Scheepsregistratie

De klassenvoorschriften voor Ronde- en Platbodemjachten zijn vastgesteld door het Watersportverbond. Een onderdeel van dit reglement is dat de schepen moeten voldoen aan de Criteria van het Stamboek van de Stichting Ronde en Platbodemjachten. Bij het verkrijgen van een Meetbrief wordt een Zeilteken met uniek Zeilnummer toegekend. Door de jaren heen zijn er diverse series Zeiltekens uitgegeven. Vanaf 1965 geldt de huidige nummering.

Nieuw klassereglement voor ronde- en platbodemjachten in 1965

De Waterkampioen schrijft in juli 1965: Men zal wellicht het verdwijnen van de vertrouwde zeiltekens OA, OB en OC betreuren. De oude indeling was echter gebaseerd op de wedstrijdmaat WM, die geheel is vervallen. Deze wordt vervangen door een reglement dat is gebaseerd op:

  1. indeling van de schepen primair naar type, secundair naar grootte;
  2. één zelfde soort regeling en meting voor jachten mèt en jachten zonder kajuit, met toepassing van een kajuitcorrectie;
  3. verbetering van de meting en van de tijdvergoedingsfactor, door daar­bij met name te betrekken zowel de breedte van de schepen als het totale zeiloppervlak, berekend op een ver­eenvoudigde wijze.

De jachten worden vanaf 1965 naar type en grootte in klassen ingedeeld

De lengte van de waterlijn is bepalend voor de indeling.

Type 15,51m
en
meer
11,01 m
t/m
15,50 m
8,51 m
t/m
11,00 m
6,26 m
t/m
8,50 m
4,71
t/m
6,25 m
4,70
en
kleiner
Ronde Jachten * RA RB RC RD RE
Schouwen, Grundels e.d. * * GB GC GD GE
Tjalken T TA TB TC * *
Vissersvaartuigen V VA VB VC VD VE
Hoogaarsen H HA HB HC * *
Zeeschouwen * * ZB ZC ZD *
Staverse Jollen * * * JC JD *
Klippers K KA * * * *
  • In de klasse Ronde jachten worden Boeiers, Friese jachten en Tjotters opgenomen.
  • In de klassen Schouwen, Grundels en dergelijke worden opgenomen die jachten, die blijkens hun bouw en door hun korte, brede zijzwaarden, kennelijk voor de binnenwateren zijn bestemd en niet in één der andere klassen thuis behoren (zoals zeeschouwen).
  • In de klassen Tjalken en Klippers worden opgenomen die typen jachten, die oorspronkelijk voor de vrachtvaart waren bestemd.
  • In de klasse Zeeschouwen worden opgenomen alle zeeschouwen en soortgelijke jachten, zoals Tholense Schouwen.
  • In de klasse Vissersvaartuigen worden opgenomen alle andere jachten van de typen die oorspronkelijk bestemd waren voor de visserij op de Zuiderzee en de Zeeuwse stromen met lange, smalle zwaarden. Zeeuwse schouwen behoren in deze klasse.
  • De Hoogaarsen vormen een aparte klasse.
  • In geval van twijfel in welke klasse een jacht behoort te worden opgenomen, beslist het bestuur van het Watersportverbond.

Bron: Rond- en Platbodem Klassenorganisatie

Zeilnummers, een verzameling van onduidelijkheden door Gerard ten Cate

Sinds 1916 kunnen Ronde en Platbodemjachten een zeilnummer hebben dat we nu nog herkennen. Daarvoor werden losse gelegenheidsnummers gebruikt. Zeilnummers zijn onlosmakelijk gekoppeld aan meetbrieven en wedstrijdreglementen. Gerard ten Cate heeft in april 2015 een uitgebreid verhaal gepubliceerd, waarin hij probeert duidelijkheid te brengen in de ontstaansgeschiedenis van de gevoerde zeilnummers vanaf begin 1900. Maar er blijven nog vragen over!

Zeilnummers, een verzameling van onduidelijkheden door Gerard ten Cate
 


 

Scheepsregistratie vanaf 21 Juni 1836

Van meerdere schepen in het Stamboek hebben we oude documenten betreffende de teboekstelling. De manier waarop schepen in de laatste eeuwen werden geregistreerd is nogal aan veranderingen onderhevig geweest. In de periode vanaf ca. 1806 tot 1893 wordt er gesproken over het patentrecht, patentregisters en patentbelasting. De uitoefening van een beroep was gebonden aan een door de gemeente verleend patent.

Een wettelijk verplichte registratie van binnenvaartschepen werd op 21 Juni 1836 (Staatsblad no. 41) van kracht. De registratie werd bijgehouden in wat men een scheepsboekhouding noemde. Uit diverse geschriften blijkt echter, dat slechts weinig schepen daadwerkelijk geregistreerd werden.

Voor zover bekend, vertoonde het toenmalige brandmerk veel overeenkomst met het latere teboekstellingsnummer (een volgnummer, de plaats waar het hypotheekkantoor gevestigd was en het jaartal van registratie).

Het werfmerk was een ingehakte 'code', die door de werf aan het begin van de bouw, ergens in het schip, meestal in één van de leggers aangebracht werd. In het werfmerk was meestal het bouwnummer van het desbetreffende schip verwerkt. Het werfmerk was iets, dat lang niet alle werven aanbrachten.

Op 28 december 1925 wordt een nieuwe wet tot de officiële registratie van binnenvaartschepen van kracht. Bijna alle beroepsmatig gebruikte binnenvaartschepen van enige omvang dienden vanaf die tijd ingeschreven te worden bij één der scheepshypotheekkantoren, ook wanneer er geen hypotheek op het schip rustte. Ingeschreven schepen werden voorzien van een onuitwisbaar 'brandmerk', dat later meer bekendheid verkreeg onder de naam 'teboekstellingsnummer' en weer later 'de kadastrale inschrijving' genoemd werd.  
Bij ijzeren/stalen schepen zijn nummers te vinden boven het berghout op ca. 1/3 van de originele scheepslengte, zowel vanaf de voor- als vanaf de achterzijde van het schip. Ze staan vermeld op de bijbehorende meetbrief. Nummers zijn geslagen, omkaderd met een rechthoek van ca. 300x40mm. 
Bij houten schepen werd het nummer als 'brandmerk' werkelijk ingebrand, maar naar men zegt, af en toe ook ingebeiteld.

Historie scheepsregistratie (voor zover bekend) en de gebruikte nummeringen

Op de website van de Binnenvaart wordt de historie van de registratie (voor zover bekend) beschreven en de gebruikte nummeringen nader toegelicht.

Brandmerk, scheepsnummer, Europanummer en ENI voor binnenvaartschepen

George Snijder schrijft in Bokkepoot september 2017 nummer 228, een uitgave van het Historisch Bedrijfsvaartuig (LVBHB):
Er zwerven nogal wat nummers rond om een schip te identificeren. Met name bij het certificeren moet een schip een uniek nummer hebben en dat ook duidelijk tonen.
Het bekendst is het brandmerk, dat de teboekstelling bij het Kadaster aangeeft. Maar dat is pas het begin. Om het allemaal in detail te beschrijven, is bijna een Bokkepoot vereist, daarom de essentiële zaken even op een rijtje.

pdf Brandmerk, scheepsnummer, Europanummer en ENI voor binnenvaartschepen

 

In de Spiegel der zeilvaart van mei 2011 wordt de ontsluiting van de Liggers (afmetingen van alle Nederlandse binnen­vaartschepen) uitgebreid beschreven:

Sinds 1899 zijn de afmetingen van alle Nederlandse binnen­vaartschepen centraal geregistreerd. De metingen werden opge­tekend in boeken van groot formaat, zogenaamde liggers. Deze liggers staan sinds 2008 in de bibliotheek van het Maritiem Muse­um Rotterdam en bevatten in totaal meer dan 120.000 handge­schreven regels. Een schip hierin terug vinden zonder het meet­nummer is bijna een onmogelijke taak. Zelfs wanneer het meetnummer wel bekend is, kost het nog altijd moeite om het schip in de ligger te ontdekken. Een fysiek bezoek aan het museum is in ieder geval vereist. Inmiddels is een netwerk van vrijwilligers bezig de handgeschreven meetgegevens in de computer in te voeren. Die ingevoerde gege­vens zijn via internet in te zien.

Schepen moeten gemeten worden om de ton­nage te bepalen, dat een schip veilig kan ver­voeren maar ook voor belastingdoeleinden. Voor 1899 was dat een zaak van de lokale over­heid. De gemeenten hieven patentrecht over de scheepstonnage, een belasting om het beroep van schipper uit te mogen oefenen. Sinds 1899 is die meettaak overgen omen door de centrale overheid en werd de Scheepsme­tingsdienst met de uitvoering van de metin­gen en het vastleggen daarvan belast. De schipper kreeg na meting van zijn schip een meetbrief met de gegevens van zijn schip. Ver­spreid over het land waren vierentwintig kan­toren van de Scheepsmetingsdienst, van Alk­maar tot Zwolle.

pdf SdZ Mei 2011 Nr04 - Scheepsmetingen ontsloten

Database Liggers van de Scheepsmetingsdienst toegangkelijk via website LVBHB (Landelijke Vereniging tot Behoud van het Historisch Bedrijfsvaartuig)

De inschrijving bij het hypotheekkantoor vindt pas plaats nadat het vaartuig door de scheepsmeetdienst gemeten en beschreven is. De registratie van de meetbrieven, de liggers, waarin ook de code van het brandmerk opgenomen is, vormt daardoor eveneens een registratie van de Nederlandse binnenvaartvloot. George Snijders meldt op de website van de LVBHB (Landelijke Vereniging tot Behoud van het Historisch Bedrijfsvaartuig) in 2012 dat de database Liggers Scheepsmetingsdienst LSD te water is gelaten! De huidige stand van zaken is dat voor eind 2014 de resterende gegevens vanaf 1943 tot 1989 zullen worden toegevoegd en er zullen ook veel correcties en aanvullingen worden gedaan.

Zoek één of meer schepen uit de Liggers Scheepsmetingsdienst

Op de website van de LVBHB staat een zeer uitgebreid zoekscherm: 
Zoek één of meer schepen uit de Liggers Scheepsmetingsdienst.
Wilt u iets zoeken? Maak daar gebruik van!
 


 

Register Scheepsmetingsdienst 1899 - 1989 (collectie Maritiem Museum Rotterdam)

Artikel 22 met betrekking tot de scheepspatent der herziende Rijnvaartakte van 17 oktober 1868 vormt de oorsprong voor het meten van het laadvermogen van schepen. Het patent werd oorspronkelijk ingesteld om hierover belasting te kunnen heffen. In 1899 werd het reglement aangepast waarbij de meting niet meer plaats vond op basis van geladen ballast maar basis op basis van waterverplaatsing. Vanaf die tijd worden schepen gemeten om de waterverplaatsing te kunnen bepalen.
Het register van de scheepsmetingen begint vanaf 1899 en worden in het scheepsjargon “Liggers” genoemd.  Door heel Nederland worden 24 registratiekantoren ingericht om deze metingen te kunnen verrichten.  In 1979 zijn het er nog maar drie Amsterdam, Groningen en Rotterdam en tien jaar later wordt alles gecentraliseerd naar Rotterdam. In het zelfde jaar (1989) wordt  overgegaan op een geautomatiseerd systeem en behoort het handmatig inschrijven van de scheepsmeting  in de boeken van het register tot het verleden. De boeken zijn in 2008 door de Scheepsmetingsdienst als onderdeel van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat in samenwerking met Nationaal Archief in beheer overgedragen aan het Maritiem Museum Rotterdam. De boeken worden door het museum geconserveerd en via deze website ontsloten.  
Het register van de scheepsmetingsdienst omvat twee type boeken; 
-  liggers; 
-  brandmerken. 

U kunt hier zoeken in het register
 


 

Uitgebreid overzicht van Skûtsjes en Tjalkjes op de website Stichting Foar de Neiteam, www.skutsjehistorie.nl

Op de website van Stichting Foar de Neiteam, Voor ons Nageslacht, wordt een uitgebreid overzicht van Skûtsjes bijgehouden. Deze stichting archiveert, documenteert en verbreidt kennis met betrekking tot het skûtsjesilen. Deze website wordt onderhouden door Tresoar, het Fries Historisch en Letterkundig Centrum. Het Friese skûtsje werd rond 1855-1860 ontwikkeld. Van dit scheepstype zijn er tussen 1887 en 1933 rond 1200 exemplaren gebouwd. Er zeilen nog rond tachtig van deze historische schepen in wedstrijden. Van de meeste schepen wordt ook de scheepsregistratie vermeld.
 


 

Nummering van vissersschepen vòòr 1911, hernummering in 1911 en IJsselmeer (zout èn zoet)

Bij de hernummering van vissersschepen in 1911 wordt meestal gezegd, dat dit moest ‘van de minister’, omdat die een betrouwbaar overzicht wilde hebben van het aantal Zuiderzeevissers. 
De werkelijke reden is echter, dat de Zuiderzee tot kustwater werd verklaard en alle zeevissers op de Zuiderzee zich opnieuw moesten laten registreren als kustvisser. Dat zie je daarom nadrukkelijk op het consent staan. Bijkomend voordeel was het opschonen van de gemeentelijke administratie van visserijnummers, omdat gemeenten gewoon doornummerden en bijvoorbeeld Volendam meer dan 400 vissers leek te hebben, terwijl het ruim 200 waren.

Visserijregistratie was in beginsel alleen voor vissers op zout water. De IJsselmeervissers van na 1932 hoefden geen registratienummer op hun schip te voeren, maar moesten wel een vergunning hebben. Daar kwam de overheid al snel van terug. Midden jaren dertig waren de meeste nummers van de schepen afgesleten en vond de overheid dat er een chaos aan vissers rondvoer. Toen is nog voor de WO II de regel ingevoerd, dat de vissers een visserijnummer moesten hebben voor het IJsselmeer en ze moesten dit volgens voorgeschreven normen op hun schip aanbrengen.
 


 

Voeren van visserijnummer als zeilteken

Als zeilteken voeren de vaartuigen de letters, die hun klasse aanduiden, onder het door het Watersportverbond toegekende zeilnummer. Toegestaan is het voeren van een zgn. visserijnummer voor schepen die op het boeisel een visserijnummer tonen. De visserijnummers refereren aan een thuishaven. Bekende nummers zijn BU, HA, HI, LE, MK, MU, ZA, en anderen. We hebben deze visserijnummers op een aparte pagina voor u vastgelegd.

Terug naar vorige pagina