Behouden van het Goede? (Uit het Stamboek - 2026 nummer 3)

Behouden van het Goede?

Wat er allemaal ooit is vastgelegd ....

Dat vraagteken lijkt ethisch gezien overbodig, maar het gaat hier natuurlijk over ronde en platbodem schepen en jachten. Het is aan de SSRP te danken dat we nu op het water niet alleen vele goed onderhouden platbodemjachten zien, maar ook kostbare houten boeiers, Friese jachten en tjotters, waar ‘het Stamboek’ aanvankelijk voor opgericht was. Die dreigden na de oorlog echt van het water te verdwijnen, maar zie, nu varen ze nog en veel van die jachten zien er zelfs fraaier uit dan hun leeftijd doet vermoeden. Missie geslaagd, mag je dus zeggen.

Grouw, 2019. Piersma boeiers bijeen.
Grouw, 2019. Piersma boeiers bijeen.

Desalniettemin stel ik het hier ter discussie, en wel om de volgende reden. Voor particuliere eigenaren kan het financieel bezwaarlijk worden vooral een houten platbodem vanwege de jaarlijkse onderhoudskosten en eventueel nodige restauratie in de vaart te houden. Een aantal fraaie houten platbodems is daarom overgenomen door een Stichting die (met ANBI-status, een Algemeen Nut Beogende Instelling) in staat is met behulp van sponsors en vrijwilligers deze schepen in de vaart te houden. Dat is belangrijk, maar ik zie ook dat met die overgang iets essentieels verandert. Die fraaie jachten die meestal jarenlang in particulier bezit door families gekoesterd werden, gaan over naar een anonieme organisatie, waarvan het bestuur in de doelstellingen weliswaar heeft staan hoe zij het maritiem erfgoed dat zij beheert voor de maatschappij wil behouden en als cultuurobject zichtbaar wil laten zijn, maar zonder garantie dat dit inderdaad met grote inzet ook inderdaad gebeurt. Dat is voor een Stichting namelijk lastig. Een particuliere eigenaar van een mooi scheepje is bereid veel tijd en energie aan dat fraaie bezit te besteden om het zo goed mogelijk te behouden, maar bij een Stichting ligt dat anders. Het Stichtingsbestuur doet dat in de regel niet zelf, maar die organiseert dat met vrijwilligers en af en toe wat professionele hulp. Een Stichting heeft uit zichzelf namelijk geen geld.
Wat een Stichting wel goed kan, is gedurende een korte periode geld genereren om een oud maar bijzonder scheepje te laten restaureren. Daarvan zijn tal van voorbeelden.
Ik toon een paar uit mijn eigen omgeving:

	De Staverse jol ST 48 uit 1894 werd in 2012 door de daartoe opgerichte Stichting Staverse jol overgenomen van de toenmalige eigenaar Piet Bouma voor een symbolische bedrag en in 2013 bij scheepswerf De Hoop in Workum gerestaureerd door Harold de Lange.
De Staverse jol ST 48 uit 1894 werd in 2012 door de daartoe opgerichte Stichting Staverse jol overgenomen van de toenmalige eigenaar Piet Bouma voor een symbolische bedrag en in 2013 bij scheepswerf De Hoop in Workum gerestaureerd door Harold de Lange.
Replica van de palingaak Korneliske Ykes. Gebouwd voor een Stichting tussen 2004 en 2009 bij Piersma in Heeg.
Replica van de palingaak Korneliske Ykes. Gebouwd voor een Stichting tussen 2004 en 2009 bij Piersma in Heeg.
Het Fries jacht de Wâldfûgel. Gebouwd in 1920 in Drachten op het Fallaat. Op de foto in 2018 door een Stichting overgenomen van de eigenares.
Het Fries jacht de Wâldfûgel. Gebouwd in 1920 in Drachten op het Fallaat. Op de foto in 2018 door een Stichting overgenomen van de eigenares.

In Workum heeft Roelof van der Werff het jacht opgeknapt, waarna het in 2020 weer in Drachten gepresenteerd kon worden.

Drachten, 2020. Het Fries jacht de Wâldfûgel in oude glorie. Naast het jacht het skûtsje De Jonge Trijntje, dat in 1909 op het Fallaat bij Van der Werff was gebouwd.
Drachten, 2020. Het Fries jacht de Wâldfûgel in oude glorie. Naast het jacht het skûtsje De Jonge Trijntje, dat in 1909 op het Fallaat bij Van der Werff was gebouwd.

Als zwaar verwaarloosd woonscheepje werd het overgenomen door een stichting en in 2015 gerestaureerd tot beurtschip zoals het ooit was. Weer het Fallaat, en weer door een Van der Werff.

Workum, 2024. De Workumer bol Anna Maria, overgenomen door een Stichting en in afwachting van een restauratie.
Workum, 2024. De Workumer bol Anna Maria, overgenomen door een Stichting en in afwachting van een restauratie.

Maar wat als de restauratie gedaan is?

Stichtingen zijn, zo heb ik de indruk gekregen, goed in het laten opknappen, restaureren en zelfs herbouwen van historische vaartuigen. Maar dan….. Die prachtige schepen die daarna met feestelijkheden weer te water lopen, moeten de jaren daarna wel onderhouden worden. En ze zijn er niet om in een haven stil te liggen, er moet ook mee gevaren worden. Dan zijn ze op hun mooist. Om dat voor elkaar te krijgen, is er ieder jaar opnieuw geld nodig en een organisatie van vrijwilligers die onder bekwame begeleiding het onderhoud en de vaart voor hun rekening nemen. Als beloning kunnen ze meevaren op de schepen.

Zo beschikt de succesvolle Stichting tot Behoud van Elburger botters over ongeveer honderd mensen die wel wat willen doen voor die Stichting en is er rond Elburg een reeks bedrijven die bereid zijn de vele activiteiten financieel te ondersteunen. Maar dat is niet overal zo. Vaak worden schepen gerestaureerd zonder dat er serieus nagedacht is over de vraag wat er met het schip gedaan moet worden als de restauratie voltooid is. Dan zie je een mooi gerestaureerd Fries jachtje dat het hele jaar het schiphuis niet verlaat. Ook het regelmatige onderhoud aan zo’n scheepje is een klus die inzet van vrijwilligers vraagt die er niet altijd is, terwijl dat gerestaureerde jacht wel jarenlang verder moet en zorg nodig heeft. Ook zie je gerestaureerde scheepjes al spoedig matig in de olie of lak zitten, waardoor het nieuwe hout na enkele jaren al ernstig inwatert en niet veel later is het scheepje weer toe aan groot onderhoud, waar de Stichting vanzelfsprekend de middelen voor moet binnenhalen.

Die particuliere eigenaars van voorheen, zo is mijn indruk, lieten het niet zo ver komen. Die voelden zich echt verantwoordelijk en zorgden beter voor hun bezit dan de Stichtingen, die weliswaar de schepen in beheer hebben, maar waar niemand zich echt verantwoordelijk voelt voor de zorg en de vaart ermee. De particuliere eigenaren waren vanwege hun leeftijd, vanwege de kosten van hun schip en de inspanning om het onderhoud zelf uit te voeren en wellicht ook vanwege het ontbreken van opvolgers binnen de familie niet meer in staat goed voor hun jacht te zorgen.

Cynici plegen wel eens op te merken, dat het bezit van een jacht twee dagen geluk brengt: de dag van aankoop en de dag dat het schip weer verdwijnt. Dat is wel erg eenzijdig gedacht. Maar lastig blijft het wel. Een kennis van mij vond het prachtig dat er mensen zijn die hun houten platbodem er zo mooi lieten uitzien. Dan kon hij er naar kijken en ervan genieten, zonder de moeite en de kosten ervan te voelen.

Dit Vlugschrift "Uit het Stamboek - Behoud(t) het Goede" is samengesteld door Dirk Huizinga.

Terug naar overzicht