Werf Kater, de Haas, Bernhard, Y. de Jong - Durgerdam

Bij de 'kapel' in Durgerdam waren rond 1900 twee hellingen: van Cornelis Kleijn en Dirk Pauw. In Durgerdam bestond reeds in 1798 een werf en deze had 5 sleepbedden. De werf naast de 'kapel' werd in 1897 door Klaas Kater uit Monnickendam overgenomen. Baas Kater, bouwde en repareerde vele houten vissersvaartuigen. De werf wordt later verkocht aan Cornelis de Haas uit Monnickendam met Joris en Pieter Kater als zetbazen. In 1923 wordt de werf verkocht aan Bernhard, Nieuwendam. Deze plaatst de werf onder leiding van R. de Jong, welke wordt opgevolgd door Ype de Jong.

Foto genomen tussen 1910 en 1930
Foto genomen tussen 1910 en 1930

Durgerdam, een dorp vol herinneringen

Wim Kuyper schrijft in zijn boek "Zwervend langs het IJsselmeer":
Durgerdam is geen dorp meer sinds het bij Amsterdam gevoegd werd. De stormachtige ontwikkeling van de grote stad aan het IJ, eens een gelijksoortig vissersdorpje, is echter aan Durgerdam voorbijgegaan. Verschillende grote branden hebben de uit hout opgetrokken huizen in Durgerdam verwoest; ook in Amsterdam kwam dit regelmatig voor, doch daar werden voorschriften gemaakt dat de nieuwe huizen van steen gebouwd moesten worden. In Durgerdam echter bleef men met hout bouwen; de daken werden met pannen gedekt daar rieten daken verboden werden. In 1825 werd ook Durgerdam door een overstroming getroffen waarbij een gat in de stenen dam geslagen werd. Vijftien jaar later werd de haven van Durgerdam verplaatst naar de huidige plek. 
De haven bood plaats aan meer dan vijftig botters met de letters RD in het zeil, de initialen van Ransdorp, de gemeente waaronder Durgerdam ressorteerde. In 1920 werd Durgerdam met de andere Waterlandse dorpen door Amsterdam geannexeerd en de initialen van de vissersschepen zouden in ASD gewijzigd moeten worden, waartegen men zich echter blijvend verzette. 

De werf van Dirk Pauw rond 1900
De werf van Dirk Pauw rond 1900

De werf van Durgerdam: tijdperk baas Kater

Karakteristiek voor Durgerdam is de 'kapel', eerst als raadhuisje in gebruik met een school in de kelder; in deze kelder waren ook twee 'petoeten'. Aan de zijkant van de 'kapel' bevond zich de gemeentelijke visafslag. Naast de 'kapel' was de oude werf van Kater gelegen; de werf was eigendom van Klaas de Haas die ook eigenaar van de 'kleine helling' in Monnickendam was. Op deze werf in Monnickendam werd in 1918 het botterjacht 'Bruiser' gebouwd. Toen ik tussen mijn oude foto's een flets, bruin fotootje ontdekte van de 'Bruiser' op de helling in Durgerdam, werd mijn nieuwsgierigheid geprikkeld. Op de werf van Kater heerste een gezellige en bedrijvige sfeer; baas Kater, een kleine man, was altijd in de weer en liep blazend en puffend over de werf. Achter de dijk was nog een binnenhelling waar zijn zoon Joris houten pramen bouwde en repareerde; later zou Joris Kater een meester worden in het bouwen van kubboten, kleine snelle open boten waarmee voornamelijk op de Gouwzee gevist werd. 

Nieuwe botters

De nieuwe botters werden in de buitenloods gebouwd waar het daglicht in de winter, wanneer de deuren gesloten waren, slechts door kleine, hoogliggende ramen naar binnen viel. Bij de bouw daarvan bleef er aan weerskanten van de loods maar weinig ruimte over; men moet dan ook grote bewondering hebben voor de scheepstimmerlieden die in een zo kleine en donkere ruimte zulke prachtige schepen bouwden. 's Avonds werd er tot acht of negen uur doorgewerkt in de met petroleumlampen verlichte loods. De tewaterlating van een nieuwe botter was een feestelijke gebeurtenis met veel koffie en snijkoek. Boze tongen beweerden dat er achter in de loods waar het nogal donker was ook wat anders in kleine glaasje geschonken werd. De botters van Baas Piet hadden een eigen gezicht; zij werden naar eeuwenoude mallen met primitieve werktuigen gemaakt. Trouwens elke visserman herkende onmiddellijk de bouwer van een bepaalde botter; voor het oog waren zij alle gelijk en toch waren er grote verschillen. 

Tijdperk Ype de Jong

In 1923 wordt de werf verkocht aan Bernhard, Nieuwendam. Deze plaatst de werf onder leiding van R. de Jong, welke wordt opgevolgd door Ype de Jong. Naast nieuwbouw zijn er door Ype de Jong ook meerdere oude vissersschepen verbouwd tot jacht. Een mooi voorbeeld daarvan is de Lemsteraak 'De Kamper'. Ype de Jong overlijdt in 1981. De werf wordt nog een paar jaar voortgezet.

De werf in 1966
De werf in 1966

Boek "Lemsteraak, Trots der Zuiderzee": Moderne aken uit Durgerdam

In het boek "Lemsteraak, Trots der Zuiderzee" staat aanvullend:
In de jaren vijftig maakte Durgerdam bij Amsterdam een bescheiden herstel als watersportplaats door. De scheepsbouwer Ruurd de Jong uit het Groningse Ruischerbrug was er, nadat zijn eigen bedrijf was vastgelopen, neergestreken op een werf die door de Amsterdamse jachtbouwer Bernhard werd geëxploiteerd. Zijn zoon Ype de Jong verrichtte er in de late jaren vijftig en de beginjaren zestig groot onderhoud en reparaties. In of rond 1965 tekende hij een Lemsteraak. Een koper meldde zich aanvankelijk niet. Maar in 1972 kreeg hij opdracht van Louk Vrijenhoek deze aak af te bouwen, die later de 'Marendorp' zou worden.
De oliecrisis van 1973, toen de Nederlandse economie even een hapering vertoonde, liet de Durgerdammer werf niet onberoerd. 'Groot-bakker' Aart de Graaf uit Bunschoten-Spakenburg kocht het complex en liet er voor eigen rekening twee schepen bouwen, waaronder zijn dertienmeteraak 'De Bunsjoter'. De andere was de 'De Waere Nar', die door de antiquair Warnar werd gekocht. De Graaf deed in 1977 zijn werf al snel weer van de hand. Deze kreeg bij de nieuwe eigenaar een andere, minder maritieme, bestemming.

De werf van Ype de Jong in 1967 bij de verbouwing van Lemsteraak 'De Kamper'
De werf van Ype de Jong in 1967 bij de verbouwing van Lemsteraak 'De Kamper'
Scheepsbouwer Ype de Jong, in 1914 te Ruischerbrug (aan het Damsterdiep) geboren en overleden in 1981 in Durgerdam. (Foto: Familie Porsius)
Scheepsbouwer Ype de Jong, in 1914 te Ruischerbrug (aan het Damsterdiep) geboren en overleden in 1981 in Durgerdam. (Foto: Familie Porsius)

Informatie van Ruurd Porsius, neef van Ype de Jong

Ype de Jong stamt uit een familie van Groninger scheepsbouwers, welke zijn oorsprong heeft in Friesland. Ype de Jong werd geboren op 27 maart 1914 in Ruischerbrug, in de provincie Groningen, op de werf van zijn overleden grootvader, ook Ype de Jong genaamd. Zijn grootmoeder Wed. Y de Jong zette het bedrijf voort, waarbij zijn vader Ruurd de werfbaas was. De werf was gelegen aan het Damsterdiep. Hier werden eerst zeilschepen als koftjalken, klippers en schoeners gebouwd en later motorschepen veelal voor de kustvaart en ook wel voor Duitse opdrachtgevers. De schepen werden vaak na aflevering afbetaald, wat niet altijd goed ging. Na de 1e wereldoorlog ging het slechter met de scheepsbouw  en is het bedrijf in de 20er jaren failliet gegaan. Ype is hier opgegroeid en heeft diverse tewaterlatingen meegemaakt. Zijn vaste plek was bij een van stapel lopend schip in de mastkoker, zo heeft hij mij verteld.
Omdat ze goede kontakten hadden met scheepsbouwer Harmen Bernhard ( zoon van vermaarde boeierbouwer Nicolaas Bernhard werf “Het Jacht”) konden zij met de familie naar Durgerdam verhuizen in mei 1928. Mijn oom was toen 14 jaar. Hier had Bernhard een botterwerf overgenomen en zocht een werfbaas. Mijn opa had de leiding en Bernhard zorgde voor het personeel. Deze werf moest ingericht worden voor ijzerbouw. Het was een houtwerf. Er werd met eigen personeel een grote loods gebouwd  en in een andere loods waar eens botters gebouwd werden kwamen de machines voor metaalbewerking te staan. Op deze werf werden bedrijfsvaartuigen voor de Amsterdamse haven gebouwd en gerepareerd. Veelal dekschuiten.
Na de lagere school moest mijn oom gelijk meewerken op de werf. Dit is begonnen in Ruischerbrug als nageljongen en is voortgezet in Durgerdam. Mijn opa was een harde leermeester, hij deed het een keer voor en dat moest hij het goed overnemen. En dat lukte natuurlijk nooit direct. Dan werd hij eerst stijf gescholden en kreeg ook nog een pak rammel. Mijn oom had slechte herinneringen aan deze leerschool.
Hij is nooit op een technische dagschool geweest. Hij heeft alles van zijn vader geleerd. Wel is hij op een avond vakschool onderricht in scheepstekenen. Ook heeft hij een opleiding elektrisch lassen in de avonduren gedaan. In de periode, dat mijn opa de leiding had werd alles geklonken en nooit gelast. Nadat mijn oom de leiding had is er nooit meer geklonken en werd alles gelast. Het bouwen van een dekschuit is natuurlijk geen uitdaging voor een scheepsbouwer en daarom maakten zijn al voor de oorlog in hun vrije tijd een jachtje voor zichzelf, dat later weer werd verkocht. Toen men in de haven overging op het vervoer in containers werd de dekschuit overbodig en verdween ook het werk hieraan. Door gebrek aan opvolging is de Firma Bernhard opgeheven.
Omdat er voor de firma Bernhard niet altijd voldoende werk werd aangeleverd, mocht hij voor zichzelf op de werf schepen bouwen. Zo heeft mijn oom diverse zelf ontworpen casco’s voor jachten kunnen bouwen. Zo heeft mijn oom in opdracht van de Heer Berghuis zijn houten Vollenhovense bol opgemeten en in overleg een nieuw ontwerp gemaakt voor een stalen exemplaar. Bij de uitvoering ben ik als kind wel getuige geweest.
Mijn oom heeft zijn hele arbeidzame leven, als zelfstandige, voor de Firma Bernhard gewerkt en heeft tot zijn dood in 1981 op de werf in Durgerdam gewoond.

Alle resultaten

Schepen in het Stamboek gebouwd in Durgerdam

Terug naar vorige pagina