Bezanen en gaffelaars
J. Ploeg - Schepen van 't Overmaas, visschuiten van de Zuid-Hollandse eilanden uit de jaren 1600 - 1850
Voor de visvangst die vanuit de Hollandse vissersplaatsen werd beoefend, waren in de loop van de tijd verschillende scheepstypen in gebruik. Naast de vele bekende scheepstypen waren er de visschuiten bezanen en gaffelaars), die vanaf deZuid-Hollandse eilanden op de Zeeuwse- en Zuid-Hollandse rivierendelta en de Noordzee visten. Het waren stevige schepen, die zonder schade konden droogvallen. En vanwege de vele ondiepten in het visgebied, hadden ze bovendien een geringe diepgang.
Buiten de regio werden deze schepen ook wel aangeduid als de schepen van 't Overmaas (aan de overkant van de Maas).
De auteur Jo Ploeg geeft met zijn boek het resultaat van een uitgebreide studie naar deze schepen en de historische scheepsbouw en visserij. En geeft hij een beeld van de visserijvloot op de Zuid-Hollandse eilanden tijdens de 17e en 18e eeuw.
Het boek
Voor de visvangst op de Noordzee vanuit nederlandse havens zijn in de loop der eeuwen verschillende scheepstypen gebruikt. De bekendste waren de buis (haringbuis, hoekerbuis) en de hoeker (vishoeker), later•de sloep, logger, trawler en kotter. Tot de minder bekende scheepstypen behoren de visschuiten die vanuit het Overmaas op de Noordzee visten. Hun thuishavens waren van oudsher Middelharnis, Zwartewaal en Pernis. Hoe die vaartuigen er uitzagen, welke afmetingen zij hadden, hoe groot hun aantal geweest is, in welk tijdperk ze gebruikt werden en op welke manier de vis gevangen werd, is onderwerp van een studie geworden met als uiteindelijk doel een of meerdere museummodellen te vervaardigen. Als aanzet voor deze studie diende een hoeveelheid materiaal, in de zomer van 1974 bijeengebracht in het Visserijmuseum te Vlaardingen en tentoongesteld onder de titel "Schepen van 't Overmaas, bezanen, gaffelaars, hoekers en sloepen" 1). De tijdelijke aanwezigheid van stukken uit ver-schillende musea was een goede gelegenheid deze grondig te bestuderen en, voor zover nodig, vast te leggen in foto's en tekeningen.
De bronnen, waaruit de technische informatie over de visschuiten is afgeleid, zijn:
- het model van een bezaanschuit uit Pernis, genaamd "Johannes Cornelis 1804";
- een aantal officiële stukken over verkoop van visschuiten;
- door tijdgenoten op schilderijen, schetsen, aquarellen, enz. uitgebeelde' visschuiten;
- technische tekeningen en bestekken van deze of aanverwante schepen;
- beschrijvende bronnen.
In de vroege zeventiende eeuw zien we in de archiefbronnen vaak de benamingen kromstevenschuit of kromstevenvisschuit. Rond 1680 komen de termen scholschuit, staalschuit en botschuit veel voor en ook de term visschuit. Als de algemene term visschuit werd gebruikt is het niet uit te sluiten dat het al om gaffelschuiten ging. De term gaffelschuit zien we in 1695 voor het eerst in een Middelharnisse verkoopakte. Na 1695 is een toenemend gebruik van het woord gaffelschuit in de aktes waar te nemen.
De laatste gaffelschuit was de Wilhelmina, stuurman Gerrit Bree. De romp van de schuit werd op 27 augustus 1831 publiek verkocht. De Korte geeft een maximum van 40 Amsterdamse voet lengte aan voor de gaffelschuiten, dat is 11,32 meter. In werkelijkheid waren de gaffelschuiten groter. Tot circa 1775 waren de schuiten 16 tot 17 meter lang. Vanaf circa 1780 werden er gaffelschuiten van 19 meter lang gebouwd.
Middelharnis had een beperkte rol in de bouw van gaffelschuiten. De meeste schepen zijn in Dordrecht en Delfshaven gebouwd. Tussen 1787 en 1795 werden op de scheepswerf ‘De Goede Hoop’ in Middelharnis maximaal tien gaffelschuiten gebouwd, waaronder de Jonge Marinus.
2008 Uitgeverij Lanasta
Schrijver J. Ploeg
Uitgegeven als Hardcover
ISBN 9789086160471
Aantal pagina's 176
Taal Nederlands
Tekening van een Scholschuit van J.K. Gipon
In de serie scheepstekeningen die Gerrit Groenewegen aan het eind van de achttiende eeuw publiceerde komt de scholschuit verschillende malen voor. De onderschriften onder de prenten vermelden de ene keer een scholschuit, de andere keer scholschuit die zijn korde uitzeilt en scholschuit die zijn korde inhaalt. In de nieuwe uitgave, die in 1967 te Zaltbommel bij de Europese Bibliotheek verscheen, geeft de bewerker een uitleg van het woord scholschuit. Hij zegt: `Scholschuit was één van de benamingen voor een bepaald type vissersvaartuig op de Zuidhollandse eilanden.
Het waren rondgebouwde schepen die veel op de smak leken. Ze verschilden onderling eigenlijk alleen in tuig. De schepen kwamen bijvoorbeeld voor met en zonder achtermastje. De vaartuigen hadden, evenals de smak, een zeer zware voorsteven. Het roer draaide echter overboord. Door de geringe diepgang had dit type vissersschepen altijd zwaarden. Er werd met deze vaartuigen hoofdzakelijk platvis gevangen, met de kor of met de beug. Het was een typische kustvisserij. Tot hetzelfde type schip behoorde de bezaanschuit en de Zwartewaalse gaffelaar. De voornaamste thuishavens van de vaartuigen waren Pernis. Middelharnis en Zwartewaal.' Ook Petrejus noemt de scholschuit en vermeldt als soortgelijk vaartuig de Zwartewaalse gaffelaar.
Het door Gipon in opdracht gemaakte ontwerp laat een vaartuig zien van aanmerkelijk kleinere afmetingen dan de oorspronkelijke. Men mag immers aannemen dat een schip dat aan de Noordzeekust op visvangst ging gemiddeld genomen een grotere lengte over stevens zal hebben gehad dan de 8.60 meter over stevens van het hier getoonde ontwerp, al weet men uiteraard niet met zekerheid of wellicht in de geschiedenis van de scholschuit aanvankelijk ook kleinere exemplaren hebben dienst gedaan. Op dit laatste schijnt te wijzen de vermelding van Ds. B. Boers in zijn Beschrijving van het eiland Goedereede en Overvlakkee uit 1843. Hij schrijft dat in Middelharnis en omgeving in den beginne slechts kleine vaartuigen werden gebruikt waarmee men zich alleen bij dag onder de Goereese kust waagde. Allengs werden die echter vervangen door de grotere en steviger gebouwde bezanen of gaffelschuiten. Een ontwikkeling van klein naar groot, zoals dat vaker voorkwam, lijkt dus niet onwaarschijnlijk.
In 2000 is er een scholschuit van deze tekening gebouwd.