Jachtwerf Brandsma - Rohel/Augustinusga

Sinds 1898 is de werf eigendom van de familie Brandsma die ondanks de algemene overgang naar de ijzer en staalbouw vasthield aan de bouw en reparatie van houten bedrijfsvaartuigen. In de jaren twintig van de vorige eeuw werd het accent langzaam verlegd van beroepsvaartuig naar pleziervaartuig. Dit waren over het algemeen kleine zeilschouwtjes, sloepen en kajuitzeiljachtjes maar daarnaast ook zo af en toe een motorbootje. Ook diverse traditionele Nederlandse ronde en platbodemjachten zoals het Friese Jacht, de Staverse jol en de Vollenhovense bol liepen op de Brandsma werf van stapel.

Hoewel de werf al meer dan 200 jaar bestaat, waarvan de laatste 100 jaar als eigendom van een Brandsma. is zij geen 'museumwerf '. Er worden op ambachtelijke wijze schepen gebouwd en gerepareerd. maar nieuwe technieken bij de verwerking van hout worden niet geschuwd. 

Jaren '60 en '70; Kajuitschouw 6,50 X 2,40 m. De romp is  bijna voltooid. De openingen voor de patrijspoorten worden later uitgezaagd.
Jaren '60 en '70; Kajuitschouw 6,50 X 2,40 m. De romp is bijna voltooid. De openingen voor de patrijspoorten worden later uitgezaagd.

Aanvankelijk werden er voornamelijk ronde en platbodemschepen voor de beroepsvaart gebouwd. Later was de productie vooral gericht op de pleziervaart. Motorbootjes. schouwen, Friese jachten, kotters en enkele zeegaande jachten met een logger van 16 meter als hoogtepunt. Daarnaast vonden op de werf reparaties en restauraties plaats.

Jan Rientsz. Brandsma (scheepsbouwer op Rohel van 1898 tot 1936)

Centraal op Rohel staat dus al ruim twee eeuwen een scheepswerf, waar nog steeds houten schepen worden gebouwd en gerepareerd. In januari 1898 kocht Evert van der Schoot koopman te Franeker op last van en garant staande voor zijn schoonzoon Jan Rientsz. Brandsma de bestaande scheepstimmerwerf te Rohel onder Harkema Opeinde. Jan was de oudste zoon van Rients Brandsma (1836-1918), die sinds 1870 schepen bouwde aan de Dongjumer vaart onder Franeker. Jan bleef niet in Franeker, maar wilde liever voor zichzelf beginnen en verliet daarom in februari, met zijn vrouw Grietje v.d. Schoot, de stad Franeker om zich tegenover de monding van de vaart naar Surhuisterveen in de buurtschap Rohel te vestigen.

De oude werf in Franeker

Jan Rientsz. Brandsma had twee broers, Murk en Haring, die later het bedrijf van hun vader Franeker overnamen. Omstreeks 1900 liep de houtbouw voor bedrijfsvaartuigen ten einde en de Brandsma's schakelden tijdig over op ijzer en staal. In 1905 werd het bedrijf in Franeker omgezet in de Firma R. Brandsma & Zonen. Als gevolg van de ongunstige ligging aan betrekkelijk nauw vaarwater en de economische crisis, moest in 1933 de werf in Franeker worden opgeheven. Het oude werfhuis bestaat nog wel, maar is intussen omgevormd tot een modern woonhuis.

De werf van Brandsma in Franeker in vol bedrijf in vroegere tijden
De werf van Brandsma in Franeker in vol bedrijf in vroegere tijden
Nu als modern woonhuis met geen enkele herinnering aan de oude scheepswerf (achter het huis op de plaats van de bomen)
Nu als modern woonhuis met geen enkele herinnering aan de oude scheepswerf (achter het huis op de plaats van de bomen)

Murk Janz. Brandsma (scheepsbouwer op Rohel van 1936 tot 1974)

Na zijn lagere schooltijd en twee jaar Mulo kwam zoon Murk (1905-1982) bij zijn vader in het bedrijf. Ondanks het feit dat hij nog zeer jong was had hij kennelijk al houtbouwers bloed in zijn aderen. Net als zijn vader Jan
leerde hij het scheepsbouwvak in de praktijk. Al op zijn zeventiende was hij in staat veel dingen zelfstandig te doen. Hij werd geboren op veertien februari 1905 als vierde van het zes kinderen tellende gezin van Jan en Grietje. . In 1932 trouwde Murk met Catrijntje Kamminga uit Augustinusga en ging wonen in een tweehonderd meter oostelijk van de werf gelegen boerderij. Murk was de enige met echte belangstelling voor het yak. Zijn broer Evert heeft nog enkele jaren op de werf meegewerkt, maar verkoos toch de handel in te gaan. Kennelijk had hij de eigenschappen van zijn naamgenoot Evert v.d. Schoot, de koopman uit Franeker geërfd.

De tijd dat zijn vader Jan de werf bestierde stond vooral in het teken van het verdwijnen van het houten vrachtvaartuig. De eerste tijd dat Murk de scepter zwaaide, werd bemoeilijkt door de crisis van de jaren dertig. Door de economische malaise van deze beruchte vooroorlogse periode waren slechts weinigen in staat een boot louter voor plezier te laten bouwen. Zoals reeds vermeld werd in de jaren twintig incidenteel al eens een Fries jacht of een ander pleziervaartuig op stapel gezet. Daarna was het werken aan bedrijfsvaartuigen een uitzondering geworden en werd er bijna uitsluitend nog voor de pleziervaart gebouwd en gerepareerd. Aanvankelijk werden schouwtjes en visboten van zwaarden en tuig voorzien en zo af en toe werd er ook voor een sloep een tuigage gemaakt.

Bein Brandsma (scheepsbouwer op Rohel van 1974 tot nu)

Bein trouwde in december 1972 met Japke van der Schaaf op de kortste dag van het jaar. Het jonge paar woonde de eerste negen jaar van hun huwelijk in een door Murk en Bein zelf gebouwde woning tussen Rohel en
Blauwverlaat. Op 30 juni 1974 nam Bein zijn vaders deel van het bedrijf over nadat zij acht jaar als firmanten hadden samengewerkt. Murk was inmiddels negen en zestig geworden en vond het tijd om de beslommeringen van de werf geheel aan zijn zoon over te laten.Hij kon echter nog geen afstand doen van zijn vertrouwde stekje aan het Prinses Margrietkanaal en bleef bij de werf wonen en meewerken als hij daar zin in had en dat bleef tot zijn dood toe in 1982. Daarna verhuisde Bein met zijn gezin naar de werf.

Zijn eerste opdracht als werfbaas kreeg hij in 1974 van Wilco van Koldam uit Veendam: een Deens kottertje van 8.70m getekend door de Engelsman Stanley Smith, werkzaam op de Deense werf Christensen in Hvide Sande (Denemarken). Dit schip werd in 1975 te water gelaten onder de naam 'Thyra', die het 30 jaar zou dragen. Het heeft eerst 7 jaar in Termunterzijl gelegen, daarna 23 jaar achter de sluis in Makkum. In 2005 werd het schip wegens de gevorderde leeftijd van de eigenaren verkocht naar Groningen en vaart nu onder de naam 'Eyseend'. Elk jaar ligt het schip wel een keertje voor de wal in Rohel en wanneer nodig zet Bein het droog op haar geboorte-werf.

Hellingboeken en Bestekken van de hellingen van Brandsma in Franeker en Rohel

Jan Braaksma heeft in 2012 het boek 'De verdwenen schepen van de Dongeradelen' gepubliceerd. Op dit moment is een nieuw boek in voorbereiding 'Blazers, blazers en nog eens blazers' . In het kader van deze boeken heeft Jan veel research gedaan en diverse musea, organisaties en werven bezocht om inzage tekrijgen in nog bestaande oude hellingboeken en bestkken. Daarbij is hij ook nog veel andere documenten op het spoor gekomen. Veel bronmateriaal heeft hij gedigitaliseerd en wij mogen dat met toestemming publiceren. We proberen dat zo overzichtelijk mogelijk te doen per werf.

Hellingboeken, Bestekken, Brieven en overige informatie van de hellingen van Brandsma in Franeker en Rohel vindt u hier.

Het bestekboekje bevat alleen houtbouw van beide werven en komt uit de privé collectie van de familie Brandsma. In het Fries Scheepvaart Museum te Sneek worden nog veel tekeningen bewaard uit de 'ijzer'tijd van de werf in Franeker.

Het Friese jacht Windbreker

Elke nieuwbouw opdracht verdient het predicaat “bijzonder”. Bij alle opdrachten die de werf ontvangt is er sprake van een samenspel tussen bouwer en opdrachtgever, resulterend in een bijzonder en uniek product dat voldoet aan de wensen van de toekomstige eigenaar. Het bouwen van een houten schip is het inspelen op het gevoel dat hoort bij de “Lifestyle” van de opdrachtgever. Dat gold zeker voor de laatste grote nieuwbouw opdracht (tot nu toe) van het Friese jacht 'Windbreker' in 2003.

2003: Fries jacht 'Windbreker' in aanbouw
2003: Fries jacht 'Windbreker' in aanbouw

Nieuwbouw en Restauraties

Bein Brandsma heeft met zijn medewerkers vele houten Ronde en Platbodemjachten nieuw gebouwd en gerestaureerd. Veel van deze schepen staan ingeschreven in het Stamboek.

Nieuwgebouwde schepen

Overzicht van schepen met SSRP-Plaquette, gebouwd door Jachtwerf Brandsma

Gerestaureerde schepen

Overzicht van de door en bij Brandsma gerestaureerde schepen

Een stukje historie van de werven van Brandsma door Dr. Ir. J. Vermeer

In zijn boeken worden de scheepswerven van Brandsma vaak genoemd. Op de werven zijn Friese jachten, Tjotters en Boeiers geboeuwd en gerestaureerd. Dat laatste gebeurde overigens op Rohel. In zijn boek 'Het Friese jacht' (1992) schrijft J. Vermeer onder andere het volgende:

Omstreeks 1900 liep de houtbouw voor bedrijfsvaartuigen ten einde en de Brandsma's schakelden tijdig over op ijzer en staal. In 1905 werd het bedrijf in Franeker omgezet in de Firma R. Brandsma & Zonen. Als gevolg van de ongunstige ligging aan betrekkelijk nauw vaarwater en de economische crisis, moest in 1933 de werf in Franeker worden opgeheven. Die in Rohel bestaat heden nog; daar werd de bouw van houten schepen, voornamelijk plezierjachten, voortgezet, eerst door jan's zoon, Murk Brandsma (1905 - 1982), tegenwoordig door kleinzoon Bein (1945).

Honderd jaar Brandsma Rohel te boek gesteld

Bein Brandsma heeft ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van Scheeps- en Jachtwerf Brandsma een boekje geschreven over geschiedenis van de werf op Rohel. Een werf van een scheepsbouwersgeslacht vergroeid met hout.

Een beschrijving van dit boek is opgenomen in het hoofdstuk publicaties in de rubriek boeken.

Geschiedenis van het buurtschap Rohel

Simon Hoeksma uit Drogeham heeft de geschiedenis van het buurtschap Rohel met z'n scheepswerven uitgezocht en op papier gezet:

Rohel (of in het Fries Reahel) is een buurtschap aan het Prinses Margrietkanaal, halverwege Munneketille en Blauwverlaat. De buurtschap is ontstaan op de kruising van het Kolonelsdiep en de Surhuisterveenstervaart. Het Kolonelsdiep is in 1508 gegraven en in 1571 tijdens de 80-jarige oorlog door de Portugese stadhouder Caspar di Robles verbreed. Vandaar dat het water Kolonelsdiep of Caspar di Roblesdiep en in het Fries Knillisdjip werd genoemd. In 1748/49 werd de nieuwe Surhuisterveenstervaart gegraven. Op de plek waar de vaart in het kanaal uit kwam, ontstond een buurtschap, waar de scheepsbouw een belangrijke plaats in ging nemen. De nieuwe Surhuisterveen-stervaart was gegraven om de afgegraven turf uit de veenderijen bij Surhuisterveen af te voeren. Er woonden in die tijd maar liefst 26 schippers in Surhuisterveen die met hun schepen, pramen en bokken de turf vervoerden. Rohel lag dus op een strategische plek om een scheepswerf te beginnen.

Op de website van BinnenBuitenpost staat ook een zeer uitgebreid vergelijkbaar verhaal over het buurtschap Rohel en haar scheepswerven.

Terug naar vorige pagina