Johannes de Roos Jsz en Jan van der Meijden - Scheepsbouw- en reparatiewerf 'De Hoop' Leeuwarden

Oldegalileën, tot het eind van de 19e eeuw een buurtschap aan de Dokkumer Ee, lag ten noorden van Leeuwarden. De naam is ontleend aan een voormalig klooster, ‘Galileën’. Het klooster stond buiten de stad Leeuwarden en was gelegen aan de Ee. In de zeventiende eeuw zetelde zich langs de noordelijke vaarweg van Leeuwarden industrie. Ten noorden van waar het klooster had gestaan werd langs het onbestrate voetpad naar Lekkum in 1622 een houtmolen gebouwd. Het stuk land waarop de molen werd gebouwd, aan het einde van de Oldegalileën, werd door de voogden van een weeshuis afgestaan. Deze plek kreeg al snel de naam 'Houtpôlle'. 

De Dokkumer Ee was een belangrijke scheepvaartverbinding in het noorden van Friesland. Een druk bevaren route van Harlingen naar Dokkum en vice versa. Het maakte onderdeel uit van de verbinding tussen Leeuwarden en de Waddenzee, via het Lauwersmeer. Naast de molen ontstonden er scheepswerven aan de Dokkumer Ee. Aan het begin van de Dokkumer Ee lag de scheepswerf van Van der Kolk aan de Eestraat. Een andere scheepstimmerwerf lag echter direct naast de ‘Houtpôlle’ ten noordoosten van de houtzaagmolen. Een stukje logische industrieel vervolg. Het hout dat afkomstig was van de molen kon gebruikt worden voor onder andere de schepen, die op traject Harlingen - Leeuwarden - Dokkum beurt vaarden. Naast de ‘Houtpôlle’ werd al snel gesproken over de ‘Waterpôlle’, de scheepstimmerwerf met de naam 'Het onvolmaakte schip' aan de scheepshelling 'Krom en Regt' en een groepje naastgelegen huizen. Het waren twee van de in totaal 105 scheepshellingen die Friesland rijk was, zo vertelt ons het rapport van de Staatscommissie voor de Binnenvaart die dit in de jaren 1905 tot 1911 heeft onderzocht. In dit werk verdienden toen 453 mannen en 122 leerjongens hun brood. 

Johannes de Roos Jsz en Jan van der Meijden

In het jaar 1901 begon Johannes de Roos Jsz op 29 jarige leeftijd voor zichzelf als werfbaas op een helling aan de Dokkumer Ee. Johannes de Roos stamde uit een Fries scheepsbouwergeslacht in Leeuwarden. Het vak scheepstimmerman had hij geleerd bij vader Jan de Roos in de Poppebuurt bij de Poppebrug aan ’t Vliet in Leeuwarden, destijds een centrum van min of meer industriële bedrijvigheid in Leeuwarden. 
Ook Jan van der Meijden stamt uit een scheepsbouwergeslacht. Jan zijn grootvader Dirk was scheepsbouwer in Haaften (Gelderland). De vader van Jan van der Meijden, Hendrik, geboren in Tiel, was ondernemer in schepen en scheepsgoederen. Later werd Hendrik commissionair van beroep en was naar Delft getrokken. Hij adviseerde, beheerde en voerde opdrachten uit voor eigen rekening en voor cliënten onder andere op de Beurs. Zo zal hij ook in opdracht van een schipper uit Zuid-Holland in contact gekomen zijn met scheepsbouwer Jan de Roos. Het zusje van Johannes, Trijntje, trouwde in 1902 met de zoon van Hendrik, Jan van der Meijden. Het klikte goed tussen beide zoons, Johannes en Jan, en ze deden al gauw zaken met elkaar, nadat Johannes de scheepswerf had aangekocht. 

Jan en Trijntje kwamen in 1903 naar Leeuwarden om te gaan wonen op de Oldegalileën. In 1906 kocht zwager Jan van der Meijden zich voor fl. 1.500,- in, in de werf van Johannes de Roos, en werd zo mede-eigenaar. De nieuwe werf kreeg de naam ‘Scheepsbouw- en reparatiewerf De Hoop'. Johannes de Roos Jsz en Jan van der Meijden. Twee zwagers, nu beide Leeuwarder hellingbazen, die aan de Dokkumer Ee hun beroep uitoefenden. 

‘Scheepsbouw- en reparatiewerf De Hoop' van Johannes de Roos Jsz en Jan van der Meijden
‘Scheepsbouw- en reparatiewerf De Hoop' van Johannes de Roos Jsz en Jan van der Meijden

De werf

Nadat Jan op de werf was toegetreden was er een duidelijke rolverdeling tussen de zwagers. Johannes hield zich voornamelijk bezig met de planning, calculatie en de organisatie op de werf. Jan was de technicus, die thuis de tekeningen uit het hoofd maakte, zittend op zijn knieën op de huiskamervloer. Op de werf begeleide Jan de arbeiders. Zelf deed hij volop mee in het arbeidsproces van het staal- en van het houtwerk. 

Verhuur

Naast de nieuwbouw en het reparatiewerk hadden de zwagers ook inkomsten uit de verhuur van vrachtschepen. In Friesland was de vraag vooral naar roefschepen. De huurcontracten die werden afgesloten door De Roos & Van der Meijden zouden we tegenwoordig leasecontracten noemen. De werf was één van de eerste die het zo regelde. 
In Zuid-Holland onder de rook van Delft verhuurden de zwagers veel staalijzeren vrachtmotorschepen van het type Westlander. Een Westlander is een motorvrachtschip met een rond geveegd achterschip en een sterk voorover hellende voorsteven. Het type ontstond pas bij de opkomst van de kassencultuur. 

Teloorgang

In enkele jaren tijd voltrok zich een stille revolutie in de zeilende schipperswereld. De hele Nederlandse scheepsbouw werd overvallen door de ernstige terugslag in de oorlogsjaren 1915-1918, toen de staalprijzen door de algehele krapte tot onbetaalbare hoogte stegen en er weinig nieuwe schepen werden gebouwd. Met reparatiewerk trachtte ze op de werf het hoofd boven water te houden. De opleving van na 1918 bleek van korte duur. Dat jaar al daalde de vrachtprijzen, en het zou nog veel erger worden na 1921. Voor de schipperij begon toen een lange crisis, die uiteindelijk de binnenvaart onder zeil zou smoren. En met dit alles was er nog de komst van de vrachtauto, die eerst de varende beurtdiensten de nek om deed en later ook een groot deel van het vrachtvervoer. De in Friesland sterk vertegenwoordigde ‘kleine scheepsbouw’ ging er mee aan ten onder. 

De rechtsvorm van de onderneming werd op 1 september 1935 veranderd. De werf was een vennootschap onder firma geworden, bestaande uit Johannes de Roos en Jan van der Meijden. Deze vof werd wegens het overlijden van Johannes in 1937 ontbonden. Het bedrijf werd vanaf die datum door Jan van der Meijden voor eigen rekening voortgezet. Een jaar later kwam Jan zijn vrouw Trijntje te overlijden. Jan van der Meijden was 66 jaar en vond het na jaren van malaise wel goed zo en opvolging was er niet. De vennootschap werd op 24 februari 1937 opgeheven en in 1938 werd de scheepswerf gesloten. Jan van der Meijden ging rentenieren. 

Huis en erf en scheepstimmerwerf raakte in verval en werden van 1 januari 1940 af verhuurd aan de naastliggende zagerij van Fa. Timmermans en Zn. en fungeerden daarna als opslagplaats. In december 1939 verkoopt Jan van der Meijden zijn inventaris. In 1943 verkoopt Jan van der Meijden het hele spul voor fl. 3.250,- aan Fa. Timmermans en Zn. 

Alle resultaten

Schepen in het Stamboek, gebouwd door De Roos en Van de Meijden in Leeuwarden

Spiegel der Zeilvaart 2009 maart nummer 2, 3 en 4 - Scheepstimmerwerf De Hoop met werfbazen De Roos en Van der Meijden

Bovenstaande informatie is ontleend aan een uitgebreid artikel over de werf van De Roos en Van der Meijden in Leeuwarden, van de hand van Frits J. Jansen van de Stichting 'Foar de Neiteam'. De werf en de omgeving waarin zij functioneerde, wordt daarin uitgebreid beschreven.

Terug naar vorige pagina