Jaarverslag 1962

De tewaterlating van de boeier BOREAS bij de Jong in Heeg, de eerste nieuwgebouwde boeier na een intermezzo van ruim 30 jaar;

  • de tewaterlating van de hoogaars KRAAGBEER bij Meerman in Arnemuiden;
  • de bijna voltooide bouw van de boeier ELLERT bij Douma in Terhorne;
  • de bijzonder geslaagde zomerreünie op de Westeinder en de niet minder geslaagde zuidelijke reünie in de Biesbosch;
  • de toevoeging van meer dan 50 schepen aan de vloot van in het Stamboek ingeschreven jachten,
  • en tenslotte de verschijning van het langverwachte boek over Ronde en Platbodemjachten, vormen wel de hoogtepunten van het achter ons liggende jaar.

Het Jaarverslag van 1962

Tijdens het "vragenuurtje" werd geanimeerd geredekaveld over een beslissing van ons hoogste zeilcollege, de Zeilraad, om spinnakers bij wedstrijden van ronde- en platbodemjachten toe te staan. In het bijzonder de "traditionalisten" onder de Vrienden konden deze beslissing maar zeer matig waarderen. In feite vormde deze discussie het zoveelste symptoom van een verschil in opvatting ten aanzien van de juiste karakteristiek van de thans als jacht gebruikte oud-Nederlandse scheepstypen en van de taak en doelstelling van de Stichting daarbij. Enerzijds wordt nl. gesteld, dat men "met zijn tijd moet meegaan" en derhalve die wijzigingen bij ronde- en platbodemjachten dient te aanvaarden, die zijn te beschouwen als een uitvloeisel van de technische vooruitgang en gewijzigde inzichten bij de scheeps- en jachtbouw. Dit betekent, met name bij de nieuwbouw in staal, dat men bijv. (onderwaterlijnen van een oud-Nederlands scheepstype mag verbeteren", ook al wijzigt zich daardoor het uiterlijk van het schip, of dat terwille van het gemak van de gebruiker, de zware en lastige zwaarden worden vervangen door een kiel, of dat anderszins oude vormen naar modern inzicht worden geinterpreteerd.

Hiertegenover staat de opvatting die, met alle begrip voor de onvolkomenheden van de scheppingen onzer oude scheepsbouwers, van mening is, dat er naar dient te worden gestreefd de ronde- en platbodemjachten in ere te houden zoals zij laatstelijk in de vorige eeuw, voor de intrede der scherpe jachten, in vorm en uiterlijk de Nederlandse wateren bevoeren. Deze opvatting legt derhalve terecht de nadruk op de traditionele kenmerken van het ronde- en platbodemjacht en ziet de taak van de Stichting tegen deze achtergrond.

Hoe dit alles echter ook moge zijn, een feit is, dat de belangstelling voor deze oude schepen nog steeds toeneemt. 

pdf Jaarverslag 1962

Terug naar vorige pagina