Neeltje

Neeltje

De 'Neeltje' komt voor in het scheepsregister van de haven van Londen sinds 1934 en is in 1978 als wrak uit Engeland gehaald door enkele Friezen. Het is daarna geheel gerestaureerd. Ze kreeg toen de naam 'Miclou'. Er was een stuurwiel aanwezig met de vermelding 'Miclou Honfleur'. Het vermoeden bestaat dat het voor 1934 in Honfleur, Normandië heeft gelegen. Bij restauratie in Friesland stuitte men op een werfplaatje van "De Dageraad", Wed. J. Boot in Woubrugge. In het in het scheepvaartmuseum in Amsterdaam aanwezige werfboek van "De Dageraad" staan geen notities in de periode 1896-1910, die van toepassing op het schip kunnen zijn. 

Dirk Huizinga doet al jaren uitgebreid onderzoek naar o.a. de Visaken, die voor de visserij in de binnenwateren van Friesland werden gebruikt en waarvan de grotere versies ook werden gebruikt voor de visserij op de Zuiderzee. H. Halbertsma van het FSM heeft al eens eerder gewezen op het verband tussen de binnenaakjes en de latere Lemsteraken. Een aantal kenmerken van visaken komen ook voor bij de Lemsteraken. Bij zijn naspeuringen kwam hij ook de visaak TD2 uit Eernewoude tegen, gebouwd in Buitenstvallaat, die de huidige 'Neeltje' blijkt te zijn.
De aak is in 1909 door gebouwd door Jan Oebeles van der Werff in Buitenstvallaat voor Auke de Vries uit Eernewoude en kreeg het visserijnummer TD2 met de naam 'Neeltje'.
Na veel omzwervingen is de aak (als 'boeier') in 1978 uit Engeland teruggehaald door H.J. de Vries, die haar 'De Dageraad' noemde. Er wordt een naamplaat van jachtwerf wed. J. Boot uit Woubrugge gevonden, maar de voorgeschiedenis van deze `boeier' blijft vooralsnog ongewis. Doordat er vooral gezocht werd naar `een boeier', zag men blijkbaar niet dat de romp van het schip duidelijk die van een visaak voor het Friese binnenwater is. Ze is hoogstschijnlijk verbouwd tot boeierjacht in Woubrugge en daarna via IJmuiden naar Frankrijk gebracht en later verhuisd naar Engeland.
Weer terug in Nederland is ze uitgebreid gerestaureerd door Fa. R. van der Berg uit Lemmer en 'Miclou' genoemd. De naam is na 2012 weer gewijzigd in 'Neeltje'.

Eigenschappen

Plaquette nummer:1483 Zeil nummer:
Categorie:A Tekening nummer:
Type:Boeieraak

Bouw

Bouwjaar:1909 Ontwerper:Jan Oebeles van der Werff
Werf:Jan Oebeles van der Werff Werf plaats:Buitenstvallaat
Motor:Inbouw Motor type:
Materiaal romp:IJzer/staal Materiaal kajuit:Iroko
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:11,20 m Breedte berghout:4,40 m
Diepgang:0,80 m Masthoogte water:15,00 m
Oppervlakte grootzeil:50,00 m2 Oppervlakte fok:30,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:15,00 m2
Oppervlakte totaal:95,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Register Varend Erfgoed Nederland

Registratie nummer:1494 Registratie datum:11-01-2019
Geregistreerd als:Varend Monument®

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1909 – 1911 Auke Veenstra, Eernewoude ( TD2 'Neeltje')
1911 – 1919 Arend Roelof Toering, Eernewoude ( TD2 'Neeltje')
1934 – onbekend Donald George Dowling ( Miclou)
onbekend – onbekend Geoffry Gibbs ( Miclou)
1978 – 1990 H.J. de Vries, St. Nicolaasga ( De Dageraad)
1990 – 1997 F. Goudart, Voorburg ( De Dageraad)
1997 – 2012 D. Sluis, Bergen nh ( De Dageraad)
2012 – Nu (laatst bekend) J.H. Freije en C.J. Koningsberger, Haren ( Miclou)

Geschiedenis

1934

1934

1934: Eerste registratie in Londen

Onderzoek historie door oud-eigenaren Dick Sluis en Ruud de Voogd (in 1999)
Bij de papieren zat een uittreksel uit het register van de haven van Londen, waaruit bleek dat in 1934 een eerste registratie aldaar heeft plaatsgevonden onder nummer 163534 (17.06 tons). Als naam staat vermeld "Miclou" en voorts dat het schip onder die naam uit Frankrijk was geïmporteerd. Over de in 1934 aanwezige motor staat vermeld "internal combustion, petrol, four stroke, 4 cyl.", gemaakt door "Ateliers de Mesmay, 37 quai Gayant, St. Quentin, France", bouwjaar 1929. Inmiddels hebben wij kunnen achterhalen dat de koper in 1934 een zekere Donald George Dowling "gentleman" moet zijn geweest, lid van de West Cliff Yacht Club, in 1945 opgegaan in de Thames Estuary Yacht Club. Een door ons verkregen uitvoerig register van de havenautoriteiten van Londen laat vanaf 1934 ca 11 mutaties van eigenaren van uiteenlopende pluimage zien.

Op het in Engeland aangetroffen schip was een stuurwiel gemonteerd met vermelding van de naam "Miclou" en voorts de plaatsnaam "Honfleur", een vissersplaatsje in Normandie onder de rook Le Havre. Ook beyond zich tegen het achterschot een paneeltje met de naam "Miclou". Miclou zou het franse woord voor klinknagel kunnen zijn.

Contacten met de secretaris van de Thames Estuary Yacht Club, aan wie is verzocht de archieven na te pluizen met betrekking tot het lid Donald George Dowling en het schip de Miclou, teneinde te kunnen achterhalen van welke (Franse) eigenaar het schip in 1934 werd gekocht, hebben tot op heden niet tot resultaten geleid. Zelfs het oudste lid van de voormalige West Cliff Yacht Club kon zich een persoon of een schip met deze namen niet herinneren.

Inschrijving Boeieraak Miclou in Lloyds Register of Shipping 1934
Inschrijving Boeieraak Miclou in Lloyds Register of Shipping 1934

1954

20 juli 1954

20 juli 1954: Registratie verkoop in Lloyds Register of Shipping

1978

1978

1978: H.J. de Vries haalt het schip terug naar Nederland en laat het restaureren bij zijn neef in Lemmer

H.J. de Vries uit St. Nicolaasga heeft het schip in 1978 min of meer als wrak aan de Oost-Engelse kust aangetroffen (Maldon, Essex). Na aankoop is het naar Nederland gebracht en in de eerste helft van de jaren tachtig bijna volledig gerestaureerd door Fa. R. van den Berg in Lemmer. De de teakhouten dekken en houten kajuit zijn vervangen door staal. Wel is nog een aantal (vermoedelijk) originele zaken aanwezig, zoals beslag op de rondhouten, patrijspoorten, koperen trapbeugels, ankerlier, koekoeken en kajuitdeurtjes met glas-in-lood panelen.

1999

1999

1999: Onderzoek historie oud-eigenaren Dick Sluis en Ruud de Voogd - Stand van zaken in 1999

Historisch onderzoek door oud-eigenaren Dick Sluis en Ruud de Voogd

Sedert augustus 1997 zijn wij eigenaar van een boeieraak, ook wel genoemd Hollandse boeier, genaamd ‘De Dageraad’. De afmetingen zijn lengte 11.20 m, breedte 4.50 m, diepgang ca 0.80 m. Het schip is van ijzer en oorspronkelijk geklonken. Het heeft aan elke zijde, inclusief de kielgang, acht gangen waarvan de bovenste zes naar kop en kont sterk verjongen. Uiteraard zijn wij erg nieuwsgierig naar bet verleden van onze aak, doch zij geeft haar geheimen niet makkelijk prijs. Ondanks bet nodige speurwerk blijft een aantal vragen open, met name met betrekking tot bet bouwjaar, waar bet schip is gebouwd en in opdracht van wie.

Aantekeningen D. Sluis
Aantekeningen D. Sluis

Hiaten in de historie van de boeieraak 'De Dageraad' (v.h. 'Miclou')

Bij de aankoop werd ons medegedeeld dat het bouwjaar 1903 zou zijn, en dat bet schip gebouwd zou zijn bij scheepswerf "De Dageraad" te Woubrugge (weduwe J. Boot). In bet schip hangt ook een koperen werfplaatje van deze werf. Het schip is geregistreerd in het stamboek van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten onder nummer 1483, categorie A.

De eer-vorige eigenaar heeft bet schip in 1978 min of meer als wrak aan de Oost- Engelse kust aangetroffen (Maldon, Essex). Na aankoop is het naar Nederland gebracht en in de eerste helft van de jaren tachtig bijna volledig gerestaureerd, waarbij de teakhouten dekken en houten kajuit zijn vervangen door staal. Wel is nog een aantal (vermoedelijk) originele zaken aanwezig, zoals beslag op de rondhouten, patrijspoorten, koperen trapbeugels, ankerlier, koekoeken en kajuitdeurtjes met glas- in-lood panelen.

Bij de papieren zat een uittreksel uit bet register van de haven van Louden, waaruit bleek dat in 1934 een eerste registratie aldaar heeft plaatsgevonden onder nummer 163534 (17.06 tons). Als naam staat vermeld "Miclou" en voorts dat bet schip onder die naam uit Frankrijk was geïmporteerd. Over de in 1934 aanwezige motor staat vermeld "internal combustion, petrol, four stroke, 4 cyl.", gemaakt door "Ateliers de Mesmay, 37 quai Gayant, St. Quentin, France", bouwjaar 1929.

Inmiddels hebben wij kunnen achterhalen dat de koper in 1934 een zekere Donald George Dowling "gentleman" moet zijn geweest, lid van de West Cliff Yacht Club, in 1945 opgegaan in de Thames Estuary Yacht Club. Een door ons verkregen uitvoerig register van de havenautoriteiten van Louden laat vanaf 1934 ca 11 mutaties van eigenaren van uiteenlopende pluimage zien. Maar wij zijn natuurlijk met name ook benieuwd naar de geschiedenis van voor 1934. Op het in Engeland aangetroffen schip was een stuurwiel gemonteerd met vermelding van de naam "Miclou" en voorts de plaatsnaam "Honfleur", een vissersplaatsje in Normandië onder de rook Le Havre. Ook bevond zich tegen het achterschot een paneeltje met de naam "Miclou". Miclou zou bet Franse woord voor klinknagel kunnen zijn.

Het werfboek van de werf van weduwe J. Boot, dat door ons is ingezien bij bet Scheepvaartmuseum te Amsterdam, vermeldt over de periode 1897 tot en met 1911 geen schip met een omschrijving, die aan bet uiterlijk en de maten van ‘De Dageraad’ beantwoordt. Het zou kunnen zijn dat bet schip "op speculatie" is gebouwd, zodat het mogelijk niet in bet werfboek is opgenomen, dan wel dat bet direct als plezier- jacht is gebouwd, hetgeen evenmin aanleiding zou kunnen zijn geweest voor vermelding in bet werfboek. Wij hebben op dit moment echter geen zekerheid dat de bouw daadwerkelijk in Woubrugge heeft plaatsgevonden en evenmin hebben wij kunnen achterhalen wie de opdrachtgever/eerste eigenaar is geweest.

Wij hebben door een kennis die goed thuis is in Honfleur onderzoek laten doen bij diverse instanties, doch ook dat is zonder concrete resultaten gebleven. Ook contacten met de secretaris van de Thames Estuary Yacht Club, aan wie is verzocht de archieven na te pluizen met betrekking tot bet lid Donald George Dowling en bet schip de Miclou, teneinde te kunnen achterhalen van welke (Franse) eigenaar bet schip in 1934 werd gekocht, hebben tot op heden niet tot resultaten geleid. Zelfs bet oudste lid van de voormalige West Cliff Yacht Club kon zich een persoon of een schip met deze namen niet herinneren.

Wat ons nog rest is bet volgen van een laatste tip, te weten bet uitpluizen van een archief van werf "De Dageraad" van weduwe J. Boot in bet archief van de provincie Zuid-Holland. Dit schijnt echter omvangrijk te zijn. Het is maar de vraag of daarin iets te vinden is, gezien bet feit dat bet schip niet in bet werfboek is vermeld. Wij zijn erg benieuwd naar meer gegevens over de historie van onze boeieraak vanaf de bouw tot in ieder geval 1934. Wellicht dat iemand meer weet of ons een tip kan geven, zodat wij de puzzel kunnen afmaken.

Dick Sluis en Ruud de Voogd 

2012

2012

2012: Aankoop Boeieraak 'Miclou' door J.H. Freije en C.J. Koningsberger

december 2012

december 2012: De Visaak TD2 'Neeltje' in het boek "Lemsteraken voor de recreatie" van Dirk Huizinga

Dirk Huizinga schrijft in de laatste versie van het boek "Lemsteraken voor de recreatie", waarvan de eerste versie eind 2012 verscheen en daarna doorlopend aangepast en uitgebreid werd en nog steeds wordt:

Hoofdstuk 3 Voorbeelden van ijzeren visaken uit Drachten: 

  • Visaak TD2 'Neeltje' uit Eernewoude
  • Bouwer en ontwerper Jan Oebeles van der Werff. Scheepswerf aan het Buitensvallaat te Drachten. Bouwcontract getekend op 6 december 1909.
  • Opdrachtgever Auke Veenstra, visser en handelaar te Eernewoude.
  • Functie visaak voor het binnenwater en in 1911 voor de Zuiderzee geregistreerd in de gemeente Tietjerksteradiel als TD2.

De visaak die Auke Veenstra in 1909 liet bouwen in Drachten, viel op door z'n lengte van 40 voet. Normaal zijn visaken voor de binnenvisserij 23 - 32 voet, zo tussen de 6.50 en 9.20 meter lengte. Visaken van 40 voet werden gebouwd voor de visserij op zee. De Lemsteraken hadden meer zeeg, een smaller vlak en een iets wekere kim dan de ijzeren visaak die Van der Werff bouwde voor Veenstra. De Wieringeraken van Zwolsman waren veel lomper en zwaarder dan de visaakjes voor het Friese binnenwater. De `Neeltje' was qua vorm een visaak voor het binnenwater, maar wel met een ongebruikelijke lengte.

Het Werf(f)boek

In het `Werf(f)boek' dat A. van der Werff in 2009 publiceerde is niet alleen de geschiedenis van de scheepsbouwersfamilie Van der Werff opgenomen, maar staan ook lijsten van gebouwde schepen. De werfboeken van scheepswerf `De Nijverheid' aan het Buitenstvallaat worden bewaard in het Fries Scheepvaart Museum te Sneek. Onder nummer 52 is de "staalijzeren Visschersaak" opgenomen, die Jan Oebeles van der Werff in 1909 voor opdrachtgever Auke Veenstra bouwde.

Uit: A. van der Werff: Werf(f)boek, Den Haag, 2009. p.16.
Uit: A. van der Werff: Werf(f)boek, Den Haag, 2009. p.16.
Drachten, 1909. Bestek van de visaak die Jan Oebeles van der Wlerff bouwde voor Auke Veenstra te Eernewoude. (FSM)
Drachten, 1909. Bestek van de visaak die Jan Oebeles van der Wlerff bouwde voor Auke Veenstra te Eernewoude. (FSM)
Langweerder Wielen, 1921. Arend Roelofs Toering op de TD1. Voor de mast staat Roel Toering. (Foto: Arend Toering, kleinzoon van Arend Roelofs Toering).
Langweerder Wielen, 1921. Arend Roelofs Toering op de TD1. Voor de mast staat Roel Toering. (Foto: Arend Toering, kleinzoon van Arend Roelofs Toering).

Opdrachtgever Auke Veenstra

Auke Veenstra was zelf visser en handelaar. Op de 40-voets aak uit Drachten liet hij zijn zwager, Arend Roelofs Toering uit Eernewoude vissen op de Zuiderzee (visserijregistratie voor de Zuiderzee in 1911 voor Arend Toering: TD2), terwijl hij zelf blijkbaar wel eens op de Zuiderzee viste met de kleinere aak die Arend Toering rond 1910 bij Auke van der Zee in Joure had laten bouwen (visserijregistratie gemeente 1911 voor Feenstra: TD1). Auke Veenstra is geboren in Irnsum op 2 april 1 876 en overleed in Drachten op 13 maart 1953. Hij trouwde in 1907 met Neeltje Toering, dochter van Keimpe Willems Toering en Jantje Roelofs Mast. De Eernewoudster visser Arend Roelofs Toering was een neef van Neeltje Toering. Voor Toering was De Lemmer de uitvalsbasis om ansjovis te vangen.

Visserijregistratie van Arend Toering bij de gemeente Tietjerksteradeel. In 1911 werd de Zuiderzee formeel een kustwater en moesten alle vissers zich opnieuw laten registreren. Dat jaar is Toering niet met zijn aak op de Zuiderzee actie geweest.
Visserijregistratie van Arend Toering bij de gemeente Tietjerksteradeel. In 1911 werd de Zuiderzee formeel een kustwater en moesten alle vissers zich opnieuw laten registreren. Dat jaar is Toering niet met zijn aak op de Zuiderzee actie geweest.

De aak wordt in 1919 verkocht en gaat naar naar IJmuiden

Toering deed zijn aak na de Eerste Wereldoorlog, in 1919, van de hand. Op zijn Visserijregistratie is vermeld dat hij zich op 6 mei als kustvisser in Tietjerksteradeel liet uitschrijven en dat de aak naar IJmuiden ging. Arend Toering bleef na 1919 binnenvisser in Eernewoude. Decennia later breken enige liefhebbers van ronde schepen zich het hoofd over de oorsprong van een fraai gelijnde `boeier' die ontdekt is in een Engelse haven. Ze vinden later een naamplaat van jachtwerf wed.J. Boot uit Woubrugge, maar de voorgeschiedenis van deze `boeier' blijft ongewis. Doordat er vooral gezocht werd naar `een boeier', zag men blijkbaar niet dat de romp van het schip duidelijk die van een visaak voor het Friese binnenwater is.

In 1929 eerst naar Frankrijk, vijf jaar later naar Engeland

Wel werd de geschiedenis van dit schip vanaf omstreeks 1929 beter bekend. Na de vermoedelijke verbouwing tot boeierjacht in Woubrugge werd het schip via IJmuiden naar Frankrijk gebracht, met als thuishaven Honfleur, Normandië. Vijf jaren later, in 1934, werd de boeier verkocht aan D.G. Dowling in Engeland en geregistreerd in het Register of the Port of London onder nr. 163534. Uit dit Register blijkt de `boeier' in de jaren die volgden nog tien andere eigenaren te krijgen. Het jacht lag aanvankelijk in de Thamesmonding, maar ook wel op de Solent en de River Hamble in Zuid Engeland. Na de oorlog woonde er zelfs een Canadees met zijn gezin op de `boeier' en werd ermee langs de kust gezeild.

Terug uit Engeland in 1978

In 1978 troffen dus twee platbodemliefhebbers uit Friesland, Harry de Vries en diens zwager Rein van den Berg, het schip in zwaar verwaarloosde toestand aan in een haventje te Maldon (Essex). De Vries kocht de `boeier' voor 1200 Engelse ponden. Het wrak haalden de mannen daarna met een viskotter op en sleepten het naast de kotter naar De Lemmer. Daar kwam de Miclou achter de mastenmakerij van Van der Neut op het droge te staan. Tijdens de tocht over de Noordzee kwam de Miclou steeds dieper te liggen. Ze lekte, zodat het een wonder is dat ze De Lemmer zonder ernstige problemen bereikt heeft. Samen begonnen De Vries en Van den Berg aan de restauratie van het schip. Rein van den Berg had aan de Polderdijk vlakbij Van der Neut de smederij van zijn vader overgenomen en was inmiddels actief in het scheepsreparatiewerk. Hij was ook betrokken bij de restauratie van de grote Lemsteraak `Rommerswael' van Croles. Tijdens de sloop van het wrak kwam het werfplaatje van scheepswerf Wed.J. Boot te Woubrugge tevoorschijn. Dat werd gezien als een concrete aanwijzing waar deze `boeier' gebouwd was. De restauratie verliep volgens plan. Het geheel opgeknapte schip, waarbij de houten dekken en kajuit zijn vervangen door stalen, kreeg de naam `De Dageraad' (naar de naam van de jachtwerf van Wed. J. Boot) en werd in 19 82 verkocht als `boeieraak'.

De toestand waarin Van den Berg en De Vries de 'Miclou' in 1978 aantroffen in de Engelse haven Maldon (Essex). Het was een tijd dat jonge mensen niet terugschrokken voor een klus als deze.
De toestand waarin Van den Berg en De Vries de 'Miclou' in 1978 aantroffen in de Engelse haven Maldon (Essex). Het was een tijd dat jonge mensen niet terugschrokken voor een klus als deze.
De Lemmer, Harry de Vries met de haakse slijper aan het werk tijdens de restauratie van de `boeieraak' Miclou. (Foto: Friesland Post)
De Lemmer, Harry de Vries met de haakse slijper aan het werk tijdens de restauratie van de `boeieraak' Miclou. (Foto: Friesland Post)

De aak is nu voorzien van stalen dekken en een stalen kajuit. De romp is gerestaureerd. Het met het boeisel geïntegreerde zetboord is niet origineel en maakt de romp minder slank dan ze oorspronkelijk was.

'De Dageraad' als charterschip

Het schip werd vervolgens geëxploiteerd door `Master Charters' op Colijnsplaat. Als charterschip werd de `Dageraad' gepresenteerd als een uit de 19e eeuw stammende boeieraak, "een oud-Hollandse boeier", waarmee men zorgeloos kon genieten op de Oosterschelde.

De `Dageraad' (ex-Miclou) na de restauratie als charterschip. Opmerkelijk is de stompe voor- en achterkant. Bij Friese visaken was dit wel een gebruikelijke vormgeving.
De `Dageraad' (ex-Miclou) na de restauratie als charterschip. Opmerkelijk is de stompe voor- en achterkant. Bij Friese visaken was dit wel een gebruikelijke vormgeving.

De aak krijgt de naam 'Miclou' terug

1997 werd de `Dageraad' verkocht aan Dick Sluis, advocaat te Amsterdam. Deze gaf zijn `boeieraak' de naam `Miclou' terug. Vele personen en instanties in binnen- en buitenland werden door deze nieuwe eigenaar aangeschreven met de vraag of zij misschien iets wisten over de geschiedenis van de `Miclou'. Dankzij dit jarenlange onderzoek werd haar geschiedenis vanaf ca. 1929 bekend, maar haar oorsprong bleef ongewis.
Hans Vandersmissen, maritiem publicist, reageerde op een artikel van D. Sluis over de 'Miclou' in de Waterkampioen (WK, 2001-7, p. 14) Voor Vandersmissen kon er wat betreft de 'Miclou' absoluut geen sprake zijn van een `oud-Hollandse boeier'. Het schip had veel te weinig zeeg. En hij vervolgde: "Voor een (Friese) boeier is het boeisel in de mooie kop echter te smal". Wel deed het model hem denken aan een Lemsteraak. Hij stelde voor de 'Miclou' een `Lemsterjacht' te noemen, gezien de voorgeschiedenis van het schip als jacht. Dick Sluis ging verder op zoek in Friesland. Twaalf jaren later schrijft hij in een Hotmail: "Ik ben op het spoor gezet van werf Van der Werff, Buitenstvallaat, Drachten, door ene Simon van der Meulen die een schildersbedrijf in Warten (onder Leeuwarden) heeft. Deze - wat vreemde- man, met zelf een antieke aak, ook gebouwd bij Van der Werff, bekeek het klinkwerk van de Miclou aan de binnenkant van kop en kont en wist "voor 99.9% zeker" dat ook zij bij Van der Werff gebouwd is." In 2012 verkocht Sluis de aak aan J.H. Freije en C.J. Koningsberger. Door het werfboek en bestek van de visaak uit het Fries Scheepvaart Museum werd duidelijk, dat de 'Miclou' niet als boeier was gebouwd, maar van oorsprong een 40-voets visaak voor het Friese binnenwater is. Daarvan is er maar één gebouwd, in Drachten bij Van der Werff.

Amsterdam, 1998. De `boeieraak 'Miclou' van D. Sluis c.s. op de helling bij Groenland. (Foto: D. Sluis)
Amsterdam, 1998. De `boeieraak 'Miclou' van D. Sluis c.s. op de helling bij Groenland. (Foto: D. Sluis)

De aak valt op door een opmerkelijk fraai verloop van de zes smalle gangen in de kop. 'Van voren en achteren met smalle boegen en strokende naden', schreef Van der Werff in het bestek. Zowel de vorm van de romp als de bouw ervan dijn kenmerkend voor een Friese visaak. Het enige dat anders is dan bij een dergelijke visaakje, is de lengte van 40 voet. Normaal is dit type visaak 7 à 8 meter lang. De grotere gingen tot 32 voet, ruim 9 meter. Met 40 voet, meer dan elf meter, is de 'Miclou' een uitzondering. Bij mijn weten is er slechts één visaak voor het binnenwater gebouwd van 40 voet en wel bij Van der Werff in Drachten.

De nieuwe eigenaren hebben de aak laten opknappen en het schip haar eerste naam (`Neeltje') terug gegeven.

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht