WDN11

WDN11

De familie Mantel uit Wijdenes gaf in 1915 opdracht tot het bouwen van de schouw. Zij hebben oude foto’s én een krantenartikel uit 1971 over het 50 jarig bestaan van scheepswerf Voorwaarts van Theun van der Beldt, de bouwer van de schouw. Theun van der Beldt vertelt daarin:
“Op een keer komt er een visser (Mantel) naar ons (Jan Heijman en hij) toe met het verzoek om voor hem een ijzeren Lemsterschouw te bouwen. Ik had zo’n schip nooit gemaakt en ging daarom eerst een poolshoogte nemen in Hoorn waar ik er één wist. Met de eigenaar van dat schip kwam ik overeen het op de helling te zetten, zodat ik alle maten goed op papier kon zetten. Dat werd het eerste scheepje dat ik bouwde. Samen met een knecht van veertien en de allerberoerdste machines moesten we dat karwei klaren. Nadat het schip was afgeleverd, heb ik er nog 4 gemaakt.”

Eigenaresse Anouk Becht vertelt: "Als wij in april 2012 een visserman zeeschouw kopen weten we weinig meer dan dat het scheepje gebouwd zou zijn in 1946 te Lemmer als leerproject om lassers aan het werk te helpen. Dat de schouw ST10 zou heten en een zusterschip van de ST12 zou zijn. Er zou mee gevist zijn in Stavoren en later door een binnenvisser uit Sneek en op wat details van de motor na, is dat de informatie waar we het mee moeten doen."

Uiteindelijk leidt de zoektocht naar Wijdenes - de schouw is gebouwd als WDN11 in 1915 in Enkhuizen
Uiteindelijk leidt de zoektocht naar Wijdenes - de schouw is gebouwd als WDN11 in 1915 in Enkhuizen

"Omdat we allebei geïnteresseerd zijn in de geschiedenis van schepen, (Carlode Boer vanuit Vereniging Behoud Volendammer Botters en Anouk door op te groeien op en in de zalmschouwen in Woudrichem) willen we graag het verhaal eens naspeuren, niet in de laatste plaats om eventueel het visserijnummer ST10 op het boeisel te gaan voeren."

Eigenschappen

Plaquette nummer:2195 Zeil nummer:
Categorie:D Tekening nummer:
Type:Zeeschouw

Bouw

Bouwjaar:1915 Ontwerper:Heijman/Van den Beldt
Werf:Scheepswerf Voorwaarts, Th. van den Beldt Werf plaats:West-Graftdijk
Motor:Inbouw Motor type:
Materiaal romp:Staal Materiaal kajuit:Staal
Materiaal zeil:
Onderwaterschip:Knikspant Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:9,00 m Breedte berghout:3,45 m
Diepgang:0,90 m Masthoogte water:12,40 m
Oppervlakte grootzeil:0,00 m2 Oppervlakte fok:0,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:0,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Register Varend Erfgoed Nederland

Registratie nummer:2967 Registratie datum:03-10-2013
Geregistreerd als:Varend Erfgoed

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1915 – 1940 Fam. Mantel ( WDN11)
1940 – 1957 Wietse van Dijk, Stavoren ( ST7)
1957 – 1986 Gebr. de Leeuw, Sneek
1986 – 1998 Tjalling Terpstra, Ureterp
1998 – 2007 B. van der Wurf
2007 – 2012 W. ten heuvel
2012 – Nu (laatst bekend) A. Becht en N.H.G. de Boer, Monnickendam ( WDN11)

Geschiedenis

2013

2013

2013: De geschiedenis van de Zeeschouw WDN11 uitgezocht door de eigenaren Anouk Becht en Carlo de Boer

Van lasproject naar pioniersschouw - We starten onze speurtocht in Stavoren

Een eenvoudig begin van de speurtocht brengt ons bij de site: staversevissersvloot.nl, daar vinden in ieder geval geen aanknopingspunten voor de ST10. Onder dat visserijnummer heeft van alles gevaren; aken, kotters, markerrondbouwen en een jol, maar géén schouw. En van een zogenaamd lasproject in Lemmer is ook niets te vinden. Daarbij komt dat het schouwtje hier en daar sporen heeft van oud klinkwerk wat het lasproject-verhaal weer een beetje eigenaardig maakt. We hebben wat te doen.

We gaan in onze vakantie naar Stavoren en komen via via in contact met Jan Visser. Een bijzonder behulpzame man met een indrukwekkend archief van de Staverse visserij. Hij bevestigt direct dat ST10 onmogelijk kan kloppen, maar vindt een aanknopingspunt in het “zusterschip ST12” verhaal. De ST12 had wel een zogenaamd zusterschip, maar dat was de ST7. Samen te zien op ansichtkaarten. De schouwen visten vaak samen. Van de ST7 is bekend dat het een schouwtje was uit 1914 uit Wijdenes en in 1940 naar Stavoren is gekomen. In het archief van Jan Visser is zichtbaar dat de schouw in 1957 verkocht wordt aan de gebroeders de Leeuw in Sneek. De schouw verdwijnt dan uit beeld. Het zou natuurlijk mooi zijn, een schouw uit Wijdenes. Het zou het oude klinkwerk wel verklaren en er zitten meer overeenkomsten in de verhalen (Stavoren, Sneker visser en motordetails) maar om nou te zeggen dat het een sluitend verhaal is….. Tussen de verhalen “lasproject uit 1946” en “1914 Wijdenes” zitten wat ons betreft ondanks de vele overeenkomsten teveel onzekerheden.

Met behulp van de archivaris van de gemeente Sneek achterhalen we de zogenaamde gebroeders de Leeuw uit Sneek. De drie broers Andries (1915), Obbe (1918) en Gerrit (1920) zijn in de jaren ’80 alle drie overleden, maar een van de drie trouwde een vrouw die uit een eerder huwelijk kinderen had en daar kunnen we er na heel veel bellen een van vinden. Zij is zelf al 74 en wil geen contact met ons, maar haar zoon Andries, vernoemd naar zijn stiefopa wil graag vertellen. Hij noemt een aantal leuke details; de broers visten voornamelijk op paling in de Brekken en het scheepje was zo dik geteerd dat het letterlijk droop van de teer in de zomer. Hij had graag het bootje graag gehad, maar omdat zijn moeder “slechts” stiefkind was, werd door bloedverwanten/erven anders besloten. Inmiddels weten we van deze familie de meest gekke details, maar waar de schouw gebleven is…… Het spoor lijkt dood te lopen.

Aan de kant in Monnickendam 2012
Aan de kant in Monnickendam 2012

Terug naar Wijdenes en vervolgens naar Ureterp

Ondertussen hebben we ook contact gezocht met de familie Mantel uit Wijdenes. De familie die opdracht gaf tot het bouwen van de schouw. Zij hebben oude foto’s én een krantenartikel uit 1971 over het 50 jarig bestaan van scheepswerf Voorwaarts. De werf van Theun van der Beldt, de bouwer van de schouw. Theun van der Beldt vertelt daarin: “Op een keer komt er een visser (Mantel) naar ons (Jan Heijman en hij) toe met het verzoek om voor hem een ijzeren Lemsterschouw te bouwen. Ik had zo’n schip nooit gemaakt en ging daarom eerst een poolshoogte nemen in Hoorn waar ik er een wist. Met de eigenaar van dat schip kwam ik overeen het op de helling te zetten, zodat ik alle maten goed op papier kon zetten. Dat werd het eerste scheepje dat ik bouwde. Samen met een knecht van veertien en de allerberoerdste machines moesten we dat karwei klaren. Nadat het schip was afgeleverd, heb ik er nog 4 gemaakt.”

In het artikel staan allerlei aanknopingspunten. We krijgen via via een chronyke van de scheepswerf, waarmee het verhaal mooier wordt, maar de geschiedenis niet sluitend. We proberen aan de hand van oude foto’s en moderne scans onze schouw en de WDN11 zoals de schouw gebouwd is over elkaar heen te leggen. De lijn van het scheepje lijkt best, en de oplopende kont is heel karakteristiek, maar toch klopt het niet. Omdat niet alleen wij, maar kenners het ook graag willen zien krijgt het opboeien van het scheepje om het geschikt te maken voor de Staverse visserij de schuld, maar we nemen er geen genoegen mee. Daarbij komt dat de 4 schouwen die ná de WDN11 zijn gebouwd aantoonbaar 8.50 meter zijn en onze schouw is zo’n 9 meter en hoe aannemelijk is het dat je eerst een schouw bouwt van 9 meter, om vervolgens een serie van 4, 8.50m te maken? Niet heel aannemelijk inderdaad.

De lijn van toen naar nu tekent een mooi verhaal op, maar lijkt toch niet op alle punten te kloppen en bovenal loopt het dood. Ons opgebouwde archiefje bestaand uit briefjes, aantekeningen foto’s artikel en memo’s, lijkt in de open haard te kunnen. Toch is er nog dat andere lijntje. De lijn van nu naar toen. De vorige eigenaar kocht de schouw via een makelaar, maar op oude rekeningen vinden wij een naam. Dat blijkt inderdaad de voorlaatste eigenaar te zijn. Deze meneer kan zich alleen “Terpstra uit Ureterp” herinneren verder niet veel. Ja dat het “een oude man was, vermoedelijk al overleden en dat het een zonderling type was, dat het bepaald geen zeiler was, meer een knutselaar”.

Later blijkt van dat alles meer dan het tegendeel. We bellen de twee Terpstra’s in Ureterp en omdat de gemeente geen medewerking mag verlenen (privacy schending, te kort geleden) daarna nog eens lukraak 23 Terpstra’s in Drachten. De reacties van al die Terpstra’s zijn hartverwarmend, maar leveren niets op. Makelaars in Ureterp zijn zelfs bereid om na te denken over loodsen, werven en werfjes in de buurt denken mee, maar het levert allemaal niks op. We laten ons hoofd hangen.

van achteren gefotografeerd in 2012
van achteren gefotografeerd in 2012

U bent op zoek naar mij?

Als aller-allerlaatste poging mailen we nóg een keer (we hebben hem dan al gestalkt) de voorlaatste eigenaar met de mededeling dat we willen adverteren in lokale krantjes en dat we om die reden wel zeker willen weten dat de naam Terpstra klopt. En ineens weet hij meer/vindt hij een aantekening;

Het zou ene Tjalling Terpstra zijn met een telefoonnummer erbij. Dat nummer klopt (natuurlijk) niet meer, maar Tjalling is zelfs voor friese begrippen een beter te zoeken naam dan bijvoorbeeld Jan. We googelen en komen via Zuid Afrika terecht bij familie en dan worden op een woensdagavond gebeld door Tjalling Terpstra met de simpele opmerking: “u bent op zoek naar mij?”.

Wat er dan met dat ene telefoontje gebeurt is heel onwerkelijk.

Het lijntje van toen naar nu loopt tot 1957 en dat van nu kunnen we tot 1998 terughalen. Dat is een behoorlijk gat. Maar al luisterend, vragend en pratend wordt dat gat in een keer gedicht. Terpstra blijkt de schouw in 1986 gekocht te hebben van een de Leeuw uit Sneek. “Het waren broers en visten op de Brekken. Er was wat gedoe over de verkoop, want ik kocht hem uit een erfenis. Hoe dat precies zat weet ik ook niet. Het scheepje was zo slecht, ik kocht het voor oudijzer prijs en een beetje voor de motor.” Als we hem vragen of hij de naam ST10 in de wereld heeft geholpen antwoordt hij: “Nee zeker niet. Het scheepje zat zo dik in de teer dat ik het er pas in de Elfstedenwinter van ’86, toen de teer hard werd pas goed af heb kunnen bikken. Toen kwam er wel een Stavers visserijnummer tevoorschijn, ik dacht ST12 of ST7 in ieder geval iets met een zwanenhals dus zeker geen 10."

Het meest verlossende woord volgt als hij begint over het vlak. “Dat was zo slecht dat heb ik bijna helemaal vervangen. Ik vond de schouw ook wat klein en heb er toen ook maar 60cm tussen gezet.” Daarmee is de afwijkende lengte van de schouw ook verklaard. Alle briefjes, kladjes, verhalen en memo’s vallen als een perfect passende puzzel in elkaar. Dat is na een jaar zoeken en graven en vooral doodlopende paadjes even leuk als onwerkelijk. Het kost ons een paar dagen om het te durven geloven, maar na keer op keer alle aantekeningen langs te lopen zien we echt niet wat we over het hoofd hebben kunnen zien. En uiteindelijk is de geschiedenis tamelijk overzichtelijk.

We zijn in het bezit van de WDN11. Nu nog een mooie letter voor erop.

Carlo de Boer en Anouk Becht

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht