Vlagvoering

Vlaggen is een vorm van etiquette, beleefdheid naar je land en je omgeving. Net als met vork en mes eten is het volstrekt overbodig, maar als je het doet probeer je het goed te doen. Als je het niet goed doet zal niemand er iets van zeggen … in je gezicht. Maar dat is dan natuurlijk niet ‘ons kent ons’. En dan hebben wij het nog gemakkelijk: denk eens aan de Engelsen met hun red ensignblue ensignen zelfs white ensign, die gevoerd mogen – nee, daar is het bijna moeten – worden al naar gelang de relatie van de schipper met de Royal Navy.

Wat is ¨goede¨ vlagvoering?

Grote evenementen zijn uitgelezen momenten waarbij de vlag de boventoon voert. Daarnaast zijn er natuurlijk nog volop andere gelegenheden om te vlaggen. Vlaggen zijn er in vele soorten en maten. Vlaggen hebben diverse functies. Op het land maar vooral ook op het water. Zo is het geen enkel gewoon bedrijf toegestaan permanent de nationale driekleur te voeren. Een schip vormt daar een positieve uitzondering op. De oorsprong van het veelvuldig vlaggebruik ligt naar alle waarschijnlijkheid in de scheepvaart, vandaar ook uitdrukkingen als: onder vreemde vlag varen, de vlag in top voeren en als een vlag op een modderschuit. Maar doet de gemiddelde schipper/watersporter het wel goed? En: wat kan en mag er nu wel of niet wat vlaggen betreft?
Als we het over vlaggen hebben in de scheepvaart, is het wel van belang verschil te maken tussen beroeps- en pleziervaart en wat de eerste betreft tussen koopvaardij en binnenvaart. Verder speelt de vlag een specifieke rol bij de marine. Eerste belangrijke onderscheid is gewoon en buitengewoon vlagvertoon. Door de eeuwen heen werden schepen voorzien van verschillende vlagen: de geus, een wimpel, een vleugel, de verklikker, verenigingsvlag, de landsvlag. Elk met zijn eigen betekenis.
Op ieder schip wordt geacht de nationale of landsvlag van 's morgens 8.00 uur tot aan zonsondergang gehesen te zijn. Indien een jacht nog onder zeil is, dan mag de vlag blijven staan. De juiste plaats voor de vlag is aan een stok op het achterschip. Voor de pleziervaart geldt dat een vlag in het want of aan een giek uit den boze is.
K.I. Sierksma stelt in zijn boek "Vlagprotocol" (Traditionele gebruiken en voorschriften, Nederlands, Moussault / Unieboek 1981): "Voor het bevaren van de binnenwateren bestaan allerlei, soms slechts lokaal geldende reglementen, waarin het bezigen van vlaggen tientallen signaalfuncties aanduidt. Zowel voor een beroepsvaarder als voor een watersporter kunnen deze van belang zijn, maar een algemene samenvatting van het vlaggebruik is niet te geven."Dat maakt het allemaal wel complex.

Vlagvoering op Historische Bedrijfsvaartuigen

Jan Sepp (LVBHB) schrijft op zijn website het volgende:
Zijn wij met onze historische bedrijfsvaartuigen, pleziervaart? Moeten we met onze vlagvoering dus aansluiten bij de pleziervaart? Of zijn we toch nog een beetje beroepsvaart en sluiten we aan bij wat in de beroepsvaart gebruikelijk is of was? Als je heel serieus bent doe je het zoals de Koninklijke Marine het doet en volg je het Overzicht van het voeren van vlaggen en wimpels bij de Koninklijke Marine. Het hangt natuurlijk ook van het type schip af: een voormalige turftjalk zal anders vlaggen dan een voormalige mijnenveger.
Vlagvoering op Historische Bedrijfsvaartuigen
(Dit artikel is eerder verschenen in De Bokkepoot, het magazine van de Landelijke Vereniging tot Behoud van het Historisch Bedrijfsvaartuig (LVBHB), nummer 218, april 2015)

Nederlandsche Vereeniging Van Kustzeilers (NVvK)

In boeken (bijv. het eerder genoemde boekje "Vlagprotocol"), maar ook op verschillende websites kunt u veel informatie vinden over de juiste Vlagvoering. Op de website van de Nederlandsche Vereeniging Van Kustzeilers lezen we het onder andere volgende:
De NVvK acht het van belang dat nautische tradities en vaaretiquette worden gehandhaafd. Vlagvoering is hierbij een belangrijk onderdeel.
De Nationale Vlag
De natievlag dient een hoogte/lengte verhouding te hebben van 2 : 3. De vlag mag niet te klein zijn, t.o.v het formaat van het schip. De hoogte van de vlag dient 2/3 van vlaggenstok te zijn. De kleuren, Rood Wit en Blauw zijn officieel bij Koninklijk Besluit vastgesteld, donkerder rood en blauw is onjuist. Vlaggen en wimpels dienen onbeschadigd te zijn en niet verkleurd. Vlaggen moeten geheel zijn voorgehesen met de broeking stijf tegen de stok. Het voeren van de z.g. Europese vlag of van een provinciale vlag (bv de Friese) als natievlag is onjuist.
Ronde- en platbodem jachten met één mast
Die voeren de natievlag aan een gebogen vlaggenstok op het achterschip. De clubstandaard, met iets kleinere afmeting dan die normaal bij de grootte van het schip past, wordt gevoerd aan een dwars uitstaande uithouder aan de top van de mast.
Ronde- en platbodem jachten met kitstuig
Zij voeren de natievlag in de bezaanstop en de clubstandaard op de hierboven vermelde wijze aan de hoogste mast.
Ronde- en platbodem jachten
Die mogen zowel varend als stilliggend op de nok van de boegspriet of kluiverboom een enkele geus voeren. Dit is een rechthoekige vlag met acht stervormige banen in rood, wit en blauw. Het voeren van de Friese vlag als geus is toegestaan. De geus wordt gehesen en neergehaald op dezelfde tijden als de natievlag. De dubbele geus mag uitsluitend door schepen van de Koninklijke Marine worden gevoerd en bestaat uit twaalf stervormige banen in rood, wit en blauw.
Vlaggen in top
Vlaggen in top geschiedt door een afgemeerd of ten anker liggend schip bij eenvoudige feestelijkheden. Naast de normale vlagvoering wordt aan de masttop of bij meer masten aan iedere masttop de natievlag aan een vlaggenstok boven de clubstandaard gevoerd. Bovendien kan ter gelegenheid van feestelijke gebeurtenissen in het Koninklijk Huis de oranje wimpel worden gevoerd boven één der topvlaggen bij voorkeur met een lengte tot het water. Op ronde- en platbodem jachten kan ook een rood wit blauwe wimpel van top worden gevoerd.
Pavoiseren
Dit geschiedt bij belangrijke feestelijkheden door een stilliggend jacht. Daarbij wordt een reeks seinvlaggen gevoerd, die loopt van de nok van de boegspriet of voorsteven over de top(pen) van de mast(en) naar de achtersteven. Zo mogelijk kunnen de vlaggenlijnen voor en achter tot op het water worden verlengd en daar bezwaard. De seinvlaggen en -wimpels worden in een zodanige volgorde gevoerd, dat de hoofdkleuren van voren via de top(pen) naar achteren achtereenvolgens rood wit en blauw zijn.
Bezoek aan het buitenland
Bij bezoek aan het buitenland wordt een kleine natievlag van het land waar men te gast is (de gastenvlag of courtesy flag) aan de stuurboordzaling gevoerd. Het verdient aanbeveling om zich van te voren te oriënteren; de koopvaardijvlag is niet altijd dezelfde vlag als de nationale vlag. Voor Engeland is dit de Red Ensign en niet de Union Jack. De courtesy flag wordt gelijk met de eigen natievlag gehesen en neergehaald.
Groeten met de vlag
Een jacht waar leden van het Koninklijk Huis aan boord zijn, of een oorlogsschip, wordt met de natievlag gegroet. Deze wordt daartoe ruim half neergehaald. Zodra de groet op dezelfde wijze is beantwoord, wordt de vlag weer voorgehesen. Wordt de groet niet beantwoord, dan haalt men de vlag tijdelijk in. Een oplopend jacht groet een opgelopen jacht eerst; een varend jacht groet een stilliggend jacht eerst.
Zonsopkomst en zonsondergang
Op een stilliggend schip wordt de natievlag op werkdagen gehesen om 8 uur en op zondagen om 9 uur en neergehaald op het moment van zonsondergang. Datzelfde geldt voor de gastenvlag. In Scandinavië wordt het tijdstip van het strijken van de vlag in het zomerseizoen vaak aangegeven door een signaal. Het tijdstip varieert en wordt ook aangegeven in lokale publicaties. Op een varend en voor anker liggend jacht kan de natievlag na zonsondergang blijven staan.
Clubstandaard
De clubstandaard wordt bij voorkeur in de masttop gevoerd, eventueel met behulp van een uithouder. Indien dat in verband met apparatuur in de masttop niet mogelijk is, is het toegestaan dat deze in het bakboordwant wordt gehesen (besluit K.N.W.V.). De clubstandaard wordt niet gevoerd tijdens een wedstrijd. Jachteigenaren, die lid zijn van meer dan één vereniging, voeren één clubstandaard. Ligt men in de thuishaven van een vereniging waarvan men ook lid is, dan wordt de clubstandaard van die vereniging gevoerd. De clubstandaard wordt stilliggend en varend gevoerd, maar hoeft stilliggend 's nachts niet te worden neergehaald. Indien het schip niet in gebruik is moet de clubstandaard zijn neergehaald.
De eigenaars vlag
De eigenaarsvlag is een kleine rechthoekige fantasievlag te voeren in het stuurboordwant van de (voorste) mast, wanneer het schip gemeerd of voor anker ligt en de eigenaar aan boord is en bereid is bezoek te ontvangen. Tijdens wedstrijden wordt geen natievlag of clubstandaard gevoerd, maar alleen de eigenaars vlag in de top van de (hoogste) mast.

Terug naar vorige pagina