EB61 Zwarte Zee

EB61 Zwarte Zee

In het boek "Historie van de Elburger vissersvloot" schrijft Willem van Norel over de geschiedenis van het visserijnummer EB61 het volgende:
In het vlootregister van 1901 staat genoteerd dat Dirk Visscher met een punter viste onder het nummer EB61. In oktober 1912 werd het nummer EB61 uitgegeven aan Aalt Westerink. Aalt Westerink viste in de periode 1912-1916 met een punter voornamelijk met zijden botnetjes bij de kustlijn. In een bewaard gebleven document staat vermeld dat het schuitje "door den storm is vernield" en vervolgens in het register te Elburg is doorgehaald. In januari 1916 kreeg Siemen Goossensen Bzn. het vacante nummer EB61. Goossensen was afkomstig uit Harderwijk. In het voorjaar van 1924 kocht Frank Visscher (1900-1981) een botter in Harderwijk. Het was de voormalige HK53 van Peter de Boer. De (Harderwijker) botter van Frank Visscher kreeg het vacante nummer EB61. In 1931 verkocht hij de botter voor een gulden aan Kars Hagedoorn en vertrok naar Baarn. Frank Visscher besloot na zijn avontuur in Baarn terug te keren in de visserij. Hij kocht de voormalige HK25 van Jan Johannes Klaassen (Jan van Wouter). Aangezien het oude nummer nog vrij was, kon Frank Visscher zijn botter opnieuw onder het nummer EB61 laten inschrijven. Frank Visscher viste hoofdzakelijk met de dwarskuil. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog hervatte hij de kubbenvisserij, net als enkele andere Elburger vissers. Met de Harderwijker botter, die in 1936 voorzien was van een 15 PK T-Ford-motor, viste Frank Visscher tot 1946. Wegens zeer slechte staat van de schuit werd deze in dat jaar 'achter de haven gezet'.

De huidige EB61

In dat zelfde jaar 1946 jaar kocht Visscher in Urk de botter (UK50) van Jelle Kaptein uit Urk. Deze schuit kostte 5500 gulden. Kaptein had deze botter in 1941 gekocht van Van den Berg uit Genemuiden (GM54). In deze schuit was vlak voor de oorlog een 6 cylinder Chevrolet-motor ingebouwd. Vanaf de oorlogsjaren tot omstreeks 1953 viste Frank Visscher met zijn oudste zoon Dirk. Na de oorlog kwam zoon Bart bij hem aan boord. In 1947 liet Visscher op de werf van Kok in Huizen een hele nieuwe huid om de botter zetten. Deze grote timmerbeurt kostte 8500 gulden. Gedurende de opknapbeurt huurde Frank Visscher een oude Kamper botter (KP15). Bijzonder aan de EB61 was (is) dat de waterlijst achter de mast zat (zit).
In verband met de droogmaking vestigde Frank Visscher zich in 1960 met zijn gezin op Urk. De botter bleef in de Elburger haven achter en werd in oktober 1961 voor drieduizend gulden verkocht als pleziervaartuig aan een "Amsterdammer".
Vanuit Urk zetten Bart Visscher en zijn zwager Jan van der Heide (Jan de Sjorrel) de visserij op het IJsselmeer voort met een kotter. Vader Frank assisteerde hen vanaf die tijd voornamelijk met het herstellen van de netten. De kotter vaart tot op de huidige dag onder het nummer UK122.

Eigen website

Eigenschappen

Plaquette nummer:2313 Zeil nummer:
Categorie:D Tekening nummer:
Type:Botter

Bouw

Bouwjaar:1870-1890 Ontwerper:
Werf:scheepswerf Werf plaats:Urk
Motor:Inbouw Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip:Knikspant Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:13,50 m Breedte berghout:4,10 m
Diepgang:0,80 m Masthoogte water:12,70 m
Oppervlakte grootzeil:48,00 m2 Oppervlakte fok:0,00 m2
Oppervlakte botterfok:44,00 m2 Oppervlakte kluiver:19,00 m2
Oppervlakte totaal:111,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

onbekend – 1941 Dhr. Van den Berg, Genemuiden ( GM54)
1941 – 1946 Jelle Kaptein, Urk ( UK50)
1946 – 1961 Frank Visscher, Elburg ( EB61)
1961 – 1962 Een "Amsterdammer" ( Zwarte Zee (Botter lag in Monnickendam))
1962 – 1992 O. Niegisch, Marl (D) ( EB61 Zwarte Zee)
1992 – Nu (laatst bekend) Th. Niegisch, Bergisch Gladbach (D) ( EB61 Zwarte Zee)

Geschiedenis

1957

6 augustus 1957

6 augustus 1957: Elburger Courant: Begin van brand in vissersschuit

Door onbekende oorzaak ontstond vrijdagmiddag brand in de motor van de EB61, eigenaar de heer F. Visscher, in reparatie op de scheepswerf van de fa. Balk. De brandweer werd gealarmeerd, maar deze behoefde bij aankomst geen dienst meer te doen, daar inmiddels het brandje met eigen middelen was geblust. De schade aan de motor bedraagt enkele honderden guldens.

1962

1962

1962: Oswald Niegisch uit Marl koopt de 'Zwarte Zee'

In 1962 kocht een vader van de huidige eigenaar Thomas Niegisch, Oswald Niegisch uit Marl de Botter (EB61) met de naam "Zwarte Zee" in Monickendam van een Amsterdammer voor 5.000 gulden. De botter was herbouwd, had een lichte opbouw op het voordek en er was gestart met met de bouw van een kleine achterkajuit.
Oswald Niegisch bracht de Botter over naar Duitsland, Marl, Westfalen, waar hij hem liet opknappen. In 1947 had de laatste visser, Frank Fischer, de botter volledig volledig voorzien van een nieuwe huid. Omdat het echter te dun was (40 mm), werd de botter overijzerd met plaatstaal en heeft sindsdien een zwarte romp. In 1964 kreeg het schip de huidige ligplaats in Spakenburg. Daar raakt vader Oswald bevriend met visser Aart van Diermen. In Spakenburg had hij op de voormalige botter BU99 van zijn vriend Köster, het varen op een botter geleerd.

1992

1992

1992: Zoon Thomas Niegisch neemt de botter van zijn vader over

Oswald Niegisch droeg de passie voor de botter over aan zijn zoon Thomas Niegisch, die in 1992 de botter overnam van zijn vader. Hoewel de botter al vaak was gerepareerd op de Nieuwboer-werf in Spakenburg, was ze toch niet in goede staat. Dus besloot hij om de botter in het najaar van 1992 terug te brengen naar Duitsland, dit keer naar Westerkappel Velpe, nabij Osnabrück.
Het werd een complete restauratie en duurde tot mei 1996. Alles bij elkaar werd er ongeveer 9000 uur geïnvesteerd en het slechte hout werd vervangen. Thomas was houtbouwingenieur en werkte bij het houtlijmbedrijf Poppensieker & Derix. Daarom zijn een aantal spanten op deskundige wijze gelamineerd, wat een zeer lange levensduur garandeert.

1992 transport naar Duitsland voor de grote restauratie
1992 transport naar Duitsland voor de grote restauratie
1992
1992
                    Vader en zoon Niegisch
Vader en zoon Niegisch
1994
1994
1995 op de kop gedraaid
1995 op de kop gedraaid

Sinds mei 1996 bevindt de botter zich weer in de oude visserijhaven van Spakenburg, iets wat velen niet voor mogelijk hadden gehouden.

1996 terug in Spakenburg (Uit het boek "Historie van de Elburger vissersvloot")
1996 terug in Spakenburg (Uit het boek "Historie van de Elburger vissersvloot")

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht