Jachtwerf 'De Boeier' Eeltje Kuperus - Makkum

Een werf die tussen 1980 en 2000 vermaard is geworden om zijn stoere aken, is 'De Boeier' te Makkum, grotendeels 'single handed' gedreven door Eeltje Kuperus. Na de ambachtsschool raakte hij, via de Blomaak van zijn schoonvader, zo onder de indruk van het type dat hij besloot zelf Lemsteraken te gaan bouwen. Via een bijscholingscursus bekwaamde hij zich verder in het lassen, werkte een jaar bij een scheepswerf en anderhalf jaar bij een jachtwerf. Het werken met de dunne platen, die in jachtbouw gebruikelijk zijn, bleek toch wel heel andere koek dan het lassen aan de dikke huid van echte schepen, maar ook dat vak kreeg hij onder de knie en in 1972 begon hij voor zichzelf in een boerderij in Jutrijp tussen Leeuwarden en Sneek.

Kuperus begon met tjotters, friese jachten en boeiers, en al doende ontwikkelden zijn ontwerpen zich. Na een jaar of acht werd de boerderij te klein en verhuisde het gezin Kuperus met werf en al naar Makkum. Eeltje beheerste tegen die tijd het métier voldoende om zich aan de Lemsteraken te wagen. De eerste werd een vissermanaak voor Winfried Jansen, jarenlang voorzitter van de Vereniging tot Behoud van het IJsselmeer.

In de tijd dat platen nog met de hand werden afgeschreven bouwde Kuperus met vijf man personeel zo'n vijf schepen per jaar. Sinds de computer begin jaren-90 het leven is komen verrijken is de bedrijfsefficiency sterk toegenomen en kon Kuperus met steeds minder mensen toe. Jan Visser uit Heeg verzorgde de uitslagen en collega Blom sneed de platen. Het in vorm walsen deed Kuperus zelf.

`Het is overigens wel een beetje jammer dat, nu alles zo in de computer en platenpaketten vastligt, je minder vrij bent een beetje te experimenteren met de vorm' vind Kuperus. In zijn eentje bouwde Eeltje drie Lemsteraken per jaar, waarvan de vorm in de afgelopen 20 jaar onmiskenbaar is geëvolueerd: de kop is minder vol geworden, de kont laat mooier het water los, boeisel en berghout verlopen vloeiender. De kielbalk is intern, zodat rechtop drooggevallen wordt. Het vlak is doorgaans van 10 mm staal, de huid van 6 mm en de platen worden overnaads gelast. 'Die overnaadse bouw geeft een enorme stijfheid, maar we bouwen toch op spanten, ook al is dat eigenlijk niet nodig.' De vissermannen hebben een opboeisel, om op één oor door het sop springend het water uit de grote kuip te houden.Kuperus-aken hebben loefbijters en scheggen maar van een vorm die rond 1900 ook accepté zou zijn geweest

Alle schepen in de Schepenlijst van Eeltje Kuperus

Overzicht van schepen met SSRP-Plaquette, gebouwd of ontworpen door Eeltje Kuperus

Terug naar vorige pagina