Zompen

Dit vaartuig is afkomstig uit de omgeving van de rivier de Regge in Overijssel. De plaats Enter was het centrum van de bouw van deze eigenaardige binnenschepen. Voordat men in deze provincie een goed kanalenstelsel had gegraven kon de scheepvaart slechts gebruik maken van enkele riviertjes. De Vecht, met de zijriviertjes de Dinkel en de Regge, en de Schipbeek waren hiervan de belangrijkste. In de zomermaanden konden deze vrijwel droog staan. Om de scheepvaartverbindingen te continueren werden door de zompschippers zanddammen opgeworpen. Wanneer het water hoog genoeg gestegen was, werden de dam men doorgestoken en konden de zompen met de stroom meevaren. Naast zanddammen werden ook wel de afneembare bovenboorden van de zompen gebruikt om het water te laten stijgen.

Zompen waren tijdens de 18de en de eerste helft van de 19de eeuw de vrachtvaarders van Oost-Nederland. Ze voeren zelfs over de Zuiderzee naar Amsterdam. Maar meestal beperkten de zeereizen zich tot de kuststroken van Overijssel en Zuidwest-Friesland.

Naast Enter werd de zompvaart ook onderhouden vanuit andere plaatsen in Overijssel. Zo behoorden in 1845 tot de binnenvloot van de plaats Lochum twee zompen van 10 ton, een van 9 ton en een van 7 ton; van Borculo twee van 9 ton, zes van 8 ton en drie van 7 ton; van Eibergen drie van 9 ton, zestien van 8 ton en drieendertig van 7 ton. Vanuit de omgeving van Enter werden onder meer klompen, eikenhout, houtskool, jutezakken en hammen vervoerd. Op de terugreis klomphout (wilg of populier), riet, suikerbieten en dakpannen. De eerste berichten over de Enterse schippers dateren van 1631. In 1674 woonden in deze plaats veertig schippers, in 1750 zeventig en in 1795 drieëntachtig.

Het hoogtepunt van de Enterse zompvaart lag tussen 1800 en 1830. Toen voeren er circa 120 zompen vanuit Enter en omgeving. In 1890 was het aantal gedaald tot 17. In 1900 waren er nog een vijftiental en in 1923 slechts twee.

Oproep van J.P.G. Thiebout in de Waterkampioen van februari 1939

Vereniging De Binnenvaart' 2010 nummer 2 - Zompenvaart

Eeuwenlang zijn rivieren als de Regge, Schipbeek, Dinkel en zelfs grote broer de Vecht belangrijke vaarwegen geweest. Via de Vecht waren Kampen, Zwolle en de toenmalige Zuiderzee bereikbaar voor schippers uit het oosten van de provincie, en daarmee het gehele land. Inmiddels is er veel veranderd in de binnenlandse scheepvaart en komt er op deze kleine vaarwegen geen commerciële scheepvaart meer voor. Op de smalle en vooral ook ondiepe binnenwateren werd in die tijd gebruikt gemaakt van een scheepstype met platte bodem, een zogenaamde 'zomp'. De tonnenmaat van een dergelijk vaartuig varieerde tussen de twintig en dertig ton. Er kon mee worden gezeild, maar vaker werden zij voortgeboomd of vanaf de oever met een zogenaamde 'spriet' voortgeduwd.

pdf Vereniging De Binnenvaart' 2010 nummer 2 - Zompenvaart

Spiegel der Zeilvaart mei 2015 nummer 4 - Scheepvaart ten Oosten van de IJssel deel 1: Enterse Zompen op de Regge

Wim de Bruijn belicht in samenwerking met de Regionale Stichting Enterse Zomp en met behulp van Gerrit Schutten de geschiedenis van de Zompen in een aantal artikelen in de Spiegel der Zeilvaart:
Tot het begin van de vorige eeuw was er veel scheepvaart op rivieren als de Berkel, de Regge, de Overijsselse Vecht en op de Schipbeek. Er werd vooral met zompen gevaren, platbodems van 7 tot 12 meter lengte, die al dan niet gezeild of geboomd werden. Met de komst van goede wegen, de aanleg van spoorlijnen en de Overijsselse kanalen verdween deze scheepvaart. Dankzij initiatieven van particuliere stichtingen varen er inmiddels weer tien nieuwgebouwde zompen en potten. Niet meer met vracht, maar met toeristen. In vier artikelen wordt deze scheepvaart van weleer belicht en volgen we de nieuwe ontwikkelingen. We beginnen op de Regge. 

pdf SdZ mei 2015 nummer 4 - Scheepvaart ten Oosten van de IJssel - Enterse Zompen op de Regge

Spiegel der Zeilvaart juni 2015 nummer 5 - Scheepvaart ten oosten van IJssel deel 2: Zompen op de Berkel

Het oosten van het land heeft zijn varenstraditie ontdekt. De afgelopen jaren verschenen alleen al op het riviertje de Berkel vier nieuwe zompen op het water. In de serie Scheepvaart ten Oosten van de IJssel gaan we dieper op dit enthousiasme in. En op de plannen die van de Berkel weer een mooi en interessant vaarwater voor toeristen moeten maken. De Berkel ontspringt in Duitsland, stroomt in Nederland door de Achterhoek en mondt bij Zutphen in de IJssel uit. Bij de bron in Billerbeck ligt het niveau op 125 meter boven NAP. Het Duitse deel van de Berkel is ongeveer 60 kilometer lang, het Nederlandse 50 km. Over die eerste 60 km is het verval al 100 meter. De eerste tientallen kilometers oogt de Berkel als een meanderende beek. In het dorp Rekken, enkele honderden meters op Nederlands grondgebied, is jaren geleden een zandvang gerealiseerd. Dat is een verbreding, waar het meegevoerde sediment kan bezinken. Vanaf daar werd de Berkel gekanaliseerd. Ten oosten van Haarlo takt de Bolksbeek af die via het Twentekanaal in de Schipbeek uitmondt. 

pdf SdZ juni 2015 nummer 5 - Scheepvaart ten oosten van IJssel deel 2 Zompen op de Berkel

Spiegel der Zeilvaart juli-augustus 2015 nummer 6 - Scheepvaart ten oosten van de IJssel deel 3: Potten op de Schipbeek en de Buurserbeek

In 1663 was er een opbloei van de scheepvaart op de Schipbeek, de scheepvaart op de Berkel was toen in opkomst. Maar aan het begin van de 18e eeuw verloor de stroom, met de economische neergang van Deventer, een groot deel van zijn transportfunctie. Rond 1746 kwam daar verandering in toen de Deventer ondernemer Hendrik Lindeman de bevaarbaarheid liet verbeteren. Vanaf die tijd maakten per dag weer zo'n twintig tot dertig zompen gebruik van deze beek. Wat getallen: In 1750 kwamen er soms meer dan honderd schuiten per week langs de Schipbeek in Deventer. Ze brachten goederen uit de omgeving van Almelo en de rest van Twente. Er kwamen ook wel vlotten met twee tot driehonderd kanthouten in Deventer aan In de tweede helft van de 18e eeuw werd de Schipbeek voltooid. Het vaarseizoen was afhankelijk van de wateraanvoer en liep van 21 november tot 25 maart, er werd dan veel gevaren.

pdf SdZ juli-augustus 2015 nr06 - Scheepvaart ten oosten van de IJssel deel 3 Potten op de Schipbeek en de Buurserbeek

Spiegel der Zeilvaart september 2015 nummer 7 - Scheepvaart ten oosten van de IJssel deel 4: Vechtezompen op de Overijsselse Vecht

Het oosten van het land heeft zijn varenstraditie ontdekt. Er verschenen al veel nieuwe zompen op het water, daarover schreven we in de vorige afleveringen van deze serie. De nieuwste plannen betreffen twee Vechtzompen die gaan varen op de Overijsselse Vecht. Uiteraard niet meer met vracht maar met toeristen. In het westen van Overijssel werd vroeger nooit gesproken over zompen, maar over Vechtezompen, naar de rivier waarop ze voeren. Toch werden ze altijd in Enter gebouwd, net als de zompen. Men kende er twee soorten: lösse zompen met losse boeisels, ook wel pegzompen genoemd en opgeboeide zompen met een berghout. Dat woord peg is afgeleid van het peghöltien, een 25 cm lang houtje, iets gebogen en aangescherpt als een mesje. Bij warm weer drukte de schipper de pek er weer mee in de naden. Ook werd er wel een mengsel van as en bruine teer mee in de naden gedrukt om ze weer waterdicht te maken.
Het laadvermogen van de lösse zompen varieerde van 12 tot 16 ton. Er waren ook zompen van 24 ton. Er is zelfs een beurtschip op Leeuwarden bekend van 48 ton, die nog wel de vorm van een zomp had. Men sprak dan ook wel van een dubbelzomp. In de punt van de pegzomp was een vooronder met helemaal voorin een klein kacheltje of . Men sliep op een bank van planken tegen het achterschot van het vooronder. Ze voerden het grote spriettuig met twee sprieten in een vierkant grootzeil. Er kon snel zeil worden geminderd door er één spriet uit te halen en de top te laten vallen. Die werd dan met een lijntje tegen de mast gebonden en het zeil werd uitgehouden door één grote spriet.

pdf SdZ aug-sept 2015 nummer 7 - Scheepvaart ten oosten van de IJssel deel 4: Vechtezompen op de Overijsselse Vecht