Fries Scheepvaart Museum

Het Fries Scheepvaartmuseum en het Zuiderzeemuseum zijn twee van de oprichtende partijen van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten in 1955. Daarnaast zijn er nog meer musea met schepen in eigendom, die staan ingeschreven in het Stamboek.

Het Fries Scheepvaart Museum is een veelzijdig museum over de historie van de Friese scheepvaart van de 17de tot de 20ste eeuw. Behalve veel van de Friese scheepvaart en scheepsbouw geeft het museum een beeld van de watersport uit de 19de en 20ste eeuw en van de woon- en leefcultuur van kooplieden en schippers uit Sneek en de Friese Zuidwesthoek.

Hoe het begon (FSM Jaarboek 1975-1976 - Het afscheid van conservator Drs. H. Halbertsma)

Op 31 december 1975 mocht ik het door mij sedert april 1945 op belangeloze grondslag waargenomen conservatorschap van het Fries Scheepvaart Museum als beëindigd beschouwen. Gedurende al deze dertig jaren heeft het Fries Scheep¬vaart Museum in mijn leven, zowel als in ons gezin, een belangrijke plaats ingenomen. Achteraf is het misschien goed geweest dat ik aanvankelijk niet besefte wat ik mij met dit conservatorschap op de hals haalde.
Het leek mij van belang uit eigen herinnering het een en ander op schrift te zetten teneinde de lezers tot in een verre toekomst iets te laten proeven van de sfeer der zo bewogen dekade 1938-1948, gedurende welke het museum, amper geboren, al weer op sterven na dood lag maar op een wonderlijke wijze opnieuw tot leven werd gewekt.
Als regent van het Old Burger Weeshuis te Sneek ontmoette mijn vader vrij geregeld de toenmalige burgemeester van onze stad, L. Poppinga. Deze was bezeten van de gedachte binnen zijn gemeente een Fries Scheepvaart Museum te vestigen. Het Weeshuis zou zich daar als behuizing uitermate goed voor kunnen lenen. Ofschoon het, ter vervanging van een veel groter bouwwerk, amper 20 jaar geleden was gebouwd had het zijn functie ten gevolge van gewijzigde opvattingen over het opvangen van wezen en halfwezen verloren en wachtte op een nieuwe bestemming. Wat lag er nu meer voor de hand dan dat het te stichten Fries Scheepvaart Museum er onderdak in kreeg?
De regenten stonden zeer welwillend tegenover Poppinga's pleidooien. Er zou eerst maar eens een scheepvaart-tentoonstelling in worden gehouden opdat men zich een voorstelling kon maken over de omvang en betekenis van het reeds bijeengebrachte of toegezegde materieel en de manier waarop dit als geheel tot zijn recht zou kunnen komen. Viel deze proef gunstig uit dan zou de tentoonstelling worden omgezet in een permanente expositie en kon het te stichten museum tot in lengte van dagen over het Weeshuis blijven beschikken, op uiterst loyale voorwaarden.
Nu de basis was gelegd kon op 18 mei 1938 de Vereeniging Het Friesch Scheepvaart Museum op het Stadhuis te Sneek ten doop worden gehouden. Als pillegift ontving het borelingske van de gemeente Sneek een subsidie van 300 gulden per jaar- men moest het toch vooral niet te zeer verwennen en in weelde doen baden.
Nu het vertrouwen was gewekt, kon de tentoonstelling plaats maken voor een permanente opstelling en bleven nieuwe geschenken zowel als bruiklenen toestromen. Van alle bruikleengevers was notaris Nanne Ottema veruit de royaalste. Zijn collectie vormt nog altijd de ruggegraat van het museum. Daadwerkelijke steun werd ook ondervonden van een andere opmerkelijke Leeuwarder figuur - de boterkoper Roelof Buisman. De heer Auke Lankhorst uit Heeg wilde evenmin achterblijven en schonk het museum niet alleen het curieuze schilderij met de palingaken op de Theems doch bovendien de volledige serie blokken en andere tuigonderdelen van de aak 'Mentor'. Later zou daar het beschilderde behangsel uit het redershuis te Heeg nog op volgen.
Helaas, de donderkoppen ontlaadden zich op 10 mei 1940 in een onweersbui. De Duitse bezetters zochten in Sneek naar een geschikte behuizing voor hun Ortskommandatur en daarvoor kwam een hecht, ruim gebouw als het Weeshuis meteen in aanmerking. Ofschoon men zich uitputte in verontschuldigingen, Clio moest wijken voor Mars. Het werd echter goed gevonden dat de ganse verzameling, voorzover niet opgevraagd door de bruikleengevers op de zolder van het Weeshuis werd opgeslagen. Gezegd moet worden dat van Duitse zijde de collectie onaangeroerd is gebleven tot aan de bevrijding van Sneek door de Canadezen op 15 april 1945.
Al kort na de bevrijding had ik mij het lot van het Fries Scheepvaart Museum aangetrokken en daarbij gemerkt dat het bestuur het echt niet meer zag zitten. Om te beginnen keerde de heer Poppinga niet weer als burgemeester terug en verliet alras Sneek metterwoon. Het Weeshuis was na 15 april prompt van bezetter gewisseld, deed na het vertrek der Canadezen dienst als zetel van het Militair Gezag en werd vervolgens aangewezen de Middelbare Landbouwschool te huisvesten. Er bestond geen enkel vooruitzicht, ook niet op langere termijn, dat het gebouw ooit weer aan het Fries Scheepvaart Museum ter beschikking kon worden gesteld. Ineens schoot het mij door de gedachten, als wij het pand Kleinzand 12 nu eens voor het Fries Scheepvaart Museum konden verwerven!

Mijn ontvangst bij het museumbestuur was nogal kil. Met bitterheid werd gesteld dat als de gemeente Sneek zich zo weinig gelegen had laten liggen aan het museum, het bestuur er stichtelijk voor bedankte van voren af aan te beginnen. Men achtte het huis aan het Kleinzand afgezien daarvan veel te klein maar als ik het tóch wilde proberen, zij gaven de pijp liever aan Sint Maarten en ik moest dan maar zien een ander bestuur bij elkaar te trommelen. Sneek had bovendien nog wel andere zorgen aan het hoofd dan een museum.
Kort en goed, ik moest nu zelf wel doorpakken en bombardeerde mij¬zelf eerst maar tot nieuwbakken secretaris en conservator, kreeg enkele van de oude bestuursleden achter mij en polste op aanraden van mijn vader mijn oom Johannes Halbertsma voor het voorzitterschap. Dat bleek een uitstekende keus want zonder mijn oom zou alles stellig toch nog mis zijn gegaan. Hij zorgde voor het ontbrekende vertrouwen in de nieuwe opzet en bleek voor het museum de vereiste ambities te bezitten terwijl diplomatieke gaven hem bepaald niet ontbraken. Al spoedig kon ik het secretarisschap overdragen aan de heer B. Brinksma en kreeg de handen meer dan vol aan het conservatorschap. Er was niettemin nog geen denken aan dat het museum een eigen behuizing huren kon, laat staan kopen. Gelukkig trad in deze moeilijke maanden de heer A.M. Sustring tot het museumbestuur toe en deze redde ons uit de nood door alvast het pand Kleinzand 12 voor het museum te gaan huren, zo lang er van aankoop geen sprake kon zijn. Op 15 oktober 1946 had het museum eindelijk voldoende grond onder de voeten gekregen dat de koopacte bij notaris mr H.K. Mulder kon worden gepasseerd.

pdf FSM Jaarboek 1975-1976 - Fries Scheepvaart Museum: Hoe het begon

Tijdschrift "Watersport" april 1979: Watersport april 1979 - Fries Oud Hout in Fries Scheepvaart Museum

In Sneek op het Kleinzand no. 12 staat een onopvallend huis. Een mededeling achter het raam vermeldt dat hier het Fries Scheepvaart Museum gevestigd is, open op alle dagen, behalve des zondags. Achter deze bescheiden annonce gaat een rijke wereld schuil van nautische curiosa uit vroeger tijden. Voor de entreeprijs van één gulden stapt u deze merkwaardige wereld binnen. Op het Kleinzand no. 12 te Sneek. Het museum werd opgericht in 1938, ter tentoonstelling van voorwerpen die betrekking hebben op de historische Friese scheepvaart. Dit terrein van belangstelling is onderverdeeld in drie categorieën: pleziervaart, oude scheepvaart en beroepsvaart. Uiteraard kunnen deze drie categorieën niet altijd en overal gescheiden worden, en er zijn natuurlijk ook artikelen die zich moeilijk laten indelen.
De eerste kamer waar men binnenkomt bijvoorbeeld, bevat een bonte verzameling curiosa, uitgestald deels in vitrines, deels in fraai antieke glazenkasten. Het eerste dat echter in deze kamer opvalt is een aantal schepen in flessen, waarbij men zich allereerst toch verwondert over het priegelwerk dat hier, hetzij zacht neuriënd, hetzij luid vloekend, verricht is. Maar hoe dan ook, het zijn en blijven curiosa, waar men niet al te lang naar kan blijven kijken. Veel meer te vertellen hebben de dagelijkse voorwerpen, zoals de bootsmanfluit, de vissersmessen, de oorringetjes, de zakverrekijker, de ponjaard van een adelborst, en een zeemanskist. De neiging deze dingen vast te houden en te bevoelen is groot; de kasten zijn echter degelijk gesloten, zodat men alleen maar zijn ogen de kost kan geven.

pdf Watersport april 1979 - Fries Oud Hout in Fries Scheepvaart Museum

Vereniging Fries Scheepvaart Museum

Het museum wordt sinds 1976 beheerd en geëxploiteerd door de Stichting Fries Scheepvaart Museum. De oorsprong van het museum ligt bij de Vereniging Fries Scheepvaart Museum. De ruim 1500 leden van deze vereniging vormen de vriendenclub van het museum.

Alle resultaten

Schepen in het fries Scheepvaart Museum in Sneek die in het Stamboek staan ingeschreven

Eén van de oprichtende partijen van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten

In SSRP Monografiën (01) De onverwachte gevolgen van een ondoordacht idee van de hand van de toenmalig voorzitter C.J.W. van Waning staat uitvoerig beschreven welke bijdrage het Fries Scheepvaartmuseum heeft geleverd aan de oprichting van de SSRP.

De Commissie Stamboek Friese Ronde Jachten (ingesteld in 1953), die overigens nimmer officieel ontbonden werd, ging op in het stichtingsbestuur. Het Fries Scheepvaart Museum werd als 'stichtingsmoeder' als eerste der stichters in de statuten vermeld. Drs. H. Halbertsma vertegenwoordigt sinds 1955 het Fries Scheepvaart Museum in het stichtingsbestuur.
Notaris J. Zijlstra bestuurslid van het Fries Scheepvaart Museum reisde meermalen naar Amsterdam teneinde in overleg met zijn collega A. van der Laan de stichtingsstatuten in de juiste vorm te gieten. Het ontwerpstatuut moest uiteraard door alle zes stichters worden goedgekeurd, alvorens het kon worden vastgesteld. De gehele procedure nam meer dan een jaar in beslag.
Op 8 oktober 1955 kwamen vertegenwoordigers van de stichters bijeen ten kantore van notaris A. van der Laan te Amsterdam, die zelf het Friese jacht 'De Oude Liefde' bezat. Toen werd de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten in het leven geroepen.

W.H. de Vosprijs 1988 voor de oprichters van de SSRP

Er waren vijf bijzondere gasten aanwezig bij de maaltijd in Hellevoetsluis. Zij werden op toepasselijke wijze toegesproken door de Stichtingsvoorzitter. De heer Van Foreest reikte onder hartelijk, instemmend applaus de W.H. de Vos-prijs uit aan deze vertegenwoordigers van de oprichters van onze Stichting. Hij overhandigde het prachtige zilveren scheepje aan de vertegenwoordiger van het Friesch Maritiem Museum te Sneek met de suggestie deze prijs het komende jaar te laten rouleren bij de andere oprichters.

Archief van de SSRP

Vanaf de oprichting is geregeld dat het fysieke archief van de SSRP is ondergebracht bij het Fries Scheepvaartmuseum in Sneek. In de collectie van het museum zijn alle tekeningen, documenten en andere attributen van de SSRP opgenomen.

I www.friesscheepvaartmuseum.nl

Van Waningprijs 2017 toegekend aan Jeannette Tigchelaar

De Van Waningprijs 2017 werd uitgereikt aan Jeannette Tigchelaar van het Fries scheepvaart Museum. Onder luid applaus nam Jeannette, de prijs, zichtbaar verguld, in ontvangst. Jeannette is sinds 2002 actief  bij het Fries Scheepvaart Museum en in haar diverse rollen heeft de SSRP regelmatig contact met haar. Het fysieke archief van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten (SSRP) is ondergebracht bij het Fries Scheepvaart Museum. In haar functie bij het museum, vervult Jeannette en hele belangrijke rol bij het beheer en registratie daarvan. Daarnaast is ze de SSRP en haar donateurs ook op andere fronten behulpzaam.

Terug naar vorige pagina