Stânfries

Stânfries

Gerard ten Cate is in 2009 een zoektocht begonnen naar ronde jachten op het Paterswoldsemeer in Groningen. Die zoektocht heeft in 2011 geresulteert in zijn boek 'Ouder Zeilend Hout' (met CD). Over de 'Stânfries' schrijft hij: Bij alle misverstanden en onduidelijkheden die er rond de Stânfries bestonden, kwam ik er nog een heel onverwachte tegen. Albert Helder (1943) vertelde me dat dit schip gebouwd is op de werf van Helder en niet, zoals door anderen beschreven, op de werf van Visser. 

Nieuwe eigenaar gezocht - Te koop

Voor dit schip wordt een nieuwe eigenaar gezocht.
Voor informatie, Peter Hoogendam, e-mail: hoogendam-p@hetnet.nl, mobiel: 06 - 53821638.

Dat de invloeden van Visser aanwezig zijn, is niet vreemd. Van oorsprong bestond Albert Helder sr. zijn bestaan uit verveningswerkzaamheden, visserij, het boerenbedrijf, gastenvaren of een mix ervan. Deze Albert was daarnaast ook nog medewerker op de werf van Visser. Zelf zal hij allicht mee hebben helpen bouwen aan de andere door Visser gebouwde jachten. Dat hij zelf ook nog opdrachtgever voor de bouw van deze schepen was, is niet meer uit te leggen of te verklaren. Deze Albert was daarnaast ook nog medewerker op de werf van Visser. Zelf zal hij allicht mee hebben helpen bouwen aan de andere door Visser gebouwde jachten. Dat hij zelf ook nog opdrachtgever voor de bouw van deze schepen was is niet meer uit te leggen of te verklaren. Niet anders dan dat een boedelverdeling van Jacob Helder in 1901 misschien een rol heeft gespeeld en Albert van de nodige financiële middelen heeft voorzien. Van enig archiefmateriaal, dat hier duidelijkheid over zou kunnen verschaffen is bij de nazaten van Albert Helder niets meer aanwezig. Onderlinge familiebanden tussen de Helders en de Vissers vervagen daarnaast ook nog eens een en ander.

Als bijzonderheid wist Albert Helder jr. uit overlevering te vermelden, dat op het schip een mast van 13 meter stond. Van alle jachten op het Paterswoldsemeer had de 'Stânfries' de langste mast. En ook bij dit schip is tijdens debouw al nagestreefd een op de 'Vliegende Hollander (Argo)' gelijkend schip te bouwen. De bouwer is er zeker in geslaagd velen op een verkeerd been te zetten toen er geprobeerd werd in de jaren rond 1950 de ware bouwer van het schip te benoemen.

Opvallend is de extra hoge mastkoker die nodig was toen de Stânfries rondvoer als boeier. Dit was nodig om de knecht en het scharnierpunt van de mastboven de kajuit te krijgen. Deze constructie is inmiddels ook weer origineel.
Opvallend is de extra hoge mastkoker die nodig was toen de Stânfries rondvoer als boeier. Dit was nodig om de knecht en het scharnierpunt van de mastboven de kajuit te krijgen. Deze constructie is inmiddels ook weer origineel.

Dit schip is vooral in de beginjaren van het Stamboek een aantal jaren verward met de “Hou Moed”, een erg gelijkend schip door Van der Zee gebouwd. Het schip is verbouwd geweest met een teakhouten dek en kajuit. Inmiddels vaart ze weer teruggerestaureerd als volwaardig Fries jacht. Het heeft lang geduurd voordat duidelijk werd dat haar oorsprong bij het Paterswoldsemeer lag. Net als bij veel Friese jachten met ongeveer dezelfde afmetingen is er in het verleden vaak een kajuit geplaatst. Het schip kreeg dan het voorkomen van een kleine boeier. Om ruimte in het schip te krijgen moest het dek dan verhoogd worden. Een zware ingreep want hiervoor was ook nodig dat het mastdoft omhoog gebracht werd. Ook de bedelbalk moest in dat geval verwijderd worden. Traditioneel ligt het voordek enhet mastdoft van een tjotter en Fries jacht diep in het schip. Op het losse uitneembare voordek kun je dan erg beschut liggen. Slechts twee, door Lantinga uit IJlst, gebouwde Friese jachten hebben vanaf de bouw een hoog liggend dicht voordek zoals ook bij een boeier voorkomt (de Jansje Maria uit 1941 en de Bestevaer uit 1953). Deze twee schepen hebben zodoende geen bedelbalk.

In het Overzicht van in het Stamboek ingeschreven jachten, die nooit een plaquette hebben gekregen staat het volgende:
44. Boeier 'Hou Moed', 6.90 m, J. Visser, Paterswolde, 1908, Eikenhout, eig. E.J. Kuipers, Laren,'54-'57 In '56 heet het voor het eerst een Fries jacht; waarschijnlijk is dan de kajuit er afgehaald. Visser had hem ook als Fries jacht gebouwd voor zijn zwager A. Helder, die hem gebruikte voor de verhuur. Zie Vermeer pag. 246. Het moet de 'Luctor' zijn! N.J. Timmer, Schiedam, eigenaar in '59-'60 (Deze 'Luctor' is een verdwenen Fries jacht, ook gebouwd door Visser in Paterswolde).
58. Boeier 'Hou Moed', 6,90 m, 1 Visser, Paterswolde, 1908, Eikenhout, eig. E.J. Kuipers, Laren (NH), '54-'57.
82. Fries jacht 'Stânfries’, 6,90m ,eikenhout, J. Visser, Paterswolde, 1908, eig. N.J. Timmer, Schiedam, '61.

Eigenschappen

Plaquette nummer:273 Zeil nummer: RC21
Categorie:A Tekening nummer:
Type:Fries jacht

Bouw

Bouwjaar:1917 Ontwerper:J. Visser
Werf:J. Helder Werf plaats:Paterswolde
Motor:Inbouw Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:Eikenhout
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:7,05 m Breedte berghout:3,00 m
Diepgang:0,30 m Masthoogte water:9,70 m
Oppervlakte grootzeil:0,00 m2 Oppervlakte fok:0,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:0,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1917 – 1927 A. Helder, Paterswolde ( Stânfries)
1927 – 1939 G.J. Mulder, Groningen ( Meeuw)
1940 – 1940 H. Mulder, Wassenaar ( Stânfries)
1940 – 1940 Oudshoorn werf “het Fort”, Warmond ( Geus)
1940 – 1942 A.A. Aberson, Amsterdam ( Geus)
1942 – 1950 G.J. Willing, Bussum ( Geus)
1950 – 1958 J.E. Kuipers, Laren ( Roode leeuw)
1958 – 1964 H. Wiersma, Zeist ( Stânfries)
1964 – 1966 P.J. Pilon, Reeuwijk ( Stânfries)
1966 – 1973 W. Westerouen van Meeteren, Rotterdam ( Maria Magdalena)
1973 – 1976 A.A. Zwamborn, Rottevalle ( Maria Magdalena)
1976 – 1980 P. Steinhauer, Apeldoorn ( Stânfries)
1980 – 2000 J.A. Diepraam, Amsterdam ( Stânfries)
2000 – 2007 H. Th. Peek, Esch ( Stânfries)
2007 – 2010 Erven Peek ( Stânfries)
2010 – 2011 D. Hoogendam-Peek ( Stânfries)
2011 – Nu (laatst bekend) P. Hoogendam, Loenen aan de Vecht ( Stânfries)

Geschiedenis

1917

1917

1917: De bouw in 1917-1918

Tijdens de bouw in de winter van 1917-1918 is er anderhalve meter verhoging van het waterpeil in het Paterswoldsemeer geweest. Uit overlevering van Jaap Helder sr. wist Leo Heijne te vertellen dat de nog niet te water gelaten 'Stanfries' toen op de bouwplaats is gaan drijven. Er is blijvend zichtbare schade ontstaan, doordat het klem kwam te zitten onder de spanten van de bouwloods.

Inmiddels hebben de restauraties van Pier Piersma uit Heeg deze schade volledig aan het zicht onttrokken. Navraag leerde dat het hem niet was opgevallen. Op voordracht van Pier Piersma is dit schip weer terug gerestaureerd tot Fries jacht. Tijdens deze restauratie is ook het lateraaloppervlak aangepast. Het roer is onder water korter gemaakt. Ook zijn de smalle niet originele zwaarden vervangen door het gebruikelijke brede model. De mast is nog steeds die, die er ook al opstond toen ze als boeier rond voer. Met een totale lengte van 11,5 meter is ze 1,5 meter korter als in haar eerste leven als Fries jacht.

1927

1927

1927: “Kapitein” Mulder (1879 - 1954) en de Stânfries (Meeuw) 1927 -1936

Jan van der Baan, bekend amateurschilder en lid van DTP, heeft van de Meeuw een schilderij gemaakt dat bij mij thuis hangt. De houding van opa Mulder is perfect getekend.

Ger Mulder kleinzoon van Gerrit Mulder (oud eigenaar van de 'Stânfries') heeft de volgende herinneringen aan zijn opa en zijn 'Stânfries':
Opa Gerrit Mulder (* 1879) was kapitein-eigenaar van de schoener Oceaan, die in mei 1915 bij Land’s End zonk na een aanvaring in mist met een stoomschip. Zijn echtgenote, mijn vaders moeder, verdronk hierbij. Omdat het oorlog was bleef opa aan de wal, maar zijn zeilershart stond open. DTP was nog jong (ik meen opgericht in 1911) en kon wel leden en ervaring gebruiken. Opa kocht een W-Klasser en zeilde tegen o.a. de heren Niemeijer en Penon wedstrijden op het meer en in Friesland. Later kreeg hij de door ik meen Visser gebouwde streep 9 Fortuna, het oude 30 kwadraat type. Opa heeft tot zijn dood in 1954 gezeild en stond bekend als ‘kaptein Mulder’. Mijn vader is 25 jaar secretaris van DTP geweest en volgde Niemeijer op als voorzitter. Mijn vader werd weer opgevolgd door Arend van Calcar. Wanneer opa de 'Stânfries' heeft gekocht en van wie weet ik niet; ik vermoed dat dat begin dertiger jaren was en dat hij geriefelijker met zijn kajuitboot wilde trekken in plaats van in een open boot. Hij liet er bij Visser een kajuit op zetten, gaf de boeier de naam “Meeuw” en voer er vervolgens mee over de Wadden naar Duitsland, en verder natuurlijk naar Friesland.

Van deze boot heb ik een paar foto’s, maar voornamelijk met ‘veel volk aan boord’ zoals ik me dat herinner. Ik moet ze in de albums gaan zoeken. Opa heeft met de boot gevaren tot 1940 toen hij bij Visser de kajuitzeilboot Eureka liet bouwen van 8,50 meter, vrijwel identiek aan de boten van Niemeijer (Paraat) en Ibelings (die naam ben ik vergeten). Ik denk dat hij de 'Meeuw' toen bij Visser heeft ingeruild. De verdere historie van de boeier heb ik niet gevolgd.

Foto GTC Schilderij van de Meeuw. Gesigneerd Jan van der Baan 1939. Jan Lucas van der Baan (1912-1990) Was tekenleraar en beeldend kunstenaar. Hij had zich aangesloten bij de Ploeg.
Foto GTC Schilderij van de Meeuw. Gesigneerd Jan van der Baan 1939. Jan Lucas van der Baan (1912-1990) Was tekenleraar en beeldend kunstenaar. Hij had zich aangesloten bij de Ploeg.

Bij de opmerking wanneer ”opa Mulder” de Stânfries gekocht heeft, moet een kanttekening worden geplaatst. In een familiealbum van de familie Mulder komt een gedateerde foto uit 1927 voor met een bijzondere foto van de Stânfries nog als open jacht.Waarschijnlijk was Mulder in dat jaar al eigenaar van de Stânfries. Vermeer noemt andere jaartallen.

Latere foto’s uit deze albums laten de Stânfries met kajuit zien. Op het Paterswoldsemeer maar ook in Duisland en op het wad. Een schroefraam of buitenboordmotor zijn niet zichtbaar. Dat wadden tochten niet werden geschuwd, is met het zeevarende verleden van opa Mulder niet vreemd. Misschien ishet wel dank zij hem zo geweest dat er bij DTP al heel vroeg al tochten naar het Duitse Waddeneiland Borkum werden georganiseerd.

Meeuw Coll Mulder links 1932 wederom met dames aan boord, rechts met veel meer volk in 1934.
Meeuw Coll Mulder links 1932 wederom met dames aan boord, rechts met veel meer volk in 1934.
Foto genomen vanaf de “vuurtoren” “Lange Jaap” van het paviljoen de  Twee Provinciën in het midden van de jaren dertig van de 20e eeuw. Centraal op de foto de  “Meeuw”.
Foto genomen vanaf de “vuurtoren” “Lange Jaap” van het paviljoen de Twee Provinciën in het midden van de jaren dertig van de 20e eeuw. Centraal op de foto de “Meeuw”.

1980

1980

1980: Stichtingsmonografiën 18, 19 en 31 - De ronde jachten van Visser in Paterswolde.

In 1901 verhuist de familie Visser naar de Meerweg en wordt een huis betrokken naast collega-concurrent en later familielid Jaap Helder. En dan wordt een belangrijke verdere stap gezet in de richting van het bouwen van jachten voor het eigen verhuurbedrijf en voor derden. Buurman Helder gaf eigenlijk de stoot daar toe. Jaap Helder was in 1900 naar Joure getogen, in die dagen een hele onderneming, een echte 'ommelandsche reis' zoals men graag zei, en had van E.H. van der Zee het friese jacht 'Eeltje , gekocht. Dit is de huidige 'Argo'.

Mr. Dr. T. Huitema heeft het hele verhaal wat tot op dat moment bekend was (1980) over de bouw van de ronde jachten door Visser en Helder na de aankoop van de 'Argo' vastgelegd in 3 Monografiën:

1992

1992

1992: Dr. Ir. J. Vermeer - De 'Stânfries' in het boek 'Het Friese jacht'

2000

2000

2000: In 2000 wordt de heer H. Th. Peek eigenaar

De heer Peek die in 2000 eigenaar werd van dit schip, was jachtmakelaar. Gedurende zijn hele leven heeft hij een heel scala aan boten en jachten gehad. De grootste was een zusterschip van de 'Flyer', het schip waarmee van Rietschoten de “Round the World Race” op zijn naam zette. Toen de heer Peek aan zijn gezin voorlegde, dat hij het voornemen had voor zich zelf een rond jacht aan te schaffen, was er de keuze een nieuwe te laten bouwen, of de 'Stânfries' te laten restaureren. Het laatste is gebeurd. Volgens zijn dochter was dit het enige schip waarmee hij een emotionele band had.

Het schip wijkt enigszins af van de andere nog bestaande door Visser gebouwde schepen. Het is volumineuzer en misschien tegelijkertijd eleganter gebouwd. Misschien is er meer gekeken naar de “Vliegende Hollander”. Albert Helder is lang genoeg eigenaar van de “Vliegende Hollander” geweest om de verhoudingen van dit schip op zijn netvlies te hebben gehad. De hand van Albert Helder zal veel nadrukkelijker in dit schip aanwezig zijn dan die van Jan Visser. Is de 'Stânfries' gebouwd als opvolger en vervanger van de “Vliegende Hollander”? Wanneer de overleveringen binnen de familie Helder kloppen, dan heeft het daar wel alle schijn van. 

In de Monografie van Huitema valt te lezen dat de bouw van de 'Stânfries' zo’n drie jaar heeft geduurd. Gebrek aan hout was er de oorzaak van. Mogelijk was dit te wijten aan de eerste wereldoorlog.

2009

2009

2009: Ouder Zeilend hout - Hoofdstuk 2.8 Stânfries (21 OC)

Visser, Helder en hun ronde jachten op het Paterswoldsemeer, Dit is de pakkende naam die Gerard ten Cate aan zijn, in 2011, verschenen boek heeft gegeven. Een foto met daarop het Friese jacht de Zwaluw en een notitie uit 1911 waren voor hem de aanleiding om een zoektocht te beginnen naar ronde jachten op het Paterswoldsemeer. Met de studies van de heren Huitema en Vermeer, uitgegeven als monografie van de SSRP en het boek 'Het Friese Jacht'als beginpunt, is het uiteindelijk een hele klus geworden.

pdf Ouder zeilend hout - Stânfries 1917

2011

2011

2011: In 2011 doet de 'Stanfries' mee aan de festiviteiten ter gelegenheid van het 100 jaar bestaan van de Vereniging Watersport De Twee Provinciën in Paterswolde

Pier Piersma brengt het schip naar Groningen en smaen met Jan Eissens vaart hij door naar het Pasterswoldse meer. De 'Stânfries' maakt daar deel uit van een groep Friese jachten, ter gelegenheid van het 100 jaar bestaan van de Vereniging Watersport De Twee Provinciën in Paterswolde, in de vlootschouw een saluut brengt aan H.M. Koningin Beatrix.

De 'Stânfries' bij de sluis van het Paterswoldse meer met Pier Piersma aan het roer
De 'Stânfries' bij de sluis van het Paterswoldse meer met Pier Piersma aan het roer
De 'Stânfries' aan de steiger van het clubhuis van de Zeilvereniging
De 'Stânfries' aan de steiger van het clubhuis van de Zeilvereniging
De 'Stânfries' aan de steiger van de oude werf van Helder, haar geboorte grond/water
De 'Stânfries' aan de steiger van de oude werf van Helder, haar geboorte grond/water

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht