G. de Vries Lentsch Jr. (N.V. Amsterdamsche Scheepswerf) - Amsterdam

In 1917 gingen de broers Gerard en Willem uit elkaar en begon Gerard zijn eigen werf, de Amsterdamsche Scheepswerf G. de Vries Lentsch, die decennialang de mooiste schepen heeft gebouwd op een landtong aan de Noordelijke IJ-oever. Later nam zijn zoon, ook Gerard, de werf over en werd er Jr. toegevoegd aan de naam. Sinds 1917 verlieten meer dan 2800 schepen de helling tot de liquidatie in 1970.

Er was een enorme variëteit in de vloot die de werf bouwde. Heel veel verschillende materialen werden gebruikt, van hout en staal, tot aluminium en versterkt polyester. En heel veel verschillende schepen gleden van de helling: zeiljachten, motorboten, passagiersschepen, sleepboten, patrouilleboten, sloepen, plezierboten, en zelfs vaartuigen voor de marine. De werf ontwierp zelf boten, maar maakte ook schepen op basis van ontwerpen van andere architecten. Vakmanschap was het adagium. De grote scheepsbouwhal die in 1954 werd gebouwd, bood de mogelijkheid om schepen tot 70 meter binnen te bouwen zonder afhankelijk te zijn van het weer en van vocht. Licht viel naar binnen door 2700 raampjes.

Beknopte geschiedenis met bijdrage van J.D. de Vries Lentsch, zoon van laatste directeur/eigenaar van Scheepswerf "Het Fort" te Nieuwendam

Zonder de bijdrage van de beroemde familie De Vries Lentsch is de ontwikkeling van de Nederlandse jachtbouw niet goed denkbaar. Het begint bij Gerard I, oudste zoon van Jan de Vries Lentsch I, die in 1875 te Nieuwendam bij Amsterdam in zijn “vrije” tijd in een schuur achter in de tuin van Molenpad 26, begon met bouwen van loodsvletten en melkschuitjes. Deze voeren met melk, boter en kaas naar Amsterdam. Het bouwen van schepen zat De Vries Lentsch in het bloed. In 1878 kreeg zijn werkgever, Van Meursing, hier kennis van en zei tegen Gerard I: “Of je begint voor jezelf of je werkt voor mij” en bood hem een plek aan achter op zijn eigen terrein dat in de volksmond ”Het Fortland” werd genoemd. Hier stonden in 1572 de fortificaties van de Waterlandse opstandelingen en de Geuzen, die de Amsterdammers en de Spanjaarden tot een smadelijke aftocht hebben gedwongen. Gerard I aanvaardde het aanbod en begon voor zichzelf op “Het Fortland” en noemde dan ook zijn nieuwe werf “Het Fort”.

In 1878 werd zijn eerste zoon Jan II geboren, deze overleed op 14 september 1923 aan een mislukte nieroperatie. Na Jan II kreeg Gerard I nog 4 zonen: Gerard II, Gijs, Klaas en Willem I. De werf werd in 1923 voortgezet door, Gerard III, oudste zoon van Jan II, en Willem I.

Waterkampioen september 1957 nummer 995: 40 jaren Amsterdamsche Scheepswerf G. de Vries Lentsch Jr.

Dit jubileum in het bedrijfsleven zal door de watersport niet onopgemerkt blijven. Dat waarlijk niet alleen, omdat dit jubileum samenvalt met het veertig-jarig bestaan van de Regenboog-klasse, waarover reeds veel is gezegd. Want de invloed van deze werf en zijn oprichter Gerardus de Vries Lentsch - toen Junior, nu Senior - op de Nederlandse zeilsport, is veel uitgebreider. Toch waren de Regenbogen de eerste jachten, die de werf afleverde, de eersten gebouwd te Purmerend, waar Gerardus, nadat hij besloten had een zelfstandige werf op te zetten, zijn werkzaamheden is aangevangen in een loods van zijn schoonvader.
Tussen 1917, toen Gerardus Lentsch zijn eerste loods plaatste, waar hij Regenbogen bouwde en 1957, liggen veertig jaren van gestadige groei, jaren, waarin het gehele beschikbare terrein, dat enige malen werd uitgebreid, werd bezet met gebouwen en hellingen. Het waren veertig jaren van werk en strijd, want een dergelijke ontwikkeling wordt niet zonder dat tot stand gebracht. Wanneer de stichter van de werf Gerardus de Vries Lentsch terug blikt over al die jaren, zal hij zeker denken aan de rusteloze dagen en jaren, waarin hij zijn bedrijf wist op te werken tot een werf, die een wereldnaam heeft gekregen, maar met recht mag hij dan ook een grote voldoening voelen voor hetgeen bereikt werd. 

pdf Waterkampioen 1957 september nr995: 40 jaren Amsterdamsche Scheepswerf G. de Vries Lentsch Jr.

Werf “De Halve Maen”, later "Binnenwerf"

Zoon Gijs heeft ook jarenlang een eigen werf gehad: “De Halve Maen”, aan het eind van het Molenpad op het terrein van Houtzaagmolen De Hoop. Deze werd later door Gerard III van hem gekocht en de werf ging verder onder de naam “Binnenwerf”. Nu staan daar huizen. Willem III, kleinzoon van Willem I, kantoor houdend in De Rijp, tekent nog. Voor de rest doet niemand meer iets in de jachtbouw.

Scheepswerf “Het Fort” van firma G. de Vries Lentsch - N.V. Amsterdamsche Scheepswerf

De internationaal bekende scheepswerf “Het Fort” van firma G. de Vries Lentsch, vanaf 1905 gevestigd aan de Kleine Haven, achter de Nieuwendammerdijk, als eerste elektrische werf van Europa, hield zich in het bijzonder bezig met het bouwen van reddingssloepen (vanaf 1912 booming business), binnenvaartuigen en jachten. De Regenboog werd op de tekentafels van “Het Fort” door Gerard II ontworpen in 1916 en in 1917 gebouwd op de Amsterdamsche Scheepswerf, die in dat jaar door Gerard II werd opgericht.

Foto van een tewaterlating van een Fortuna 41 Motorsailer

Tewaterlating van een Fortuna 41 Motorsailer, een ontwerp van Jan de Vries Lentsch III, oudste zoon van Gerard III, en laatste directeur/eigenaar van “Het Fort”. Collectie J.D. de Vries Lentsch
Tewaterlating van een Fortuna 41 Motorsailer, een ontwerp van Jan de Vries Lentsch III, oudste zoon van Gerard III, en laatste directeur/eigenaar van “Het Fort”. Collectie J.D. de Vries Lentsch

Filialen in Alphen aan de Rijn en Vlaardingen

Later werden er nog twee filialen opgericht: Alphen a/d Rijn voor zoon Piet en Vlaardingen voor een andere zoon. De Pampus werd door Gerard III ontworpen en gebouwd in 1934. Willem I heeft nog nooit een potlood vastgehouden. Gijs en Klaas bleven ongetrouwd in de nieuwe ouderlijke woning “De Halve Maen”, Nieuwendammerdijk 204, wonen. Klaas was een boekenwurm en heeft zich nooit met de werf bemoeid. In 1975 sloot “Het Fort” als laatste werf van de vijf voor het laatst haar deuren.

Het einde en het vervolg

Nadat de Amsterdamse Scheepswerf in 1968 moest stoppen leeft 'de Vries Lentsch' nog steeds voort in twee bedrijven in Amsterdam en De Rijp die zich respectievelijk met het bouwen en ontwerpen van boten bezighouden. 

De scheepsbouwhal is het enige gebouw dat is overgebleven van de beroemde werf. De hal is geheel gerenoveerd tot bedrijfsverzamelgebouw en kreeg de naam 'De Groene Draeck 'naar het schip van de koningin. Binnen is de hal totaal vernieuwd en ingericht als kantorencomplex met alle faciliteiten die daarbij horen. Het hele complex is mooi afgewerkt met luxe accenten, zoals marmeren vloeren in de gang. Een voorbeeld van prachtig gerenoveerde industriële bebouwing, een compliment aan de bijzonder fraaie plek.

De Koninklijke Lemsteraak 'De Groene Draeck'

Eén van de door G. de Vries Lentsch Jr. gebouwde schepen is het Koninklijk jacht van HKH Prinses Beatrix, onze beschermvrouwe, 'De Groene Draeck'. Dit jacht, een Lemsteraakjacht, werd haar voor haar 18e verjaardag, toen ze nog kroonprinses was, aangeboden door het Nederlandse volk. Het zeilnummer is dan ook 18. Het schip is vernoemd naar het oorlogsschip 'de Vlieghende Groene Draeck' uit 1623, dat onder andere het vlaggenschip was van Piet Hein, met Maarten Tromp als kapitein. Het huidige jacht bevat een mastschild met houtsnijwerk waarop het originele schip is afgebeeld. Het schip 'De Groene Draeck' liep in 1957 van stapel en is nog steeds in bezit van de koninklijke familie en wordt ook nog veelvuldig gebruikt.

Alle resultaten

Overzicht van schepen met SSRP-Plaquette, gebouwd door de Vries Lentsch

Tijdschrift "De Watersport" 1973: Gerardus de Vries Lentsch sr. is niet meer

Op 9 juli 1973 overleed de in de watersportwereld zo bekende jachtontwerper en -bouwer Gerardus de Vries Lentsch sr., op 23 november 1883 te Nieuwendam geboren. Na de Lagere en Ambachtsschool kwam de jonge Gerardus, op voorstel van zijn broer Jan, al gauw op Werf „Het Fort" te Nieuwendam waar zijn vader en broers werkten. Zijn carrière als jachtbouwer en -ontwerper was begonnen. Daar werden de eerste successen geboekt met de zes-meterjachten volgens de oude formule, o.a. de Neerlandia's. In 1917 besloot Gerardus de Vries Lentsch voor zichzelf te beginnen. Hij had intussen de prijsvraag voor het ontwerpen van een nieuwe wedstrijdklasse gewonnen. Het ontwerp werd ingezonden onder het motto „Regenboog", de naam waaronder de thans al 56-jarige klasse nog steeds springlevend is. Regenboog 1 was ook het bouwnummer 1 van de pas opgerichte „Amsterdamse Scheepswerf G. de Vries Lentsch jr." Dit was het begin van de bouw van een vloot van allerlei soorten vaar tuigen: toer- en wedstrijdzeiljachten, motorjachten, motorsailers, reddingboten barkassen, directievaartuigen, mijnenvegers, sleepboten, passagiersboten, enz. enz.
In 1937 stichtte Gerardus de Vries Lentsch te Alphen a/d Rijn een filiaal, gespecialiseerd in de bouw van bedrijfsvaartuigen. Dit filiaal werd in 1953 een aparte N.V., waar vele mooie sleepboten, passagiersschepen en directieboten de helling verlieten. Bij het 12 1/2 jarig bestaan van de werf aan de Grasweg was bouwnummer 1000 in aanbouw, het stalen kitsjacht „Zonnetij IV", van Ir. L. Doedes en Ir. J. C. van Hoolwerf. 

Het Kits jacht 'Zonnetij IV'
Het Kits jacht 'Zonnetij IV'

Bij die duizend schepen waren heel wat succesvolle, o.a. de zes-meters: „Hollands Hope", „Admiraal de Ruyter", „Prinses Juliana" en „Kemphaan". Het acht-meterjacht „Hollandia" van Ir. L. Doedes en Maarten de Wit, waarmee in 1927 de Coppa d'Italia in Genua werd gewonnen en dat in 1928 tijdens de Olympische Spelen op de Zuiderzee het zilver veroverde, vond Gerardus de Vries Lentsch een van zijn meest geslaagde ontwerpen. In 1929 werd het eerste grote jacht naar het buitenland geëxporteerd. Nadien volgde een hele reeks fraaie schepen voor de export, vooral naar Engeland.
Op de Amsterdamse Scheepswerf G. de Vries Lentsch jr. werden ook de „Piet Hein" en „De Groene Draeck" gebouwd. „De Groene Draeck" werd in 1957 afgeleverd, het jaar, waarin de Amsterdamse scheepswerf 40 jaar bestond. Ter gelegenheid van dit jubileum werden Gerardus de Vries Lentsch sr.'s grote verdiensten voor de jachtbouw en watersport onderstreept door zijn benoeming tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Hij mocht ook de Lucassenpenning in ontvangst nemen.
Na dit jubileum trok de heer De Vries Lentsch zich langzamerhand terug, al verslapte zijn interesse voor de jachtbouw en de watersport niet. Tot het laatst toe toonde hij initiatieven. De 5de juni nog, dus ruim een maand vóór zijn overlijden, bood hij met zijn beide zoons de Regenboogclub een fraaie wisselprijs aan, de Vier Generaties Beker (G. de Vries Lentsch I 1841 - G. de Vries Lentsch II 1883 - G. de Vries Lentsch III 1916 en G. de Vries Lentsch IV 1949).
Nog geen vier weken na het overlijden van zijn vrouw vond Gerardus de Vries Lentsch sr. bij baar op Zorgvlied te Amsterdam zijn laatste rustplaats.

G. van Parreren

Spiegel der Zeilvaart: Historische aak 'Brandaris' keert na 60 jaar terug uit de VS

Na de crisis van de jaren '30 begon G. de Vries Lentsch Jr. op de N.V. Amsterdamsche Scheepswerf aan een ambitieuze serie van vier grote Lemsteraken. Twee ervan werden voor eigen rekening gebouwd. Van die twee verdween de Brandaris naar Amerika voor een leven aan de Amerikaanse oostkust. Nu is dit schip weer op Nederlandse bodem om het naar zijn oude glorie te restaureren. De 'Brandaris' was de tweede in een serie Lemsteraken die, bijna geheel volgens het-zelfde ontwerp, door de N.V. Amsterdamsche Scheepswerf van G. de Vries Lentsch Jr. werd gebouwd. De eerste was de 'Flevo' van 1937, daarna in 1938 de 'Breeveertien' (thans de 'Zeeleeuw', het schip van Reinout Oerlemans) die overigens pas veel later werd afgebouwd. In 1938 volgde de 'Brandaris' en weer een jaar later de 'New Horizon'. In een artikel in The Yachting Montly van augustus 1938 wordt vermeld dat de 'Brandaris' het eerste jacht is dat De Vries Lentsch afbouwt op de door hem overgenomen werf van Pannevis te Alphen aan den Rijn. Het werd een flink schip van 16,08 m lengte over de stevens (op de waterlijn 15 m), met een breedte van 5 m en een diepgang van 1,12 m. 

pdf SdZ November 2015 nummer 9 - Historische Lemsteraak Brandaris keert na 60 jaar terug uit de VS

Terug naar vorige pagina