2026-8 Vanwaar het begrip Fjouweracht?

Waar komt het begrip Fjouweracht eigenlijk vandaan? Zoals misschien bekend wordt een tjotter met een lengte van 4,80 meter zo aangeduid: neem De Jonge Minne, De Twa Sisters, De Jonge Dirk, De Jonge Pieter en de Albert en Nelly. Dit zijn snelle scheepjes die aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw de aandacht op zich wisten te vestigen op de Friese wedstrijdbanen.

Gerard ten Cate en Robin van Son doen al sinds 1977 regelmatig onderzoek naar tjotters en vonden een paar verklaringen voor de typeaanduiding Fjouweracht plausibel klinken. De eerste verklaring die zij vonden: Fjouweracht staat voor vier el en acht palm. Een lengteaanduiding dus, waarbij 'el' gelezen moet worden als 'meter' en 'palm' als 'decimeter'. Het zou staan voor vier meter en acht decimeter. Vier meter tachtig dus. Een andere verklaring: Fjouweracht zou verwijzen naar de breedte/lengte verhouding. Vier el breed en acht el lang. De el zou hierbij een lengte van 60 centimeter hebben.

Juist bij deze twee verklaringen hadden Gerard en Robin hun bedenkingen. Sinds augustus 1816 is in Nederland het metrische stelsel bij wet vastgelegd. Het kwam voort uit de Franse Tijd en vanaf dat moment wordt er officieel gerekend met meters en centimeters. Maar nog lang daarna werd er ook gerekend in voeten en duimen. In de scheepsbouw werd er vooral gerekend in Amsterdamse voeten (28,31 centimeter) die verdeeld was in elf (1) duimen. Maar de el lijkt geen maat geweest te zijn die in de scheepsbouw gebruikt werd. De el was een lengte-eenheid waarin de breedte van stof gemeten werd. Een el was 69,4 centimeter lang. Hiermee valt het begrip direct af als maateenheid voor een tjotter. De uitleg dat een el als meter gelezen en palm als decimeter lijkt meer hout te snijden.

De Fjouweracht De Jonge Minne met SSRP-plaquette 276
De Fjouweracht De Jonge Minne met SSRP-plaquette 276

Weefboeken

Van de vijf tjotters die hierboven genoemd zijn, werden er vier gebouwd op de werf van Van der Zee in Joure. Wanneer je de werfboeken van deze werf erop naslaat kun je na 1852 een aantal "booten" terugvinden waarbij een lengtemaat van 4.80 meter opgegeven wordt. Alle andere maten in de werfboeken zijn in Amsterdamse voeten en duimen. Die specifieke metrische aanduiding was niet zonder reden. Tussen 1852 en 1892 bestond er namelijk wetgeving waarbij vaartuigen met een lengte tot 4.80 meter vrijgesteld waren van belasting. Belasting die geheven werd als tol, die bij sluizen en "kettingen" betaald moest worden. Deze kettingen waren over vaarwegen gespannen opdat er geen scheepvaart door kon. Na betaling liet een bevoegd ambtenaar de ketting in het water zakken. Fjouwerachten en nog kleinere vaartuigen waren hier van vrijgesteld. De lengtemaat van 4.80 meter ligt daarmee vast en valt buiten iedere discussie.

Een simpeler verklaring

Maar misschien is de verklaring voor het begrip Fjouweracht wel veel simpeler. In tijdschrift De Watersport van 1915 staat een uitslagenlijst van de hardzeildag in Sneek. Hierin staat de klasse `Tjotters 4.8' als deelnemende klasse. Wanneer je deze twee cijfers in het Fries uitspreekt, dan wordt dat Fjouweracht. En inderdaad worden een paar van de genoemde scheepsnamen als deelnemer vermeld.
Daarna vinden we het begrip Fjouweracht pas veel later terug: in een krantenartikel van 1955 waarin geschreven wordt dat de tjotter Albert en Nelly naar Canada zal worden verkocht. Vanaf dat jaar lijkt de type aanduiding Fjouweracht plots gemeengoed te zijn en - misschien niet toevallig - dit valt samen met de oprichting van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten. Analoog aan de vermelding in De Watersport van 1915.

ONDERZOEK

Samen met Robin van Son doet Gerard Ten Cate al sinds 1977 onderzoek naar tjotters. Ze ontmoetten elkaar toen voor het eerst op de Friese Regionale Reünie in Heeg. Vanaf dat moment hebben ze hun kennis over ronde jachten gedeeld. Beiden hebben ze (binnen hun mogelijkheden) tevens bijdragen geleverd aan het boek Tjotters en Boatsjes dat door Dr. Ir. J. Vermeer geschreven werd en geldt als het standaardwerk op dit vlak. Desondanks merkten zij dat op een deel van hun vragen geen antwoord werd gegeven in dit boek.

Terug naar overzicht