2017-7: Het Jacht in het Stamboek

Spiegel der Zeilvaart september 2017 nummer 7

De Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten heeft als doel het bevorderen van de belangstelling voor het ronde en platbodemjacht. De Stichting heeft daarnaast als bijzondere doelstelling het behoud en de promotie van het authentieke Ronde en Platbodemjacht. Vaak krijgen wij de vraag: Wat is een Rond of Platbodemjacht precies? In vroeger tijden werd de term 'jacht' of 'jager gebruikt om aan te geven dat het om een snelvarend vaartuig handelde. Ook een vrachtschip kon dus een jacht zijn, als het maar gebouwd was op snelheid en niet op laadvermogen. Ook snelvarende visschuiten noemde men jachten of jagers. Later waren de meeste jachten echter speelvaartuigen, ingericht voor personenvervoer of recreatievaart, waardoor de term min of meer synoniem werd met pleziervaartuig. In eerste instantie was het pleziervaartuig vaak een schip dat oorspronkelijk voor beroepsvaart was gebouwd. Dat gold zowel voor vrachtschepen (vaak tjalkjes, soms ook kleine houten ronde jachten) als vissersschepen (zoals aken, botters, bollen, schouwen). Voor het Stamboek zijn het de schepen die, wat type betreft, overeenkomen met de oud-Nederlandse scheepstypen en die hun eindvorm hadden bereikt toen het zeil werd vervangen door de motor. Dat is voor de Stichting het jaartal 1950, ons ijkpunt. Op dat moment waren er nagenoeg geen schepen meer in de vaart waarmee de eigenaar probeerde onder zeil een boterham te verdienen.

De Schepenlijst

Het Stamboek van Ronde en Platbodemschepen van de Stichting is een lijst met de gegevens en de historie van deze schepen. Wanneer we de eigenaar van een schip kennen en het schip is door de Criterium Commissie geaccepteerd op basis van de geldende Criteria, spreken we van een Stamboekschip. Maar de Schepenlijst is géén gesloten lijst met alleen maar Stamboekschepen, maar een zogenaamde 'open lijst'.
De `open lijst' bevat ook Ronde en Platbodemschepen, die ooit als Stamboekschip werden aangemerkt, maar die na verkoop niet weer door de Criterium Commissie zijn beoordeeld. Ook zijn de gegevens en historie van, in het verleden, beeldbepalende Ronde en Platbodemschepen vastgelegd, waarvan we er van uit gaan dat de schepen niet meer bestaan.

Van Bestaand naar Nieuwbouw

Was voor 1950 de belangstelling voor het traditionele jacht sterk tanende, na 1950 nam die belangstelling juist weer snel toe. Dat was terug te zien in de bouw van nieuwe schepen. Na 1950 zijn er duizenden nieuwe schepen gebouwd, waarvan de lijnen gebaseerd waren op de oud-Nederlandse scheepstypes. De Stichting heeft daarvoor in de loop van zijn bestaan de Criteria ontwikkeld ter ondersteuning en praktische uitwerking van haar doel, namelijk het veiligstellen, consolideren en handhaven van de oude scheepsvormen zoals die tot ontwikkeling kwamen voor 1950.
De hoofdlijnen van deze typen gebruiksschepen en nieuwgebouwde jachten waren dezelfde en stonden in de eerste jaren van de vorige eeuw vast en veranderden gedurende de nog resterende zeiltijd niet. Maar bij het gebruik als jacht van een van oorsprong vracht- of vissersschip, waren aanpassingen onvermijdelijk. Denk maar eens aan de kajuit, het weglaten van een bun of het verwerken van het gewicht van de motor in de waterverplaatsing van het jacht.

De 'Alicia', van oorsprong een kaasscheepje, later kermisschip en weer later het varende atelier van een kunstschilder van De Ploeg
De 'Alicia', van oorsprong een kaasscheepje, later kermisschip en weer later het varende atelier van een kunstschilder van De Ploeg

Een mooi voorbeeld

Op de binnenplaats van Het Noordelijk Scheepvaartmuseum ligt sinds 1987 de kleine tjalk 'Alida'. Ze is in de beginjaren van het Stamboek in de Schepenlijst geregistreerd onder nummer 9003, als museumschip. Dit fraaie scheepje werd in 1903 gebouwd bij scheepswerf Draaisma in Franeker en was bestemd voor het vervoer van kaas. In de jaren die volgden maakte het schip verschillende eigenaren mee en werd zij voor verschillende doeleinden gebruikt. Zo deed het jarenlang dienst als kermisscheepje voor het vervoer van een "Kop van Jut".
In 1931 werd het schip verkocht aan de Groninger "Ploeg" kunstschilder George Martens. Hij noemde het schip 'Alida', naar zijn vrouw, en maakte tot 1979 verschillende tochten met medekunstenaars als Johan Dijkstra, jan Wiegers en jan Altink. In 1987 werd de tjalk 'Alida' aangekocht door Het Noordelijk Scheepvaartmuseum en in 1991 werd zij, na een grondige restauratie, officieel als museumschip in gebruik genomen. Toen ook werden alle bekende informatie en bijzonderheden vastgelegd. In de serie "Varen in het Noorden" is een boekje uitgegeven met de titel Alida, van kennisscheepje tot museumschip. Het unieke is dat de Alida (voor zover bekend) het enige kermisscheepje van dit type is dat nog in Nederland is te vinden, terwijl het interieur nog vrijwel authentiek is, zoals het omstreeks 1920 werd gebouwd.

pdf SdZ 2017 nr7 september - Het jacht in het Stamboek

Jan Eissens, Stamboekbeheerder
stamboek@ssrp.nl

Terug naar vorige pagina