Klimaatadaptie op het water

04-07-2026

De afgelopen jaren vond ik het tijdens de zomermaanden niet alleen te druk op het water, maar vooral ook te warm. Zeker in een stalen scheepje als mijn Staverse jol loopt de temperatuur in het scheepje snel op bij volle zon om ’s avonds overigens ook weer snel af te koelen, maar dan is de dag voorbij. Dit jaar is echter verrassend, vanwege de onverwachte veranderingen van het weer. Niet alleen maar bloedheet en nauwelijks zeilbare wind, maar ook periodes die zowaar doen denken aan het weer van enige decennia geleden. Zeg maar aan lekker, ‘Hollands’ zomerweer met gematigde temperaturen, een matige tot vrij krachtige wind en af en toe een buitje.
Ik kies er al enige jaren voor om het vaarseizoen vroeger te laten beginnen. In september gaat de jol uit het water en maak ik haar gereed voor het komende seizoen en dit jaar lag het scheepje dankzij goed voorjaarsweer halverwege maart al weer vaarklaar in het water. Helaas werd het dit jaar al heel vroeg ook erg warm. Bij hittegolven vaar ik niet meer, maar zie, vroeg in de zomer, na een ongekend warme week 26 met een reeks hitterecords in juni, sloeg het weer om en volgde een periode met dat door mij zo geprefereerde ‘Hollandse’ zomerweer. Dus direct met de jol erop uit, wat immers kan als je een arbeidsloos inkomen geniet.
Hoewel de zomervakanties op punt stonden te beginnen, was het in Friesland zowel op het binnenwater als op het IJsselmeer ongebruikelijk stil op watersportgebied. Ik waande me zestig jaren terug in de tijd, behalve dan dat de watersportvoorzieningen (onderhoud oevers, goede aanlegsteigers, vele jachthavens) mijn vermeende tijdreis naar het recente verleden niet ook hadden meegemaakt.

De Meinesloot tussen Akkrum en Terhorne, midden in het vaarseizoen…..geen jacht te zien.
De Meinesloot tussen Akkrum en Terhorne, midden in het vaarseizoen…..geen jacht te zien.

Dat beeld van een uitgestorven merengebied van Friesland dat normaal zo druk bevaren wordt, veranderde de dagen die volgden nauwelijks. Langs de Noorder Oudeweg, de vaart van de Goëngarijpster Poelen naar de Langweerder Wielen, waar langs de oostelijke oever normaal kilometers lang motorjachten afmeren langs de (gratis) Marrekrite ligplaatsen, was nu geen jacht te bekennen! Ik voer er zonder een schip te ontmoeten en alleen bij de zeilschool Rufus bij Broek waren enige jachten in hun haventje te zien.

Motorjachten die vaak langdurig afmeren aan de steigers van de Marrekrite langs de Noorder Oudeweg. Ik geloof niet dat dit iets met ‘watersport’ te maken heeft.
Motorjachten die vaak langdurig afmeren aan de steigers van de Marrekrite langs de Noorder Oudeweg. Ik geloof niet dat dit iets met ‘watersport’ te maken heeft.

Ik vermoed dat de extreme hitte van de voorafgaande weken de vele motorbootvaarders op natuurlijke wijze verjaagd heeft. Het is gewoon niet meer leuk dag in dag uit bij zulke hitte aan boord te zitten en te wachten op…, ja op wat? Dan kan je beter even terug naar huis waar het koeler is, zeker als je woning over een airco beschikt. Die mensen die de zomer doorbrengen op hun schip dat stilligt aan de kant, ontmoeten elkaar op het fietspad op het dijkje langs het water en er hoeven maar een paar te zeggen dat ze hun stek verlaten wegens de warmte, of velen zullen volgen.

Lege steigers langs de Noorder Oudeweg. Ongebruikelijk in het zomerseizoen.
Lege steigers langs de Noorder Oudeweg. Ongebruikelijk in het zomerseizoen.

Het is natuurlijk wel heel begrijpelijk en ook verstandig dat watersporters hun plannen en gedrag aanpassen aan de werkelijke omstandigheden op het water. Dat is ook niets nieuws. Als het stormt, is het niet verstandig om onvoorbereid eventjes het IJsselmeer of de Waddenzee op te gaan. Zelfs een groot meer oversteken vraagt dan enige bedachtzaamheid en voorbereiding. Bij bloedheet weer is het aan boord gewoon niet plezierig en kan de hoge temperatuur zelfs je gezondheid schaden, dus pas je je aan en zoek je een koeler verblijf. Komt er dan plotseling een week met veel koeler weer en een lekkere wind, zoals in week 27 van dit jaar, dan duurt het toch weer even voordat de gebruikelijke zomerse drukte op het water zich herstelt.

In de Binnenhaven van De Lemmer lag diezelfde week 27 zoals gebruikelijk een zevental Lemster visaken afgemeerd voor de woning van André Sterk. Zijn eigen LE6 hoorde er natuurlijk bij. Het beeld is sfeerbepalend als herinnering hoe het honderd jaar geleden op diezelfde plek er ongeveer uitzag, hoewel de werkelijke sfeer van het visserijgebeuren, het doppen van de ansjovis door meisjes en het roken van de haringen in de rokerijen bij de firma’s Sterk, De Rook, Scheffer en Blaauw, natuurlijk verdwenen is en ook niet terugkomt. De stank die deze visverwerking veroorzaakte ontbreekt eveneens en niemand betreurt dat.

Ook voor deze aken heeft de tijd niet stilgestaan, gelukkig maar, want hoe authentiek ze er ook uitzien, de aandachtige toeschouwer ontdekt dat ze goed onderhouden zijn en met epoxysystemen tegen roest worden beschermd. Bijna allemaal zijn deze aken voorzien van een moderne hydraulische stuurinrichting zoals die bij Skipshelling Blom in Hindeloopen worden ingebouwd. Bijna onzichtbaar zijn ze, maar wel effectief in gebruik. Alleen de aak LE47 van wijlen Bennie Postma, die zonder roer voor de kant ligt, kon die moderne techniek niet verborgen houden.

Hydraulische besturing op de LE 47, waarbij het vierkant binnen het (nu afwezige helmhout) valt en zo onopvallend blijft, terwijl het wel zorgt voor een gemakkelijke besturing.
Hydraulische besturing op de LE 47, waarbij het vierkant binnen het (nu afwezige helmhout) valt en zo onopvallend blijft, terwijl het wel zorgt voor een gemakkelijke besturing.

Een heel andere ‘Lemsteraak’ lag in De Lemmer op haar vaste ligplaats aan de Zijlroede, bij jachthaven ‘Lemmer Binnen’, ten westen van de Zijlroedebrug: de klassieke, in 1929 bij De Boer als ‘Lemsterjacht’ gebouwde boeieraak ‘De Dolfijn’. In 2011 werd dit jacht in Drachten gerestaureerd en in 2020 verkocht. De nieuwe eigenaar heeft het 17.50 meter lange jacht voorbeeldig onderhouden en verder opgeknapt. Het ziet nu er mooier uit dan het ooit eerder is geweest. Monumentaal en een sieraad op het water. Maar schoonheid heeft z’n prijs. De quasi-werkschepen die bij André Sterk liggen, kunnen zonder al te veel onderhoud steeds direct gebruikt worden. Dat ligt bij die prachtige ‘Dolfijn’ heel anders. De eigenaar heeft namelijk rekening te houden met de gevolgen van de UV-straling die sterker dan ooit is dankzij de klimaatverandering. De staalijzeren romp van de ‘Dolfijn’ is wit geschilderd en kan op dat gebied wel wat verdragen, maar het fraai gelakte teakhout van de opbouw, het potdek, de luiken, de kuipt roer en de fraai gelakte eiken zwaarden en het roer hebben zwaar te lijden onder die zonnestraling. Houten boeiers en Friese jachten passen nog in een schiphuis en zijn dan goed beschermd tegen de zon, maar wat doe je met zo’n enorme aak? De eigenaar heeft zijn zeilmaker in de arm genomen en die heeft voor alle kwetsbare gelakte delen heel fraai effectieve beschermhoezen gemaakt. Die voorkomen dat ieder jaar met veel moeite en kosten het lakwerk bijgewerkt moet worden. Maar ja, een met UV-werende kleden en hoezen ingepakt schip nodigt niet uit om mee te varen, want eerst moet het jacht uitgepakt worden voordat je het water op kunt. Klimaatverandering in de richting die wij meemaken heeft daarom ook voor eigenaren van dergelijke fraaie platbodemjachten zo z’n nadelen en de aanpassing aan die werkelijkheid lost weliswaar een probleem op, maar leidt in de regel weer tot nieuwe problemen.

Wellicht dat een rigoureuze verschuiving van het vaarseizoen naar periodes dat de zon minder schijnt voor veel watersporters de oplossing wordt. Zelf houd ik van het voorjaar, maar ook het najaar kan heel fraai zeilweer opleveren. Waar nu de horeca in watersportgebieden nog helemaal gericht is op de zomer, daar zal bij spreiding van de watersport naar voor- en najaar de levendigheid van dorpen aan het water door verlenging van het seizoen sterk verbeteren. Dat zou wel eens een economisch belang kunnen worden om te voorkomen dat watersporters kiezen voor andere vaargebieden, waar het klimaat beter te verdragen is, dus naar het noorden, naar Scandinavië. De watersportondernemers spelen vanzelf in op deze trend zodra die eenmaal serieus wordt.


Terug naar vorige pagina