Werf 'Vooruit' C. Stapel Gzn. - Enkhuizen

Cornelis Stapel (1869-1936) van zich spreken. Hij was hotelier, scheepsbouwer en handelaar in Enkhuizen. De boerenzoon, afkomstig uit Schellinkhout, begon als kastelein van De Roode Leeuw in Aartswoud. In 1899 kocht hij Hotel Ossen aan de Dijk in Enkhuizen, dat daarna Hotel Stapel heette.
De scheepstimmerwerf van E. Lastdrager in Enkhuizen werd op 24 februari 1903 publiekelijk verkocht. Op dit werfje bij de Dromedaris werden vissersschepen gerepareerd. De Enkhuizer Bouwmaatschappij kocht het voor 10.900 gulden met de bedoeling er nieuwe huizen te gaan bouwen. Daar kwam de maatschappij op terug, huizen bleken er wel genoeg te zijn. De werf werd nieuw leven ingeblazen. Cees Stapel, één van de drie aandeelhouders, werd directeur. 

De werf van Lastdrager in Enkhuizen rond 1890
De werf van Lastdrager in Enkhuizen rond 1890
Scheepswerf Lastdrager Enkhuizen - Ron van den Bos SdZ2004nr6
Scheepswerf Lastdrager Enkhuizen - Ron van den Bos SdZ2004nr6

De werfactiviteiten worden voortgezet, waarbij snel op ijzer wordt overgeschakeld. In 1936 stopte de werf in Enkhuizen en wordt verplaatst en voortgezet als Spaarndammer Scheepswerf Stapel N.V. te Spaarndam. Toevallig was het in 1903 een goed ansjovisjaar geweest, zodat de werf een vliegende start maakte. Ook Enkhuizer vissers gingen later ijzeren aken kopen.

Scheepswerf 'Vooruit' aan de Paktuinen omstreeks 1906
Scheepswerf 'Vooruit' aan de Paktuinen omstreeks 1906

Bouwen van aken

Tussen 1910 en 1926 heeft de werf 'Vooruit' in Enkhuizen een vijftiental aken gebouwd. Daarvan gingen vier 'visaken' naar vissers in Enkhuizen en Wieringen, terwijl de overige 11 'mosselaken' alle naar Philippine in Zeeuws Vlaanderen - aan de thans afgesloten Braakman - gingen, met uitzondering van één aak bestemd voor Yerseke. Er was overigens geen verschil tussen deze visaken en mosselaken. Het zijn grote schepen, groter dan de Lemster vissers gebruikten. De lengte/breedte verhouding is daardoor ook wat kleiner, terwijl de grootste breedte en de achterkant mast wat meer naar voren liggen dan bij andere aken. Van deze 15 aken varen er thans in ieder geval nog drie als jacht.

Bewijs van Aandeel van de werf 'Vooruit'
Bewijs van Aandeel van de werf 'Vooruit'

Mosselaken voor Zeeland

In de eerste twintig jaar van de twintigste eeuw waren Zeeuwse mosselvissers al actief op Waddenzee en Zuiderzee, om mosselzaad en mosselen te vangen. Ze voeren bij gunstig weer buitenom terug naar de Zeeuwse wateren. Daar was een goed en snel zeewaardig schip voor nodig, want mosselen verliezen gauw hun versheid en de zee is onberekenbaar. Een Lemsteraakachtig type was zowel voor het vissen als voor het transport geschikt. In 1912 bouwde Stapels werf zijn eerste motormosselaak voor Alphons Wijne uit het Zeeuwse Philippine. 

Om een grote hoeveelheid mosselen te kunnen bergen, werd de mast op deze mosselaak van vijftien meter een kleine meter voorlijker geplaatst dan op een Lemster visaak met bun, namelijk op zo:n 5 meter uit de voorsteven. Het nieuwe concept sloeg aan. Al in 1914 bouwde Stapel zijn zesde motormosselaak, YE128 'De Slenk'. voor Cornelis en Hendrik Klos uit Yerseke. Dit 15 meter lange schip was met een breedte van 4.40 meter wat gestrekter dan vergelijkbare aken uit Lemmer. Enkele vroege mosselaken, waaronder 'De Slenk', bleven voor het nageslacht bewaard. Het schip is ingeschreven in het register varende monumenten onder nummer 179. 'De Slenk' heeft een vaste ligplaats in de Museum (Hout) haven te Goes. Van origine was er een Industrie-motor aan boord. Het schip is nooit ingeschreven in het Stamboek, maar staat uitbebreid beschreven in de Consent van 2000 nummer 6. Deze publicatie kunt u zien op onze pagina 'Consent, Over de oude zeilvaart op de Schelde'.

Mosselaak 'De Slenk'
Mosselaak 'De Slenk'
Alle resultaten

Schepen, ingeschreven in het Stamboek, gebouwd op de werf van E. Lastdrager in Enkhuizen

Alle resultaten

Schepen, ingeschreven in het Stamboek, gebouwd op de werf 'Vooruit' van Stapel in Enkhuizen

Terug naar vorige pagina