Sperwer

Sperwer

Naast de "Constanter" is de "Sperwer" de bekendste, om niet te zeggen vanwege zijn avontuurlijke loopbaan, de beroemdste boeier die Eeltjebaas heeft gebouwd. De opdrachtgevers A.E. en C. Jurrjens te Amsterdam, blijkbaar geïnspireerd door het enthousiasme van Clignett (zie hiervoor bij "Albatros"), bestelden in 1885 bij de Jouster werf een boeier met een lengte over de stevens van 31 voet (circa 8,80 meter); in 1886 liep de "Sperwer" te water.

Dr. Ir. J. Vermeer schrijft in zijn boek 'Boeier' het volgende:

De nieuwe boeier bleek een snelle zeiler, overigens pas nadat de bouwer eraan te pas was gekomen. Na de aflevering bereikte zijn grootvader de klacht dat het schip niet goed wou lopen. Hij reisde naar Amsterdam en constateerde direct dat de boeier verkeerd geballast was, namelijk te veel achterin. Dit werd meteen veranderd, met het gevolg dat Eeltjebaas 't schip stuurde en de prijs won! Carl Jurrjens, een van de opdrachtgevers, bouwde in zijn jonge jaren al spoedig een reputatie op als wedstrijdzeiler. Al een aantal malen was hij de Zuiderzee overgestoken om deel te nemen aan de Sneeker Hardzeildag; met name in 1887, 1890, 1891 en 1892 vinden wij de "Sperwer" vermeld in de deelnemerslijst. In 1892 vestigde Jurrjens zijn roem definitief door in een veld van vijf boeiers, waarvan twee uit Amsterdam, voor de derde maal de 'cup' te winnen, die drie jaar eerder door de 'Holland Society of New York' aan de Zeilvereeniging `Sneek' was geschonken ter herinnering aan de feestelijke ontvangst van vier leden van deze society in 1888.

Volgens Halberstma zou Jurrjens bij de prijsuitreiking de volgende provocerende woorden hebben gesproken:
"Friesland heeft zijn eigen glazen ingeworpen, want mijn schip was van Fries fabrikaat, de zeilen waren in Friesland gemaakt en ook al het touwwerk is uit deze provincie afkomstig. Alles dus, op een kleinigheid van de bemanning na, Fries!"

De 'Sperwer' voor de bouwloods in Joure
De 'Sperwer' voor de bouwloods in Joure

De 'Sperwer'  is wat vorm en verhoudingen aangaat zeer representatief voor het kunstenaarschap van Eeltje Holtrop van der Zee. Met name de zeeg is zeer fraai. In 1943 heeft de bekende scheepstekenaar W.K. Versteeg tekeningen vervaardigd naar eigen opmetingen, toen de boeier dus in Antwerpse handen was.

Eigenschappen

Plaquette nummer:3 Zeil nummer: OC3
Categorie:M Tekening nummer:
Type:Boeier

Bouw

Bouwjaar:1886 Ontwerper:E. Holtrop van der Zee
Werf:E. Holtrop van der Zee Werf plaats:Joure
Motor: Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:Eikenhout
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:8,64 m Breedte berghout:3,44 m
Diepgang:1,10 m Masthoogte water:0,00 m
Oppervlakte grootzeil:0,00 m2 Oppervlakte fok:0,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:0,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1886 – 1898 A.E. en C. Jurrjens, Amsterdam ( Sperwer)
1898 – 1900 Joh. Herpel, Amsterdam ( Sperwer)
1900 – 1926 C. Hooykaas, Rotterdam ( Sperwer)
1926 – 1931 M. Fawkes , Midhurst, Sussex ( Hawke)
1931 – 1937 Merlin Minshall ( Hawke)
1937 – onbekend M. Mallens , Antwerpen ( Sperwer)
onbekend – 1949 D.E.G. Rosseels, Antwerpen ( Sperwer)
1949 – Nu (laatst bekend) Zuiderzeemuseum, Enkhuizen ( Sperwer)

Geschiedenis

1886

1886

1886: A.E. en C. Jurrjens te Amsterdam zijn de opdrachtgevers voor de bouw in 1886

Uit de schaarse documenten uit haar eerste jaren, met name de 'Naamlijst van Pleiziervaartuigen aan Leden der Vereeniging toebehoorende' van het jaar 1889 blijkt, dat Jurrjens lid was van de Zeilvereeniging 'Het Y'. Dat hij ook op wedstrijden van `Het Y' uitkwam blijkt inderdaad uit de bewaard gebleven deelnemerslijst van de internationale wedstrijden op 17 september 1895.

Jurriaans zeilend met de 'Sperwer' op het IJ
Jurriaans zeilend met de 'Sperwer' op het IJ

In 1898 verkoopt Jurrjens de boeier 'Sperwer' en schaft het kleinere open jacht "Piet Hein" (latere naam "Wielewaal") aan, waarmee hij zijn reputatie als wedstrijdzeiler bevestigt. De "Sperwer" komt dan, na een kort intermezzo (in de deelnemerslijst van de KNZRV van 12 juni 1898 staat als eigenaar vermeld Joh. Herpel te Amsterdam) in 1900 in handen van C. Hooykaas te Rotterdam, lid van de Koninklijke Roei- en Zeilvereeniging 'De Maas'.

1900

1900

1900: Na een kort intermezzo komt de boeier in 1900 in handen van C. Hooykaas te Rotterdam

Het gedenkboek, uitgegeven ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van `De Maas' in 1951, vermeldt dat Hooykaas veel prijzen won in concurrentie met andere boeiers, zoals "Albatros", "Agonisma" en "Kampioen", "Telefoon" en "Miami". Bij de registratie als wedstrijdjacht door de KVNWV kreeg de 'Sperwer' het nummer 3OC toegewezen, wedstrijdmaat 8,6. De boeier blijft vele jaren in bezit van de heer Hooykaas In het Nederlandsch Jachtregister van 1924-25 staat hij nog vermeld als eigenaar. Het tijdschrift "Ons Element" meldt in 1926 zijn overlijden met een foto van hemzelf en de 'Sperwer' erbij. De boeier zou nog in hetzelfde jaar naar Engeland zijn verkocht. In ieder geval plaatst "De Waterkampioen" in 1928 tweemaal een foto van de 'Sperwer' met bij een ervan het bijschrift: De hollandsche boeier 'Sperwer', vroeger van den heer Hooykaas, is thans eigendom van Dr. Marmaduke Fawkes te Midhurst (Sussex, Engeland).

1925

1926

1926

1926: Dr. Marmaduke Fawkes te Midhurst (Sussex, Engeland) wordt de nieuwe eigenaar in 1926 en geeft de boeier de naam 'Hawke'.

Dr. Fawkes laat de boeier opmeten en in tekening brengen. In dezelfde jaargang van "De Waterkampioen" van 1928 zijn deze tekeningen gereproduceerd. Ze zijn later ook afgedrukt in het boek De Zeilsport' van H.C.A. van Kampen, de toenmalige hoofdredacteur van "De Waterkampioen".

Het boek De Zeilsport van H.C.A. van Kampen

H.C.A. van Kampen scheef in zijn boek 'De Zeilsport':

Het boeierjacht, waarvan het ontwerp hierbij is gereproduceerd, is een beroemde vertegenwoordiger van het type. Het is de boeier "Sperwer", een der beste voortbrengsels van den vroegeren Frieschen scheepsbouwer E. H. van der Zee te Joure. Het schip is nu me er dan 70 jaar oud en vaart in Engelsche wateren, waar het den naam "Hawke" kreeg en waar de enthousiaste eigenaar het in teekening liet brengen. In zijn jonge jaren behaalde de toenmalige eigenaar de heer Carl Jurrjens, er heel wat prijzen mee, o.a. won de "Sperwer", in 1890, '91 en '92 te Sneek den befaamden "Amerikaanschen beker".

In den vorm van het roer van de "Hawke" ziet men een der meest op den voorgrond tredende verschillen tusschen de typen tjotter en boeier. Ook mist een tjotter de berghouten, die hij een boeier voorhanden zijn. En dan is er de kajuitopbouw. De "Sperwer" is gepiekt gehouwd. Voor gebruik op zee is een boeier, tenzij in zeer groote afmetingen, niet zeer geschikt. Het zeer platte voorschip doet het schip hij-den-wind niet gemakkelijk tegen den golfslag in vooruitkomen. Maar op onze hinnenwateren hooren zij thuis en hier kunnen zij vaak een prachtigen aanblik leveren. Jammer dat ook dit type snel aan het uitsterven is!

1928

1928

1928: Waterkampioen 1928: De Boeier 'Hawke' ex 'Sperwer'

Geen gelegenheid laat ik voorbij gaan om kennis te nemen van jacht-ontwerpen, en ik mag zeggen, dat ik er dan ook al heel wat bekeken en min of meer grondig bestudeerd heb. Onder die alle zijn slechts twee - zegge twee - ontwerpen van boeierjachten! Het eerste kreeg ik eens van Willem de Vries Lentsch, en ik was er erg dankbaar voor, want al lang zocht ik naar een boeierontwerp om te reproduceeren voor mijn, boek „De Zeilsport". Het tweede kreeg ik dezer dagen thuis gestuurd door de vriendelijkheid van Dr. Marnaaduke Fawkes, den tegenwoordigen eigenaar van den boeier „Hawke", met wien ik in Cowes met veel genoegen had kennis gemaakt. Mr. en Mrs. Fawkes zijn vol lof over de eigenschappen van hun scheepje, dat aan de Engelsche zuidkust zeker wel de aandacht zal trekken. Dat men zoo zelden een boeierontwerp te zien krijgt, komt natuurlijk, doordat deze schepen steeds zonder teekening gebouwd werden. Dat gáát zoo op de Friesche werfjes, waar de meeste onzer houten jachten van oud-Hollandsch model het levenslicht zagen. Van vader op zoon worden de mallen overgeërfd, die van tijd tot tijd eens wat veranderd, vernieuwd, vergroot of verkleind worden en een nieuwe teekening onnodig maken.
„Hawke" is een beroemd schip, niet meer of minder dan de oude „Sperwer", vroeger van den heer Jurrjens, daarna van den heer Hooykaas. Op een andere plaats in dit nummer van ons blad kan men iets uit de oude geschiedenis van het jacht lezen. Het is een van de beste boeiers van den ouden Van der Zee, en het doet ons veel genoegen, dat de tegenwoordige eigenaar ons in staat stelde, de lijnen wereldkundig te maken. Waarschijnlijk is ook dit jacht zonder teekening gebouwd, en pas toen het al jaren oud was - d.w.z. eenige maanden geleden - werd door een Engelschen constructeur het scheepje in teekening gebracht.
v. K.

Een Amerikaansche beker

Lezer, denk niet, als gij dit plaatje ziet, dat het de welbekende America's Cup voorstelt, de cup, waaraan Sir Thomas Lipton's naam onafscheidelijk is verbonden. Neen, dit is een Amerikaansche beker, die gewonnen is door een Hollander, en wel door den heer C. Jurrjens, die hem heeft gewonnen bij zeilwedstrijden op het Sneekermeer in de jaren 1890, '91 en '92.

Hoe ik er nu toe kom om daar iets over te gaan vertellen? 'Wel, dat is eenvoudig. De gezondheid van den heer Jurrjens heeft in het begin van dit jaar een grooten schok gekregen. De altijd jeugdige, krachtige grijsaard, die steeds vergezeld van zijn echtgenoote op talrijke water-sportfeesten werd aangetroffen, is helaas eenige dagen geleden uit ons midden, weggerukt. Lichamelijk zeer zwak, maar geestelijk helder als de beste was hij tot het einde. Bij een van mijn bezoeken, waarbij hij altijd zat met het oog gericht op een kast, gevuld met behaalde tropheeën, vertelde hij over de wedstrijden om bovenstaanden beker, die de belooning was van een zijner schoonst bevochten overwinningen.
De heer Jurrjens ging met zijn vertellen terug tot het jaar 1884. Toen kwam uit Indië terug, met een wel gespekten buidel, de heer Clignett. Om zijn tijd hier aangenaam door te brengen, liet hij op de werf van Van der Zee te Joure een boeier bouwen, de „Charlotte". In die jaren bestonden er nog geen auto's, motorbooten of. zelfs rijwielen. Ware dit wel het geval geweest, dan had hij misschien de watersport niet zulk een schrede vooruit gebracht, als thans het geval was. Men voer in die dagen nog op den Amstel. Thans haast ondenkbaar. Daar werd het vaarwater niet verontrust door stoom- of motorbooten. Evenmin had men hinder van aan de oevers staande huizen. Rustig zeilde men er in de vrije natuur. Meestentijds bepaalden de tochtjes zich tot Ouderkerk. Daar vond men elkaar en bracht gezamenlijk den dag genoeglijk door, tot het oogenblik aanbrak om weer huiswaarts te keeren.
De heer Clignett echter hield van verdere tochten. Ieder jaar bezocht hij de wedstrijden te Sneek. Daar was hij, als Hollander, die telken jare den groote tocht naar Sneek ondernam, een zeer gevierd man. Teruggekomen, vertelde hij den Amsterdamschen zeilers van de mooie wedstrijden, die hij daar had bijgewoond, en van de gulle gastvrije, ontvangst, daar genoten. Zijn enthousiasme werkte aanstekelijk op de anderen. Steeds meer werden de wedstrijden daar door Hollanders bijgewoond. Zoo, langzamerhand ontwaakte de lust om zich met de Friezen te meten.
De heer Jurrjens, die door zijn zaken destijds veel in aanraking kwam met beurtschippers, die in die tijden belangrijker personen waren dan thans, werd door hun verhalen aangetrokken tot het zeilen. Hij kocht de „Sperwer", welke later overging in het bezit van den heer Hooijkaas te Rotterdam en na diens overlijden naar Engeland werd verkocht, waar zij nog in de vaart is. Van dit schip heeft hij heel veel pleizier gehad, zoowel voor toerschip als voor wedstrijd-vaartuig. Ettelijke tientallen prijzen heeft hij er mede gewonnen.
In het jaar 1889 bezocht een gezelschap Hollandsche Amerikanen, leden van The Holland Society of New York, ons land. In dien tijd werd de verre reis van Amerika naar Holland als iets zeer bijzonders beschouwd. Algemeen beijverde men zich om het den gasten zoo aangenaam mogelijk te maken. Toen dan ook een gedeelte der gasten Friesland bezocht, was het vanzelfsprekend, dat de gelegenheid werd aangegrepen om hen getuige te doen zijn van, het grootsche watersportfestijn, dat telken jare op den derden Woensdag in de maand Augustus op het Sneekermeer plaats vond. Hoewel in die dagen de scherpe vaartuigen nog onbekend waren en de verschillende klassen nog veel minder bezet waren dan tegenwoordig, maakten de wedstrijden op de gasten grooten indruk. Zij uitten hun dankbaarheid door aan de Zeilvereeniging „Sneek" een prachtigen zilveren beker te schenken, die bestemd moest worden als wisselprijs in de klasse boeiers. Deze beker moest driemaal achter elkaar of vijfmaal in het geheel worden gewonnen, om eigendom te worden. De vaartuigen moesten bemand zijn met één schipper, die veren den mast moest blijven, en vier amateurs. Daartoe opgewarmd door zijn vrienden, schreef de heer Jurrjens den ,Sperwer" in voor den eersten wedstrijd in 1890. Hijzelf was door zaken verhinderd om naar Sneek te gaan; vandaar, dat de „Sperwer" gestuurd zou worden door den heer Klaas Dekker, eigenaar van den tjotter ,Neptunus", oud bestuurslid van de Zaanlandsche Zeilvereeniging en van de sociëteit te Koog aan de Zaan. De verdere bemanning bestond uit de heeren. Bastet en Piet Veen, terwijl de thans 81-jarige schipper van de „Vesta", Jaap Schreur, het werk vóór den mast verrichten zou.

