Schouten, Kok, Sondij - Muiden

De scheepsbouw in Muiden is in de 17e eeuw ontstaan. De bloei in de 18e en de neergang in de 19e eeuw leidde tot een reeks van faillissementen en overnames. Hendrik Schouten en zijn familie profiteerden hier het meest van. Zij werden achtereen volgens eigenaar van scheepswerf “De Hoop” in 1846, van scheepswerf “ Nooitgedacht” in 1849, van de werf van Pieter Pauw daartussen in 1868 en tenslotte kochten zij ook het laatste stuk; “Het Hert” in 1904.

Jacob Schouten was kostschoolhouder in Gouda toen hij op 2 oktober 1844 scheepswerf “De Hoop” in de Hellingstraat overnam van Cornelis Haring. Hij was geboren in Spaarndam, waar zijn vader een scheeps-werfje annex zeilmakerij had. Het zat hem dus enigszins in het bloed. Dat komt vaker voor in de scheeps-bouw; families, die jarenlang op de een of andere manier betrokken zijn bij het bouwen van schepen.

N.V. Scheepsbouwmij. Voorheen firma H. Schouten

Toen Jacob Schouten scheepswerf “De Hoop” van Cornelis Haring overnam in 1844 was zijn zoon Hendrik pas 17 jaar oud, want hij werd geboren op 19 april 1827. Pa Schouten had dus een vooruitziende blik. De bewuste werf was in korte tijd drie maal van eigenaar verwisseld (Arend Paddenburg-Pieter Brouwer-Cornelis Haring). Terwijl Schouten al eigenaar was, huurde Cornelis Haring nog de werf zolang Hendrik minderjarig was. Op 30 september 1847 brandde “De Hoop” tot de grond toe af. De omstandigheden waren verdacht, maar er was geen bewijs tegen Haring. Jacob Schouten liet van het verzekeringsgeld de werf herbouwen, zodat zijn zoon Hendrik in 1848 als 21-jarige een geheel nieuwe werf kreeg aangeboden.

Hendrik profiteerde van een landelijke opleving in de scheepsbouw. De werf was vol bezet met de bouw van vissersschepen, pramen, tjalken en zandbakken. In 1849 kon ook het aangekochte werfje van Pieter van Veen erbij betrokken worden. Jacob Schouten kocht ook de twee huizen op de werf met grond tot aan de haven en maakte alles tot één geheel. Tussen de twee werven lag dus nog de werf van Pieter Pauw. Schouten had klanten onder de Zuiderzeevissers uit Huizen, Bunschoten, Nijkerk, Marken, Durgerdam en andere plaatsen.

Hendrik Schouten overleed op 13 januari 1894. Het was toen een slechte tijd voor de scheepsbouw. Volgens een gemeentelijk verslag uit de jaren negentig van de 19e eeuw waren er in 1892 nog drie werven in Muiden: Die van Hendrik Schouten, Thomas Pauw en een klein werfje van K. Groen in de Weesperstraat. In dat jaar was er slechts één aak van 41 ton gebouwd. In 1893 slechts één botter en in 1894 op 2 werven (die van Pauw was gesloten) niets, evenals in 1895 en 1896. Na 1897 was er een kleine opleving. Na 1900 was er nog maar één werf over; die van Schouten. Ook Groens werf was gesloten.

Jan Machiel en Cornelis Adrianus Schouten zetten de werf voort in 1895. In 1898 hield Jan Machiel het voor gezien. Hij verkocht zijn aandeel in de werf aan de overige erfgenamen. Cornelis Adrianus was toen de enige directeur. Er was nog steeds weinig werk. Geen nieuwbouw, wel wat reparatie. Bovendien veranderde de techniek van de scheepsbouw in vrij korte tijd. Na 1900 werden er praktisch geen houten schepen meer gebouwd. Men ging geheel op ijzer over, voorzien van een Deutzmotor.

Het personeel moest omgeschoold worden en het machinepark aangepast. Er kwamen scharen om platen te knippen, boor- en fraismachines om gaten te maken voor de klinknagels, machines om platen te vervormen, enz. Er moesten loodsen gebouwd worden om de machines in onder te brengen. Kortom; de familie Schouten moest met zijn tijd meegaan. Ook de firmanaam veranderde: Op 27 april 1903 werd de “N.V. Scheepsbouwmij. Voorheen firma H. Schouten” opgericht. Cornelis Adrianus (geboren in 1870 uit het huwelijk van Hendrik met Margaretha Jacoba Eickelberg) werd opgevolgd door zijn jongste broer, de in 1879 geboren Adrianus Cornelis Schouten. Die was uit het juiste hout gesneden en ging voortvarend aan het werk. 

De eerste stalen botter die gebouwd werd op de werf van Schouten in 1906
De eerste stalen botter die gebouwd werd op de werf van Schouten in 1906

Het ging de werf voor de wind. In 1913 werden er 34 stuks schepen gebouwd. Ook gedurende de Eerste Wereldoorlog kon er vrijwel onbeperkt gewerkt worden. Al was het materiaal veel duurder en al gingen de lonen omhoog, het was voor de bestellers geen bezwaar en het bedrijf en het personeel verdienden goed. Ook na de oorlog ging de bouw van nieuwe schepen regelmatig door. Pas in 1929 nam de productie af en deed de crisis ook voor de scheepsbouw zijn intrede.

In de jaren veertig was de vooral de periode van de Bezetting een moeilijke tijd. Net als in de overige industrie leed de scheepsbouw onder het gebrek aan grondstoffen. In de Hongerwinter (1944-1945) was er geen stroom meer en het werken met machines kwam tot stilstand. Daarnaast was de gedwongen tewerkstelling van werknemers in Duitsland een ernstige aanslag op de bedrijfsvoering.

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog profiteerde ook de scheepswerven van de wederopbouw. Bij Schouten was weer werk. Er werden sleepboten, duwbakken en soms ook iets speciaals gebouwd.

De familie Schouten bouwde van 1844 tot 1979 schepen in Muiden.

De gebroeders Kok en Scheepsbouw S. Sondij en Zn.

In 1936 begonnen de gebroeders Jan en Lammert Kok een eigen scheepswerf aan de zeedijk in Muiden.

Na de oorlog kwam Steef Sondij, die bij de smederij van Bouvy ontslag had genomen, nadat hij twee jaar in Duitsland had gewerkt als kraandrijver, lopend op de dijk langs de werf van Kok. Hij zag hoe een van de gebroeders Kok bezig was met het maken van spanten. In de oorlog was zijn houten loods met schip en al afgebrand. Van de verzekering had hij een hoop oud ijzer gekregen. Met een mal probeerde hij zelf spanten te maken. Sondij keek toe, zo vertelde hij in 2000.

Kok vroeg: “Doe ik het niet goed?” “Nee, je bent aan het bakken”zei Sondij. “Hij lachte en vroeg: “Kun jij het beter?” Ik zei: “Geef maar eens hier” en gaf hem wat tips en aanwijzingen hoe je moest lassen. Hij was onder de indruk en vroeg of ik bij hem wilde komen werken. Ik zei: “Ja, ik ben net gisteren uit Duitsland teruggekomen. Werkkleding heb ik niet.”Die krijg je van mij” zei hij. Ik kreeg een overall en maakte die spanten voor de loods die later vervangen is, maar vele jaren dienst heeft gedaan." Steef Sondij Iheeft zo ’n twaalf en een half jaar bij Kok gewerkt, tot 1958. De familie Kok is van 1936 tot de jaren negentig in Muiden actief gebleven.

Steef Sondij heeft een werkschip gekocht en daarop zelfstandig in de haven gewerkt. Later zijn ze naar Almere gegaan. Toen hij 65 was, is hij gestopt. Zijn zoon heeft het voortgezet.”

Het einde van de scheepsbouw in Muiden

Eind jaren zeventig kwam de klad in de scheepsbouw. Ook de scheepsbouw in Muiden kwam na bijna drie-ën-een-halve eeuw ten einde. Schouten werd in 1979 verkocht aan A. van der Vliet uit Muiden. Er werden geen nieuwe schepen meer gebouwd; er was alleen nog wat reparatiewerk en berging, totdat ook dat eindigde.

De Sluiz: Aflevering nr. 157 - Scheepsbouw in Muiden

Bovenstaande informatie hebben we ontleend aan aflevering 157 van het Muider Maandblad Sluiz, een uitgave van het Historisch Archief Muiden. Alle uitgaven van Sluiz en nog veel meer informatie is beschibaar op hun website.

Alle resultaten

Schepen in het Stamboek, gebouwd door Schouten in Muiden

Alle resultaten

Schepen in het Stamboek, gebouwd door de Gebr. Kok in Muiden

Alle resultaten

Schepen in het Stamboek, gebouwd door Sondij in Muiden (later Almere)

Terug naar vorige pagina