Modellen in Musea

Tot de collectie van het Maritiem Museum 'Prins Hendrik' behoren ongeveer 1500 volmodellen en halfmodellen van schepen. Modellen in alle soorten, van sleeptankmodel tot grafscheepje, en in alle maten, van luttele centimeters tot enkele meters. Maar vooral ook in allerlei kwaliteiten. Prins Hendrik De Zeevaarder' richtte in 1845 in Rotterdam de 'Koninklijke Nederlandsche Yachtclub' op. In 1852 schonk Prins Hendrik aan de Yachtclub een verzameling scheepsmodellen, schilderijen en tekeningen. Deze voorwerpen werden tentoongesteld in een `Modellenkamer' en vormden de basis voor de latere collectie van het Maritiem Museum. Het idee van één nationale jachtclub sloeg niet aan. De club had al snel grote financiële problemen. Alleen dankzij royale giften van Prins Hendrik kon de club het hoofd boven water houden. Met de modellenkamer van de club ging het echter beter. De collectie werd regelmatig uitgebreid door schenkingen en in 1874 werd de modellenkamer omgezet in het `Maritiem Museum der Koninklijke Nederlandsche Yachtclub'. Na het overlijden van Prins Hendrik werd de naam van het museum: Maritiem Museum 'Prins Hendrik'.

Maritiem Museum Rotterdam

Tot de collectie van het Maritiem Museum 'Prins Hendrik' behoren ongeveer 1500 volmodellen en halfmodellen van schepen. Modellen in alle soorten, van sleeptankmodel tot grafscheepje, en in alle maten, van luttele centimeters tot enkele meters. Maar vooral ook in allerlei kwaliteiten. De bouw en de detaillering van een houten model geven speciale problemen. Hout is een levend materiaal dat reageert op wisselingen in temperatuur en vochtigheid van de omgeving. Het kan krimpen en uitzetten, en dus ook kromtrekken, scheuren, splinteren en zelfs breken. Het liefst zou de modelbouwer de houtsoort willen gebruiken uit de echte scheepsbouw. Vroeger was dat meestal eikenhout. Maar eikenhout is grof van structuur en daardoor minder geschikt voor de bouw van kleine modellen. Bovendien kan het gemakkelijk kromtrekken en scheuren. Soms slagen modelbouwers er zelfs in bij grote modellen met succes eikenhout te gebruiken en het `werken' van de relatief lange en dikke houtdelen te voorkomen. Hiervoor moet de bouwer dan wel beschikken over de ambachtelijke vaardigheden uit de echte houten scheepsbouw. Palmhout en het hout van fruit-bomen hebben minder nadelen. Die houtsoorten zijn fijner van structuur en lenen zich beter voor de bouw van kleine modellen. Bovendien trekken ze minder snel krom. Ook scheuren, splinteren en breken deze houtsoorten minder snel. Palm- en fruitbomenhout hebben dan ook de voorkeur van de modelbouwer, maar maken het model minder 'echt'. De schoonheid van een model wordt vooral bepaald door de detaillering. De detaillering zegt ook veel over de bekwaamheid van de bouwer. Het aanbrengen van schaalgetrouwe houtschulpturen en scheepsattributen, zoals hoos-vaatjes en pikhaken, op een zeer klein scheepsmodel vraagt een timmermansoog en veel vak-manschap.

Spiegel der Zeilvaart maart 1988 nummer 2 - Een tentoonstelling in het Maritiem Museum Rotterdam met modellen uit de collectie Hazenberg

In het Maritiem Museum „Prins Hendrik" zal van 4 maart 1988 tot 26 februari 1989 een tentoonstelling zijn gewijd aan de zeilende binnenvaart. Op deze tentoonstelling zal bijna de gehele Hazenberg-collectie te zien zijn, een van de pronkstukken van het museum. In Spiegel der Zeilvaart zal regelmatig aandacht worden besteed aan steeds één model uit deze collectie. 
Daniël Hazenberg was een Groningse binnenschipper. Tot 1908 voer hij met houten schepen: een houten tjalk, een praam en een Hasselter aak. In 1908 kocht hij de ijzeren tjalk „Drie Gezusters", van 87 ton. Het beroep van binnenschipper zorgde slechts voor karige verdiensten. Om mede te kunnen voorzien in het bestaan van zijn grote gezin maakte hij scheepsmodellen. Het Maritiem Museum verwierf in totaal elf modellen van zijn hand. In 1928 kocht het museum zijn model van een hagenaar. Het is een fraai model van een zogenaamde Dodewaardse hagenaar van plm. 38 last. Het model is gebouwd naar de originele bouwtekening van een in 1885 te Dodewaard gebouwde hagenaar, van 74 voet lengte, 14 voet en 7 duim breedte, en met een holte van 6 voet.

Een tentoonstelling in het Maritiem Museum Rotterdam met modellen uit de collectie Hazenberg

Spiegel der Zeilvaart maart 1991 nummer 2 - Modellen tentoonstelling Goud van Hout in het Maritiem Museum Rotterdam

Schaalgetrouwheid vindt een goede modelbouwer erg belangrijk. De romplijnen moeten betrouwbaar zijn. De proporties van de verschillende scheepsonderdelen moeten ten opzichte van elkaar juist zijn. Werken met goede scheepstekeningen bevordert de schaalgetrouwheid van het model. Maar ook hier is een feilloos timmermansoog voor dimensie en symmetrie onontbeerlijk. Ook moet de tuigage schaalgetrouw zijn. Dat betekent dat de zeilen vaak met de hand worden genaaid; het touwwerk zelf geslagen; knopen, steken en splitsen vakkundig gelegd moeten zijn en blokken zorgvuldig geconstrueerd moeten worden. Een echte vakman peinst er niet over om het kant en klaar in de winkel te kopen. Groot vakmanschap blijkt vooral als er moeilijke constructies in het model zichtbaar zijn. Zoals bijvoorbeeld bij de scherp gebogen boegplanken: is dat de bouwer gelukt zonder dat er scheurtjes in het hout zijn gekomen?
Op de tentoonstelling zijn vooral blank houten modellen te zien, want door plamuren en schilderen kan een modelbouwer zijn fouten nog camoufleren. De modellen werden gebruikt als hulpmiddel bij de bouw van echte schepen of voor sierdoeleinden.

pdf SdZ 1991 nr02 maart - Modellen tentoonstelling Maritiem Museum Rotterdam Goud van Hout

Diverse andere modellen in het Maritiem Museum in Rotterdam

Er behoren nog diverse andere modellen tot de collectie van het Scheepvaartmuseum.
Een aantal daarvan laten we apart zien.

 


 

Scheepvaart Museum Amsterdam

In 1928 verscheen de Beschrijvende Catalogus der Scheepsmodellen en Scheepsbouwkundige Teekeningen van W. Voorbeijtel Cannenburg, samen met de Nederlandsche Bibliographie van Scheepsbouw en Tuigkennis, uitgegeven door het Nederlandsch Historisch Scheepvaart Museum. In 1943 werd hiervan een bijgewerkte versie uitgegeven met daarin ook een Inleiding over het Scheepsmodel en een alfabetisch register.
De Inleiding over het Scheepsmodel:
Het is eerst de 17e eeuw, die ons stukken heeft nagelaten, waarvan alle onderdeelen door vakkundige hand op dezelfde schaal zijn vervaardigd en welke dan ook met recht een nauwkeurige verkleinde uitgave van het voorgestelde vaartuig kunnen worden genoemd. Waaraan het ontstaan dier fraaie werkstukken moet worden toegeschreven, is niet dadelijk met zekerheid te zeggen, maar vermoedelijk is de oorzaak zoowel te zoeken in een meer algemeene belangstelling voor scheepsmodellen als in overwegingen van practischen aard, welke de scheepsbouwers ertoe brachten ook op de werven de vervaardiging ter hand te nemen.

Scheepsmodellen en Scheepsbouwkundige Teekeningen in het Nederlandsch Historisch Scheepvaart Museum Amsterdam 1943

De vervaardiging van scheepsmodellen is vermoedelijk wel zoo oud als de menschheid. In de Egyptische koningsgraven zijn er verschillende gevonden, die van duizenden jaren vóór het begin onzer jaartelling dateeren, opgravingen op Cyprus en in het oude Carthago hebben er uit den Romeinschen tijd aan het licht gebracht en niet minder oud zijn de drie kleine gouden scheepjes, die bij afgraving van het veen in Jutland voor den dag zijn gekomen en thans te Kopenhagen worden bewaard. Over het algemeen primitief van maaksel, zijn zij wel bijna altijd vervaardigd met een religieus doel en ook in de zeevarende streken van West-Europa zijn al zeer spoedig in de kerken scheepsmodellen opgehangen, hetzij als dankoffer voor behouden thuiskomst na gevaarvolle vaart, dan wel om met het model bescherming op zee van den Allerhoogste af te smeeken. Van dergelijke ex-voto modellen zijn er vele bewaard gebleven en het oudst bekende is tot nu toe het Spaansche model uit den aanvang der 15e eeuw, dat eenige jaren geleden in een kerk in Spanje werd ontdekt en sindsdien zijn weg naar ons land heeft gevonden. Deze kerkmodellen, meestal het werk van een eenvoudig zeeman, die bij de vervaardiging uitsluitend op de gevoeligheid van eigen oog was aangewezen, munten gewoonlijk niet uit door nauwkeurigheid van uitvoering, maar toch zijn er, die door juistheid van lijnen en verhoudingen een behoorlijk beeld geven van het schip dat zij moeten voorstellen en die ons door hun schoonheid kunnen bekoren. Tot deze kan het 17e eeuwsche pinasmodel worden gerekend, dat door den vorigen eigenaar in een Noord Hollandsche kerk werd aangetroffen en hierachter op plaat 4 is opgenomen.

pdf Inleiding Scheepsmodellen en Scheepsbouwkundige Teekeningen

Diverse andere modellen in het Scheepvaart Museum in Amsterdam

Er behoren nog diverse andere modellen tot de collectie van het Scheepvaartmuseum.
Een aantal daarvan laten we apart zien.

 


 

De Vereniging Vrienden van het Zuiderzeemuseum is opgericht in 1947. De Vrienden hebben destijds het Peperhuis in eigendom ontvangen, de basis voor het Museumcomplex. De Vrienden hebben in 1948 het Zuiderzeemuseum opgericht. In 1993 is het Zuiderzeemuseum een rijksmuseum verzelfstandigd. Inhoudelijk werd het Museum daarmee onafhankelijk van de Vrienden. Nog tot de eeuwwisseling exploiteerden de Vrienden echter de horeca en de winkels in het museum, en waren daarmee in zakelijk opzicht direct betrokken bij het museum. De opbrengsten werden grotendeels aangewend voor het doen van aankopen ten behoeve van het Museum.

Het Zuiderzeemuseum bezit een aantal historische Ronde en Platbodemjachten. Een paar varen er nog en een deel wordt geëxposeerd in de Schepenhal, die in 1965 is gerealiseerd. Daarnaast maken een groot aantal, zeer gedetailleerde scheepsmodellen onderdeel uit van de collectie.

De miniatuur Boeier Stânfries: een bijzonder model

Een groot model, van een boeier, dat in het bezit is van het Zuiderzeemuseum, is het boeiertje dat de naam 'Stanfries' draagt. Het werd door Nicolaas Bernard (Werf het Jacht (Jagt) - H. Bernhard Amsterdam) besteld bij Auke van der Zee te Joure, nota bene, de zoon van zijn grootste concurrent, Eeltje Holtrop van der Zee. Het miniatuurboeiertje is duidelijk een model van een grotere boeier. Het is bovendien het enige bekende model of miniatuurboeiertje dat door Auke van der Zee gebouwd is.
Na het overlijden van Nicolaas Bernard, in 1926, wordt het scheepje met vitrine en al in de hal van de scheepswerf te Nieuwendam gezet. Het heeft daar een groot aantal jaren gestaan, maar uiteindelijk wordt het door de erfgenamen verkocht aan het Zuiderzeemuseum te Enkhuizen. Het heeft daar enige tijd in de vaste opstelling van de schepenhal gestaan, onderaan de trap, maar is later in depot gegaan. Door de kleinzoon van Bernhard kwamen we er achter dat het scheepje waarschijnlijk nog steeds in het bezit is van het museum.  Bij navraag bleek dat te kloppen en werden we in de gelegenheid gesteld om het te komen bekijken. 

Diverse andere modellen in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen

Er behoren nog diverse andere modellen tot de collectie van het Zuiderzeemuseum.
Een aantal daarvan laten we apart zien.

 


 

Het Fries Scheepvaartmuseum en het Zuiderzeemuseum zijn twee van de oprichtende partijen van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten in 1955. Daarnaast zijn er nog meer musea met schepen in eigendom, die staan ingeschreven in het Stamboek.
Het Fries Scheepvaart Museum is een veelzijdig museum over de historie van de Friese scheepvaart van de 17de tot de 20ste eeuw. Behalve veel van de Friese scheepvaart en scheepsbouw geeft het museum een beeld van de watersport uit de 19de en 20ste eeuw en van de woon- en leefcultuur van kooplieden en schippers uit Sneek en de Friese Zuidwesthoek.

Modelmensen, eigenaars van modelschepen in beeld

Onder deze titel heeft het Fries scheepvaart Museum in 2014 een tentoonstelling georganiseerd en ter gelegenheid daarvan ook een boekje uitgegeven. Modelmensen was een idee van museummedewerker en fotograaf Freerk Bokma, die dit thema op een zeer persoonlijke wijze heeft uitgewerkt. Hij fotografeerde en interviewde personen die om verschillende redenen gehecht zijn aan hun scheepsmodel. Uit deze interviews kwamen unieke verhalen naar voren. Freerk Bokma: "Al heel lang vielen mij de scheepsmodellen op die vele Nederlandse vensterbanken sieren. Vaak zijn het bijzondere modellen met een eigen verhaal. Dat maakte mij nieuwsgierig.
Waarom staan er in de Nederlandse interieurs zoveel scheepsmodellen?". Een oproep in enkele watersportbladen om scheepsmodellen met een verhaal bij hem te melden, leverde Freerk Bokma een stortvloed aan reacties op. "Ik merkte dat de band met een model vaak heel persoonlijk is. Een eigen ervaring, een familiegeschiedenis of liefde voor de scheepvaart maakt zo'n model tot meer dan een ding."
Al met al is Freerk Bokma een jaar bezig geweest om tijdens interviews en fotosessies die bijzondere band tussen mens en model vast te leggen. "De verhalen en de beelden zijn even divers als hun eigenaars." Het eindresultaat was te zien in de tentoonstelling in 2014 in het Fries Scheepvaart Museum Sneek. Bij de tentoonstelling is een uitgebreide catalogus gemaakt, waarin ook de modellen en verhalen zijn opgenomen die niet in de tentoonstelling waren te zien. 87 verhalen over scheepsmodellen zijn in de catalogus opgenomen, waaronder de Hasselter aak 'Thalina Margareta', het Skûtsje 'Hoop op Welvaart',  een houten tjalk, de Wieringeraak WR1, maar ook andere klassieke schepen.

 


 

Collecties in andere musea

In Nederland zijn er natuurlijk meer musea op het gebied van de scheepvaartgeschiedenis, dan de hier bovengenoemde. Ook zij beheren collecties scheepsmodellen. Diverse fraaie exemplaren worden aan het publiek getoond.
Wij tonen een selectie daarvan.

Terug naar vorige pagina