Pramen

P.J.V.M. Sopers schrijft in zijn boek 'Schepen die verdwijnen':

Van Konijnenburg citeert de laatste schrijvers en den Markies de Tolin, waar deze gewag maakt van de gemelde expeditie van Napoleon tegen Engeland. Hij verwerpt voorts de beschrijving van Tolin over de Nederlandsche typen van pramen.

In het bovenstaande vindt men iets over de ontwikkeling van de praam in Frankrijk, doch ik voor mij zou geneigd zijn, de praam als Nederlandsch scheepsbouwproduct te beschouwen. Voor deze opinie zouden pleiten:

  1. de geciteerde omschrijving van Falconer uit 1771;
  2. het feit dat in verschillende deelen van ons land vaartuigen met de benaming "praam" in gebruik zijn, zoo in Amsterdam, Utrecht, Groningen, Friesland en tenslotte Drente en Overijssel;
  3. de vlakke bouw, die zeer goed past in het systeem van bouwen hier te lande.

Teneinde voor mijn onderstellingen cen aanknoopingspunt te vinden in de Nederlandsche literatuur wend de ik mij tot den heer G. C. F. Crone te Amsterdam, die mij welwillend de volgende mededeelingen verstrekte, waarvoor ik hem bier mijn dank breng.

"De benaming ,praam' is hier wel zeer oud, daar zij voorkomt in W. van Winschooten's "Seeman", de verzameling van Nederlandsche scheepstermen, verschenen in 1681. Hij zegt: .Praam, een schouw, die met modder belaaden is, want praamen beteekent drukken, waarvan is het seggen de luiden werden gepraamd en dat woord oordeelen wij afkomstig van bet Latijns woord premere, dat drukken, prangen, benauwen beteekent'."
De heer Crone laat dezen uitleg voorloopig in het midden. Ik voor mij zou er wel wat voor gevoelen. Pramen kan ook beteekenen het uiterste ergens uit halen, dus bij schepen een maximum laadvermogen bij gegeven afmetingen.

Bekend was, dat pramen meer lading konden innemen dan tjalken bij gelijke afmetingen. Met den heer Crone kan ik echter concludeeren, dat het zeer aannernelijk is de benaming praam als een zeer oude Nederlandsche te beschouwen. De praam in haar grootsten vorm was een veel voorkomend vaartuig, naast de tjalk. Wel zag men deze meer, door haar grootere verbreiding over het geheele land, rnaar naar verhouding was de praam zeker goed vertegenwoordigd, zoodat wij haar stellig als een bekend oud-Nederlandsch type kunnen aanmerken.