MD3

MD3 Niet actief

Dit schip heeft een plaquette van de SSRP aan boord van een eerdere inschrijving, maar staat nu "geregistreerd" in Categorie X in het Stamboek en wordt dus gekenmerkt als 'Inactief'. Schip en eigenaar zijn op dit moment NIET "actief" aangesloten bij de SSRP als Behoudsorganisatie. De huidige eigenaar is (nog) niet in onze administratie opgenomen. Deelname aan Evenementen waarbij de eis wordt gesteld, dat het schip en de eigenaar zijn aangesloten bij dezelfde Behoudsorganisatie als onderdeel van de FVEN, is vanuit de SSRP daarom NIET mogelijk.

Dit betekent dat het schip nog onderdeel is van de Aanmeldingsprocedure (her-inschrijving) of, en dat geldt voor de meeste schepen, de eigenaar heeft het schip niet her-aangemeld en betaalt dus ook geen jaarlijkse bijdrage aan de SSRP voor Inschrijving in het Stamboek. Eventueel vermelde gegevens van schip en oud-eigenaren dateren meestal uit de periode van eerdere 'actieve' Inschrijvingen en zijn waarschijnlijk niet volledig en mogelijk niet correct. Voor dit schip kan, omdat het niet aantoonbaar voldoet aan de Criteria van de SSRP, geen Meetbrief door de KNWV worden afgegeven.
Vanwege de doelstelling van de SSRP om alle historie van de in het Stamboek opgenomen schepen vast te leggen, worden in de Schepenlijst wel de in het stamboekarchief beschikbare gegevens van dit ooit geregistreerde schip en summiere gegevens van de (oud-)eigenaren getoond.
Heeft u informatie over dit schip of bent u eigenaar en wilt u het graag weer 'activeren'? Laat het ons weten!

De marine heeft voor de Eerste Wereldoorlog vier rondspantschokkers laten bouwen op de werf van J. en K. Smit in Kinderdijk. De schepen waren bedoeld om als mijnentransportschepen ofwel torpedistenschokkers in de Zeeuwse wateren te gebruiken. Alle vier de schokkers zijn behouden gebleven, drie ervan zijn nog in de vaart als charterschip. De 'MD3' is gebouwd als KL6 in 1883.

Eigenschappen

Plaquette nummer:742 Zeil nummer:
Categorie:X Tekening nummer:
Type:Schokker

Bouw

Bouwjaar:1883 Ontwerper:De Vries Lentsch
Werf:J. en K. Smit Werf plaats:Kinderdijk
Motor: Motor type:
Materiaal romp:Staal Materiaal kajuit:Staal
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:17,80 m Breedte berghout:5,10 m
Diepgang:0,00 m Masthoogte water:0,00 m
Oppervlakte grootzeil:0,00 m2 Oppervlakte fok:0,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:0,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

onbekend – onbekend H.W. Hortensius, Marken ( MD3)

Geschiedenis

1994

mei 1994

mei 1994: Mr. A. W. Thöne uit Epe schrijft in mei 1994 in Spiegel der Zeilvaart nummer 4 het volgende:

Met heel veel plezier las ik het artikel over de Lemsteraak "Nettie" in uw nr. 2 van deze jaargang. (Overigens: ik ben altijd blij als uw blad weer met de post binnenkomt.) Maar het stuk over de "Nettie" riep ineens een hele oude herinnering in me op die ik aan u mee wil delen, naar aanleiding van een aan het eind van mijn brief te doen verzoek.
In 1947 was ik als jurist voor civiele zaken werkzaam op het Ministerie van Oorlog, nu departement van defensie. Op een dag in het voorjaar of de zomer van dat jaar verscheen aan mijn bureau een majoor van de genie. Hij vertelde, dat hij voor de oorlog officier was geweest van het toenmalige corps pontonniers en torpedisten (na de bevrijding opgegaan in de genie) en dat tot zijn materieel twee grote zeilende schokkers hadden behoord. Die waren natuurlijk in handen van de bezetters gevallen. Nu was hem ter ore gekomen dat die schokkers in het bezit waren geraakt van vissers aan de Moerdijk en hij vroeg zich af of daar niet een onrechtmatige transactie met de bezetters aan ten grondslag zou liggen, zodat de schokkers waar hij blijkbaar erg op gesteld was geweest, teruggevorderd konden worden.
Wel, dat was iets wat me heel erg aansprak Ik heb van jonge leeftijd af gezeild en was erg épris geraakt van ronde en platbodemschepen. Ik heb dadelijk een zgn. staffcar gerequireerd, a.h.w. een bestelauto ingericht als een kantoortje, met tafel, stoelen, kastje en een klein tafeltje met stoel voor een typist. Ik nam een sergeant-schrijver mee die ook de auto bestuurde. Zo ben ik langs de havens aan het Hollands Diep gaan rijden op zoek naar de schokkers van de majoor. Er waren meer schokkers in gebruik bij vissers, maar op aanwijzing van Moerdijkers en Lage Zwaluwers „vond" ik de schepen die ik hebben moest. Ik was verschillende „instanties" afgegaan en ik hoorde inwoners, vissers, die me konden vertellen in mijn rijdende kantoortje wat ze van de transacties met de bezetter wisten en dat was nogal wat. Men wist in die dorpen alles van elkaar en wie in de oorlog goed geweest was, zoals we dat noemden, wilde anderen die zich met de bezetter hadden ingelaten en als dubieus werden beschouwd niet dekken.
Ik heb alle verklaringen behoorlijk laten opschrijven en ondertekenen. De bezitters van de schokkers kreeg ik niet te pakken, die waren aan het vissen. Maar ik had genoeg en ben met alles naar mijn bureau teruggekeerd. Vervolgens heb ik voor de Staat een verzoek ingediend bij het toentertijd bevoegde gerecht om teruggave van de schokkers. Ik kon dat zelf doen, voor een procedure van dien aard was een procureur niet vereist. Zelf was ik een tijd advocaat en procureur geweest, maar in die tijd was ik niet als zodanig ingeschreven. De vissers voerden verweer, door middel van een advocaat. Tot pleidooien toe. Ik deed alles met buitengewoon veel plezier, omdat ik graag de schokkers wilde redden voor de majoor, nog afgezien van het rijksbelang. Dadelijk na de pleidooien verliet ik het ministerie om een andere betrekking te aanvaarden. Maar toen ik daar een week of zes bezig was, verscheen een briefkaart van mijn oude ministeriecolle ga's met de tekst: „Je hebt je schokkers terug!" Enorm plezier, dus.
Nu, na het lezen over de 'Nettie' en de torpedisten, ben ik nieuwsgierig geworden naar de verdere lotgevallen van mijn schokkers. Er zijn bijna 50 jaar verstreken. Zou er iemand zijn, die het weet? Zouden er lezers van uw blad zijn die weten waar twee zeilende schokkers van de genie die in 1947 nog aanwezig waren, gebleven zijn? Een recherche, beginnend bij het departement van defensie en dan verder lijkt mij wat boven mijn krachten te gaan. Welke namen de schokkers droegen weet ik niet meer.

Mr. A. W. Thöne uit Epe

juni 1994

juni 1994: L. Kooijman uit Den Oever reageert in Spiegel der Zeilvaart van juni nummer 5

In antwoord op de brief in SdZ 1994 nr. 4 reageer ik op de brief van mr. A.W. Thöne te Epe.
Er zijn vier schokkers geweest.

  • De eerste is door mijn opa gekocht in 1922 en had als nummer KL6. Het schip is later in de Bruine Vloot terecht gekomen als MD3 in Enkhuizen. Op de KL6 heb ik van mijn 15 tot 25ste jaar gevaren.
  • De tweede schokker is de KL23 en is bergingsvaartuig op het kanaal van Eindhoven.
  • De derde was de KL26 en de laatste thuishaven was Lauwersoog.
  • De laatste was de "Witte Olifant" en had het nummer KL11.

De andere schokkers waren Urker schokkers, ze waren van hout. 

Tot slot heeft de heer Frits Loomeijer een paar jaar geleden in Schuttevaer een artikel over de vier schepen geschreven.

L. Kooijman, Den Oever

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht