Standfries

Standfries Verdwenen

Dr. Ir. J. Vermeer schrijft in zijn boek "De Boeier" over de 'Standfries':
De "Standfries" werd als open Fries jacht gebouwd, maar al na enkele jaren gaf de eerste eigenaar aan Eeltjebaas opdracht er een echte boeier van te maken.24 Open jachten werden wel vaker van een roef voorzien, wat niet altijd tot een bevredigend resultaat leidde. De verbouwing van de "Standfries" tot boeier werd echter door Eeltjebaas zo voorbeeldig uitgevoerd, dat dit schip destijds als een van de mooiste boeiers van heel Friesland gold. 

De Vries had eerder al een open jacht met dezelfde naam gehad, zoals blijkt uit de deelnemerslijst van de Sneeker Hardzeildag 1867. Overigens werd de naam afwisselend gespeld als "Standvries", Stand­fries" of "Stânfries".

Eigenschappen

Plaquette nummer:9121 Zeil nummer: OC16
Categorie:V Tekening nummer:
Type:Boeier

Bouw

Bouwjaar:1873 Ontwerper:E. Holtrop van der Zee
Werf:E. Holtrop van der Zee Werf plaats:Joure
Motor: Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:Eikenhout
Materiaal zeil:Katoen
Onderwaterschip:Gepiekt Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:7,85 m Breedte berghout:2,85 m
Diepgang:0,00 m Masthoogte water:0,00 m
Oppervlakte grootzeil:0,00 m2 Oppervlakte fok:0,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:0,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1873 – 1881 Goslik de Vries, Grouw ( Standfries)
1881 – 1912 Jhr. C. van Eysinga, Leeuwarden ( Standfries)
1912 – 1918 A. Wegener Sleeswijk, Lemmer ( Standfries)
1918 – 1930 A. Faber, Langweer ( Standfries)
1930 – 1940 H. Brouwer, Langweer ( Standfries)

Geschiedenis

1925

2005

2005

2005: De Boeier 'Standfries' in het boek "De Boeier" van Dr. Ir. J. Vermeer

Bestek (volgens werfboek)

Het Jagt van den Heer De Vries. 
Lang over stevens 7 el 58 duim (schrijffout, moet zijn 85 cm), of 27 voet 8 duim.
Wijd binnenin net 10 voet en 7 duim.
Hoog voor boegen op de kil 4 voet 8, achter bij de steven op de kiel 4 voet 5 duim, beide bij de steven. Hol onder het berghout 2 voet 7 duim.
Voorend 11 voet 6 duim, achterend 3 voet 6 duim. Hol onder het zeilwerk 3 voet 11 duim.
Zwaarden lang 7 voet 10 duim, breed 5 voet. De boeisels breed onder de legwaring 11 duim, voor bij de steven 10 duim, achter 5 duim. Koker wijd 9 duim.

Voor de som van zestienhonderdenvier Gulden en veertien cts.

Ernst Crone: De geschiedenis van de zeilsport in Amsterdam

In zijn boek over de geschiedenis van de zeilsport in Amsterdam vertelt Ernst Crone over het feest dat ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de Amsterdamsche Roeivereeniging 'De Hoop' in 1873 groots werd gevierd, onder meer het volgende:
Door zelfontbranding had (het voor de zondagavond bestemde vuurwerk) een loodsje waar het opgeborgen was vlam doen vatten. Gelukkig dat de brand niet de geheele haven in vlammen gezet, maar toch waren er behalve dit loodsje verliezen te boeken; o.a. verloor de heer G. de Vries uit Grouw er een kostbaar stel wedstrijdzeilen door. Aangetrokken als zoovelen anderen tot dit feest, was hij met zijn tjotter Standfries, een hardlooper van grote reputatie, overgekomen om zich te meten met andere tjotters in Amsterdam. Zooals een goed wedstrijdzeiler betaamt had hij de zeilen 's avonds afgeslagen en deze opgeborgen in een der gebouwen aan de haven. Helaas echter in een dat 's nachts een prooi der vlammen werd. De ontsteltenis van de eigenaar laat zich licht gissen, toen hij den volgenden morgen van de ramp hoorde. Doch zich den moed laten ontnemen deed hij niet en hij leende een ander tuig. En met deze zeilen behaalde hij toch de overwinning. ...
Natuurlijk wijdde bij de prijsuitdeeling de voorzitter de noodige woorden van lof aan den vreemdeling en met de volgende aardige woorden werd hem de prijs overhandigd:
Al zijn de zeilen ook verbrand
De Standfries houdt de overhand.

Goslik de Vries

De Vries nam ook met zijn eerdere jacht reeds regelmatig deel aan zeilwedstrijden. In het verslagenboek van `Oostergoo' bijvoorbeeld staat hij genoteerd in de klasse jagten en Boeijers', in 1867, 1868, 1869 en 1872, meestal in concurrentie met A. Houtsma (Fries jacht "Mercurius"); om en om sleepten zij de prijs in de wacht. Met zijn nieuwe schip zet De Vries deze traditie voort; van 1873 tot en met 1880 vinden wij dit koppel in het verslagenboek vermeld. Ook op de Sneeker Hardzeildag verschijnt de nieuwe "Standfries" aan de start. Door hiaten in de bewaard gebleven deelnemerslijsten in de zeventiger jaren weten we niet precies wanneer.

jhr mr C. van Eysinga te Leeuwarden

Omstreeks 1880 verkocht De Vries de boeier aan jhr mr C. van Eysinga te Leeuwarden. Aanvankelijk op jeugdige leeftijd reeds secretaris van de Zeilvereening `Oostergoo', werd hij omstreeks 1880 haar voorzitter. Onder zijn leiding beleefde deze vereniging een periode van bloei, samenvallend met de grote populariteit die de Sneeker Hardzeildag in de jaren tachtig mede bij Amsterdamse boeierzeilers genoot. Deze Van Eysinga was evenals zijn vader jhr mr F.J.J. van Eysinga, eigenaar van de destijds beroemde boeier "Stavo" , een fervente zeiler die nauwelijks een gelegenheid om te hardzeilen oversloeg, zij het bij zijn eigen vereniging `Oostergoo' of bij de ZV `Sneek'. Bijna zonder uitzondering verscheen de "Standfries" elk jaar vanaf 1882 tot en met 1898 bij `Oostergoo' aan de start; op de Sneeker Hardzeildag in ieder geval in de jaren 1882, 1887, 1888, 1891, 1892 en 1894. Een bijzondere vermelding verdient de door de zeilverenigingen `Oostergoo' en `Sneek' op 20 juni 1892 gezamenlijk georganiseerde hardzeilwedstrijd voor in Friesland thuishorende schepen op het Sneekermeer ter gelegenheid van het bezoek dat de (toen) twaalfjarige koningin Wilhelmina en haar moeder de koningin-regentes Emma aan Friesland brachten. In de klasse 'Boeiers' streden acht schepen tegen elkaar. Daarvan won de "Bever" van Yke Wouda een door koningin Wilhelmina uitgeloofde gouden medaille en de "Standfries" als tweede prijs een zilveren medaille. Evenals van de hiervoor besproken boeier "Prins Hendrik" is een tekening van de "Standfries" van de hand van J.C. Greive bewaard gebleven.

Na de dood in 1910 van jhr mr W.C.G. van Eysinga, die in 1901 bij het overlijden van zijn vader uit de ouderlijke boedel de "Stavo" had verkregen, nam zijn halfbroer naast de "Standfries" ook de "Stavo" onder zijn hoede. Dit leidde ertoe dat de "Standfries" in 1912 werd verkocht. 

A. Wegener Sleeswijk te Lemmer

De nieuwe eigenaar was de heer A. Wegener Sleeswijk te Lemmer. Deze verschijnt met de boeier, nu veelal in de deelnemerslijsten "Stánfries" genoemd, elk volgend jaar aan de start in wedstrijden van de ZV `Sneek' (Hard-zeildag), alsook bij de ZV `Oostergoo'. Het bekende verslagenboek van deze vereniging vermeldt in 1913 het grote aantal van acht deelnemers in de boeierklasse: "Standfries" van Wegener Sleeswijk, "Bever" van Kalt, "Njord" van Boltjes, "Albatros II" van de KRZV 'De Maas', "Kikker" van Olivier, "Constanter" van Halbertsma, "Mimi" van Andreae en "Aaltje Johanna" van Tadema. De "Stánfries" veroverde de (eerste) prijs en de "Constanter" de premie (2e prijs). Ook in 1915 winnen Wegener Sleeswijk en Halbertsma in dezelfde rangorde de prijzen en in 1918 in omgekeerde volgorde.

Notaris A. Faber Langweer

De heer Wegener Sleeswijk overleed in 1918 aan de Spaanse griep die na de Eerste Wereldoorlog algemeen heerste. De "Stânfries" kwam daarna in handen van notaris A. Faber te Langweer, die met zijn zoon eerder veel succes boekte met de fjouweracht 'Nemo'. De 'Nemo' wordt dan verkocht. Faber verschijnt bij `Oostergoo' elk jaar met de boeier aan de start tot en met 1924, het laatste jaar dat in successie voor een klasse boeiers een wedstrijd werd uitgeschreven en ook op de Sneeker Hardzeildag. Het Nederlandsch Jachtregister van 1924-25 vermeldt de "Stânfries" van A. Faber te Langweer zonder bouwjaar, afmetingen 7,80 bij 2,40 meter, geregistreerd als wedstrijdjacht bij de KVNWV onder nummer 16OC. In de volgende jaren, die in de economische crisis uitmondden, werden nauwelijks meer wedstrijden voor boeiers georganiseerd. Notaris Faber kwam in deze malaisejaren in moeilijkheden en moest de "Stânfries" van de hand doen.
Bij de kentering van de tijden in de crisisjaren dertig droeg Anne Faber zijn praktijk over aan notaris K.H. Mulder en vertrok ook naar Batavia in Nederlands Indië. Zijn zoon Gerard had daar inmiddels een kleine groenteplantage opgestart op de hellingen van de Gedeh bij Buitenzorg. Van het koloniale deel van de familie Faber overleefde alleen Gerard de Jappenkampen. Diens nakomelingen bewonen nog steeds de oude planterswoning in indang Laya. De grote fotoverzameling van Anne Faber is goeddeels verloren gegaan en leeft slechts voort in een klein familiealbum en enkele ansichten.

Huisarts H. Brouwer Langweer en daarna

De boeier kwam nu in eigendom van een dorpsgenoot van Faber, de huisarts H. Brouwer. De lotgevallen in de volgende jaren zijn ons niet bekend. Brouwer schijnt de boeier begin jaren veertig naar Amsterdam te hebben verkocht. In 1946 werd het schip voor het laatst gezien als wrak bij de scheepsmakelaar Heslenfeld, door politiecommissaris H. Voordewind, eigenaar van het Friese jacht "Dolphijn". In zijn antwoord aan de heer F.W. Wegener Sleeswijk schreef de secretaris van de Stichting Stamboek in 1962 dat de boeier naar Amerika zou zijn verkocht. Of dit op waarheid berust hebben wij niet kunnen verifiëren.

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht