanschouwen. 

Daaraan voorafgaand zijn in 2006 bij Oude Liefde Scheepsrestauratie in Workum de bakboordzijde (binnen- en buitenboeisel, inhouten en berghout), het zeilwerk en de huid onder handen genomen. Na bijna 4 jaar restauratie zal de Roeland in het voorjaar van 2007 weer verjongd te water gaan.

2008

2012

21 april 2012

21 april 2012: Verrassing taxatiedag in het Leiderdorps museum

Een schilderij van J.C. Roelandse uit 1937 komt voorbij

Dit schilderij kwam te voorschijn op de taxatiedag van werken van J.C. Roelandse in april 2012. De dag werd georganiseerd door het Leiderdorps museum. Het schilderij draagt een datering 1937. Op de website van het digitale Museum J.C. Roelandse kunt u heel veel informatie vinden over het leven en de schilderijen van schilder Roelandse en zijn botenbezit. 

Een stukje historisch onderzoek

Alexander de Vos is regelmatig via e-mail in discussie over de herkomst van informatie en foto's van oude ronde jachten. Zo kwam hij ook bovenstaand schilderij, ingebracht tijdens de taxatiedag op het spoor. hij schrijft daarover: Wat een mooi schilderij met een boeier (omdat het schip geen roef heeft, wordt dit een 'Fries jacht' genoemd) is er op de Roelandsedag tevoorschijn gekomen! Ik heb de indruk dat dit wel eens J.C. Roelandse z'n eigen Roeland (ex. Betsy) zou kunnen zijn. Eigenaar Reinier van der Post reageert daarop: Ik dacht even dat ik een recente foto zag van onze Roeland. Wat een beeldig schilderij(tje).

Alexander reageert later nog een keer na onderzoek van een paar oude foto's: Nog even terugkomend op de conclusie n.a.v. de foto van dhr. Nooteboom dat de Roeland de voormalige Betsy is: Nu kunnen de vraagtekens bij bouwer en bouwjaar dus weg. De Roeland is in 1918 gebouwd door Brandsma.

Hij voegt daaraan nog een officiële mededeling van het Centraal Bureau voor Watersport toe:
De navolgende vaartuigen zijn afgevoerd uit de wedstrijdregisters der Verbonden Zeilverenigingen, wegens niet betalen der verschuldigde administratiekosten over 1920. Zij zullen niet meer worden toegelaten tot de Internationale en nationale wedstrijden: ………… , Tjotterklasse No. 35 OE Betsy, ..........
Ik denk dat dit hetzelfde schip is, zie Vermeer, die ook OE35 vermeldt als zeilnummer voor de Betsy. Het bericht verklaart ook dat er in het Nederlands Jachtregister 1924-1925 geen OE35 staat.

2013

12 mei 2013

12 mei 2013: Deelname aan Semaine Du Golfe van 6 tm 12 mei 2013

“Leve de Koninklijke Zeilvereniging Oostergoo !” gevolgd door een driewerf “Hoezee !” in Frankrijk

Aan het Bestuur van de Koninklijke Zeilvereniging Oostergoo

Workum, 29 mei 2013

Geacht Bestuur,

Gaarne willen wij U op de hoogte brengen van de deelname van een aantal Oostergoo leden aan het Franse evenement Semaine du Golfe in de baai van Morbihan. Deze deelname vond dit jaar plaats met behulp van eigen oud Hollandse jachten zoals de tjotter “Amalia”, de punter “Azukulu”, het Friese Jacht “Roeland” en de “Kits” een W-klasser uit 1913.. Gezamenlijk met de Friese Tjottervloot hebben wij een zeer bijzondere ervaring opgedaan, die wij U hier niet uit de doeken zullen doen gezien de omvang ervan.

Wel willen we U melden dat we aan boord van het Friese Jacht “Roeland” tijdens de Grande Parade van alle schepen geheel in stijl, tijdens deze vaart de grote vlag van onze vereniging hebben gehesen, samen met de wimpel zodat we duidelijk herkenbaar waren. Op verzoek van de organisatie om vooral “folkloristisch” uitgedost te willen zijn, is ook de bemanning geheel volgens de Oostergoo traditie in vol ornaat, en met witte zomerpet, verschenen. De duizenden bezoekers langs de kant van de haven stelden dit ten zeerste op prijs en applaudisseerden luid en duidelijk steeds als onze bemanning de wens “Leve de Koninklijke Zeilvereniging Oostergoo !” gevolgd door een driewerf “Hoezee !” uitriep. Hoewel twijfelachtig is of alle bezoekers direct hebben begrepen waarvoor ze zo enthousiast waren, menen wij toch op deze wijze een goede bijdrage te hebben moeten leveren aan de roem die ons aller vereniging ook in het buitenland ten deel hoort te vallen.

Ook de feeërieke avondtocht in de haven, die we hebben verzorgd als Nederlandse delegatie met vuurwerk en stakellichten, viel ten zeerste in de smaak bij de toeschouwers.

Vertrouwende U met deze informatie op de hoogte te hebben gebracht van onze activiteiten in het Franse,

met vriendelijke groet,

Peter Tolsma

mede namens Reinier van der Post, Lex Maat, Maarten Vermeulen en Gerard ten Cate.
Het uitgebreide verslag vindt u in ons hoofdstuk Er*varingen.

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht