TH51 'De Brave Hendrik'

TH51 'De Brave Hendrik'

De TH51 (Tholen 51) is de laatste houten Zeeuwse mosselaak, in 1902 gebouwd door J. Stam in Nieuw Lekkerland. Dit helemaal nog van eikenhout gebouwde schip is in de gemeente Tholen in 1902 ingeschreven als Lemmerjacht, waarbij "Lemmer" een verhollandsing is van "Lemster" en "jacht" gebruikt werd in de oude betekenis van "jagen"; een snelle zeiler dus, die de mosselen zo snel mogelijk op de markt moest brengen om de hoogste prijs te kunnen bedingen! Tot 1940 is er gevist en gevaren. Daarna is er nog een jaar bakstenen mee vervoerd vanwege de slechte tijden en toen is het schip verkocht aan een Belg, die het in Arnemuiden bij de fa. Meerman in Arnemuiden heeft laten ombouwen tot plezierjacht.
Op de werf van H. Bültjer Bootswerft GmbH & Co. KG in Ditzum (Dld) zijn tussen 1990 en 1994 uitgebreide restauratiewerkzaamheden verricht.

Eigenschappen

Plaquette nummer:232 Zeil nummer: TH51
Categorie:B Tekening nummer:
Type:Lemsteraak

Bouw

Bouwjaar:1902 Ontwerper:J. Stam
Werf:J. Stam Werf plaats:Nieuw Lekkerland
Motor:Inbouw Motor type:
Materiaal romp:Eikenhout Materiaal kajuit:
Materiaal zeil:Dacron
Onderwaterschip: Kiel:

Afmetingen

Lengte stevens:12,10 m Breedte berghout:4,25 m
Diepgang:0,60 m Masthoogte water:13,50 m
Oppervlakte grootzeil:0,00 m2 Oppervlakte fok:0,00 m2
Oppervlakte botterfok:0,00 m2 Oppervlakte kluiver:0,00 m2
Oppervlakte totaal:0,00 m2 Oppervlakte overig:0,00 m2

Tot nu toe bekende eigenaren en namen van het schip

1902 – 1937 P. Vercouteren, Tholen ( TH51)
1937 – 1950 A. Withoek, Deurne (B) ( TH51)
1950 – 1970 Dhr. Overdiep, Goes ( Zeewind TH51)
1970 – 1980 C.A. Balkestein, Apeldoorn ( TH51)
1980 – 2002 R.B. Frese en mw D.L. Frese -Vorstelman, Voorthuizen ( TH51 'De Brave Hendrik')
2002 – 2008 D.L. Vorstelman, Voorthuizen ( TH51 'De Brave Hendrik')
2008 – onbekend M. Stout & E. van Halm, Maurik ( TH51 'De Brave Hendrik')
2017 – Nu (laatst bekend) K.D. Mazereeuw, Enkhuizen ( TH51 'De Brave Hendrik')

Geschiedenis

1902

14 maart 1902

14 maart 1902: Visserijregister inschrijving Lemsteraak TH51

1911

1 juli 1911

1 juli 1911: Visserijregister inschrijving Tholen Lemsteraak TH51 vanaf 1911

1975

1975

1975: Liggend aan de wal

1980

1980

1980: TH51 uit 1902, de laatste houten Zeeuwse Mosselaak door Denny Frese

Velen van u hebben waarschijnlijk wel eens vanaf de hoge post van havenmeester De Vos de gezellige aanblik van ons haven bewonderd; vooral in de avonduren is dat een geliefde bezigheid. Menigeen zal dan ook een verbaasde blik naar de A-steiger geworpen hebben, want tussen al dat fraaie en snelle polyester lag opeens een oud bruin schip met een knalrood geschilderd dek: De TH51.

Over ons schip wil ik u nu iets meer vertellen, want als zeelandvaarder mag ik aannemen dat u in Zeeland en zijn historie geinteresseeerd bent.
De TH51 (Tholen 51) is de laatste houten Zeeuwse mosselaak. Dit helemaal nog van eikenhout gebouwde schip is in de gemeente Tholen in 1902 ingeschreven als Lemmerjacht, waarbij "Lemmer" een verhollandsing is van "Lemster" en "jacht" gebruikt werd in de oude betekenis van "jagen"; een snelle zeiler dus, die de mosselen zo snel mogelijk op de markt moest brengen om de hoogste prijs te kunnen bedingen!
Elke werf had zijn eigen ideeën over bouw en vormgeving van een schip en dan was er ook nog de opdrachtgever die zon eigen visie, wensen en voorstellen voor de bouw had. Geen twee schepen zijn dus hetzelfde geworden. Ook de benaming van de verschillende types kon sterk uiteen lopen. Na informatie ingewonnen te hebben bij Mr. Dr. T. Huitema, dé platbodemexpert in Nederland, blijkt dat Lemmerjacht, Lemsterjacht, Mosselaak en Bruinisserjacht (in Bruinissen gebruikte mosselaken) allen scheepsbenamingen zijn voor een zwaar type Lemsteraak, speciaal geschikt voor de Zeeuwse wateren.
Toen ons schip in 1902 in de gemeente Tholen werd ingeschreven, kreeg schipper-eigenaar Piet Vercouteren tevens een perceel water toegewezen in de toenmalige Eendracht waar hij mosselen mocht kweken. Een mosselvisser deed (en doet nog steeds) als een boer: zaaien en oogsten, alleen niet op het land maar in het water. Eerst werd het mosselzaad uitgezet, dan na 1 à 2 jaar werd het verwaterd naar een ander perceel waar de mossel volwassen kon worden en vervolgens geoogst. Vele Thoolse mosselen vonden hun weg naar Antwerpen, waar een snelle zeiler het voordeel van de hoogste prijs had.
Tot 1910 werd er bij het oogsten van de mossel nog gebruik gemaakt van een slagrijf (spreek uit als slagrief). Dit was een lange stok (ca. 5 meter) met onderaan een grove kam met ijzeren punten waarmee de mosselen losgeharkt werden. Door de stok een slag te draaien kon de mosselvisser met het net dat aan de stok was bevestigd de mosselen boven water halen. De visser liep hierbij van voor naar achter met de stok tegen zijn schouder. Beulswerk was het en meestal had een mosselboer dan ook een vereelde schouder. Na 1910 ging men over op het vissen met korren en die gebruikt men heden ten dage nog.

Terug naar Onze TH51. Tot 1940 is er op deze manier gevist en gevaren. Daarna is er nog een jaar bakstenen mee vervoerd vanwege de slechte tijden en toen is het schip verkocht aan een Belg, die het in Arnemuiden bij de fa. Meerman heeft laten ombouwen tot plezierjacht. Sindsdien heeft het schip nog twee andere eigenaren gehad voor wij het nu ruim twee jaar geleden hebben gekocht.
Vele weken per jaar liggen we op de werf van de familie Van Duivendijk in Tholen, die al meer dan 100 jaar houten schepen bouwt en restaureert; vele krabbers en kwasten zijn er al gesleten; vele blaren, pijnlijke spieren en financiële aderlatingen heeft de TH51, in de wandeling "De Brave Hendrik" genoemd, al op zijn geweten. Desondanks is dit alles voor honderd procent de moeite waard om een oude Zeeuwse mosselaak varende te houden, hopelijk voor nog vele, vele jaren.
 
Denny Frese.

2017

23 augustus 2017

23 augustus 2017: Mosselaak voelt zich thuis in Enkhuizen

Ze was al een tijdje op zoek naar een boot. Maar dat de laatste varende houten aak haar in de schoot zou worden geworpen had Karin Mazereeuw niet verwacht.

De TH51, zoals de voormalige mosselaak officieel heet begon zijn leven op de Zeeuwse wateren (TH staat voor Tholen). Het schip ligt sinds een week voor haar schipperscafé afgemeerd. Onder water is het houten scheepje uit 1902 puik in orde, de vorige eigenaar had in Friesland het onderwaterschip laten renoveren. Aan de bovenkant moet nog wel een en ander gerestaureerd worden. En ze moet vooral blijven varen.
Mazereeuw ontmoette de vorige eigenaar in haar eigen café. Omdat deze voor langere tijd naar het buitenland gaat zocht hij een geschikte nieuwe eigenaar. Na een proeftochtje was de deal snel gemaakt. Ze werd gegrepen door de historie van het houten scheepje, dat ooit dienst deed in de mosselvangst.  

Overgenomen uit Scheepspost 136, 23 aug. 2017

september 2017

september 2017: Foto's

We zijn zeer geïnteresseerd in uw opmerkingen en/of vragen over dit schip. Stuur ze ons!

Terug naar het overzicht