In memoriam Dr. Jules van Beylen (1918-2000)

1 november 2000

Bron: Historische Vereniging Arnemuiden J. Adriaanse, Arneklanken juni 2000

Op 13 maart 2000 overleed te Antwerpen dr. Jules van Beylen op 82-jarige leeftijd. Hoewel bij velen onbekend, kan aan deze markante Vlaming toch een ereplaats toegekend worden in de Arnemuidense historie. Al in 1961 deed hij van zich spreken in zijn boek “Zeeuwse vissersschepen op de Ooster- en Westerschelde” met talrijke waardevolle gegevens over de oude Zeeuwse scheepstypen. Maar vooral geniet hij onder ons bekendheid als de schrijver van het prachtige standaardwerk “De Hoogaars en de visserij van Arnemuiden”. In dit 365 pagina’s tellende boek beschrijft hij tot in de kleinste details de Arnemuidse hoogaars en alles wat daarbij kwam kijken.

Binnen het bestuur van de Historische Vereniging hebben wij vorig jaar serieus overwogen Dr. Van Beylen uit te nodigen voor een lezing over de Arnemuidse hoogaars. Zijn hoge leeftijd weerhield ons hier uiteindelijk van. Met zijn studie van de hoogaarsvisserij van circa 1860 tot 1935 heeft Van Beylen zeer veel unieke en waardevolle gegevens en feiten over de Arnemuidse visserij aan de vergetelheid ontrukt en een uniek stukje visserijgeschiedenis op onovertroffen wijze vastgelegd. De oude hoogaarsvissers doen zich daaruit kennen als ware kunstenaars op het gebied van de zeilkunst.

Wie was Dr. Jules van Beylen?

Dr. Van Beylen was een gedreven verzamelaar en journalist, tekenaar en modelmaker, organisator en vooral schrijver. Hij werd geboren uit arme ouders. Ze waren meid en knecht bij rijke mensen op de Italiëlei te Antwerpen. Ze woonden dicht bij de Antwerpse haven. Al op 7-jarige leeftijd zwierf Jules van Beylen rond in de haven, in de dokken en bij de schepen. Al uit die tijd dateerde zijn belangstelling en voorliefde voor de scheepvaart. Eerst wilde hij onderwijzer worden, maar vanwege de financiën werd hij beroepsmilitair. Tijdens zijn krijgsgevangenschap sneed hij uit een plank van zijn brits een scheepje. Na zijn bevrijding ging hij “kunsten” studeren. Het bleek dat hij artistiek begaafd was. Tijdens de oorlogsjaren ontmoette hij in 1943 de schilder Maurice Seghers, die zijn boeken zo prachtig zou illustreren. Seghers leerde hem ook model bouwen. Vooral had Van Beylen belangstelling voor de Zeeuwse vissersschepen die te Antwerpen met oesters, mossels en vis kwamen.
Sedert de vijftiger jaren en tot 1983 was Dr. Van Beylen conservator van het Nationaal Scheepvaartmuseum “Het Steen” aan de haven van Antwerpen. Daardoor had hij inzage in allerlei bronnen en literatuur. Bij een bezoek aan het Antwerpse museum zijn overal de sporen van het noeste speurwerk van Van Beylen nog aan te treffen.

Een regelmatige bezoeker van Arnemuiden

Later ging Van Beylen zelf naar Zeeland om op de werven met de centimeter de bouwwijze en de eigenaardigheden van de Zeeuwse hoogaarzen na te meten. Op die tochten verzamelde hij een schat aan informatie waarover hij vervolgens een lezing hield en deze leidde tot zijn eerste publicatie. Zo deed hij ook regelmatig de werf van Meerman te Arnemuiden aan. Van eigenaar Cornelis Meerman kreeg hij in de vijftiger jaren toestemming om op de werf rond te snuffelen. Daar was men juist een van de laatste hoogaarzen, de Kraagbeer, aan het bouwen in 1960. Ook had hij in Arnemuiden aan de oude Klaas Marijs een goede informant, die hem alles vertelde over de netten. Hij bouwde de schepen na, interviewde oude vissers en had als conservator van het scheepvaartmuseum toegang tot alle mogelijke bronnen.

Publicaties

Dr. Van Beylen schreef tal van boeken en publicaties over de zeilvaart en de vissersschepen zoals “De Botter”, “De Hoogaars”, “Het Zeilvaart Lexicon”, “Zeeuwse vissersschepen van de Ooster- en Westerschelde”, “Scheepsportretten en scheepsmodellen in de volkskunst”, “Schepen van de Nederlanden, van de late middeleeuwen tot eind 17e eeuw”, “Scheepstypen” en “De Hoogaars en de visserij van Arnemuiden”. Zijn vrouw had een belangrijk aandeel in de totstandkoming van deze publicaties.

Overigens is zeven jaar na zijn dood alsnog het standaardwerk 'De Hengst' verschenen. Jules van Beylen had het manuscript bij zijn dood in 2000 nagenoeg af.

Het boek “De Arnemuidse Hoogaars

In 1992 verscheen het prachtige en rijk geïllustreerde boek “De Hoogaars en de visserij van Arnemuiden” van de hand van Dr. Van Beylen. Tot in de kleinste bijzonderheden beschrijft hij alle zaken die met de Arnemuidse hoogaars te maken hebben. Het boek bevat gedetailleerde bouwtekeningen en beschrijvingen van de hoogaars. Het gaat over de bouw van de hoogaars, de kunst van het zeilend vissen, de gereedschappen aan boord, de netten, de tuigage, het dagelijks leven van de Arnemuidse vissers, hun economische situatie, tot zelfs over de rieten vismanden, de bijnamen van de vissers en het breipatroon van de authentieke Arnemuidse visserstrui. Aan dit boekwerk heeft Van Beylen tientallen jaren gewerkt.
Met dit boek is de bewogen geschiedenis van de Arnemuidse hoogaarsvissers op een buitengewoon getrouwe en voortreffelijke wijze vastgelegd en aan de vergetelheid ontrukt. Van de honderden verschillende scheepstypen, welke Nederland eens rijk was, is er waarschijnlijk nooit van één type zo’n nauwkeurige en rijk geïllustreerde bouwbeschrijving gepubliceerd, zo vermeldde de folder over het boek terecht.

"De schouwen van Zeeland" een voordracht tijdens de Winterreünie 1997 van de SSRP

Op het programma stonden een voordracht van de heer Jules van Beylen, voormalig conservator van het Nationaal Scheepvaart Museum te ontwerpen over "De schouwen van Zeeland" en een toelichting op de aanvullende criteria voor Zeeuwse schouwen namens de Werkgroep Criteria Schouwen in de persoon van de heer G. de Jong.

Uit het betoog van de heer Van Beylen werd spoedig duidelijk, waarom hij als titel van zijn voordracht "De schouwen van Zeeland" had gekozen. Zie daarvoor de beschrijvingen van de Zeeuwse schouwen in ons hoofdstuk Scheepstypes.

Terug naar vorige pagina