Thomas

Thomas

Dr. Ir. J. Vermeer schrijft in zijn boek "De Boeier":
Aan het ontstaan van deze boeier is een bijzonder verhaal verbonden. Dit verhaal is onderdeel van een brief, die Feike Lantinga in 1952 aan de secretaris van de Commissie Stamboek Friese Ronde Jachten heeft gestuurd. Deze Commissie was kort daarvoor door het Fries Scheepvaart Museum ingesteld.

Feike Lantinga schrijft het volgende in de brief aan de secretaris van de Commissie Stamboek Friese Ronde Jachten

Als bijzonderheid deel ik U mede, dat ik voor een mijnheer Tj. Nijdam 3 stuks boeijertjes bouwde: de 1e werd te klein, de 2e is in een grote loods met meer andere vaartuigen verbrand en heb ik weder een nieuwe gebouwd welke nog heel netjes is. Deze heer woont aan de Lijnbaansgracht waar vroeger een werf was van Bernhard. 
Genoemde Tj. Nijdam woonde in 1952 inderdaad nog aan de Lijnbaansgracht 304a. De heer F.G. Spits, een andere pionier uit de begintijd van het stamboek, had hem in dat jaar ontmoet en schreef in een brief van 19 juni 1952 aan de secretaris van de Commissie Stamboek Friese Ronde Jachtenl: Tot mijn genoegen heb ik nog een (boeier) ontdekt, voorzover U deze niet reeds kent. Deze ligt in de Lijnbaansgracht te Amsterdam. De eigenaar heb ik eindelijk kunnen opsporen. De boeier heet "Thomas" en de eigenaar is Tjeerd Nijdam, Lijnbaansgracht 304a, een oude man van 70, die er met zijn vrouw nog geregeld in zeilt. De boeier is gebouwd in 1937 bij Lantinga te IJlst en heeft hem toen gekost f 1200.- . Ik heb bewondering voor zijn enthousiasme, te meer daar hij als gepensioneerd brandweerman het niet ruim heeft.

3 Stuks boeijertjes

Het eerste scheepje was een tjotter, vijf meter lang, met een heel klein rogje, waarschijnlijk een zogeheten tent; gebouwd winter 1921-22. De eigenaars waren twee broers, Tjeerd en Willem Nijdam. Zij gaven de tjotter de naam "Thomas", naar hun vader, van wie zij de liefde voor het water en het varen erop, hadden meegekregen. Beide broers waren werkzaam bij de Amsterdamse brandweer. Na een paar jaar kocht Willem een sloep en was de tjotter van Tjeerd, die lid was van de Watersportvereeniging "Amsterdam" aan het Nieuwe Meer.
In 1929 werd de tjotter verkocht en Feike Lantinga bouwde in de winter 1930-31 een boeier, weer genaamd "Thomas". 's Zomers lag de boeier in de stalling van Piet Doornbos aan de Ringvaart en in de winter in een loods bij de stalling. Deze loods brandde in de winter van 1935-36 geheel plat. Toen Feike Lantinga daarvan hoorde, schreef hij: Nijdam kom eens praten, we worden het wel eens en dan ga ik weer bouwen.

Eigenschappen

Plaquette nummer:73 Zeil nummer: RD100
Categorie:A Tekening nummer:
Type:Boeier

Bouw

Bouwjaar:1937 Ontwerper:F. Lantinga
Werf:F. Lantinga Werf plaats:IJlst
Motor:Inbouw Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:Eikenhout
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:6,50 m Breedte berghout:2,90 m
Diepgang:0,50 m Masthoogte water:0,00 m
Oppervlakte grootzeil:0,00 m2 Oppervlakte fok:0,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:0,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1937 – 1956 Tj. Nijdam, Amsterdam ( Thomas)
1956 – 1972 P.J. Vrijenhoek, Utrecht/BuurrnaIsen/DeiI ( Thomas)
1973 – 1976 Mw. J. Vrijenhoek, Dordrecht ( Thomas)
1976 – 1977 F.A.M. van der Burg, Woerden ( Thomas)
1977 – 1986 J. Asselbergs, Giethoorn ( Thomas)
1986 – Nu (laatst bekend) B. Prins - Asselbergs, Best ( Thomas)

Geschiedenis

1937

1937

1937: Een nieuwe 'Thomas'

Dr. ir. J. Vermeer schrijft verder:
De historie van de 'Thomas' werd bevestigd door een nog in leven zijnde dochter van Tjeerd Nijdam, mevrouw C. Buys-Nijdam te Amsterdam. Wij kwamen met haar in contact via haar in Koudum wonende nicht, mevrouw Tj. Snippe-Nijdam Het verhaal van mevrouw Buys, aangevuld met mededelingen van haar nicht mevrouw Snippe, over de 'Drie "Thomassen"', hebben wij zo samengevat. Men moet daarbij bedenken dat de jaren dertig voor de botenbouwers heel slecht waren; Feike Lantinga zat duidelijk om werk verlegen.

Zo kwam de nieuwe "Thomas", met een Albin-motor, in 1937 de Oranjesluizen weer binnenvaren

In de eerste oorlogsjaren verhuisde Nijdam van Diemen naar het huis van de familie Bernhard aan de Lijnbaansgracht, waar de boeier aan de oude scheepswerf kwam te liggen. Voor mevrouw Buys was aan het jaar van de bevrijding 1945 een bijzondere ervaring verbonden: het aankomende echtpaar Buys-Nijdam werd met familie aan boord van de "Thomas" door de Amsterdamse grachten naar het stadhuis gevaren om daar getrouwd te worden.
Tjeerd Nijdam zeilde graag in Friesland. In later jaren werd hij bij de overtocht van de Zuiderzee via Hoorn, Enkhuizen en Stavoren vaak vergezeld door zijn jongere broer Klaas en diens dochter, de genoemde mevrouw Snippe-Nijdam. Pas ruim na zijn 75e jaar kwam hij ertoe de boeier te verkopen.

1956

1956

1956: In 1956 wordt P.J. Vrijenhoek te Utrecht de nieuwe eigenaar

P.J. Vrijenhoek was werkzaam bij de Chamotte Unie te Geldermalsen, later woonachtig te Buurmalsen. De boeier kreeg ligplaats in een jachthaven te Gorinchem, het vaargebied was de Biesbos en de benedenrivieren. De nieuwe eigenaar meldde zich terstond bij de pas opgerichte Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten; in de eerste schepenlijst staat de "Thomas" dan ook reeds vermeld. De heer Vrijenhoek was een trouwe supporter van de Stichting. Bijna alle zomerreünies werden met de "Thomas" bezocht, ook de lustrumreünies in het verre Friesland. Als doe-het-zelver schrok hij er niet voor terug om toen dat nodig was, een stel nieuwe zwaarden te maken en ook een nieuwe mast.

1972

1972

1972: In 1972 komt de "Thomas" enkele jaren in handen van dochter, mevrouw J. Vrijenhoek

Na het overlijden van de heer Vrijenhoek in 1972 kwam de "Thomas" enkele jaren in handen van zijn dochter, mevrouw J. Vrijenhoek, woonachtig te Dordrecht. De boeier kreeg nu ligplaats bij de Koninklijke Dordrechtsche Roei- en Zeilvereeniging. Omdat het schipperen haar wat zwaar viel en ook vanwege noodzakelijke reparaties, werd hij overgebracht naar de jachtwerf van Stofberg te Leimuiden, die enkele huidgangen heeft vernieuwd. 

1976

1976

1976: Frank ( F.A.M.) van der Burg uit Woerden heeft de 'Thomas' kort in eigendom

De Thomas heb ik in 1976 gekocht van Mej. J. Vrijenhoek te Dordrecht. Helaas werden de herstelkosten voor mij niet te overzien. In 1977 verkocht aan de heer Asselbergs. Bijgevoegd het Rapport van expertise en taxatie van de ANWB.

1977

1977

1977: ir J. Asselbergs te Giethoorn nieuwe eigenaar

Door bemiddeling van Stofberg kwam de "Thomas" in eigendom van ir J. Asselbergs te Giethoorn, die reeds de tjotter "Brûzer" bezat en ook de kleine boeier "Argus"; die werd toen verkocht aan prof. P.E. Voorhoeve te Muiderberg. De heer Asselbergs was een fervent watersporter. De "Thomas" kreeg een ligplaats in de buurt van zijn woning in Giethoorn. Hij was present bij verschillende reünies van de Stichting Stamboek: in Harderwijk (1981), Warmond (1992 ) en Lemmer (1995). Als bijzonder evenement waarbij de "Thomas" betrokken was, vermelden we de Interprovinciale wedstrijd' voor ronde jachten op woensdag 8 augustus 1985 op het Sneekermeer tijdens de 50e Sneekweek, waaraan acht boeiers en tien Friese jachten deelnamen. De "Thomas" had daarbij de Commissaris van de Koningin van Utrecht mr. P. van Dijke aan boord.
Aangezien de toestand van de boeier bij de aankoop niet al te best was, werden in 1979 vrij uitgebreide restauraties uitgevoerd op de werf van Lok in Zwartsluis. Wij hebben toen van de gelegenheid gebruikgemaakt de lijnen en inrichting zo goed mogelijk op te meten. Verdere vernieuwingen vonden plaats in 1987 bij jachtwerf Van der Meulen in Sneek en in 1994 bij Piersma in Heeg, waarbij tevens de mastbank werd verstevigd. 

1986

1986

1986: Dochter B. Prins-Asselbergs eigenaar

Sinds het overlijden van ir Asselbergs in 1986 is het schip in handen van zijn dochter mevrouw B. Prins-Asselbergs. Met haar echtgenoot verbleef zij tijdens het ontstaan van dit boek enige jaren in Hongkong.

Technische gegevens

Hoofdafmetingen    

  • Lengte over de stevens    6,50 m
  • Grootste breedte over de berghouten    3,01 m
  • Holte op het grootspant    1,14 m
  • Diepgang    0,45 m
  • Zeiloppervlak: grootzeil + fok    34,1 m2
  • Kluiver, resp. halfwinder    n.a.

Bijzonderheden

  • geen kielbalk - bijna plat vlak
  • vlaktilling 0°
  • hoekige kimmen
  • zeer brede zandstroken, daarnaast 2 verloren gangen
  • 4 huidgangen boven de kimmen
  • spinnegatdeksel met uitgesneden naam, verder geen snijwerk
  • roer bekroond met sober gestileerde leeuw

Opmerkingen

Dit is een bijzonder schip, niet alleen op grond van de ontstaansgeschiedenis, maar ook in vergelijking met oudere boeiers. De constructie met plat vlak en brede delen in bodem en huid, illustreert nog eens de al eerder beschreven zuinige bouwwijze die Feike Lantinga toepaste. Wat de vorm betreft, het schip is extreem breed, met een slankheidsfactor,die we eerder bij een tjotter dan bij een boeier verwachten. De kop is vrij hoog en het schip heeft een flinke zeeg; al met al een bijzonder en stoer schip. Kennelijk om bij de beperkte lengte toch voldoende ruimte in de roef te krijgen, staat de mastkoker betrekkelijk ver naar voren. Om de plaats van het zeilpunt wat te verbeteren helt de mast naar achteren. Toch schijnt het schip vroeger enigszins loefgierig geweest te zijn. De huidige eigenaar heeft daarom een langere botteloef laten installeren om een grotere fok te kunnen voeren.

1996

maart 1996

maart 1996: SSRP Jaarverslag 1995 - Met subsidie uit het Restauratiefonds FONV uitgevoerde restauraties van in het Stamboek ingeschreven jachten

In het SSRP jaarverslag 1995 wordt melding gemaakt van de volgende restauratie:

Zomer 1993 werd het steeds moeilijker onze, onder dek strijkbare mast te strijken. De uitwip leek te klein te worden. Nu hadden we al veel met de Thomas, ze is van 1937, meegemaakt, maar dit was toch wel vreemd. Vele vergelijkingen met schepen van dezelfde bouwer (Lantinga te IJlst) leerden ons dat wellicht in het verleden bij een restauratie wat houtwerk "vergeten" was. Bij ons ontbrak het mastspoor. Ook de meestal zware inhouten waren bij ons niet aanwezig. 
Er werd een plan gemaakt. Een jachtwerf bereid gevonden een en ander zo te construeren dat mast en schip weer een geheel vormden en een aanvraag tot restauratie ingediend bij het FONV. Najaar '93 kon het sloopwerk beginnen. De binnenbetimmering moest voor een groot deel worden verwijderd om mastspoor, inhouten, en mastwangen te bereiken. Na het kaal opleveren bij de werf konden zij deze klus snel en vakkundig klaren. De afspraak was dat de binnenbetimmering later door een bevriende scheepstimmerman zou worden aangebracht. De kajuit lieten we geheel intact, met de kastjes onder de gangboorden. In het vooronder werd een kooi aangepast. Deze werd met ongeveer 30 cm verbreed tot aan de mastkoker. Voorheen was het een smalle kooi, waarnaast de reserve trossen konden hangen. De totale restauratie werd medio 1994 afgerond. 
Het restauratiefonds van het FONV honoreerde onze aanvraag najaar 1995.

2001

maart 2001

maart 2001: SSRP Jaarverslag 2000 - Met subsidie uit het Restauratiefonds FONV uitgevoerde restauraties van in het Stamboek ingeschreven jachten

In het SSRP jaarverslag 2000 wordt melding gemaakt van de volgende restauratie:
Omdat in de afgelopen zomer de boeier Thomas (Lantinga, 1937) veel harder bleek te lekken dan voorheen werd besloten het vlak te restaureren. Tijdens de sloop bleek dat het vlak, de onderste gangen in de zijden, enkele leggers en spanten en de kimwegers vervangen moesten worden.

Het vlak had in de loop der jaren overdwars een kattenrug gekregen. Dit is bij de restauratie weer in model gebracht. Typerend voor Lantinga is dat het vlak bestaat uit zeer brede delen: aan beide zijden twee vlakdelen van 40 cm breed. Combert Burger heeft hiervoor mooi kwartiers eiken gebruikt, maar het blijft natuurlijk spannend hoe deze brede delen gaan werken als het schip weer in het water ligt. 

2010

maart 2010

maart 2010: SSRP Jaarverslag 2009 - Met subsidie uit het Restauratiefonds FONV uitgevoerde restauraties van in het Stamboek ingeschreven jachten

In het SSRP jaarverslag 2009 wordt melding gemaakt van de volgende restauratie:
Aan de bakboordzijde van de boeier Thomas van de familie Prins-Asselbergs heeft Scheepsrestauratie Oude Liefde het berghout en het boeisel vervangen. Bij vele boeiers loopt het gangboord (legwaring) door tot aan de buitenzijde, waardoor de scheergang (het deel tussen de welling (het middendeel van het berghout) en de legwaring) niet erg breed is. Echter, bij de Thomas is het boeisel in de breedte één geheel. Nadat het eerste brede deel tijdens het branden scheurde, is er een nieuwe brede stam speciaal voor deze restauratie ingekocht waaruit een prachtig middendeel van het boeisel kon warden gemaakt.

2015

Heeft u vragen en/of opmerkingen?

Terug naar het overzicht