Voordewind

Voordewind Niet actief

Dit schip heeft een plaquette van de SSRP aan boord van een eerdere inschrijving, maar staat nu "geregistreerd" in Categorie X in het Stamboek en wordt dus gekenmerkt als 'Inactief'. Schip en eigenaar zijn op dit moment NIET "actief" aangesloten bij de SSRP als Behoudsorganisatie. De huidige eigenaar is (nog) niet in onze administratie opgenomen. Deelname aan Evenementen waarbij de eis wordt gesteld, dat het schip en de eigenaar zijn aangesloten bij dezelfde Behoudsorganisatie als onderdeel van de FVEN, is vanuit de SSRP daarom NIET mogelijk.

Dit betekent dat het schip nog onderdeel is van de Aanmeldingsprocedure (her-inschrijving) of, en dat geldt voor de meeste schepen, de eigenaar heeft het schip niet her-aangemeld en betaalt dus ook geen jaarlijkse bijdrage aan de SSRP voor Inschrijving in het Stamboek. Eventueel vermelde gegevens van schip en oud-eigenaren dateren meestal uit de periode van eerdere 'actieve' Inschrijvingen en zijn waarschijnlijk niet volledig en mogelijk niet correct. Voor dit schip kan, omdat het niet aantoonbaar voldoet aan de Criteria van de SSRP, geen Meetbrief door de KNWV worden afgegeven.
Vanwege de doelstelling van de SSRP om alle historie van de in het Stamboek opgenomen schepen vast te leggen, worden in de Schepenlijst wel de in het stamboekarchief beschikbare gegevens van dit ooit geregistreerde schip en summiere gegevens van de (oud-)eigenaren getoond.
Heeft u informatie over dit schip of bent u eigenaar en wilt u het graag weer 'activeren'? Laat het ons weten!

De eerste door Henry Engelaer ontworpen en door zijn werf gebouwde schokker is een bijzonder mooie platbodem geworden. Het schip, waarvan de bouw alles bijeengenomen een kleine acht maanden heeft gevergd, kreeg reeds vóór de tewaterlating de plaquette als bewijs van inschrijving in het register van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodem Jachten. Die plaquette werd uitgereikt door de secretaris van de Stichting, de heer Van de Hulst, die in zijn speech melding maakte van het feit dat Engelaer reeds in het ontwerpstadium van de schokker contact had opgenomen met de Stichting ten einde eventuele geschillen van inzicht in de interpretatie van de eisen die de Stichting aan in te schrijven schepen stelt te vermijden. Aan de hand van het door Engelaer indertijd opgestuurde tekenmateriaal had het bestuur van de Stichting vastgesteld - al vóór het schip klaar was - dat de „Voordewind" zou worden opgenomen in het Stamboek onder nummer 1138. Voor Engelaer èn voor de eigenaar van het schip een zeer aangename verrassing!

Eigenschappen

Plaquette nummer:1138 Zeil nummer: VC362
Categorie:X Tekening nummer:
Type:Schokker

Bouw

Bouwjaar:1978 Ontwerper:H.J. Engelaer
Werf:Fa. C.A. Engelaer & zn Werf plaats:Beneden Leeuwen
Motor:Inbouw Motor type:
Materiaal romp:Staal Materiaal kajuit:Staal
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:11,11 m Breedte berghout:3,65 m
Diepgang:1,05 m Masthoogte water:12,00 m
Oppervlakte grootzeil:40,00 m2 Oppervlakte fok:25,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:12,00 m2
Oppervlakte totaal:77,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1979 – 1980 W. Leniger, Hoogland ( Voordewind)
1993 – 2001 N.C. van den Burg, Loenen a/d Vecht ( Voordewind)
2012 – onbekend M. de Groot, Bloemendaal ( Voordewind)

Geschiedenis

1979

januari 1979

januari 1979: Tijdschrift "Watersport" nummer 2: Door Engelaer gebouwde schokker 'Voordewind' te water

Heel even maar kwam er een waterig zonnetje door de dichte mist. Juist op het moment dat de fles Bokma krachtig uiteen spatte tegen de voorsteven van de trotse platbodem. De „Voordewind", de eerste door Jachtwerf Engelaer ontworpen en gebouwde schokker, was gedoopt.
Het was de moeder van de eigenaar die haar eigen naam en de zegen gaf aan de fraaie 11,11 meter lange op spant gebouwde stalen schokker voordat zij de vierkante fles met kracht tegen de markante stevenbalk gooide. Langzaam reed de oplegger met het schip erop daarna de veerstoep af van het pontveer van Megen bij Appeltern in het Land van Maas en Waal. Het spiegelgladde door nevel bedekte Maaswater was gereed het ruim 11 ton zware schip op te nemen. Een zucht van opluchting steeg op uit de kelen van bijna 200 toeschouwers die lang op dit moment hadden moeten wachten. Want de dichte mist had het transport van de schokker over de weg van de werf in Beneden-Leeuwen naar de veerstoep enkele uren doen uitstellen.
De eerste door Henry Engelaer ontworpen en door zijn werf gebouwde schokker is een bijzonder mooie platbodem geworden. Het schip, waarvan de bouw alles bijeengenomen een kleine acht maanden heeft gevergd, kreeg reeds vóór de tewaterlating de plaquette als bewijs van inschrijving in het register van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodem Jachten. Die plaquette werd uitgereikt door de secretaris van de Stichting, de heer Van de Hulst, die in zijn speech melding maakte van het feit dat Engelaer reeds in het ontwerpstadium van de schokker contact had opgenomen met de Stichting ten einde eventuele geschillen van inzicht in de interpretatie van de eisen die de Stichting aan in te schrijven schepen stelt te vermijden. Aan de hand van het door Engelaer indertijd opgestuurde tekenmateriaal had het bestuur van de Stichting vastgesteld - al vóór het schip klaar was - dat de „Voordewind" zou worden opgenomen in het Stamboek onder nummer 1138. Voor Engelaer èn voor de eigenaar van het schip een zeer aangename verrassing!

Ontwerp

Bij het ontwerpen van deze eerste door hem gebouwde schokker is Engelaer zeer grondig te werk gegaan. Niet alleen zette hij een lijnenplan en zeilplan van het schip op, maar ook tekende hij driekwart projecties zowel van de voor- als de achterkant van het schip. Deze tweedimensionele aanzichten maken het mogelijk de lijnen van het schip nauwkeurig te controleren. Vooral het zo belangrijke verloop van het berghout is hiermee goed te controleren.
Zoals gezegd is de „Voordewind" op spant gebouwd. Op onderlinge afstanden van slechts 40 cm zijn zware hoekspanten op de massieve kielbalk (12 cm breed!) gelast. Het 10 mm dikke vlak is, zoals dat bij schokkers hoort, aan de achterzijde getild (omhoog gebogen). Hierdoor laat het schip achter het water beter los, terwijl op de motor varend de schroef meer water krijgt en dus een hoger rendement heeft.
De huid van het schip verloopt mooi rond tot aan het zware berghout. Dit berghout is niet zoals bij zoveel nieuw gebouwde platbodems een eenvoudig u-balkje, maar het is opgebouwd uit drie delen en is voor en achter verjongd. Qua materiaaldiktes is deze Engelaerschokker wat zwaarder dan de meeste van dergelijke schepen. Dat blijkt reeds uit de waterverplaatsing die tussen de elf en twaalf ton ligt, hetgeen voor een schokker van 11 meter zonder meer fors is. Bijzonder geslaagd is de kajuitopbouw, die door Engelaer zo laag mogelijk is gehouden en die helemaal meeloopt met de zeeg van het schip.
De opbouw is doorgetrokken tot voor de mast om ook voorin stahoogte te bereiken. Bovendien is vóór de kajuitopbouw nog een groot luik met aan beide kanten een koekoek gemaakt. Onder dit luik is ook weer stahoogte. Ter hoogte van de mast is een extra versterking aangebracht. De stahoogte ligt rond de twee meter en desondanks is de opbouw zo laag dat hij in het geheel niet opvalt wanneer het schip voorbij vaart. De afwerking van het schip staat op zeer hoog peil. Met name het gevoel voor details is in het werk van Engelaer heel duidelijk aanwezig. De wijze waarop bij voorbeeld de RVS handrailingen zijn gemaakt, geheel volgens oud model, kan uniek worden genoemd.

Techniek

Een technisch hoogstandje is verricht bij de inbouw van de Volkswagen Golf dieselmotor. Deze gemariniseerde versie van de zo succesvolle automotor staat op een zware fundatie die langer is dan de motor plus Hurth keerkoppeling zelf. De motor is op Vetus motorsteunen gezet. De fundatie is plaatselijk zelfs wat afgeslepen om een perfecte uitlijning te verkrijgen. Het gevolg van deze secure en fraaie inbouw is dat de motor zo goed als trillingvrij staat te draaien. Ondanks het (nog) ontbreken van enige geluidsisolatie draait de motor opvallend stil.
Mede doordat het vlak van het schip is getild en doordat de achtersteven ter hoogte van de schroef sterk is verjongd, krijgt de schroef veel water waardoor de motor zijn stuwkracht goed kwijt kan. Het maximum vermogen van de Golf Diesel bij 3000 toeren per minuut (er is een versie met oliekoeler die 4000 toeren mag draaien en dan 33 kW ofwel 45 pk levert) bedraagt bijna 26 kW (35 pk). Dit komt dus ongeveer neer op 3 pk per ton waterverplaatsing, hetgeen voldoende is. Door het hoge rendement van de Federal schroef blijkt de schokker op de motor gemakkelijk zijn rompsnelheid te halen en ook goed te reageren op achteruitslaan. Het verbruik van de motor is uitermate gunstig.

Onderhoud

De „Voordewind" wordt binnen door de eigenaar afgetimmerd. Het houtwerk buiten - de kuipbetimmering, kajuitachterwand, schuifluik en lijst rond de kajuit - is door de werf uitgevoerd in teakhout. De zwaarden zijn van 8 cm dik Frans eiken gemaakt. De zwaardkoppen zijn afgewerkt met teak en met een brede messing lijst. Aan de achterkant zijn de zwaardkoppen versterkt door een 6 mm dikke roestvrij stalen plaat.
De mast en rondhouten van de „Voordewind" zijn uit oregon pine vervaardigd door Brasker. De gaffel is van essen. De tuigage is door Moolenaar uit Grouw gemaakt. Voor het bijna 72 vierkante meter grote tuig is wit dacron gebruikt. De zeilen zijn samengesteld uit smalle (30 cm) banen. De tuigage omvat een grootzeil, fok en kluiver. De bedoeling is dat het schip zomer en winter in het water blijft. De huid wordt dan ook geheel geïsoleerd en er is een AGA centrale verwarming gemonteerd die onafhankelijk van stroom het schip vorstvrij kan houden gedurende de wintermaanden. Dit bespaart op onderhoud en maakt het tevens mogelijk om veel spullen veilig aan boord te laten. Ook zorgt zo'n op propaangas werkende verwarming natuurlijk voor een verlenging van het vaarseizoen.
Om het onderhoud aan het schip zoveel mogelijk te beperken, is gekozen voor een twee componenten verfsysteem van Sikkens/ Ruwa. De romp tot en met het berghout is in de epoxyteer gezet, hetgeen niet alleen een goede bescherming biedt, maar ook gemakkelijk is bij te houden. Ook het potdeksel en de voor- en achtersteven zijn in de epoxyteer gezet. De boeisels en kajuitopbouw zijn geverfd en het dek is behandeld met antislip dekkenverf. Ook om de mast op het kajuitdak is deze verfsoort toegepast om veilig aan dek te kunnen werken. Een schip als de „Voordewind" is natuurlijk geen goedkoop schip. Daarvoor is het te mooi gemaakt en daarvoor zijn uitsluitend de beste materialen gebruikt. Als richtprijs voor een goed gebouwd rondjacht of platbodem van deze afmetingen moet meer dan twee ton worden aangehouden. Maar, en dat wordt met de „Voordewind" bewezen, door een goed overleg met de werf en door zelfwerkzaamheid is van een dergelijke som wel het nodige af te halen. Daarom heeft het weinig zin prijzen te vermelden. Zo'n prijs moet in onderling overleg tussen werfbaas en klant tot stand komen. Alleen dan ook, is het voor de klant mogelijk een goede prijsvergelijking tussen meerdere aanbiedingen op te stellen.

1980

mei 1980

mei 1980: Spiegel der Zeilvaart mei 1980: Een kleine Schokkergeschiedenis

Hans Vandersmissen schrijft: Dankzij de enorme groei van de pleziervaart in de jaren zestig en zeventig van onze eeuw, toen het ons economisch nog voor de wind ging, hebben ook de traditionele Nederlandse scheepstypen zich in een sterk toenemende belangstelling kunnen verheugen. Vroegere bedrijfsvaartuigen werden gerestaureerd of aangepast als jacht, waarbij ze soms op hopeloze wijze werden verkracht, maar in elk geval drijvend gehouden. Zelfs werd het platbodemjacht zó opgestuwd in de vaart der volkeren dat nieuwbouw in serie ontstond. Omdat de oude pleziervaarderskwaal, voor zo weinig mogelijk geld zoveel mogelijk accommodatie verkrijgen, ook zijn weg vond in platbodemontwerpen, waren de resultaten niet altijd even mooi. Dat gaf aanleiding tot een vaak hooglopend getwist over wat nu traditioneel aanvaardbaar, en wat laakbaar was; hoe hoog mocht de tomatenkas worden om van een lemmeraak een bastaard te maken? Eveneens vlogen en vliegen rekkelijken en preciezen elkaar regelmatig in de haren over het al of niet oirbaar zijn van nieuwe materialen: "dacron en plastic is pervers", roept de ene groep; "staal was in de vorige eeuw ook vies en mijn polyester wyldsjitter vaart uitstekend en is heus wel mooi".

Gelukkig werden en worden er ook traditionele jachten geschapen, die wel degelijk voor iedereen aanvaardbaar zijn. Een goed voorbeeld daarvan is het, in 1955 door ir. H. Vreedenburgh ontworpen schokkerjacht 'Albatros'. De schokker is één van de meest karakteristieke vaderlandse platbodems en ook het type met de meest bezongen zeewaardigheid. Niet alleen loodsen en vissers, maar ook redders wisten de schokker te waarderen als een droog en waakzaam schip. Merkwaardigerwijs genoot de schokker als jacht nooit een grote populariteit. Daarin bracht Vreedenburgh's schokker verandering; als hij in het begin van de jaren zestig een haven aandeed was de 'Albatros' de enige schokker. Tien jaar later lagen de zusterschepen vele rijen dik.

Boven alle twijfel een prachtig ontwerp ligt ten grondslag aan het schokkerjacht dat op 14 oktober 1978 te water werd gelaten. Het is daarbij prachtig - op spanten en overnaads - gebouwd door Henry Engelaer te Beneden Leeuwen, die ook voor het ontwerp tekende. Deze schoonheid, de 'Voordewind' en de bouw van een Vreedenburgh-schokker (met 10.75 l.o.a. een vergrote 'Albatros', die 9.84 m l.o.a. meet) waren aanleiding om eens in de bestaande literatuur over schokkers te duiken, er een veronderstelling over het ontstaan van het type te formuleren.

Het hele verhaal in "De Schokker 'Voordewind' (en de 'Albatros') en hun voorgeschiedenis".

1993

1993

1993: Informatie eigenaar N.C. van den Burg

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht