AM1

AM1

Er waren twee hellingen in Huizen, Joost Kok, de bekendste, aan de westkant van de oude havenkom en Schaap. Daar werd in 1890 de HZ40 gebouwd voor visser Jacob Koeman, de prijs lag rond de 2500 gulden. Hij viste vooral op haring en ansjovis. Maar omdat het een snelle botter bleek, werd de HZ40 ook koopschuit. De vis werd bij andere vissers opgekocht en snel naar de afslag gezeild.

De Huizer vloot werd kleiner. Door overbevissing - toen al - werd de vangst minder. In 1919, na de Eerste Wereldoorlog, liep de afzet naar het ingestorte Duitsland terug. Door de aankondiging van de Zuiderzeewet  verdween alle perspectief en het werd moeilijk nog een jonge knecht aan boord te krijgen. De Huizer haven verzandde en door de Afsluitdijk bleven haring en ansjovis weg. Het was gebeurd, slechts een klein aantal botters bleef doorvissen.
De HZ40 werd verkocht naar Spakenburg en werd nu de BU99. Hendrik Heinen viste op paling en snoekbaars tot in de jaren vijftig. Zuid-Flevoland werd ingepolderd. Dit is alles wat we weten uit de visserijperiode van deze botter, bar weinig dus.

Naar aanleiding van het Almeerse Botterfestival 2000 ontstond in het plan een gemeentebotter in de haven te krijgen, gevaren voor en door de inwoners van Almere. In 2001 bestond Almere 25 jaar. De wethouder was tegen, maar de gemeenteraad stemde voor. De stichting tot behoud van de Almeerse botter kocht de BU99, met Urk als thuishaven, van Nico Veerkamp en doopte haar om tot AM1.

Eigen website

Eigenschappen

Plaquette nummer:1942 Zeil nummer:
Categorie:A Tekening nummer:
Type:Botter

Bouw

Bouwjaar:1890 Ontwerper:Gebr. Schaap
Werf:Gebr. Schaap Werf plaats:Huizen
Motor:Inbouw Motor type:Timray TMD 58Di 43,3/3000, nr. 584120506, 58 pk
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip:Knikspant Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:13,83 m Breedte berghout:4,37 m
Diepgang:0,95 m Masthoogte water:13,50 m
Oppervlakte grootzeil:49,10 m2 Oppervlakte fok:0,00 m2
Oppervlakte botterfok:45,30 m2 Oppervlakte kluiver:27,50 m2
Oppervlakte totaal:121,90 m2 Oppervlakte overig:37,11 m2

Register Varend Erfgoed Nederland

Registratie nummer:3285 Registratie datum:14-12-2018
Geregistreerd als:Varend Monument®

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1890 – 1926 Jacob Koeman, Huizen ( HZ40)
1926 – 1958 Hendrik Heinen, Spakenburg ( BU99)
1958 – 1960 Een Amsterdamse Kousenkoopman?, Amsterdam
1960 – 1969 Dr. Hans D. Köster, Recklinghausen (Dld) ( Jan Wellem)
1969 – 1974 Horst Kuhlemann en H.G. Krämer, Schliersee/Bayern (Dld) / Hagen (Dld) ( Jan Wellem)
1974 – 2000 N. Veerkamp, Urk ( BU99)
2000 – Nu (laatst bekend) Stichting tot behoud Almeerse botter, N.P. Van Duijn, Almere ( AM1)

Geschiedenis

2009

9 mei 2009

9 mei 2009: Achtergronden van de AM1

Weekblad Schuttevaer de Erfenis Botter AM1

De in dit artikel genoemde maten van de Botter kloppen niet. Zie daarvoor bovenaan genoemde maten.
De in dit artikel genoemde maten van de Botter kloppen niet. Zie daarvoor bovenaan genoemde maten.

Eeuwenlang visten botters op het zuidelijk gedeelte van de Zuiderzee. Zware, robuuste, eiken vissersschepen met een brede, volle, hoge kop. Ook al hebben ze geen hoog tuig, de grote botterfok loopt ver door achter de ongestaagde mast en door de spleetwerking, draagt ze flink bij aan de goede zeileigenschappen. In 1800 stonden er 500 botters geregistreerd. Elke vissersplaats had zijn eigen type.
Gewild waren de snelle Gooise botters met hun hoge kop en geveegde kont uit Huizen. Vroeger zaten hier 18 rokerijen. In 1880 had Huizen nog 125 botters, de goede treinverbinding zorgde voor een ruime afzet in Nederland en Duitsland. Er werd vaak in span gezeild, twee botters trokken een groot kuilnet tussen zich in door het water. Na de aanleg van het Noordzeekanaal in 1876, visten de Huizer vissers zelfs op schol, met de kor vanuit IJmuiden op de Noordzee.
Er waren twee hellingen in Huizen, Joost Kok, de bekendste, aan de westkant van de oude havenkom en Schaap. Daar werd in 1890 de HZ40 gebouwd voor visser Jacob Koeman, de prijs lag rond de 2500 gulden. Hij viste vooral op haring en ansjovis. Maar omdat het een snelle botter bleek, werd de HZ40 ook koopschuit. De vis werd bij andere vissers opgekocht en snel naar de afslag gezeild.

Paling

De Huizer vloot werd kleiner. Door overbevissing - toen al - werd de vangst minder. In 1919, na de Eerste Wereldoorlog, liep de afzet naar het ingestorte Duitsland terug. Door de aankondiging van de Zuiderzeewet verdween alle perspectief en het werd moeilijk nog een jonge knecht aan boord te krijgen. De Huizer haven verzandde en door de Afsluitdijk bleven haring en ansjovis weg. Het was gebeurd, slechts een klein aantal botters bleef doorvissen.
De HZ40 werd verkocht naar Spakenburg en werd nu de BU99. Hendrik Heinen viste op paling en snoekbaars tot in de jaren vijftig. Zuid-Flevoland werd ingepolderd. Dit is alles wat we weten uit de visserijperiode van deze botter, bar weinig dus.

In de jaren-60 werd er niet meer met de HZ40/BU99 gevist

In 1960 kocht Dr. Hans D. Köster uit Recklinghausen de botter en noemde haar 'Jan Wellem'. Hij schilderde het boeisel wit, maakte een WC-hokje in de kuip en zette op het voordek een grote ijzeren koekoek. In 1974 kocht Nico Veerkamp als 15-16 jarige jongen de botter. Hij vond het schip bij Bolsward, kaal en en met een A-Ford. In een aantal jaren werd de botter door hem gerestaureerd. Toen het schip naar Almere werd verkocht, zette hij de zeilen over naar z'n nieuwe Lemsteraak, die ook de naam BU99 kreeg.

De BU99 heet 'Jan Wellem', in de nieuwe haven Koudum, 1972-1973
De BU99 heet 'Jan Wellem', in de nieuwe haven Koudum, 1972-1973

Leerling Nico Veerkamp

‘Het was in 1974. Ik was nog een jongetje van vijftien, zestien jaar, net klaar met de middelbare school’, vertelt Nico Veerkamp. ‘Ik kon de kale botter met A-Ford voor 2500 gulden kopen. Ze lag in een kanaal bij Bolsward.

Met een sleepboot sleepten we haar naar Haarlem. Daar kon ze voor niet al teveel geld de kant op. Het hele onderwater schip zat in het blik. Toen we dat voorzichtig lostrokken, kwam het hout mee. De botter was rot, alles moest worden vernieuwd. Ik ging de hele zomervakantie bij de werf van Zeger Nieuwboer in Spakenburg aan de gang. Hij kon wel een gratis hulpje gebruiken. Daar heb ik in zes weken heel veel geleerd, zoals mallen maken en gangen branden. 

Scheepswerf het Kromhout in Amsterdam

Daarna kon ik via mijn vader terecht op de werf Het Kromhout, lekker dichtbij. Daar restaureerden Roelof van der Werf, Erik Slagmolen en Johan Prins houten schepen en bouwden sloepen. Ook van hen heb ik veel geleerd. Ik mocht er de grote lintzaag gebruiken, zaagde de eiken spanten en bracht ze naar Haarlem. Naast de stoomhelling lag er ook nog een in onbruik geraakte sledehelling. Samen met Harry Bootsma heb ik die weer met een U-balk en betonblokken gangbaar gemaakt en we hebben eerst zijn botter, de VD153, helemaal vernieuwd.  Daarna kwam de BU99 aan de beurt.

Duur hout

‘In drie jaar is al het hout vervangen. Ik had weinig geld, het hout bleek de grootste kostenpost. We moesten 1500 gulden voor een eiken stammetje neertellen en die was zo weg getimmerd. Ik heb de BU99 25 jaar gehad en er fanatiek wedstrijden mee gezeild. Als de botter aan de wind flink had liggen te stampen, begon ze te lekken. Om de paar jaar moest je alle naden breeuwen. Om het onderhoud te verminderen, heb ik toen hetzelfde gedaan als de oude vissers deden. Ik heb het hele onderwaterschip alleen niet in blik, maar met vier millimeter plaat bekleed, met flink veel vet tussen het hout en ijzer. Dat werkte goed, alleen de naad tussen hout en ijzer bleef kwetsbaar. Daarna zijn we jaren van het lekken en het breeuwwerk geweest. Alleen de professoren van Botterbehoud hebben deze originele oplossing nooit kunnen waarderen. Vele jaren heeft de BU99 met zijn vaste wedstrijdbemanning steevast elke hardzeil-wedstrijd voor botters gewonnen. Maar er volgden ook heftige discussies over hoever je mocht gaan om zoveel mogelijk snelheid te halen uit zo’n oude botter. Kwade tongen beweerden zelfs, dat de BU99 doormidden gezaagd werd en met een meter verlengd. Dat beek bij de laatste hellingbeurt niet te kloppen, maar wel is in ijzer de achtersteven rechter op gezet en de scheg langer geworden, zodat de kont nu smal en geveegd is. Een klapschroef, balansroer en een loefbijter dragen natuurlijk ook bij tot een grotere snelheid. Voor de Vereniging Botter Behoud gaat dit allemaal veel te ver, zij zijn onverbiddelijk: eerbied voor de historie moet voorop staan. Alleen botters die zijn teruggebracht in de staat, zoals ze oorspronkelijk onder zeil gevist hebben, kunnen lid worden.

Gemeentebotter Almere

Naar aanleiding van het Almeerse Botterfestival 2000 ontstond het plan een gemeentebotter in de haven te krijgen, gevaren voor en door de inwoners van Almere. In 2001 bestond Almere 25 jaar. De wethouder was tegen, maar de gemeenteraad stemde voor, zo ging het verhaal. 

In 2017 is de historie van de aanschaf door de gemeente Almere uitgezocht in de gemeentearchieven rond 2001, en er zijn wat ambtenaren uit die tijd gesproken. Er is niets te vinden in de archieven van gemeenteraad en zelfs niet in die van het college. Vermoedelijk is het op de achtergrond allemaal geregeld. En dat kan alleen een wethouder doen. Dat kon nog in die tijd, als het doel maar deugde. En dat deed het. Dan verschijnt zoiets ergens in de bijlagen van de jaarrekening onder een vage titel en de transactie is onvindbaar. De aankoop oorkonde is wel bewaard gebleven. 

In 2001 is een stichting opgericht, De Stichting tot Behoud van de Almeerse Botter AM1. De gemeente  kocht de BU99, met Urk als thuishaven, van Nico Veerkamp en doopte haar om tot AM1. Vervolgens werd de AM1 overgedaan aan de stichting voor een euro. De eerste vrijwilligers hebben het bottervaren geleerd van de Urkers. Die Urkers hebben het scheepsnummer BU99 gehouden en bouwden een Lemster Aak. Die ligt nu mooi te wezen op Urk; nummer BU99.

Restauratie 2010

In 2010 vond een uitgebreide en kostbare restauratie plaats op werf De Hoop in Workum. De ijzeren beplating is verwijderd, waardoor 3,5 ton loodballast nodig was. Veel gangen en het vlak zijn vervangen, de hele achterkant ook. Op de foto's is te zien hoe rigoureus de restauratie was. Het is nog steeds een snelle zeiler. De gegeven maten zijn actueel. In 2010 werd de AM1 weer volledig lid van de Vereniging Botter Behoud.

Gezien de veel te lange giek is de romp wel degelijk langer geweest dan nu, denken we (verlengd door de Urkers, zeggen die kwade tongen), en bij deze restauratie in 2010 weer teruggebracht tot de oorspronkelijke lengte.

2018

2018

2018: Foto's

Voorjaar 2017 Onderhoud
Voorjaar 2017 Onderhoud
Drooggevallen op het Wad 2017
Drooggevallen op het Wad 2017
Den Oever 2017
Den Oever 2017
Voorjaar 2018
Voorjaar 2018

2019

11 juli 2019

11 juli 2019: Aanvullingen van Nico van Duijn van de Stichting tot Behoud Almeerse Botter

Er is de afgelopen veel onderzoek gedaan naar de onderdelen en de historie van de botter en we hebben met diverse oud-eigenaren gesprekken gevoerd. Er is nieuwe informatie naar boven gekomen,. maar de zoektocht is natuurlijk nog niet ten einde. Weet u nog meer? We horen het graag.

Leeftijd onderdelen

Voor zover we weten, een overzicht van de leeftijd van een paar onderdelen. Van de botter uit 1890 is in feite alleen het ijzerwerk achter de mast nog uit die tijd. Het gedichtje op het deurtje is de originele tekst. Alle hout is in die 130 jaar natuurlijk meerdere keren vervangen. Hout aan een botter gaat geen 130 jaar mee. Voortdurend is hier en daar reparatie of vervanging nodig. Maar het is mogelijk dat houten wantjes in het vooronder wel uit die tijd stammen. In 2019 bijvoorbeeld is een nieuw boeisel stuurboord achter geplaatst, een gang aan stuurboord en twee dekenpoten.

Voordek
In 1979 geplaatst, Iroko hardhout. Op een plaat, geheel gesloten, niet doorboord, licht bollend. Richels op de plaat gemaakt en daarop de houten delen vastgezet.

Zeilwerk
Vervangen in 2000.

Klaptop
De mast is te hoog voor de standaardhoogte van vaste bruggen, 12.50 m. Daarom is er een klaptop gemaakt, met een neerhaal en opzetmechanisme dat steeds verbeterd wordt. Bovenop zit een hemelboender, ten teken dat het schip is afbetaald, met het traditionele bladgoud.

Zwaarden
Eén is in 1979 gemaakt, de ander in 2003. In 2019 trad een breuk op in het stuurboordzwaard. Dit is gerepareerd met draadijzer erin gefreesd en met epoxy afgedekt, en een kleine beugel om de breuk, ook erin gefreesd. Na lakken niets meer van te zien. In 2019 is de ijzeren band om de hele zwaarden vervangen door een band van RVS.

Onderwaterschip
Dit is in feite geheel nieuw, in 2000, toen het stalen doodskleed is verwijderd. De bun is gesloten, geen kaarborden.

Grootzeil, fok, kluiver
Het oude grootzeil is vermoedelijk – verhalen van eerdere eigenaren - uit de jaren zeventig. Fok, kleine en grote kluiver waren van 2009, allemaal van clipper canvas. In 2019 waren grootzeil en fok toch wel erg uitgelubberd. Grootzeil, fok en kluiver zijn nieuw aangeschaft, nu van dacron, tot afgrijzen van de museale stroming binnen de Vereniging Botter Behoud. Maar ja, dit is vormvaster en makkelijker te hanteren.

Eerdere eigenaren

In 2018 zocht de familie van Hendrik Heijnen uit Bunschoten contact met ons. We hebben met ze gevaren. Er zijn foto’s en gegevens over de BU99 uitgewisseld. Hendrik Heijnen heeft er mee gevist van 1926 tot 1958 toen hij zijn visvergunning inleverde.
Het schip is verkocht aan een kousenkoopman, wellicht uit Amsterdam. Van hem heeft Hans D. Köster, te Recklinghausen het schip gekocht in 1960. De BU99 kreeg de naam 'Jan Wellem'.
In 1969 is het schip overgedaan aan Horst Kuhleman. Die familie Kuhlemann nam in 2018 contact met ons op. Met de familie Kuhlemann hebben we ook varen. Het was een warm weerzien voor de 78-jarige Horst, nog éénmaal aan het roer te mogen staan. Horst Kuhlemann heeft een fraai model van de BU99 bij hem thuis staan. Hij vertelt dat het schip eind 1973 gestrand is bij Gaast, bij sterke NW wind en motoruitval.
Twee vissermannen uit Hindelopen hebben het schip losgetrokken, overigens tegen de wens van de schipper. Op de werf De Bolder in Makkum bleek later dat de hoofdspant gebroken was. Het schip was total loss.  Zo vond Nico Veerkamp uit Urk het schip, in de sloot bij Bolsward, met die oude A-Ford motor erin.

Er was nog een AM1

Overigens, een zijpaadje, er is nog een AM1 geweest. Gebouwd in 1925 als Noorse walvisjager, werkte als mijnenveger in de 2e Wereldoorlog en daarna weer walvisjager voor de Nederlandse Willem Barentsz, toen Peru en toen Zuid-Afrika. Deze AM1 is vergaan in 1958.

Er was nog een BU99

Een eerdere BU99 botter is gebouwd in 1783, in 1882 geregistreerd als BU99. Die eerste BU99 uit 1783 was van de over-over-grootvader van Hendrik Heinen, die ook Hendrik Heyne heette. Het schip en het nummer bleven in de familie. Van die overdracht van werf naar koper bezit de familie een zilveren lepel met inscriptie “Ter gedagtenis van de botter van Hendrik Heyne Ao 1783”. 

Historisch anker

Een dreganker van de BU99 is gevonden bij het sleuven graven in de nieuwe polder Zuidelijk Flevoland – drooggevallen in 1968. Van welke BU99 dit anker is, die uit 1890 of die uit 1783, dat blijft onzeker. Dit anker ligt in de tuin van een eerdere Urker eigenaar, bij ons bekend. Het anker ligt daar goed, hoewel we stiekem gehoopt hadden het op onze steiger te kunnen zetten.

Maten

In 2018 is het schip opnieuw opgemeten. En de gegeven zeilmaten zijn die van de nieuwe zeilen van 2019.

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht