Wieringer bol

In ons standaardwerk 'Ronde en Platbodemjachten' van Mr. Dr. T. Huitema staat het volgende geschreven:

Dit vissersschip is ook wel bekend onder de namen Workumer, Makkumer en Enkhuizer bol. De Enkhuizer vissers spraken bovendien nog van aalbootje. Er zijn slechts ongeveer een tiental van deze bollen gebouwd, waarvan er nog maar enkele over zijn. Het is een rond schip, dat echter op een ongeveer 7 centimeter hoge kielbalk is gebouwd. In tegenstelling met de Lemsteraak en Wieringer aak zijn geen slemphouten tussen berghout en voorsteven aangebracht. De afmetingen bedragen ca. 7.60 x 3.05 meter. Enkele ijzeren exemplaren zijn later gebouwd. Vooral de vissers uit Enkhuizen gebruikten dit schip voor de ansjovis- en haringvangst. Aanvankelijk was dus geen bun nodig, maar toen later ook met de beug op bot werd gevist moest een bun worden geplaatst.

Er werd mee gevist bij Wieringen, Hindeloopen en Harlingen, waarbij de zeewaardigheid van dit betrekkelijk kleine schip bij zwaar weer zeer werd geprezen. De vissers waren met drie man aan boord en sliepen op een brede, dwarsscheepse kooi in het vooronder, waar bovendien nog een kachel stond. De kuip lag vol met vijfenveertig â vijftig ansjovisnetten, elk met de bijbehorende ankers van veertig pond, bakens en een twintig vadem touw. Na een goede vangst kwamen er dan nog zo' n zeventigduizend stuks ansjovis bij die, naar een oude visser verzekerde, aanvankelijk stuk voor stuk geteld, op de afslag werden afgeleverd. De laatste jaren zijn verschillende nieuwe bollen, in staal uitgevoerd, als jacht gebouwd.

Terug naar vorige pagina