't Nieuw Getij

't Nieuw Getij

'’t Nieuw Getij' is als 'De Jonge Hendrik' (G101N) in 1893 gebouwd op de werf van Mulder, later Barkmeijer, in Vierverlaten bij Groningen. Opdrachtgever was O. Zwietink te Drachten. Hij had ‘de verkeerde’ vrouw getrouwd en ruilde de kustvaart met zijn zeegaande tjalk in voor de binnenvaart met een ‘roefschuitje’ van ruim 14 ton dat voer tussen Drachten en Drenthe. Hij noemde het schip naar zijn jongste zoon: ‘De Jonge Hendrik’. De overlevering zegt dat Hendrik niet geschikt was voor het schippersvak, omdat hij altijd koude handen had. Waarschijnlijk is het schip al vrij snel uit de vaart geraakt en als woonboot gebruikt. Begin jaren zestig werd het gekocht door Frans Eisenloeffel (via handelaar A. Hagewoud te Meppel) weer onder zeil gebracht en verhuurd vanuit Spakenburg. In 1964 kochten Sipke en Tonny Fokkema het schip. Het is nog steeds in de familie en wordt door kinderen en kleinkinderen met enthousiasme gevaren. Het schip ligt in Grou.

De tjalk 'De Jonge Hendrik' is gebouwd op scheepswerf Mulder in Vierverlaten in 1893. Vierverlaten is een gehucht ten westen van Hoogkerk in de gemeente Groningen. Het plaatsje is gelegen op de plek waar het Hoendiep de scheiding vormt met het zuidelijke Koningsdiep. De naam verwijst naar de vier (d.w.z. twee paar) sluisdeuren van het verlaat (schutsluis) in het Hoendiep aan de westzijde van het Koningsdiep. Op 2 december 1852 kreeg Jacob Jan van het gemeentebestuur van Hoogkerk officieel toestemming om een scheepstimmerwerf te bouwen. Jacob Jans bouwde zijn bedrijf in enkele decennia uit tot een vooraanstaande, moderne scheepswerf, waar voor binnen- en buitenwater werd gebouwd. In het begin van de jaren tachtig ging Jacob Jan over op de ijzerbouw en niet alleen voor Groningse opdrachtgevers. In 1887 bouwde hij hier in ijzer het skûtsjeachtige beurt-scheepje ‘De Rot’ [L 383 N] voor Lieuwe van der Meulen en Tjerk van Dijk, twee kasteleins uit Rottevalle. Dit schip vaart nog steeds. Het is voor zover bekend het oudste nog varende ijzeren roefscheepje dat voor Friese rekening is gebouwd. Volgens de gegevens van de Scheepsmetingsdienst zijn hier vanaf 1887 minstens elf roefschepen voor Friese rekening van de helling gelopen, waarvan vier onder leiding van Jacob Jan.

Eigenschappen

Plaquette nummer:519 Zeil nummer: TA86
Categorie:B Tekening nummer:
Type:Tjalk

Bouw

Bouwjaar:1893 Ontwerper:Jacob Jans en Wolter Mulder ('De Koningspoort')
Werf:Jacob Jans en Wolter Mulder ('De Koningspoort') Werf plaats:Vierverlaten
Motor: Motor type:
Materiaal romp:Staal Materiaal kajuit:Staal
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:Dooskiel

Afmetingen

Lengte stevens:12,68 m Breedte berghout:3,00 m
Diepgang:0,00 m Masthoogte water:0,00 m
Oppervlakte grootzeil:0,00 m2 Oppervlakte fok:0,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:0,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Register Varend Erfgoed Nederland

Registratie nummer:1549 Registratie datum:25-04-2017
Geregistreerd als:Varend Monument

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1893 – onbekend O. Zwietink (opdrachtgever), Drachten ( De Jonge Hendrik)
onbekend – 1964 Frans Eisenloeffel, Enkhuizen/Amstelveen/Amsterdam/Spakenburg
1964 – Nu (laatst bekend) J.A. Fokkema - Vliegenthart, Zuidwolde ( 't Nieuw Getij)

Geschiedenis

1900

1902

1902

1902: Verkoop advertentie tjalk 'De Jonge Hendrik'

1977

2 juli 1977

2 juli 1977: Foto in de eerste Spiegel der Zeilvaart 1977 nummer 1

2000

2000

2000: Sail 2000

2008

oktober 2008

oktober 2008: Spiegel der Zeilvaart Oktober 2007 nummer 8 - Klinken is veel mooier

Jarenlang hebben we gediscussieerd hoe we het potdek van ''t Nieuw Getij' zouden vervangen. Het was overduidelijk dat er iets aan moest gebeuren. Tussen de klinknagels bolde het ijzer door de laagjes tussenliggende roest naar buiten. Gaten hadden we ook. "Door een lek potdek zinken we niet", riepen we en gingen door met het roestbikken en zinloos meniën. De elk jaar terugkerende roesttranen op het boeisel deden het moment van een beslissing naderbij komen.
Als een tjalk een jacht is geworden, is er niet veel meer origineel. Maar de tjalkjachten die in de jaren vijftig en zestig weer onder zeil zijn gebracht, hebben vaak meer originele details dan de opgepimpte wedstrijdskûtsjes van de laatste jaren.
"Moeten wij nou emotioneel doen over het vervangen van een potdek?" Ja dus. Als dat jacht al meer dan veertig jaar in de familie is, wordt elke verandering een majeure ingreep. Toch hadden we ons er eigenlijk al bij neergelegd dat we afscheid zouden nemen van ons trouwe gebubbelde randje, totdat ik Ando Heijnis van Scheepswerkerij de Hoop uit Arnhem tegenkwam. Ando is een kunstenaar in ijzer, die samen met zijn maat Kees van Drie zijn bijdrage heeft geleverd aan de restauratie van menig varend monument.
Volgens goed familiegebruik vroeg ik Ando twee offertes: één voor laswerk en één voor klinkwerk. Een tijdje later viel alleen de offerte voor het klinken in de bus. Toen ik hem naar de andere vroeg, zei hij: "Het is toch zonde om te gaan lassen aan zo'n rompje. Klinkwerk is veel mooier." Er was geen familieberaad meer nodig. Iedereen was opgelucht dat de tweedelige oude rand weer precies zo kon worden opgebouwd als Mulder in Vierverlaten dat in 1893 ook gedaan had.
Om te zorgen dat het boeisel zijn oorspronkelijke hoogte zou behouden, is eerst het vergane ijzer van de bovenrand over een breedte van vijf centimeter vervangen. Daardoor ontstond een glad oppervlak waar het nieuwe hoeklijn waterdicht tegenaan geklonken kon worden. De bovenkant is weer afgedekt met plat halfrond.
Inmiddels zijn we een seizoen verder. Voor het eerst in jaren hebben we niets aan het potdek hoeven doen. Eindelijk geen tranen meer!

pdf SdZ Oktober 2007 nr08 - Klinken is veel mooier.pdf

2014

2014

2014: Op het Wad

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht