Klippers

P.J.V.M. Sopers schrijft in zijn boek 'Schepen die verdwijnen':

De klipper is een van origine Amerikaans schip. Hij dankt tot zekere hoogte zijn ontstaan aan de opkomst van de stoomvaart. Tot dan toe had het zeilschip zich onder alle omstandigheden alleen moeten redden. De oude houten driemasters, die in soms betrekkelijk smalle vaarwaters moesten manoeuvreren, b.v. door den wind gaan, werden derhalve niet lang gemaakt. De gewone verhouding lengte-breedte was 4 tot 1 ongeveer. Nu men in nauwe vaarwaters zich voortaan van sleepboot-assistentie kon bedienen, kon men deze verhouding vergroten tot b.v. 5 tot 1, zelfs 6 1/3 tot 1. De lijnen konden nu scherper ontworpen worden. Een karakteristiek der klippers is, dat de steven gewijzigd werd. De oude vorm van dit onderdeel was ongeveer als bij onze tjalken. Daaraan werd sinds eeuwen het voor-uitstekend galjoen gebouwd, meer als sieraad dan als constructiedeel. De Amerikanen brachten dit deel meer in verband met den bouw van bet schip. De steven maakten zij met een binnenwaartsche bocht, waardoor hij meer vooruit kwam steken. De ruimte op het dek werd veel groter en men kreeg gelegenheid de spantvormen van het voorschip "uitwaaiend" te construeren.

Scheepstypologieën: Spiegel der Zeilvaart februari 1986 nummer 1 - Scheepstypologie Klippers deel 1

De klipper zoals wij die kennen uit de binnenvaart, werd gebouwd als ijzeren of stalen zeilschip bestemd voor de vrachtvaart. De klipperbouw vindt zijn begin in het laatste kwart van de vorige eeuw. Aanvankelijk gebouwd als zeil¬schip, werden vele klippers gemotoriseerd in de periode tussen de twee wereldoorlogen. Hoewel het tuig vaak nog lang gehandhaafd bleef na de motorisering, verdwenen de laatste echt zeilende klippers kort na de tweede wereldoorlog van onze vaarwegen. Vier factoren hebben in belangrijke mate meegewerkt aan het ontstaan van de klipper als binnen-vaartschip:

  1. De overgang van houtbouw naar ijzerbouw in de scheepvaart.
  2. De opkomst van de stoomvaart en een toenemende vraag naar snelheid.
  3. Ontwikkelingen in de Rijnvaart.
  4. De ontwikkeling van snelle ijzeren klippers in de zeevaart.

Zie ook de beschrijving van het boek Scheepstypologieën.

pdf SdZ 1986 nr01 februari - Scheepstypologie Klippers deel 1

Vereniging De Binnenvaart 2011 nummer 5 - Clippers en Klippers

Kees Touw ontrafelt in het blad "Binnenvaart" van de Vereniging "De Binnenvaart" nummer 5 van 2011 alle raadsels rond het scheepstype Klipper in de binnenvaart. ​Een boeiende reis door de geschiedenis.

In de jaren veertig en vijftig van de negentiende eeuw voeren er in Nederland enkele ijzeren binnenschepen met een kop die we nu een klipperkop zouden noemen. Het betrof hier schepen van het type stoomboot, sleepschip en als uitzondering een Rijnzeeschip. Dit was ruim voor de tijd dat de snelle clipper voor de lange afstanden hier bekend werd. Zo gezien staat de ontwikkeling van de klipperkop van de binnenschepen los van de clipper, het zeeschip. Terwijl de naam later niet losstaat van het zeeschip. De vroegste koppeling van de term klipper aan het binnenschip dateert uit 1880.

De klipper, het zeilende rivierschip, is zoals bekend, ontstaan vanuit de steve-naak. Met nog een kleine slag om de arm kan gezegd worden dat er op werf Rijkée in 1877 de eerste stevenklipper is getekend en gebouwd. De eerste generatie klippers uit de periode 1877 tot circa 1885 waren waarschijnlijk zonder uitzondering tweemastschepen van 28 tot 43 meter lang. De oudst bekende eenmastklipper is van 1887. Na 1895 worden eenmastklippers steeds groter gebouwd. Dat resulteerde in eenmast-klippers van zeker 34 meter. Voor 1895 waren schepen van die lengte altijd tweemasters. Schippers vonden een eenmast-tuig eenvoudiger te hanteren. Het gaf in ieder geval minder werk. Rond 1905 voeren er dus klippers van 34 meter met zowel een als met twee masten. Die eenmasters waren de moderne schepen. In die tijd werd er met de meeste grootste klippers niet meer gezeild en werden zij uitsluitend, al dan niet na verlenging, als sleepschip gebruikt. Nog steeds varen er enkele gemotoriseerde klippers in de reguliere beroepsvaart en geen een lijkt meer op een zeilschip. Ze zijn omgebouwd naar de eisen des tijd. Natuurlijk is iedereen bekend met de klippers die soms na jaren stilliggen om zijn gebouwd tot charterschip en zo een tweede zeilend leven zijn begonnen. Nu zien we voormalige eenmastklippers die zijn omgebouwd tot tweemastklippers. De grotere schepen die zich er voor leenden zijn zelfs tot driemasters bevorderd. 

pdf Vereniging De Binnenvaart 2011 nummer 5 - Clippers en Klippers.pdf

Waterkampioen december 1965 nr1163 - Schepenschouw De klipper

Niet alle typen van Nederlandse zeilende binnenvrachtvaartuigen stammen uit de tijd van de houten scheepsbouw. Zo werden er voor zover ons bekend, nimmer houten (binnen)klippers gebouwd. Aangenomen mag wel worden dat het type binnenvaartuig dat klipper wordt genoemd, eerst in het laatste kwart van de 19de eeuw is ontstaan. Sopers schat in „Schepen die verdwijnen" dat de eerste klippers zo omstreeks 1895 werden gebouwd, terwijl in het boekwerk „Ronde en Platbodem jachten", dat onder auspiciën van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten verscheen, de heer Blussé van Oud-Alblas als datum voor ontstaan van de bekende „Lichtstraal" het jaar 1892 noemt.
Welke reden heeft het klippertype doen ontstaan? Een modegril, de wens van een of andere onbekende binnenschipper zijn vaartuig te doen gelijken op de snelle klipperschepen uit de zee-zeilvaart? Want de echte binnenklipper heeft met deze laatste de holgebogen voorsteven - de klipperboeg - en het overhangende achterschip, doorboord voor de roerkoning, gemeen. Gemeen met onze oudere traditionele typen van binnenschepen heeft de binnenklipper het platte vlak zonder enige tilling en de zijzwaarden. De grotere exemplaren van het type werden ook gebruikt voor de kustvaart tot en met reizen naar de Oostzee toe.

pdf Waterkampioen 1965 nr1163 december - Schepenschouw De klipper