Vrouwe Thea

Vrouwe Thea

Dr. ir. J. Vermeer schrijft in zijn standaardwerk "De Boeier":
Het oorspronkelijke schip was ongetwijfeld een open Fries jacht, met een lengte van 5,25 meter. De afkomst als open jacht blijkt nog uit het vrij schuin staande boeisel. Het lijkt ons waarschijnlijk dat de kajuit, die al aanwezig was toen het schip door de heer Rompa van de heer Truffino werd overgenomen, van voor de oorlog stamt. In de jaren twintig en dertig, toen watertoerisme en kamperen aan boord ingang vonden, zijn verschillende open jachten van een kajuit voorzien. Wat de vorm betreft, ondanks de verlenging is de breedte nog betrekkelijk groot, de voorsteven staat vrij steil en de zeeg is vrij fors. Door de ingrijpende verbouwing is het nauwelijks nog mogelijk de werf van herkomst te onderkennen.

De oudste vermelding vonden we in de schepenlijst van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten van 1957, waaruit blijkt dat L.P.M. Truffino te Den Haag eigenaar is van een boeier; scheepsnaam noch bouwer noch lengte staat vermeld, het stamboeknummer is 133. De heer Truffino beweerde volgens Huitema dat zijn scheepje zou zijn gebouwd door Eeltjebaas (zie hierna). In de schepenlijsten van 1963 en 1964 blijkt dan dat het schip de naam "Vrouwe Jacoba" heeft gekregen, bouwer en bouwjaar blijven onbekend. De lengte staat vermeld als 6 meter; zoals hierna zal blijken is dat niet juist. De heer Truffino was inmiddels verhuisd naar Beek. De schepenlijst van 1965 vermeldt als eigenaar P.M.J. Rompa te Breda. Deze, directeur van de N.V. Nederlandsche Stoomlederfabriek in Rijen, meldt in een
brief uit hetzelfde jaar aan de secretaris van het stamboek, dat hij het Friese boeierjachtje "Vrouwe Jacoba", lengte 5,25 meter, drie jaar eerder heeft overgenomen van de heer Truffino. Hij is bezig in zijn fabriek het scheepje te verlengen tot 6 meter, maar het werk, voor een derde klaar, valt hem kennelijk erg zwaar ... een heidens karwei ... Dit blijkt ook uit het uitgebreide relaas dat een van de huidige eigenaren, de heer P.J.J.M. Rompa te Bussum, oudste zoon en toentertijd student in Utrecht, ons toestuurde. Volgens deze zou zijn vader aan dit karwei zijn begonnen op doktersadvies ... omdat hij overspannen was en de zinnen moest verzetten.

Eigenschappen

Plaquette nummer:133 Zeil nummer:
Categorie:C Tekening nummer:
Type:Boeier

Bouw

Bouwjaar:1966 Ontwerper:P.M.J. Rompa
Werf:Rompa / ten Cate Werf plaats:Rijen
Motor:Inbouw Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:Eikenhout
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:6,12 m Breedte berghout:2,62 m
Diepgang:0,41 m Masthoogte water:8,50 m
Oppervlakte grootzeil:21,30 m2 Oppervlakte fok:11,80 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:33,10 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1963 – 1966 L.P.H. Truffino, 's Gravenhage / Beek ( Vrouwe Jacoba)
1976 – 2000 D. de Ruyter, Breda ( Vrouwe Thea)
1966 – 1976 P.M.J. Rompa, Breda ( Vrouwe Thea)
2000 – Nu (laatst bekend) P.J.J.M. Rompa, Utrecht ( Vrouwe Thea)

Geschiedenis

2000

11 mei 2000

11 mei 2000: Opmetingen ten behoeve van Boeierboek

2005

2005

2005: De Boeier 'Vrouwe Thea' in het boek 'De Boeier' van Dr. Ir. J. Vermeer

De romp van het scheepje was bijna vergaan en geheel met blik betimmerd (uitgevouwen en platgeslagen conservenblikken waaronder krantenpapier tevoorschijn kwam). Als mallen voor de nieuw aan te brengen gangen werden aanvankelijk banen van krantenpapier in de vereiste vorm geknipt. De duims eikenhouten planken werden gebrand met behulp van een gasbrander. Omdat men ten slotte tegen onoverkomelijke moeilijkheden aanliep, werd de hulp van een professionele scheepstimmerman ingeroepen, de heer Warnder ten Cate te Tilburg, die dit beroep eerder in zijn vroegere woonplaats Delfzijl had uitgeoefend. De voorgezaagde planken werden nu gestoomd, waardoor ze `als was' werden en met klemmen op hun plaats bevestigd konden worden. In een verslag van een bezoek dat de heer Gerard ten Cate (de eigenaar van het Friese jacht "Bestevaer"), in december 1997 op ons verzoek bracht aan zijn naamgenoot W. ten Cate te Delfzijl, werden nog enige nadere bijzonderheden van de toenmalige herbouw opgetekend. Laatstgenoemde was namelijk als gepensioneerde naar Delfzijl teruggekeerd en aldaar bezig met de (tweede) restauratie van de boeier op verzoek van de kinderen van de heer Rompa, zoals we hierna zullen zien. 

Verhaal van Gerard ten Cate

Hier volgt eerst een samenvatting van wat W. ten Cate over de eerste restauratie in de jaren zestig aan zijn naamgenoot vertelde.
Toen hij als professioneel houtbewerker in 1965 door de heer Rompa te hulp werd geroepen, had deze de boot reeds achter de mast doorgezaagd met de bedoeling haar ongeveer tachtig centimeter te verlengen. Op het kleine scheepje was toen al een kajuit aanwezig. Rompa en Ten Cate kwamen overeen dat de laatste de herbouw op zich zou nemen. Een en ander heeft ongeveer drie jaar in beslag genomen en is rigoureus uitgevoerd; slechts enkele spanten in de kop en het achterschip bleven behouden, verder zijn alle inhouten en huidgangen vervangen. Het verlengde en vernieuwde schip kwam in de vaart onder de naam "Vrouwe Thea".

Hachelijke avonturen met de 'Vrouwe Thea'

De heer Rompa was een ondernemend man. Al in 1968, dus direct na de voltooiing van de verbouwing, toog hij met de "Vrouwe Thea" helemaal naar Heeg om deel te nemen aan de eerste Regionale Reünie voor Friese ronde jachten en schouwen. Het normale vaargebied vanuit de jachthaven in Drimmelen was de Amer en de Biesbos (destijds nog getijwater). De heer Rompa waagde zich echter met de betrekkelijk kleine boeier ook op het Hollands Diep en de Zeeuwse wateren, waar menig hachelijk avontuur werd beleefd. Volgens de huidige eigenaar is de "Vrouwe Thea" enkele jaren zeer intensief gebruikt en heeft aan een aantal Stamboekreünies deelgenomen, waarbij ook aan het admiraalzeilen werd meegedaan.

Vergeten

Na het uitvliegen van de grotere kinderen begin jaren zeventig bleven te weinig bemanningsleden over en kocht de heer Rompa een forse motorboot. De boeier werd opgelegd, eerst in een ongebruikte loods van de leerfabriek. Later verhuisde hij enkele malen en belandde na enige tijd in een hoekje buiten, waar hij onder allerlei troep verdween en ten slotte werd vergeten.

Tweede tewaterlating in 1998

Omstreeks 1990 toonden dochter Hanneke en haar man Dick de Ruyter interesse in restauratie van de boeier. Zij werden voor de symbolische prijs van f 1,- eigenaars. De desolate toestand vroeg echter wederom om een vakkundige aanpak. Men ging op zoek naar Warnder ten Cate, die zoals reeds vermeld, naar zijn oude stek Delfzijl was teruggekeerd. De taak om de boeier voor de tweede keer te herbouwen wilde hij wel op zich nemen. En zo verhuisde het inmiddels schoongemaakte wrak naar Delfzijl. Daar werd opnieuw een wonder verricht, zoals de heer Rompa Jr ons berichtte. De herbouw werd deze keer minutieus in een logboek bijgehouden en in een fotoreportage vastgelegd. De oude heer Rompa leefde nog ten zeerste mee, maar overleed in 1998, voordat het werk klaar was. Een jaar later was het karwei voltooid en kon de boeier ten tweeden male door mevrouw Rompa worden gedoopt en te water gelaten.

Weer terug in de familie

Sedert februari 2000 is de boeier "Vrouwe Thea" in eigendom overgegaan op de gebroeders P.J.J.M. Rompa te Bussum en P.F.J.M. Rompa te Breda. De thuishaven is Jachthaven "Naarderbos" te Naarden. De boot is opnieuw ingeschreven in het stamboek onder het oude nummer 133.

Technische gegevens

Technische gegevens
Hoofdafmetingen

  • Lengte over de stevens    6,12 m
  • Grootste breedte over de berghouten 2,62 m
  • Holte op het grootspant    1,19 m
  • Diepgang    0,41 m
  • Zeiloppervlak: grootzeil + fok    31,3 m2

Bijzonderheden

  • geen kielbalk
  • rond grootspant
  • kielgang + 10 huidgangen
  • fraai snijwerk op kluisborden, beretanden, kajuitrand en hennebalk
  • op de zijwanden in de roef zijn idyllische taferelen aangebracht
  • roerkop versierd met leeuwtje

2012

2012

2012: Foto van de 'Vrouwe Thea' aan de Catharijnesingel in Utrecht onderweg naar Drimmelen

2015

4 februari 2015

4 februari 2015: Stamboekschepen op de filmset van Michiel de Ruyter

Het verhaal van Paul Rompa

Misschien wel vanuit de SSRP werd ik via Maarten Vermeulen uitgenodigd om deel te nemen aan een van de film takes op het water, in Veere, Lelystad, Enkhuizen of Den Helder. Ik kon telefonisch mijn aanwezigheid in Lelystad aanbieden, maar zei tegen de producer dat ik maar een prutsbootje had van nog geen 7 m. Dat was prima zei ze want het ging om de aankleding van de opnames en desgewenst kon met de computer mijn boot opblazen worden tot iedere gewenst grootte, als het moest zelfs tot een hele vloot. En zo voeren we zaterdag 28 juni 2014 vanuit Naarden naar de Bataviahaven in Lelystad en meerden daar af.

Lees het hele verhaal

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht