Scheepvaart museum Baasrode Vzw - Baasrode (B)

De "Scheepswerven Baasrode" is één van de mooiste industrieel-archeologische plaatsen van Vlaanderen. Niet zo heel lang geleden waren de Scheepswerven Baasrode nog gedoemd om te verdwijnen, maar dankzij de volharding van enkele idealisten én een herziening van de houding van de overheid werd hun voortbestaan verzekerd. De werven zijn sinds 1993 integraal beschermd, en voor het grootste deel eigendom van de Provincie Oost-Vlaanderen.

Verleden

De scheepsbouw in Baasrode kent een lange traditie. Baasrode was al sinds de Middeleeuwen een populaire aanlegplaats voor schippers en handelaars: de gunstige ligging op één tij van Antwerpen, geen belastingen op de overslag van goederen, centraal gelegen binnen een gewilde West-Europese regio en binnen een netwerk van rivieren en heirwegen. Een uitstekende plaats om te lossen en te laden met een vrachtschip of passagiersschip, een schip te bouwen of een schip te herstellen.

Bijvoorbeeld, in de periode 1777-1835 zijn negen verschillende percelen bekend waar schepen werden gebouwd. Baasrode was toen één van de belangrijkste scheepsbouwcentra van de Oostenrijkse Nederlanden. Typerend voor Baasroodse scheepswerven is de grote variëteit aan scheepstypes die er gebouwd zijn. Bovendien hebben de Baasroodse scheepsbouwers hun naam en faam verworven door de lopende-band bouw van dat iconische vrachtschip van de Europese binnenvaart: de 38-meter spits.

Ook de palinghandel nam een grote vlucht door de grootschalige import van verse Hollandse paling die wekelijks werd aangevoerd door de Baasroodse palingbottervloot.

In 1955 verkocht de familie Van Damme haar scheepswerven. De Oude Zaat Van Damme werd verkocht aan de buurman-scheepsbouwer Gabriël Van Praet. Deze grotere dubbele scheepswerf bloeide nog tot in de jaren 1970. Door o.m. de concurrentie van het wegvervoer verdween de vraag naar binnenschepen. In 1972 liep het laatste nieuwe schip van stapel en de laatste scheepswerf van Baasrode sloot de deuren in 1986. Eind december 1986 lieten de arbeiders uit protest hun gereedschap letterlijk uit de handen vallen, om niet meer terug te keren. Daardoor ontstond een breuk in de geschiedenis van Baasrode.

Deze breuk met het verleden wordt nu hersteld door de uitbouw van een scheepvaartmuseum door de vereniging Scheepvaartmuseum Baasrode in samenwerking met de provincie Oost-Vlaanderen en de stad Dendermonde. De vereniging heeft eerder van zich doen spreken door zich in te zetten voor het behoud en restauratie van de scheepswerven. Deze werven met hun zeldzame getijdendroogdokken zouden anders onder de slopershamer gevallen zijn. Op deze plek bevindt zich de industrieel-archeologische site Scheepswerven Baasrode.

Korte geschiedenis van de scheepsbouw in Baasrode

De oudste tot nog toe gekende bronnen over de scheepsbouwactiviteiten dateren van vóór 1600. Eerste vermelding De Landtsheer. Volgens overleving zou de Russische tsaar Peter de Grote, Baasrode bezocht hebben om scheepsbouwers te ronselen voor zijn werven. Hij zou volgens de 19de eeuwse historici De Potter en Brouckaert gelogeerd hebben bij de scheepsmaker Lieven Verminnen. Niet minder dan 12 scheepswerven kende Baasrode.

In de 16de eeuw tekende Pieter Bruegel De Oude ‘Baasrode’ met de kerk, kerkaanlegplaats en de verbouwde burcht ‘Hof van Peene’. Deze tekening werd bewaard in het museum van Berlijn. Het scheepvaartverleden was van kapitaal belang voor Baasrode. Een groot deel van de bevolking was er rechtstreeks en onrechtstreeks van afhankelijk.
Reeds vanaf het einde van de Middeleeuwen stond de gemeente bekend als een druk handelscentrum aan de Schelde. Het aan- en afvaren van zeilschepen zorgde ervoor dat er reeds vrij vroeg sprake was van een niet onbelangrijke scheepsbouwnijverheid. Aan het einde van de 18de eeuw waren er in Baasrode verschillende werven gevestigd. De 19de eeuw betekende de volle bloei voor deze nijverheid.
Vanaf 1875 wordt er overgeschakeld van houten naar ijzeren en stalen schepen. Er werd beroep gedaan op Henri Adam (tekenaar van scheepsplannen) en een 20-tal Willebroekse metaalarbeiders. Ze leerden de scheepsmakers omgaan met de nieuwe machines (stoommachines). Ook Waalse arbeiders zijn in Baasrode gebleven. Zo komt het dat men in Baasrode nog veel Waalse familienamen terugvind. Het bouwen van metalen schepen had veel succes omstreeks 1914.
In de bloeiperiode liepen er in beide werven per jaar 20 à 25 schepen af, d.w.z. er werden zoveel schepen te water gelaten. Halverwege de 20ste eeuw begint de teloorgang van de scheepswerven in het algemeen.

Het Museum nu

Het museum is gevestigd in een voormalige meesterwoning van het scheepsbouwersgeslacht Van Damme dat de werf in 1826 overnam van Emmanuel De Landtsheer. Het gebouw is een patriciërswoning in classicistische stijl van rond 1830. Het werd gebouwd vooraan op het terrein waar de schepen op stapel werden gezet.

Deze werf Van Damme was zeer belangrijk in het jonge koninkrijk België. Tussen 1827 en 1876 werden hier reeds Belgische koopvaardijschepen gebouwd van 300 tot 800 ton, waarvan een aantal speciaal was ingericht voor het vervoer over de oceaan van Duitse emigranten naar de VS. Bij de stapelloop op 19 april 1852 van het driemastvolschip Léopold Ier, verbleef de kroonprins, (de latere koning Leopold II) hertog van Brabant met zijn broer Filip de Graaf van Vlaanderen, in deze woning. 
Vanaf 1860 werd bijna helemaal overgeschakeld op de bouw van binnenschepen. De vroeg-industriële revolutie met de overgang van houten scheepsbouw over composietbouw (ijzeren geraamte met houten beplanking), naar totaal in ijzer met klinknagels gemonteerde schepen en gelaste schepen, heeft zich op deze werf voltrokken. Zo werd de naastliggende werf Van Praet, waarvan de ateliers eveneens zijn beschermd, ingericht voor de ijzeren geklonken seriebouw in 1895. In 1955 werd de werf ‘Van Damme’ overgenomen door Gabriël en Armand Van Praet die het geheel uitbaatten tot 31 december 1986. Het was meteen de laatste scheepswerf van Baasrode.
In 1980 werd de vzw Scheepvaartmuseum Baasrode opgericht met o.m het oogmerk om dit patrimonium niet totaal verloren te laten gaan en sinds 2 juli 1993 wordt de werf van Damme-Van Praet beschermd. Het gebouw is van de stad Dendermonde. (beschermd). De werf is van de Provincie. (beschermd) en het museum wordt beheerd door de VZW.

Het Scheepvaartmuseum Baasrode is met voorsprong en bij uitstek hét museum van de geschiedenis van de scheepsbouw in Vlaanderen en België, van de binnenvaart en van het varend erfgoed in Vlaanderen. Dit zogeheten "centrum voor het varend erfgoed Vlaanderen" omvat ondermeer:

  • Een scheepvaartmuseum met een historisch zeer waardevolle en enorm uitgebreide, unieke collectie;
  • De vaste tentoonstelling over de binnenvaart; naast onze Alyv (38 meter lange motorspits uit 1938);
  • Onze drie historische scheepswerven; met werkateliers en getijdendroogdokken aan de Schelde;
  • Eigen modelbouwschool waar vrijwilligers tal van oorspronkelijke schepen op schaal bouwen;
  • De nieuwbouw van de "Rosalie", onze eigen authentieke Baasroodse palingbotter (16 meter).

De opening van het museum werd op 6 september 1980 verricht door de minister van Cultuur, waarbij een twintigtal Nederlandse & Belgische Stamboek schepen aanwezig waren. Onder deze schepen waren ondermeer: de Vollenhovense bol 'Stijntje Lucretia' (nu 'Grote Beer'), de Hoogaars 'Turc', de Hoogaars 'Den Oeschaert' en de tjalk 'De Maze'.

Nieuwbouw Botter 'Rosalie'
Nieuwbouw Botter 'Rosalie'

Vier historische scheepswerven langs de Schelde werken samen

De CNR-werf te Rupelmonde, de werf te Baasrode, de werf C.A.Meerman te Arnemuiden en de Museumhaven te Zierikzee. De doelstelling van het Vier Werven Overleg is het maritieme verleden van de Scheldemondregio in het licht te stellen en te promoten om de historische eenheid ervan te benadrukken. Over de landsgrenzen heen, creëert het een duurzaam samenwerkingsverband rond het varend cultureel erfgoed. Een toeristisch lint doorheen de regio met de 4 participerende (museum)werven als ankerplaatsen.

Terug naar vorige pagina