Stavo

Stavo Verdwenen

Dr. Ir. J. Vermeer schrijft in zijn boek "De Boeier" het volgende over de 'Stavo':
Dit bijzondere, overnaads gebouwde, schip gold als een vaartuig uit het midden, dan wel de tweede helft van de achttiende eeuw. Over het type, dat zeker niet van Friese oorsprong is, heeft nogal wat misverstand bestaan, waarschijnlijk omdat Hendrik Voordewind meende veel gelijkenis te zien met een model van een (eveneens overnaads gebouwde) 'Dordtse boeier' in het Nederlands Scheepvaartmuseum in Amsterdam. 

Daartegen pleit echter een tekening van J.C. Greive uit 1881 die zich in hetzelfde museum bevindt en waarop de boeier is afgebeeld. Een bijschrift van de hand van de tekenaar in potlood vermeldt: Stavo Zaanl. boeier geteekend te Wartena 10 Aug 81. In die tijd zal de herkomst van het schip beter bekend zijn geweest dan in later jaren. In zijn uitvoerige aan deze boeier gewijde artikel in het blad Spiegel der Zeilvaarf in 1992 heeft Van Zijderveld, onzes inziens terecht, aannemelijk gemaakt dat het type eerder van Zaanlandse dan van Dordtse origine is wegens de relatief lage kop en een duidelijk uitstekend berghout. Gezien de intensieve relaties die tussen Friesland, Amsterdam en Noord-Holland vanouds bestonden, ligt dat ook voor de hand.

Bijna honderddertig jaar was de 'Stavo' in bezit van opeenvolgende telgen van de Friese adellijke familie Van Eysinga.

Bijna honderddertig jaar was de 'Stavo' in bezit van opeenvolgende telgen van de Friese adellijke familie Van Eysinga. De laatste eigenaar was Jonk-heer Mr Cornelis van Eysinga te Leeuwarden. In het jaar 1923 gaf deze zijn schipper, Tjerk Voordewind, de vader van de Amsterdamse commissaris van politie Hendrik Voordewind, opdracht het schip te laten slopen. Dat gebeurde op de werf van Lutzen de Boer aan het Vliet te Leeuwarden: ... Met tranen in de ogen moesten vader en zoon Voordewind getuige zijn van deze moord, die ons nu wel als iets ongelooflijks in de oren klinkt. ... Aldus de toenmalige conservator van het Fries Scheepvaart Museum Dr. H. Halbertsma in het Sneeker Nieuwsblad van 24 september 1973. 

Eigenschappen

Plaquette nummer:9063 Zeil nummer:
Categorie:V Tekening nummer:
Type:Boeier

Bouw

Bouwjaar:1775 Ontwerper:
Werf: Werf plaats:
Motor: Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:Eikenhout
Materiaal zeil:Katoen
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:12,00 m Breedte berghout:4,00 m
Diepgang:0,00 m Masthoogte water:0,00 m
Oppervlakte grootzeil:0,00 m2 Oppervlakte fok:0,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:0,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1976 – 1828 Jhr. F.J.J. van Eysinga, Leeuwarden ( Stavo)
1928 – 1829 Jhr. S.H.R. van Eysinga, Langweer ( Stavo)
1829 – 1850 Jhr. I.F. van Eysinga, Wommels ( Stavo)
1850 – 1901 Jhr. F.J.J. van Eysinga (nazaat opdrachtgever), Leeuwarden ( Stavo)
1901 – 1910 Jhr. W.C.G. van Eysinga, Leeuwarden ( Stavo)
1910 – 1923 Jhr. C. van Eysinga, Leeuwarden ( Stavo)

Geschiedenis

1896

juni 1896

juni 1896: Opdracht aan zeilmaker Molenaar

De Boeier 'Stavo' wordt genoemd in de boeken van zeilmaker Molenaar. Juni 1896, opdracht Jhr. van Eysinga te Leeuwarden.

1925

1968

februari 1968

februari 1968: Waterkampioen februari 1968 nr4 - De Dordtse boeier in tekening gebracht

In het boek „Ronde en Platbodem' jachten" van mr. dr. T. Huitema komt een foto voor van een model van een Dordtse boeier uit 1751. Hierover zegt dit boek: „Het Zuid-Hollandse type - meer bekend als de Dordtse boeier - overnaads gebouwd, slank, met een prachtige zeeg. Een geheel apart type, dat toch ook wel weer aan lokale vrachtvaarders verwant was. Men kan het prachtige model in het Nederlands Historisch Scheepvaartmuseum te Amsterdam en zelfs een foto niet aanzien, zonder met spijt te bedenken, dat wij nog in 1930 een zuivere Dordtse boeier in onze jachtvloot rijk waren. Deze boeier, de Stavo, was van ± 1790 tot 1932 eigendom van de familie Van Eysinga in Friesland, St. Nicolaasga. Volgens overlevering zou het in de Napoleontische tijd met toenmalige Engelandvaarders de Noordzee zijn overgestoken. Van Loon noemt de Dordtse boeiers wellicht de snelste zeilers van de gehele Nederlandse binnenvloot en spreekt in 1820 met kennelijk leedwezen van de vernietiging der Dordtse boeiers." (F.N. van Loon: Beschouwing van den Nederlandschen Scheepsbouw met betrekking tot deszelfs zeilaadje. Haarlem 1820).

pdf Waterkampioen februari 1968 nr4 - De Dordtse boeier in tekening gebracht

1992

november 1992

november 1992: Spiegel der Zeilvaart November 1992 nummer 9 - De mythe van de Stavo

W. van Zijderveld schrijft: In publikaties duikt de Stavo steeds weer op en wordt dan aangeprezen als de laatste Dordtse boeier. Reden genoeg om wat meer aandacht aan dit schip te besteden. 
Vele, waarschijnlijk tientallen jaren, was dit schip een van de weinige, zo niet de laatste overnaadse boeier die nog in de vaart was. Dat was niet in de contreien waar dit type thuis hoort: de provincies Holland, maar in Friesland, waar het schip generaties lang in het bezit was van de Friese adellijke familie Van Eysinga. Niet moegestreden, maar door een regelrechte rituele moord werd zij tenslotte om zeep geholpen. Waarschijnlijk was het schip sinds circa 1790 eigendom van de familie Van Eysinga. Waarop dat jaartal is gebaseerd weet of vermeldt echter niemand.

 

De naam Stavo

Volgens een legende regeerde ruim 300 jaar voor onze jaartelling in India, in het gebied van de Ganges, Koning Adel. Deze was een afstammeling van Sem, de oudste zoon van Noach. Gedwongen door overbevolking en een daardoor dreigende hongersnood verliet een groot aantal mensen in 300 schepen het land, onder aanvoering van Friso, Saxo en Bruno, de drie zonen van Koning Adel. Na veel om­zwervingen kwamen uiteindelijk slechts 24 schepen aan in het toen beboste en onbewoonde deel van Nederland dat nu Friesland heet. Hier werd een nederzetting gesticht en ook werd er een mooie tempel gebouwd, die gewijd was aan de dienst van de (Indiase) oppergod Stavo. Deze ne­derzetting groeide later uit tot het stadje Stavoren.
De 'Stavo' is dus genoemd naar een Indiase Oppergod. Dit verklaart misschien dat de kop op de helmstok een tulband draagt maar nog niet waarom de kop die van een neger is. Misschien wist de beeldhouwer wel niet hoe een Indiër eruit zag. (We leefden toen nog in de 18de eeuw!) Het is in ieder geval een buitenlands type geworden. Zou de kop dan toch de oppergod Stavo voorstellen? We kunnen er alleen maar naar gissen. Het is ook heel goed mogelijk dat de Stavo een andere naam had toen het schip nog geen eigendom van de familie Van Eysinga was. Volgens zeggen schijnt in die tijd een negerkop op een helmstok wel meer voor te komen.

De laatste herinneringen aan de 'Stavo'

Wat overbleef was een stapel brand-hout, de 12 m lange kielbalk en een aantal relikwieën. Bij Jhr. Mr. C. van Eysinga kwamen terecht: de helmstok met negerkop, de kluisborden, de bedelaarsbalk en de klok. Bij schipper Voordewind: de kajuit-deurtjes (die hij verwerkte in een boekenkast), het glazenkastje, de mastwortel, het anker, beide groot-schootblokken, het koperen emmertje en dito doofpot, een groot en een klein kompas, een houten tabakspot, een ijzeren asbak en diverse ijzeren onderdelen. Op de klok en wat onderdelen na, is alles uiteindelijk terecht gekomen bij Het Friesch Scheepvaartmuseum te Sneek. Zover bekend is er, behalve deze voorwerpen, een paar foto's en ongetwijfeld wat vermeldingen in wedstrijdverslagen, verder niets over van de eens zo trotse 'Stavo'.

pdf SdZ November 1992 nr09 - De mythe van de Stavo

2005

2005

2005: De boeier 'Stavo' in het boek 'De Boeier' van Dr. Ir. J. Vermeer

Om enigszins een indruk te krijgen van dit bijzondere schip halen wij een aantal passages aan uit het boekje van commissaris Voordewind, waarin hij zijn jeugdherinneringen aan het varen in Friesland heeft opgetekend. Over de inrichting van de "Stavo" zoals die omstreeks 1920 aanwezig was, merkte hij op:
.. Al was er in de loop der jaren natuurlijk veel in vertimmerd er was toch ook nog heel wat aan boord, wat uit zijn jeugd stamde. Aan weerszijden van de voorsteven bijvoorbeeld de beide prachtig gebeeldhouwde vergulde Neptunusbeelden met daar vlak achter de mooi bewerkte tedelaarsbalk, waarop ook allerlei kunstig gesneden en eveneens zwaar vergulde voorstellingen uit het schippersleven. De fraaie betimmering in de roef was nog altijd in haar oorspronkelijke staat, terwijl er ook allerlei onderdelen van de tuigage, als katrollen en rondhouten, van zeer hoge ouderdom waren, maar aan soliditeit nog niets hadden ingeboet. ...

De familie Eysinga

Jhr. Ds. C. van Eysinga te Sint Nicolaasga verstrekte ons een lijst met de namen van zijn voorouders, die achtereenvolgens dit schip in bezit hebben gehad en deelde ons de volgende bijzonderheden mee. De eerste Van Eysinga, die eind achttiende eeuw de "Stavo" kocht, Jhr Frans Julius Johan, was voor de Franse tijd grietman van Doniawerstal; hij woonde op Osinga-state te Langweer en later te Leeuwarden (Eysinga-huis, thans Fries Museum). Toen hij in 1795 gedwongen werd zijn ambten, onder andere bij de Admiraliteit van Amsterdam, neer te leggen, had hij zijn grote zeegaande jacht niet meer nodig. In plaats hiervan kocht hij omstreeks 1796 de nog betrekkelijk nieuwe boeier "Stavo"; de bouw moet hebben plaatsgevonden in het laatste kwart van de achttiende eeuw. Bouwer en opdrachtgever zijn helaas niet overgeleverd. 

Vanaf omstreeks 1850 komt de boeier in handen van een volgende nazaat, jonkheer Frans Julius Johan van Eysinga. Deze was een man van invloed en aan­zien in ons land; raadsheer in het Leeuwarder gerechtshof, lid en voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, ten slotte Minister van Staat. Een halve eeuw was hij eigenaar van de "Stavo". In zijn tijd werd het schip van noodzakelijk vervoer­middel, dik in de verf, 'opgewaardeerd' tot zeiljacht. Pas toen werd het blank gelakt en het houtsnijwerk verguld. Vooral de laatste schipper, Tjerk Voorde­wind, die de "Stavo" 43 jaar onder zijn hoede had, onderhield het tot in de puntjes.

Het einde

Tegen de 80 jaar en kinderloos, zonder directe nazaten die het schip zouden kunnen erven, besloot jhr Cornelis van Eysinga (de laatste eigenaar in de familielijn Eysinga) om de boeier te laten slopen. Hij wenste niet dat na zijn overlijden de boeier in vreemde handen zou overgaan met het risico dat een minder zorgzame eigenaar het op een roemloos einde zou laten aankomen; dan liever de sloop. Aldus kwam deze bijzondere boeier aan zijn einde.

De tuigage en verdere inrichting werd tevoren openbaar geveild, blijkens een advertentie in de Leeuwarder Courant van 27 april 1922 met de volgende inhoud:
INVENTARIS - BOEIER
Pieter Vinken, ondernemer van verkoopingen te Leeuwarden, zal op Donderdag 4 Mei 1922, 's middags 2 uur bij de huizinge Romkeslaan 24 aldaar, publiek á contant verkoopen navolgende GOEDEREN, afkomstig van eenen gesloopten boeier, als: zeil met gaffel, groote stagfok, kleine stagfok, stormfok, kluiffok, groote linnen blazer, prachtige kwastvrije mast met wicht en pl. m. 340 K.G. losse loogden wichten, giek en boegspriet met toebehooren, zwaarden, blank ijzeren overlooper, botteloef met insteker, groote zeilschoot met 2 blokken, diverse vallen en ander touwwerk, anker, tent met ijzers, koperen pompen, 170 K.G. kiel lood , drijftafel met gewicht, vouwstoeltjes, enz., enz.
Bezichtiging: de mast Woensdag 3 Mei van 2-3 uur, aan het schephuis b.d. fabriek v/h der Fa. Smilda & Van der Wal aan het Zuidvliet, de andere goederen 4 Mei, 10-12 uur, Romkeslaan 24.

pdf De boeier 'Stavo' in het boek 'De Boeier' van Dr. Ir. J. Vermeer

2016

maart 2016

maart 2016: Fotoalbum van de 'Stavo' van Dirk Huizinga

De 'Stavo' in het Nieuwe Kanaal in Leeuwarden rond 1896
De 'Stavo' in het Nieuwe Kanaal in Leeuwarden rond 1896
In 1917
In 1917

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht