Marker rondbouw

Er varen nog steeds een aantal van deze schepen, die omgebouwd zijn tot jacht. De Marker Rondbouwen waren stalen vaartuigen. Ze hadden doorgaans een ronde bodem. Een vaartuig van dit type, dat bij de werf Oost te Harderwijk was gebouwd, had echter een platte bodem. De voorsteven was rond en vallend. Het achterschip eindigde in een licht vallende spiegel. Het tamelijk brede boeisel versmalde zich in de richting van de voorsteven. Ze had een behoorlijke zeeg. Het naar de steven toe oplopende voorschip was tot de mast gedekt. De eerste Marker Rondbouwen hadden nog een houten dek.

De helmstok draaide over het boord. De Marker rondbouw was voorzien van een bun. Tijdens het zeilen werd gebruik gemaakt van langwerpige zwaarden. Deze vaartuigen voerden bezaanstuig, dat bestond uit een grootzeil en een botterfok. Ze waren oorspronkelijk uitgerust met een kleine hulpmotor, waarmee alieen vooruit kon worden gevaren.

De afmetingen bedroegen volgens een opgave uit 1936 van de werf C. Amels in Makkum: lengte 10.50 m, breedte 3.40 m, holte 1.50 m. In 1946 heeft Van Goor nog een Marker rondbouw gebouwd met een lengte van 12.50 m.

Het ontstaan van de naam

Bij de Rijksdienst kwam men voor het eerst met dit nieuwe type schip in aanraking toen er in 1934 opnieuw een aanvraag om kredietverlening voor een vissersschip binnenkwam. Deze keer werd hierop, gezien de verbeterde vooruitzichten, positief beslist. De aanvragers kwamen eveneens van Marken: de vissers Springer en Stooker waren de eersten die gebruik maakten van de mogelijkheid om hun Rondbouw door het Rijk te laten financieren. Het schip dat zij wilden laten bouwen moest hetzelfde worden als dat door de gebroeders Bootsman was ontworpen. Dit scheepstype was bij de Rijksdienst onbekend en omdat er nog geen naam voor was bedacht, vermeldde men op de krediet-overeenkomst een type dat men wel kende, namelijk "ijzeren Schouw". In hetzelfde jaar volgde het eveneens van Marken afkomstige koppel De Waard en De Groot met hetzelfde verzoek. Ook zij kregen hun lening en hun schip werd net als zijn voorganger bij van Goor gebouwd.

Toen in maart 1936 de Urker visser Paulus van Slooten een krediet kreeg voor een nieuw schip schreef scheepsbouwer Van Goor in zijn offerte: "voor een nieuwe, zoals Springer en De Waard op Marken hebben". De omschrijving op van Slooten's kredietbrief luidde "stalen Schouw". Toen Van Goor een maand later de offerte maakte voor de eerste Volendammer visser Klaas Tuip, omschreef hij het schip als "nieuw ijzeren visschers vaartuig volgens model en maten als de nieuwe Marker ronde vaartuigen". De Rijksdienst hield het maar voorzichtig op "ijzeren vaartuig (rond model)". Kennelijk was men bij de Dienst niet erg thuis in de namen en modellen van schepen want bij de volgende aanvrager werd dit "ijzeren Schouw, rond model". Een ronde Schouw? De ambtenaren van de Dienst zaten daar kennelijk niet zo mee. Deze benaming kwam daarna nog een aantal malen terug. Mogelijk dat hierdoor voor het gemak de bijnaam "spekbak" (voor Schouw) is blijven plakken, hoewel deze naam door de Dienst zelf nooit is gebruikt. Nee, de vissers van Volendam zijn, verzot als zij zijn op bijnamen, verantwoordelijk voor dit 'misbruik'.

Intussen waren er ook wel passendere namen bedacht. Het feit dat de eerste drie schepen allemaal van Markers waren, heeft de naam "Marker-" als vanzelfsprekend aan het type gekoppeld. "De nieuwe Markers" en "Marker ronde" werden ze genoemd en naar mate er meer van gebouwd werden kwamen ook bij de Rijksdienst correctere omschrijvingen zoals "Rondbouw" en uiteindelijk "Marker Rondbouw" op de kredietbrieven te staan. Maar welke naam er ook voor gebruikt werd, bij lange na niet alle MarkerRondbouwen werden met krediet van het Rijk gebouwd: ongeveer een derde van alle schepen kwam door eigen financiering tot stand. Niet alleen 'herbeginners' maar ook 'volhouders' schaften deze schepen aan die dan de plaats innamen van de vertrouwde Botter of zelfs Kwak.

De bouwers

In 1934 werden bij Van Goor in Monnickendam de eerste Marker Rondbouwen ontwikkeld en gebouwd (MK75 en MK5) en in 1935 volgde de derde (MK48). Allemaal schepen voor Marker vissers dus!

1936 werd een goed jaar voor scheepsbouwer Van Goor:de vissers van Volendam bestelden het nieuwe scheepje massaal: niet minder dan 6 Marker Rondbouwen liepen van 1 juli tot aan het eind van dat jaar van stapel! Nadat de eerste vier (VD44, VD71, VD8, VD88)nog met een houten voordek waren gebouwd maakte men ook dit van ijzer (VD103, UK55) omdat de vissers klaagden over lekkages en om het onderhoud nog eenvoudiger te maken.

De Volendammers Klaas Smit en Dirk Plat hadden eerst bij Van Goor een offerte aangevraagd maar omdat Van Goor het te druk had, lieten zij hun schepen uiteindelijk bij Wed.H.Groot in Edam bouwen (VD45 en VD219). Van deze Werf is de meest gedetailleerde tekening voor de Marker Rondbouw bewaard gebleven, getiteld:"Volendammer Motor-Visch-Botter".

Een koppel uit Harderwijk gaf aan de plaatselijke werf L. Oost de voorkeur. De bekende Roelof Tide Oost (van de Pluut) maakte hiervoor een tuigplan en noemde de scheepje "Stalen Vissloep". Of met opzet of doordat men dacht dat het zo hoorde blijft in het midden: deze "Rondbouw" kreeg een plat vlak en werd zo een knikspant (HK9)!

Drie Volendammers stapten naar een andere werf: C. Amels in Makkum bouwde hun schepen in het najaar van 1936 / begin `37. (VD93, VD96, VD98)

Van der Werff in Bolsward maakte zelf tekeningen (bewaard in het Fries Scheepvaartmuseum)
en bemoeide zich zeer om opdrachten voor de bouw van deze schepen. Met succes: de werf bouwde in de winter 1936/`37 twee schepen voor twee koppels uit Volendam. Helaas kwamen drie van de vier vissers tijdens de bouw door een auto-ongeluk om het leven. De vierde (VD134) ging toen alleen door en het tweede schip werd door de Rijksdienst verkocht naar Makkum (WON55).

In 1937 kwamen de eerste drie schepen opnieuw van Van Goor : drie Volendammers (VD114, VD132, VD168) kozen weer voor deze werf. De Spakenburger visser Jochem Hopman was een bijzonder geval. Hij had brand gehad op zijn houten Botter en kreeg van de Rijksdienst wel krediet, maar niet voor de bouw van een nieuwe Botter. Het werd een Marker Rondbouw, eveneens gebouwd bij Van Goor (BU32). C. Amels bouwde in dat jaar nog 5 schepen: allemaal voor Volendammmers. (VD115, VD150, VD203, VD214, VD236)

In 1938/`39 bouwde Van Goor weer twee schepen voor Volendammers (VD35 en VD38) en

in 1939/`40 deden twee werven uit Enkhuizen mee: Vooruit (EH53) en Heyman (EH40). Interessant detail is dat de werf Vooruit aan de 'waterzijde' van Enkhuizen lag en Heyman aan de "boerenkant", de landzijde. Het verhaal ging dat Heyman daardoor veel meer moeite had met het nabouwen van de Marker Rondbouw dan Vooruit . Het resultaat viel dan ook niet echt in de smaak bij de vissers.

Een derde Enkhuizer volgde het voorbeeld van de meeste Volendammers en liet zijn schip bij Van Goor bouwen. (EH64)
Toen kwam de oorlog en werd het een hele tijd stil. Na afloop in 1946, werd bij Van Goor weer een Marker Rondbouw gebouwd (VD65). Dit 'buitenbeentje' werd veel groter dan zijn voorgangers namelijk 12.50m!

Helaas werd de boeg van dit schip twee jaar later bij een aanvaring met een "Scherpkop"-kotter zo zwaar beschadigd, dat men er ook maar een scherpe kop op liet zetten.

De laatste Rondbouwen kwamen in 1947 uit de werf Van Goor in Monnickendam.(AK2 en HN3) Deze schepen zijn, als echte laatkomers, niet meer traditioneel geklonken maar gelast.

In totaal werden er waarschijnlijk 34 Marker Rondbouwen gebouwd die allemaal waren uitgerust met volledig zeiltuig. Ook al kregen zij een kleine hulpmotor (waarmee vaak uitsluitend vooruit kon worden gevaren), deze schepen werden gebouwd voor de visserij onder zeil en daarmee is de Marker Rondbouw het laatste type zeilend vissersschip dat voor de Nederlandse visserij is ontworpen.

Marker Rondbouwen werden uiteraard in de loop der jaren, net als andere vissersschepen, aangepast aan hun taken. Zij werden uitgerust met zwaardere motoren voor de sleepvisserij op snoekbaars, voorzien van 'visserskappen', kregen een verhoogd boeisel en voerden nog maar een puntje slingerzeil. Toch hebben enkele zelfs tot in de zestiger jaren nog onder zeil gevist. Door de opnieuw teruglopende IJsselmeer-visserij in de jaren daarna werden ook zij uiteindelijk naar de riviervisserij of als recreatievaartuig verkocht. Van de 34 Marker Rondbouwen zijn er 29 tot nu toe weer teruggevonden. Eén is gezonken (of tot zinken gebracht) op de zandbank "De razende bol", twee zijn gesloopt, één is voor het laatst in Duitsland gezien en ééntje is nog niet geïdentificeerd. De rest vaart als visserman, zeil- of motorjacht nog steeds tot groot plezier van de huidige eigenaren. Het grootste deel uiteraard in Nederland, maar is ook één in Duitsland, één in België en één in Denemarken terechtgekomen.

I http://www.markerrondbouw.nl/


 

Spiegel der Zeilvaart augustus 1998 nummer 6 - De ontstaansgeschiedenis van de Marker Rondbouw

De familie Bootsman op Marken was een van de vissersbedrijfjes die niet van plan was om zich door de op handen zijnde afsluiting van de Zuiderzee uit het veld te laten slaan. In 1931, vlak voor de voltooiing van de Afsluitdijk, diende Muur Bootsman bij de Rijksdienst een kredietaanvraag in voor de bouw van een nieuw schip. Dit druiste kennelijk zo tegen het beleid van de Dienst in, die zich juist met de afbouw van de visserij bezighield, dat hij geen kans maakte op goedkeuring van zijn plannen. De Markers lieten zich hierdoor niet ontmoedigen, trotseerden de afsluiting en gingen door met vissen. De opbrengsten waren kennelijk toereikend om er een familie met drie grote zoons van te onderhouden. Alleen het schouwtje dat zij hiervoor gebruikten, was feitelijk te klein om bij de nieuwe dijk op bot te vissen. Het was nog maar amper een jaar na de afsluiting dat men er serieus over dacht om een nieuw, groter schip te laten bouwen. Kon het niet met een krediet van het Rijk, dan moest het maar uit eigen middelen worden betaald. In overleg met de scheepsbouwer Van Goor in Monnickendam werden de wensen van de Marker vissers omgezet in een concreet ontwerp, waarin zowel vissers als scheepsbouwer zich konden vinden.