Boeier "Sperwer" van C. Hooykaas in De Waterkampioen 2 (1928)
Boeier "Sperwer" van C. Hooykaas in De Waterkampioen 2 (1928)

Reeds de eerste wedstrijd gaf aanleiding tot moeilijkheden. De Friezen maakten n.l. bezwaar tegen het sturen van den heer Dekker. Zij beweerden, dat hij geen amateur was, en wel ten onrechte. De vergissing was echter verklaarbaar, zoodat het misverstand spoedig opgehelderd was. In dien tijd werd er een druk goederenvervoer met zeilschepen onderhouden tusschen de Zaansche gemeenten en Amsterdam; dagelijks voeren meerdere vaartuigen heen en terug van de Zaanstreek naar Amsterdam en omgekeerd. Zij moesten gelost en geladen worden en weer naar huis terug. Onder allerlei weersomstandigheden moest dagelijks het geheele jaar door deze reis worden volbracht. Iedere minuut, die op het zeilen kon worden uitgespaard, was voordeel. Van iedere geboden kans moest worden gebruik gemaakt. De practijk vormde hier uitmuntende schippers. De Friezen nu zagen in den heer Dekker een schipper van een van dergelijke vaartuigen en meenden daarom, dat het voor den beker geldende reglement werd overtreden. Al spoedig bleek, dat de heer Dekker eigenaar was van een op Amsterdam varend beurtschip, doch dat hij er zelf nooit op mede voer en alleen de zaken administreerde. Hij genoot dus geen enkel voordeel op hen, die slechts op Zondagen voor hun genoegen voeren.
Buiten eenige boeiers van minder gehalte was de „Stanfries' van den heer Van Eisinga „Sperwer's zwaarste concurrent. Zooals destijds gebruikelijk, werd er van piketten gestart. Wedstrijdverslagen werden er nog niet geschreven, zoodat ook wij kunnen volstaan met te vermelden, dat de „Sperwer" den prijs won en den beker voor een jaar mede naar Amsterdam mocht nemen. Alvorens dit geschiedde, moest er een cautie gesteld worden van f 1000.-. Zooals men bemerkt, hield men in die dagen niet van halve maatregelen.
Toen de expeditie - want dat was in dien tijd de tocht naar Friesland en terug - met succes was bekroond, stond het vast, dat de beker het volgend jaar zou worden verdedigd. Tevens zon men op middelen om meer snelheid uit het schip te halen. Bij Schouten in Gouwsluis werden een gaffeltopzeil en een „broodwinner" besteld. Vooral het eerste stond prachtig en moet bij het stille weer in den tweeden wedstrijd goede diensten hebben bewezen. Het tweede jaar had de heer Jurrjens zelf het roer in handen. Ook hij mocht het genoegen smaken den eersten prijs te winnen.
Reeds in die tijden had men veel voor het zeilen over en spaarde men geen geld om zijn jacht in prima conditie aan den start te brengen. Toen de kans om den beker voorgoed in eigendom te krijgen, er na de twee achtereenvolgende overwinningen schitterend voorstond, werd aan Molenaar te Grouw opdracht gegeven om een geheel nieuw tuig te maken. Nadat het geleverd en geprobeerd was, bleek, dat de stand van het grootzeil veel te wenschen overliet. Met een bezwaard gemoed toog men wedstrijdwaarts. Er werd zelfs ernstig over gedacht om maar onder het oude tuig uit te komen. Vóór den aanvang der wedstrijden ontmoette de heer Jurrjens echter Molenaar, die volkomen gerust over zijn schepping, zeide: „Laat dit tuig er maar kalm op staan en laten wij na afloop van den wedstrijd dan eens verder praten.' Zoo geschiedde. En wederom was het de „Sperwer", die het eerst door de lijn van aankomst ging. De heer Jurrjens kwam hierdoor voorgoed in het bezit van den zoo begeerden beker. Thans neemt deze een eereplaats in tusschen tallooze andere overwinningsherinneringen in zijn prij-zenkast.
Tot slot vertelde hij nog, dat de terugkomst in Amsterdam een groote gebeurtenis was. Zelfs de couranten schreven er over en dat wilde toen heel wat zeggen. In het vereenigingsgebouw van de Roei- en Zeilvereeniging „De Amstel" was een groot feest georganiseerd. Op een zolderschuit tusschen „De Amstel" en „De Hoop" werd een groot vuurwerk afgestoken. De heer Jurrjens moest er nog om lachen, met welk een enthousiasme toen een overwinning werd begroet.

pdf Waterkampioen 1928 nr67 april - De Boeier 'Hawke' ex 'Sperwer'

Carl Jurrjens †

Even voor het ter perse gaan van Waterkampioen april 1928  nr67 vernemen wij, dat zooeven de heer Carl Jurrjens is overleden. Zoowel in zeilers- als in roeierskringen zal men rouwen over den veteraan, die onze watersport zijn beste krachten gaf. Ons volgend nummer zal over het leven van onzen grijzen voorman meer brengen. Toevallig brengt reeds dit nummer, naast de teekeningen van zijn trouwen boeier „Sperwer", ook een herinnering uit zijn zeilersloopbaan, die hem dierbaar was. Helaas heeft de ontslapene er niet meer van kunnen kennis nemen....

1931

1931

1931: In 1931 komt de "Hawke" in handen van Merlin Minshall

Dan begint het avontuur waardoor de boeier echt beroemd zou worden. De in 1905 geboren en net in de echt getreden Minshall en zijn echtgenote zijn van plan hun huwelijksreis met de boeier te maken. Aanvankelijk hadden zij niet een concreet plan, maar dat nam vaste vorm aan na lezing van een bijna tachtig jaar oud boekje dat een reis beschrijft van de Rijn naar de Donau via het toen nieuwe Ludwigskanal dat de Main met de Donau verbindt. Dit kanaal, een droom van keizer Karel de Grote, kwam tot stand onder de Beierse koning Ludwig I. Eigenlijk te laat; juist in die tijd kwamen de spoorwegen op en namen in Centraal Europa het goederenvervoer goeddeels over. Bovendien was het kanaal te ondiep en de sluizen veel te klein. Niet echter voor de boeier "Hawke"! Het echtpaar besloot met de "Hawke" een tocht te maken dwars door Europa van Engeland naar de Zwarte Zee, eindigend in Istanbul.

The Geographical Magazine mei 1937

The Geographical Magazine van mei 1937 schrijft een uitgebreid verhaal over de tocht: Na oversteek van Het Kanaal voerde de tocht over de Seine naar Parijs, de Mame en het Marne-Rijnkanaal naar Straatsburg, vandaar de Rijn af naar Mainz en verder de Main op tot Bamberg, waar het Ludwigskanal begon. Het hoogste punt hiervan in de buurt van Neurenberg bevindt zich ± 400 meter boven zeeniveau. In Wenen moest de tocht onderbroken worden. Na ruim een jaar zet Minshall zonder echtgenote met andere bemanning de tocht voort. Ziek van malaria en slechte voeding bereikt hij in 1935 de stad Sulina aan de Zwarte Zee; Istanbul blijft onbereikbaar. De boeier wordt op een vrachtschip gezet en komt in Antwerpen terecht.

James Bond, agent 007

Over deze avonturier, die een Britse spion zou zijn geweest en voor Ian Fleming model gestaan hebben voor de figuur van agent 007, is veel geschreven. Wie het gedetailleerde verhaal van de tocht wil nalezen, zij verwezen naar het artikel in "The National Geographic Magazine". Vermelden we nog wat de boeier aangaat dat de eigenaar, om meer licht in het voorschip te krijgen, in het boeisel aan weerskanten drie patrijspoorten had aangebracht, terwijl de uitwip gedeeltelijk werd verhoogd met daarin eveneens aan weerszijden een ronde lichtopening. Om meer stahoogte in de kajuit te krijgen was de opbouw omhooggebracht door een plank aan te brengen tussen het dek en het onderste gedeelte van de oorspronkelijke opbouw.

1937

1937

1937: In 1937 eigendom van M. Mallens en diens schoonzoon D.E.G. Rosseels in Antwerpen

In Antwerpen aangekomen werd de in slechte toestand verkerende boeier in 1937 eigendom van M. Mallens en diens schoonzoon D.E.G. Rosseels. Zij hebben zich veel moeite gegeven de "Sperwer" weer zo goed mogelijk in de oorspronkelijke staat terug te brengen. Er is een nieuw boeisel, berghouten, zandstrook en verschillende planken aan getimmerd. De opzet van de Belgische eigenaar was om het schip zo oorspronkelijk mogelijk te restaureren. De ontsierende opbouw boven het vooronder werd verwijderd en vervangen door een luik naar oorspronkelijk model. Het houtsnijwerk kwam onder dikke verflagen te voorschijn. De kajuit was verhoogd door het aanbrengen van een plank tussen dek en het onderste gedeelte van de oorspronkelijke kajuit. Het bovenste gedeelte was nog origineel. De halfronde raampjes zijn daarin nog zichtbaar. In de onderste deel had de Engelsman patrijspoorten aangebracht. De heer Rosseels heeft ook een nieuw zeil aangeschaft.
Ze voeren er veel mee op de Schelde. Gelukkig overleefde het schip de oorlogstijd goed. In 1946 maakte Rosseels een veertiendaagse reis door Nederland en bezocht ook 'De Kaag', zodat de "Sperwer" na lange jaren weer in het vaderland te bewonderen was. In 1948 ziet Rosseels wegens gezondheidsredenen zich genoodzaakt de boeier te koop aan te bieden.

1948

juni 1948

juni 1948: Beroemde Boeier 'Sperwer' onder de hamer

Waterkampioen juni 1948 nummer 838
Waterkampioen juni 1948 nummer 838

1949

1949

1949: Vereniging van Vrienden van het Zuiderzeemuseum koopt de boeier

Het lukt de Vereniging van Vrienden van het Zuiderzeemuseum het benodigde geld bijeen te krijgen. Het betreffende bericht in "De Waterkampioen in 1950 bevat onder meer een foto van de "Sperwer" op een dekschuit bij aankomst in Amsterdam op weg naar Enkhuizen. Een en ander is aanleiding voor de heer C. Hooykaas te Rotterdam om aan het Zuiderzeemuseum een model van de "Sperwer" te schenken, alsmede een wedstrijdvlag en scheepspapieren uit het bezit van zijn vader.

Eeltje Romkema van der Zee kleinzoon van Eeltje Holtrop van der Zee bij de 'Sperwer'
Eeltje Romkema van der Zee kleinzoon van Eeltje Holtrop van der Zee bij de 'Sperwer'

In Enkhuizen krijgt de "Sperwer" aanvankelijk ligplaats in de Oosterhaven achter het van de vroegere Vereenigde Oostindische Compagnie afkomstige Peperhuis. Nog een aantal malen komt hij prominent in actie:

  • In 1953 in Grouw bij de eerste reünie van de Commissie Stamboek Friese Ronde Jachten georganiseerd door de KZV `Oostergoo' waren behalve de boeier "Sperwer" ook aanwezig de eveneens tot de verzameling van het Zuiderzeemuseum behorende tjotters "Kijk uit" en "Wilhelmina".
  •  In 1956 was de "Sperwer" in Joure aanwezig bij de samenkomst van ronde jachten ter gelegenheid van de onthulling van een gedenksteen voor de scheepsbouwers Eeltje Holtrop van der Zee en zijn zoon Auke en nam de "Sperwer" deel aan de zeilwedstrijd op het Sneekermeer.
  • In 1957 tijdens de tweede zomerreünie van de nieuwe Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten te Hoorn nam de burgemeester van die stad als admiraal aan boord van de "Sperwer" de vlootschouw af.
'Sperwer' tijdens het admiraalzeilen in Grouw in 1953
'Sperwer' tijdens het admiraalzeilen in Grouw in 1953
'Sperwer' links zeilend op het Alkmaardermeer en rechts voor de wal tijdens de Reünie in Hoorn in 1957
'Sperwer' links zeilend op het Alkmaardermeer en rechts voor de wal tijdens de Reünie in Hoorn in 1957

Houten schepen die niet geregeld gebruikt worden, gaan stilliggend in het water snel achteruit. Daarom werd de "Sperwer", nadat het Peperhuis was ingericht als Binnenmuseum, in 1966 definitief op het droge gebracht en opgesteld in de schepenhal van dit prachtige zeventiende-eeuwse gebouw. Jammer dat we hem niet meer zeilende kunnen ontmoeten.

De schepenhal van het Zuiderzeemuseum
De schepenhal van het Zuiderzeemuseum

1950

1950

1950: De 'Sperwer' neemt deel aan de Elfstedentocht te water in Friesland in juli 1950

In juli 1950 heeft de 'Sperwer' meegedaan aan de Elfstedentocht te water in Friesland. Beeld en Geluid, hét audiovisuele archief van de Nederlandse omroepen in Hilversum is in het bezit van een film die gemaakt is door Filmdienst van het Zuiderzeemuseum met beelden van de 'Sperwer' op diverse plaatsen in de procincie.

Een verslag van een deel van de tocht
De bekende schrijver Klaas Norel is geboren in Harlingen op 9 november 1899. Klaas' vader overleed in 1913 en daardoor moest hij de ULO verlaten en werd kantoorbediende. Daar schreef hij zijn eerste journalistieke stukjes. Zijn liefde voor de zee, zoals die in veel van zijn boeken naar voren komt, uitte zich al toen hij nog een kind was. Hij woonde in Harlingen en was altijd bij het water te vinden. Voor het verzamelen van feiten en kennis voor zijn boeken heeft Norel gevaren op botters, loggers en trawlers en op vele andere schepen. Maar ook op de boeier 'Sperwer'. Van deze vaartocht is in de perodiek 'Een vriend des huizes' een uitgebreid verslag geplaatst. Klaas Norel overleed op 4 mei 1971 ten gevolge van een auto-ongeluk. Op de website www.marinusbloemzaad.nl staat een nagenoeg compleet overzicht van al het werk van Klaas Norel.

pdf Klaas Norel in 1950 - Wij zeilen met een Friese boeier

1954

december 1954

december 1954: Tekeningen van Anton Pieck, gepubliceerd in de Katholieke Illustratie Kerstnummer 1954 als illustratie bij het verhaal "De vloot der verlorenen" door Fred Thomas

Achtersteven met roer van de Sperwer getekend in 1953/1954
Achtersteven met roer van de Sperwer getekend in 1953/1954
Gedeelte van het binnenmuseum van het Zuiderzeemuseum aan de Kade (Oosterhaven) met links de achterkant van het Peperhuis
Gedeelte van het binnenmuseum van het Zuiderzeemuseum aan de Kade (Oosterhaven) met links de achterkant van het Peperhuis

Uit het Peperhuis december 1955

Bovenstaande illustraties zijn ook met hetzelfde verhaal opgenomen in 'Uit het Peperhuis' Mededelingen van het Zuiderzeemuseum van december 1955.

1955

16 augustus 1955

16 augustus 1955: Polygoon Journaal: De 'Sperwer' neemt deel aan het admiraalzeilen ter ere van het 600 bestaan van de stad Enkhuizen

Als onderdeel van Polygoon Hollands Nieuws is er op 26 augustus 1955 een filmpje vertoond met de 'Sperwer' prominent op de voorgrond tijdens het admiraalzeilen van ronde- en platbodems in het kader van de viering van het 600-jarig jubileum van Enkhuizen. De film is opgenomen in de collectie van het Nederlands Instituut voor Beeld & Geluid. 

De video is ook als download beschikbaar op Open Beelden.

1983

1983

1983: De Boeier 'Sperwer' in Spiegel der Zeilvaart in mei 1983 nummer 4

Niet van alle schepen is de historie bekend, en ook dan nog hebben niet alle schepen geschiedenissen die het vermelden waard zijn. Wanneer men in de Schepenhal in het museum in Enkhuizen rondwandelt, zou men niet vermoeden welk bijzonder verhaal de 'Sperwer' als stille getuige te vertellen heeft. Deze boeier werd in 1884 door Eeltje Holtrop van der Zee in Joure gebouwd en kwam in Engeland terecht. In 1933 besluit Merlin Minshall, nazaat van een rijke en invloedrijke familie, het conventionele leven de rug toe te keren om als waterzigeuner met honderd pond per jaar de wereld rond te trekken. Hij ruilt zijn oude sportwagen voor de oude boeier, waarmee hij vanuit Southampton in drie jaar tijd dwars door Europa over de Donau naar de Zwarte Zee wil varen. In een argeloos Europa begint echter nazi-Duitsland zich te organiseren. In Parijs vestigt hij de aandacht van de Duitse Gestapo op zich, zij verdenken hem van spionage. Zich van niets bewust trekt hij verder. Hij is nog maar nauwelijks in Duitsland of de Sperwer wordt geenterd en een Duits oorlogsschip neemt deze op sleeptouw. Twee geuniformeerde beambten springen aan boord, zetten de motor af, klakken met de hielen, rukken hun hand omhoog: "Heil Hitler." "Minshall," riposteert hij, "God save the King." Zijn vrouw redt de situatie.

pdf SdZ Mei 1983 nr04 - De Boeier 'Sperwer'

2001

2001

2001: Evert-Jan en Harmen Timmerman (vader en zoon) bouwen in Ommen een kopie van de boeier 'Sperwer'

Plannen om een houten scheepje te bouwen resulteren in een replica van de 'Sperwer' (later 'Uiltje' gedoopt)

Evert-Jan en Harmen Timmerman in Ommen hebben in de jaren-90 het plan opgevat om een houten scheepje op stapel te zetten. In het najaar van 1997 kreeg het uitwerken van de gedachte om het scheepje te bouwen dan eindelijk gestalte. Na de nodige bezoeken aan scheepswerven, musea en ontwerpers kwam na veel wikken en wegen het uiteindelijke plan een houten boeier te bouwen. De afmeting en vorm van de boeier werd definitief bepaald na het bouwen van een halfmodel en een maquette. Het schip wordt gebouwd van Nederlands eiken, de bomen zijn uit het laarbos te Ommen. Het schip wordt in epoxy gezet en wordt verder traditioneel gebouwd. Het berghout en knieën worden gelamineerd. Het beslag wordt door henzelf gemaakt van rvs A2 wat nadien wordt geglaspareld  (matte uitstraling). De blokken worden traditioneel met gesmeed buitenbeslag.
Als uitgangspunt voor de vorm is gekozen voor de "Sperwer", gebouwd door Eeltje Holtrop van der Zee (1886). Het Zuiderzee Museum te Enkhuizen bood de mogelijkheid dit schip te bezichtigen en te fotograferen. Ook werd een foto van een inmetingstekening verstrekt. De boeier van Timmerman wordt 1 meter kleiner gebouwd dan de "Sperwer".

Afmetingen van de boeier 'Uiltje':

  • lengte over stevens: 738 cm
  • grootste breedte over berghouten: 287 cm
  • diepgang: 45 cm
  • holte op grootspant: 124 cm

De afmetingen van het zeilplan zijn bepaald aan de hand van vergelijkingen met andere boottypes uit dezelfde periode.

De bouw van de boeier gevorderd eind 2016
De bouw van de boeier gevorderd eind 2016

2004

29 mei 2004

29 mei 2004: Dagblad Trouw - De Verdieping: De Sperwer, de wieg van James Bond

Zo op het oog is de Sperwer een boeier als alle andere. Gebouwd in 1886 door Eeltje Holtrop van der Zee in Joure, de meest bekwame boeierbouwer van zijn tijd, is het een bloedmooi en supersnel vaartuig. Bij wedstrijden op het Sneekermeer in 1892 om de New York Society Cup finisht het als eerste. In 1926 wordt het schip aan Engeland verkocht. In 1931 wil de nieuwe eigenaar Merlin Minshall er met zijn kersverse bruid dwars door Europa mee varen, naar de Zwarte Zee. Vier jaar is het stel onderweg, maar Istanbul bereiken ze niet. In zijn boek 'De avonturier' doet Minshall verslag van de reis.

Naderhand ontstaat de mythe dat Minshall een Engels geheim agent is en dat hij voor zijn baas Ian Fleming model staat voor agent 007, James Bond. Of het verhaal klopt? De Sperwer, op de waterlijn 28 voet lang en over stevens 31 voet, komt niet voor in de verhalen van Fleming.

In 1948 wordt de Sperwer of Hawke aangekocht door het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. De mythe van James Bond doet het altijd goed bij het publiek, en bij de familie van Minshall die 's mans as na diens dood in de boeier wil bijzetten. Maar we zijn geen kerkhof, zegt coördinator collectiebeheer Anton Kos. Voor hem is de 'Sperwer' allereerst een maritiem topstuk, voor het overgrote deel authentiek en dat is bijzonder voor zo'n oud schip waarop gewoond en gewerkt is. Omdat er niet meer mee gevaren wordt, ligt de boeier in het Binnenmuseum.

De 'Sperwer' definitief onder dak
De 'Sperwer' definitief onder dak

2005

2005

2005: De 'Sperwer' in het standaardwerk van Dr. Ir. J. Vermeer - De Boeier

In Enkhuizen krijgt de "Sperwer" aanvankelijk ligplaats in de Oosterhaven achter het van de vroegere Vereenigde Oostindische Compagnie afkomstige Peperhuis. Nog een aantal malen komt hij prominent in actie:

  • In 1953 in Grouw bij de eerste reünie van de Commissie Stamboek Friese Ronde Jachten georganiseerd door de KZV 'Oostergoo' waren behalve de boeier "Sperwer" ook aanwezig de eveneens tot de verzameling van het Zuiderzeemuseum behorende tjotters "Kijk uit" en "Wilhelmina".
  • In 1956 was de "Sperwer" in Joure aanwezig bij de samenkomst van ronde jachten ter gelegenheid van de onthulling van een gedenksteen voor de scheepsbouwers Eeltje Holtrop van der Zee en zijn zoon Auke en nam de "Sperwer" deel aan de zeilwedstrijd op het Sneekermeer.
  • In 1957 tijdens de tweede zomerreünie van de nieuwe Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten te Hoorn nam de burgemeester van die stad als admiraal aan board van de "Sperwer" de vlootschouw af.

Houten schepen die niet geregeld gebruikt worden, gaan stilliggend in het water snel achteruit. Daarom werd de "Sperwer", nadat het Peperhuis was ingericht als Binnenmuseum, in 1966 definitief op het droge gebracht en opgesteld in de schepenhal van dit prachtige zeventiende-eeuwse gebouw. Jammer dat we hem niet meer zeilende kunnen ontmoeten.

pdf Boek De Boeier Sperwer - Vermeer

2013

9 december 2013

9 december 2013: Model van de Sperwer als eerste prijs bij een zeilwedstrijd in de "Draken" klasse in 1947

Reactie Roger Maes van de ARGVS België

Roger Maes (Vereniging Kunstexperst België, ARGVS) is onlangs in het bezit gekomen van het originele model van de 'Sperwer' gemaakt door W.K. Versteeg (vòòr 1945) van de "Sperwer". Het was de eerste prijs bij een zeilwedstrijd  in de "Draken" klasse in 1947,  ingericht door de RYCB, waarschijnlijk te Oostende waar een vrij grote vloot van "Draken" lag (nog).

De tekeningen van de "Sperwer" van de hand van "Versteeg" zijn volgens hem in het bezit van ofwel" RYCB" of het "Scheepvaartmuseum" te Antwerpen.

Meer informatie over W.K. Versteeg kunt u vinden bij de Hoogaars 'Patrice', één van de 'echte' schepen van erkend model-bouwer Versteeg.

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht