Atalante

Atalante

In 1938 ontving Melis van Duivendijk opdracht van de gebroeders Rem en Co van Tijen voor de bouw van een hoogaarsjacht. Het was crisistijd, en om zijn zoons Simon en Dirk aan het werk te houden nam vader Melis genoegen met een bouwsom van f 3500, zeilklaar, zonder motor. Dit was niet meer dan de kostprijs.Het schip is bij uitstek een representatief voorbeeld van een goed gelijnde Zeeuwse jachthoogaars! 

Het benodigde eikenhout voor het zeilwerk werd door Simon en Dirk met de hand uit een stam gezaagd met een kraan­zaag: één man boven en één onder (de slechtste plaats vanwege het zaagsel). Een zware klus. Het teakhout dat werd verwerkt was afkomstig van afge­dankte marine-sloepen die werden gekocht van Domeinen.

In een later stadium is er van de 'Remcoline' een officiële bouwtekening gemaakt, nog terug te vinden in het gemeentelijk archief van Tholen.
In een later stadium is er van de 'Remcoline' een officiële bouwtekening gemaakt, nog terug te vinden in het gemeentelijk archief van Tholen.

Eigenschappen

Plaquette nummer:97 Zeil nummer: VB24
Categorie:A Tekening nummer:
Type:Hoogaars

Bouw

Bouwjaar:1938 Ontwerper:M. van Duivendijk
Werf:M. van Duivendijk Werf plaats:Tholen
Motor:Inbouw Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:Eikenhout
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:Kielbalk

Afmetingen

Lengte stevens:11,98 m Breedte berghout:3,90 m
Diepgang:0,90 m Masthoogte water:13,00 m
Oppervlakte grootzeil:40,00 m2 Oppervlakte fok:17,50 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:12,50 m2
Oppervlakte totaal:70,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1938 – 1940 R. ten Thije directeur Waterstaat ( Remcoline)
1940 – 1944 Rijkswaterstaat Hoorn, Hoorn ( Remcoline)
1944 – 1945 Bezetter Hoorn ( Remcoline)
1945 – 1947 Mevr. ten Thije ( Remcoline)
1947 – 1954 H. de Koster, Leiden ( Marya)
1954 – 1959 H.W. Beckering, Slikkerveer ( Atalante)
1959 – 1973 S.L. Mansholt, Brussel ( Atalante)
1973 – 1974 J. Aakster, Amsterdam ( Atalante)
1974 – 2014 A.A. Eecen, Le Paradou ( Atalante)
2014 – Nu (laatst bekend) L.H. Schot, Vlissingen ( Atalante)

Geschiedenis

1945

1945

1945: Tweede Wereldoorlog

In 1942 is de Heer R. ten Thije tijdens een verhoor in Duitsland omgekomen. Na Mei 1945 was Mevrouw ten Thije eigenaar van de 'Remcoline'. Daar zij dit niet aankon heeft zij het jacht In 1947 verkocht aan Dhr. H. de Koster. Deze heeft de naam veranderd in 'Marya' (dit is Hongaars voor 'Maria').

1989

november 1989

november 1989: Watersporttijdschrift "Watersport": Interview met oud-eigenaar Sicco Leendert Mansholt

Van klein naar groot

Als kind van zes heb ik al leren varen. In 1914 in de Eerste Wereldoorlog. In zo'n klein sloepje, met zoals ik altijd zeg schootje en roertje. Niet over een katrolletje, maar direct in de hand. Zo hebben mijn kinderen het ook geleerd. Ik kreeg les van een oom, mr. Andreae, een advocaat uit Sneek. Een bekend Regenboogzeiler - de 24. Daarin leer ik 't jullie niet, zei hij. Je leert 't alleen maar in een tjottertje, een rondscheepje met zwaarden, een gaffel en losse broek.
Ik moet zeggen: hij had gelijk. Varen in rond- en platbodemjachten is echt zeilen. Totaal verschillend van de moderne zeilerij. Je speelt met je zeil, de stand van de gaffel en de broek en natuurlijk je zwaard. Eén van de belangrijkste punten. Met het zwaard laat je je schip zeilen zodat je je roer er niet bij nodig hebt. De Hoogaars kon zeilen op het zwaard. Je trok 't wat naar voren of naar achter. Het zwaard was 3,60 meter lang; dat betekent dat je ook bijna zo diep steekt. Daar zeilde je op. Met name aan de wind speelde je met je zwaard. Het schip liep er mijlen op door. Ik had er geen lieren op. Alles deed ik met het derde handje. En dan ook je fok en Huiver. De stand ervan is belangrijk. Zet je je Huiver voorop de boom of meer naar achter. Het gaat om de spleetwerking; die moet je regelen. Ronde en platbodems, dat is hét varen. Die Tholense Hoogaars heb ik in 1958 gekocht van de toenmalige directeur-generaal van Waterstaat, Ten Thije. Het schip was in 1937 gebouwd bij Van Duivendijk.
Een broer van Ten Thije was ingenieur bij Fokker. Die heeft de zwaarden als vliegtuigvleugels berekend. Hij tekende alle profielen. Of de werf ze zo maar wilde maken. Het schip is op het oog gemaakt; er zijn geen tekeningen van. Bij de overdracht vroeg hij de tekeningen van de zwaarden terug. Ze zaten onder een dikke laag stof. Ze waren ook niet gebruikt. Bij nameting bleken de zwaarden wél precies te kloppen. Dat betekent dat 't handwerk in die tijd perfect was. Dat het vaklui waren, die zo op het oog konden werken. Toen ik het schip kocht vond ik de inrichting niet goed. Die is er uitgebroken en ik heb 'm opnieuw ingetimmerd.
Ik zeilde met de Hoogaars vanuit Breskens. Op een foto uit 1960 zie je nog waar we lagen. In de vissershaven. Een jachthaven was er nog niet. Het Breskens van nu herken je niet meer terug. Neem ook Veere, dat was leuk in die tijd, open, stromend water. Het was meer kustzeilen wat we deden. Zeeuwse wateren, Oosterschelde, Westerschelde. Niet zo vaak op het IJsselmeer al staat een foto van het schip wel in het boek van Huitema terwijl we op het Hoornse Hop varen. Ik ben boer geweest in de Wieringermeer, ik hou van de polder, maar ik ben toch geen liefhebber van het IJsselmeer en ook de Markerwaard hoeft voor mij niet. Het is erg jammer dat die dijken daar zijn aangelegd. Op het IJsselmeer loopt het schip minder goed op door die kortere golfslag.

De zee op

Ik zit liever op zout, stromend water. Mijn vrouw kon het varen met de Hoogaars goed verdragen. Zeezeilen later minder. We zijn met het schip ook overgestoken naar Engeland en nog eens naar Denemarken gevaren. Maar voor zeezeilen is een Hoogaars toch eigenlijk niet vertrouwd. Het is per slot van rekening een kenterbaar schip. Ik wilde eigenlijk altijd al de zee op. Het werd me allemaal te vol. De Hoogaars was voor zee minder geschikt. In 1976 heb ik Porsius, die toen nog in Landsmeer zat, opdracht gegeven voor een grote Carena 38 van Lemstra. Zo'n 12 meter en kits getuigd. Ik wilde een echt toerschip van staal. Ik had lange reizen in m'n hoofd, geen wedstrijden.

1993

1993

1993: Restauratie door Aldert Been in 1992-1993

De "Atalante" heeft in de loop der jaren heel wat mijlen achter haar gelaten. Jarenlang was het jacht eigendom van oud-minister van Landbouw, Sikko Mansholt. Zoals zoveel houten platbodems, is de "Atalante" toe aan een grondige restauratie. De huidige eigenaar gunde Aldert Been in Aalsmeer de opdracht om dit jaar te beginnen met de restauratie. Het is de bedoeling dat het jacht via een meer-jarenplan geheel in oude glorie wordt teruggebracht.

pdf SdZ Augustus 1993 nr06 - Aldert Been restaureert Atalante

1998

1998

1998: Het blad Consent: Atalante, de laatste hoogaars

CONSENT is een uitgave voor de donateurs, sponsors en relaties van de uitgevende organisaties; dit zijn naast VZW Tolerant, de Stichting Museumhaven Zeeland uit Zierikzee en Stichting Behoud HoogaarsSpeciaal voor het themanummer over Tholen in 1998 is de heer Eecen verzocht de geschiedenis van de Atalante op schrift te stellen. Aanleiding hiertoe was niet enkel de reden dat de Atalante de laatste hoogaars was van van Duivendijk. Ook is dit schip bij uitstek een representatief voorbeeld is van een goed gelijnde Zeeuwse jachthoogaars! Na een vakkundige restauratie, welke met veel zorg, en respect voor de originele lijnen werd uitgevoerd, mag deze zestigjarige dame weer aan een nieuw leven beginnen. Moge zij als inspiratie dienen voor nog vele nieuw te bouwen Zeeuwse jachten!

pdf 1998-7 Atalante, de laatste hoogaars

Foto Consent: P. Luijendijk
Foto Consent: P. Luijendijk

2015

14 augustus 2015

14 augustus 2015: Ervaringen van Jenne Aakster, zoon van oud-eigenaar J. (Jenne) Aakster 1973-1974

Jenne Jr. mailt het volgende verhaal:
Tussen 1954 en 1958, heeft de toenmalige eigenaar den Heer Beckering, de mast met ongeveer 2 meter laten in korten, dan kon hij onder de brug die over de Noord ligt, door varen. Mijn familie heeft het schip maar kort in eigendom gehad. We hebben groot onderhoud uit laten voeren bij de Drie Duivendijkers, waarbij vaak discussie was over de gemaakte kosten. Het was een mooi schip maar slecht onderhouden en in slechte staat van dhr. Mansholt gekocht.
Het was wel een fijn scheepje en snelle zeiler. We hebben vaak scherpe jachten het nakeken gegeven. We zeilden in paren, mijn vriend dhr. Bloemers, zeilde de 'Banjaard', ietsje blokkiger als de 'Atalante', tochten op de wadden, Noordzee, Oostzee, samen met mijn maatje mijn vrouw. Goed te doen zo'n klein scheepje, mooie jaren waren dat. Nu zeilen we met onze Deense spitsgat kotter op de Middenlandse zee, houten schip natuurlijk, goed onderhouden, vooral veel frisse lucht, tegen het rotten.

Ik denk dat de eigenaar na ons, dit een beetje over het hoofd heeft gezien, in zoet water en niet voldoende luchten is het zo gebeurd. De droge houtrot slaat toe en je kan beginnen je portemonnee om te keren. Ik heb nooit iets van beton of grind in het achterschip gemerkt, met de jaarlijkse schoonmaak niet en ook Duivendijk heb ik er nooit over gehoord. Restaureren? Hier en daar voorzichtig een plank vervangen, maar hele kanten. Het zijn bijna nooit de gangen, bijna altijd de spanten en ander hout, knieën waar je niet bij komt en het duurt jaren voor het patina weer terug is in het hout.

Ik heb nooit meer contact met Mr. Eecen of Sicco Mansholt gehad. Mansholt was een goede zeiler, feeling, je moet het schip voelen zij hij tegen me en inderdaad, de 'Atalante' leefde onder je voeten, heerlijk gevoel.

Hoop dat de huidige eigenaar veel plezier heeft met de 'Atalante', en wens hem behouden vaart.

Bijgaand nog een aantal foto's van de 'Atalante' uit de tijd van onze familie.

2018

6 oktober 2018

6 oktober 2018: Restauratie door eigenaar L.H. schot en zijn zoon

2019

2019

2019: Consent nummer 35: De VB24 van 'Remcoline' naar 'Atalante'

Vaktijdschrift Consent

Met ingang van 1 januari 2011 is een er nieuwe samenwerkingsovereenkomst tussen drie organisaties voor het vaktijdschrift CONSENT tot stand gekomen. De Consent-redactie bestaat uit een grote groep deskundigen, o.a. een maritieme publicist, graficus, scheepsbouwer, gereedschapshistoricus, tot aan medewerkers van o.a. het Zeeuws Archief, Vereniging Zeeuwse Musea, het Nationaal Maritiem Museum Antwerpen en de Provincie Oost-Vlaanderen. In Consent worden regelmatig artikelen geplaatst , die handelen over schepen die staan ingeschreven in het Stamboek. Van de redactie van Consent hebben we toestemming gekregen om deze artikelen op onze website te publiceren.

De VB24 van 'Remcoline' naar 'Atalante'

Remmert van Tijen is officier bij de marine. Van 1919 tot 1922 woont hij met zijn in gezin in Vlissingen. Na die drie jaar in Vlissingen, waar Remmert werkzaam is bij de onderzeebootdienst, verhuist het gezin naar Den Haag. Van Tijen werkt dan bij de Dienst Hydrografie, eveneens een onderdeel van de Marine. Deze afdeling houdt zich niet direct bezig met defensie, maar richt zich op het in kaart brengen van watergangen: water in en rond Nederland, logischerwijs, maar ook in Nederlands-Indië. Het gezin Van Tijen verblijft om die reden enige jaren op Ambon, komt in 1928 terug en woont wederom in Den Haag, aan de Waalsdorperweg. Daar worden twee dochters geboren: Joan en Remcoline. Die laatste naam zullen we regelmatig tegenkomen.
In september 1934 is Remmert van Tijen werkzaam op Terschelling, waarschijnlijk op Hare Majesteits Hydrograaf, en hij signaleert in de haven aldaar een platbodem, de TS6, Zwagerstrouw. Deze Vollenhovense Bol, gebouwd in 1925 bij Kroese, ligt daar kolen te laden voor de Hydrograaf. Het schip is eigendom van de heren Starrenburg en Kuiper, die er van alles mee transporteren om aan wat geld te komen in deze crisistijd.
Remmert is blijkbaar gecharmeerd van de TS6 en neemt het schip over voor een bedrag van 800 gulden. Op 26 oktober 1934 vindt de overdracht plaats bij Kornwerderzand en Van Tijen stationeert de TS6 in Schiedam. Ergens in die periode ook laat de nieuwe eigenaar een motor inbouwen. Zijn passie is zeilen, maar een motor is op getijdewater geen overbodige luxe. En Van Tijen zeilt volop. In de zomer, maar ook 's winters. Er staat een kacheltje aan boord, en als het voordek bevroren is en spekglad, gooit Remmert daar as van die kachel op. Varen zal hij!

In 1937 namelijk plaatst Van Tijen een advertentie, waarin hij die Vollenhovense Bol te koop aanbiedt. In datzelfde jaar nog gaat het schip over in handen van een leraar aan de zeevaartschool in Delfzijl. In 1936 was er dus al onderhoud aan een schip van Van Tijen in Tholen. En het zou dus zomaar kunnen dat vanuit die kennismaking het oog van deze fanatieke zeiler gevallen is op de hoogaarzen, die bij Van Duivendijk aan de lopende band gebouwd werden, in onderhoud waren of langs kwamen voor een snelle reparatie. Wellicht is van daaruit bij Remmert van Tijen de gedachte ontstaan zijn hoogaars aan te schaffen: de latere 'Remcoline'.

Remcoline

Remmert polst zijn broer, Co van Tijen, en ze besluiten samen de firma Van Duivendijk de opdracht te geven een hoogaars voor hen te bouwen. De werfboeken van Van Duivendijk illustreren duidelijk dat Remmert keurig zijn betalingsverplichtingen nakomt. Najaar 1938 gaat de Remcoline te water, gebouwd voor de somma van 3.525 (zegge: drieduizend vijf honderd vijf en twintig gulden). Volgens de dochter van Remmert, Remcoline - naar wie het schip dus is genoemd - tekende de werfbaas een schets op een plankje en deelde mee dat het schip ongeveer 12 meter lang zou worden, overeenkomstig de lengte van de mast. Summiere informatie bij een toch ingrijpende aankoop! Het is zeker mogelijk dat in eerste instantie dat plankje in beeld brengt wat de opdrachtgever zo ongeveer te wachten staat, een soort preview. In een later stadium is er van de Remcoline een officiële bouwtekening gemaakt, nog terug te vinden in het gemeentelijk archief van Tholen.

De remcoline in aanbouw
De remcoline in aanbouw

Hoogaartsjacht 12 meter

Een t teveel? Vergissing van de schrijver? Dacht ik ook in eerste instantie. Naspeuringen tonen aan dat geruime tijd zowel de aanduiding hoogaars als hoogaarts gebruikt werd. Over de mast, en met name over de lengte ervan, is nog wel wat onduidelijkheid. Volgens Dirk, de kleinzoon van opa Dirk van Duivendijk, en vandaag de dag chef van de firma, is er op een gegeven moment zeker 2 meter van de mast afgehaald. De steekmast zou te hoog zijn voor de Hollandse brug bij Muiden en om die reden moest de mast ingekort worden. Volgens de 'jonge' Dirk was zijn grootvader daar nogal verbolgen over: "staat er zo'n mooie paal op, korten ze hem in!"
Je hoort het hem zeggen! Daar aan de Contr'escarpe.
Het verhaal van Dirk wordt door een tweede bron bevestigd, en wel door Jenne Aakster, zoon van de eigenaar na Sicco Mansholt. Jenne weet te melden dat Beckering, eigenaar tussen 1954 en '59, de mast twee meter korter heeft gemaakt. Volgens hem echter niet vanwege de Hollandse brug, zoals Dirk van Duivendijk meldde, maar om onder de brug over de Noord te kunnen varen. Twee meter is geen kleinigheid - en dan nog het beslag aanpassen?

Soepel en snel
Soepel en snel

De familie Mansholt

Mansholt koesterde een grote passie voor het schip. Dat blijkt ook wel uit de fictieve 'advertentie' die door het gezin van Mansholt werd samengesteld, als ironische weergave van zijn bemoeienis met de hoogaars, ten opzichte van zijn betrokkenheid bij zijn gezin:

Enige en algemene kennisgeving.
Getrouwd: Sicco L. Mansholt En Atalante Hoogaars
Géén receptie wegens voortdurende afwezigheid.
Toekomstig adres: Sardinië
In plaats van kaarten.

De familie bezat een vakantiehuis op Sardinië. De gehele familie Mansholt was betrokken bij de Atalante. Op talloze foto's staan Sicco's echtgenote, zijn dochter Theda en zijn zoon Jan afgebeeld. Mansholt was niet slechts een goed zeiler. Hij was ook EEG-commissaris. En dan was je wat, toch?

Mansholt aan het roer
Mansholt aan het roer

De familie Eecen

In 1972 verkoopt Mansholt het schip aan de heer Aakster. Directe informatie van hem over deze transactie, of schriftelijke bronnen van Aakster ontbreken, maar de zoon van Aakster, Jenne, schrijft in 2015 een kort artikel dat geplaatst is op de website van de SSRP, Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten: "Mijn familie heeft het schip maar kort in eigendom gehad. We hebben groot onderhoud uit laten voeren bij de Drie Duivendijkers, die zich nooit aan de afgesproken prijs hielden."
Aakster heeft, zoals omschreven, twee seizoenen met de Atalante gevaren. In 1974 dus stond er een advertentie in de Telegraaf, die gelezen werd door Aad en Greetje Eecen, die op dat moment op zoek waren naar een platbodem. De Atalante lag in een noodhaventje bij Den Oever. Aad Eecen, gesecondeerd door Aldert Been, gingen gezamenlijk die kant op om het schip te aanschouwen: november 1974. Ze troffen de Atalante aan, afgedekt met wat stukken bouwplastic, klotsend water onder de vloerdelen en daarin onder andere twee badpakken en een handdoek. Been was van mening dat het een mooi schip was, maar dat Eecen na aankoop er onmiddellijk werk aan moest verrichten, anders zou het te laat zijn! En zo gebeurde.
Ook de familie Eecen was trots op de Atalante en ook Aad en Greetje hebben genoten van haar vaarcapaciteiten. Net als Mansholt waren ze veelvuldig te vinden tijdens zeilwedstrijden, met name op het IJsselmeer. Eecen heeft niet alleen zelf heel veel onderhoud aan het schip verricht, in de periode 1974-2014 zijn een aantal ingrijpende herstelwerkzaamheden uitgevoerd, waarvan de belangrijkste de grote restauratie van 1992-93: het gehele achterschip werd in wezen vernieuwd door Aldert Been, evenals het interieur.
Het zeilgebied van de Atalante verschoof steeds meer van Westeinder Plassen, IJsselmeer en Wadden naar de Zeeuwse wateren, zodat uiteindelijk ook gekozen werd om het schip te herbergen in de Museumhaven te Zierikzee.

Aad Eecen aan het roer
Aad Eecen aan het roer

De huidige eigenaren: de familie Schot in Vlissingen

Eecen belde op en vertelde me dat het moment voor hem en zijn vrouw was gekomen om afstand te doen van het schip. Of we naar Zierikzee wilden komen, natuurlijk in de Gekroonde Suikerbiet. "Maar wat gaan we daar dan doen?" vroeg mijn vrouw, "We hebben al een boot." We gingen toch. We maakten Eecen duidelijk dat we vereerd waren dat we in aanmerking kwamen om zijn prachtige hoogaars over te nemen, maar dat we ons dat financieel niet konden veroorloven. En bovendien hadden we al een boot. Wij gingen weg met de belofte dat we er nog eens over zouden nadenken. Ik dacht niet na, maar schreef een brief. Een herhaling van de argumenten. Hij belde en zei, met teleurstelling in zijn stem: "Dan komt hij in de vrije verkoop."
"Inderdaad," was mijn antwoord, "en ik hoop echt voor je dat het lukt."
Het lukte niet, althans niet op de manier die Aad Eecen voor ogen had. "Er zijn alleen maar charlatans op afgekomen," zei hij, "Louche kerels die er handel mee willen drijven." Wederom een overleg, in de jachtclub te Veere. Daar werd duidelijk dat Eecen én afstand van het schip wilde doen én dat het in vertrouwde handen terecht moest komen — blijkbaar dus bij ons. Op een zaterdagmiddag, in de kuip van de Atalante werd de overdracht bezegeld: er was een financiële overeenkomst, uiteraard, maar veel belangrijker waren twee duidelijke condities van Eecen: we moesten beloven zorgzaam met de Atalante om te gaan, en we mochten er geen handel mee gaan drijven.
 

De VB24 voor de restauratie
De VB24 voor de restauratie

De Remcoline/Atalante staat nu op de kant, op de Historische Scheepswerf Meerman in Arnemuiden.

De werf stelt ruimte en faciliteiten beschikbaar, Cees Droste vertelt ons wat we moeten doen (en wat we moeten laten) en regelmatig krijgen we assistentie van handige lieden. Mannen die het gewoon leuk vinden een dag mee te sjouwen, mannen die hoofdschuddend naar ons kijken én dan toch maar hun handen, met een meewarige blik in de ogen, uit de mouwen steken. En natuurlijk de passanten met en zonder advies. Met steevast dezelfde vraag: wanneer moet dit klaar zijn? Een vraag waar mijn zoon Daniël en ik het antwoord dus niet op weten. Wat we wel weten is dat elke dag een plezierige dag klussen moet zijn, zonder ingebouwd resultaat, zonder tijdsdruk. Alleen dan kunnen amateurs - want dat zijn we - er voor zorgen dat het laatste 'hoogaarts-jacht' van Van Duivendijk bewaard blijft.

pdf Consent voorjaar 2019 nummer 35: VB24 Remcoline

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht