Atelier Reudenroos

Scheepsversierder Eelco van Roden heeft samen met zijn vrouw Isabel Vicente Atelier Reudenroos in Enkhuizen. In 1992 is Reudenroos in Lutjebroek begonnen met ambachtelijke meubelmakerij, in 2000 zijn ze verhuisd naar Enkhuizen, waar ze zich nog steeds bezig houden met hun werk en passie; het meubelmaken, beeldhouwen, houtsnijden, fineren, houtdraaien en vergulden. Met veel zorg voor duurzaamheid en aandacht voor ontwerp en detaillering, maken zij een kwaliteitsproduct dat geheel aansluit bij uw wensen.

Wie zitten zijn Atelier Reudenroos?

Isabel Vicente heeft haar opleiding in Lissabon gevolgd bij de Fundação Ricardo Espírito Santo. Daarna is ze in 1993 bij Reudenroos gekomen en heeft ze zich sindsdien door zelfstudie en ervaring bekwaamd. Ze houdt zich vooral bezig met houtsnijden, ontwerpen van keukens, klanten adviseren en afwerkingen zoals polychromeren, lakken en vergulden.

Eelco van Roden  heeft zijn opleiding gevolgd aan het Hout- en Meubileringcollege in Rotterdam en Amsterdam. Daarna heeft hij stage gelopen in de beeldhouwerij van de Batavia onder beeldhouwmeester Cees van Soestbergen. Hij houdt zich vooral bezig met ontwerpen, beeldhouwen, meubelmaken en restaureren.

Werk en publicaties van Eelco van Roden

De afgelopen ruim 20 jaar hebben ze veel schepen versierd met roerbeelden, boegbeelden, trailboards, naamborden enz. De beelden worden door hen ook beschilderd en verguld.
Voorbeelden van grote projecten die ze gedaan hebben zijn:

  • De clipper “Stad Amsterdam”, 2000
  • Het Utrechts Statenjacht”, 2002
  • Binnensnijwerk voor de clipper “Hanuman”, 2009

Eelco van Roden vertelt:
Het trotse gevoel van het varen met een eigen schip leidt bijna vanzelf tot enige vorm van ornamentering. Dit kan variëren van accentuering van de zeeg van het schip door middel van kleurgebruik (belijning) tot en met roerleeuw en mastwortel en alles wat daar vroeger tussen zat. Vroeger was het doel van sierwerk evenwel diverser. Allereerst was het vanwege bijgeloof, een nog steeds wijdverbreid fenomeen in de zeilvaart. Hierbij kun je denken aan het alziend oog. Dit was een versiersel aan weerszijden van de boeg in de vorm van een gestyleerd oog, als tegenkracht tegen het boze oog. Het boze oog was in feite de angst van de mens zelf voor de onmetelijke oneindigheid van de zee. De zee in al zijn verwoestende kracht en peilloze diepten, 

Scheepssier moest wel de meest vreselijke monsters herbergen. Daarnaast kon men zich verrijken met de deug-den van het afgebeelde ornament. Als men zich sterker wil voordoen, dan plaatst men een leeuw voor de boeg, of een hond voor trouw, een haan voor waakzaamheid of een adelaar voor snelheid, om maar enkele voorbeelden te noemen. Ten tweede is daar de uitbeelding van je beroep, reclame in feite, of de uitbeelding van je geloof. Ten derde vanzelfsprekend: macht. Hierbij kun je denken aan de Statenjachten of aan de schepen van de Marine. Ten vierde kan men door middel van vergulde krullen en tierlantijnen zijn rijkdom tonen. En als laatste is er gewoonweg de drang van de mens om alles te ornamenteren, te versieren. Alles waar je trots op bent, mag mooi zijn!".

Eelco van Roden in de Siegel der Zeilvaart

In het tijdschrift “Spiegel der Zeilvaart” (zie index), heeft Eelco ook verschillende artikelen gepubliceerd over de geschiedenis van het maritieme houtsnijwerk en hoe je het zelf kunt maken. Het eerste artikel dateert van november 2007 en heeft als titel: "Het versieren van schepen".

De Mastwortel

Eelco schrijft in mei en juni 2008 het volgende:
Hoog in de mast staat een fiere staak, met goud bekleed, het zonlicht naar alle kanten te weerkaatsen. In weer en wind, alle zeilgeweld trotserend. De mastwortel, een zeker niet eenvoudig te maken sierwerk, op véél te grote hoogte.
Dit oude stuk scheepssier bevindt zich dus op het topje van de mast. De naam, wortel, is in dit verband wel tegenstrijdig, maar we mogen aannemen dat deze naam alleen betrekking heeft op de vorm. Vroeger waren wortels niet zo recht en glad als tegenwoordig, dus de overeenkomst is goed voor te stellen.
De meest voorkomende vorm is een gedraaide, taps toelopende lengte hout, opgedeeld in meer of minder geledingen. De onderste, breedste geleding bestaat bijna altijd uit dansende putti, die elkaars handen vasthouden. Daaromheen zijn allerlei bloemmotieven gesneden. Daarboven bevinden zich de verkleinende geledingen. Deze zijn meestal gesneden met ritmisch afwisselende patronen: gevleugelde engelenkopjes, draperieën en schelpen en bloemmotieven.

De bekroning van de mastwortel varieert van bollen en kegelvormen tot en met een soort palmtakje of gestileerde levensboom of een granaatappel.
Dan zijn er nog de figuurtjes die soms zomaar halverwege de mastwortel zitten, zoals Atlas die de wereld op zijn schouders torst, een faambeeltje of een Fortuna met een bollend zeil in haar handen, door de wind voortgejaagd. Fortuna is onder andere een symbool voor geluk en tevens de heerseres over de zee. Als zodanig natuurlijk een bijzonder mooie bekroning van een schip. Soms is de mastwortel naar voren gekromd. Dan heb je vrijwel zeker met een oude mastwortel te maken. 

Daarna volgen nog diverse artikelen over andere vormen van Scheepssier.

Terug naar vorige pagina