Toekomst voor kleinere, ondiepere schepen?
24-08-2026
Dit jaar was de droogte in Europa de gehele zomer een nieuwsitem. Natuurlijk direct gerelateerd aan de klimaatverandering. Zelfs de ernstige bosbranden zouden het gevolg zijn van de opwarming van de aarde. Slechts een enkele keer kwam in het nieuws dat de bossen nooit ‘uit zichzelf’, dus van nature gaan branden. Eerst moet er een brandhaard zijn en die is, behalve bij die zeldzame oorzaak van bliksem, altijd veroorzaakt door mensen. Ook is het aantal moedwillig aangestoken bosbranden, soms zelfs door ‘brandweer’lieden, schrikbarend hoog. Dat neemt niet weg, dat deze zomer in heel Europa gekenmerkt werd door perioden met zeer hoge temperaturen en langdurige droogte. Dat laatste raakt niet alleen de landbouwers, maar zeker ook de schippers.
In Nederland stonden de rivieren laag, maar het was lang niet zo dramatisch als in Duitsland, waar de Rijn een nieuw laagterecord bereikte bij Kaub, het plaatsje langs de Mittelrhein waar een uitloper van het Huhnsrückgebergte zorgt voor een drempel dwars op de vaargeul. De Rijn dreigde voor de vrachtvaart in tweeën te vallen. Een noordelijk deel van Rotterdam tot aan iets voorbij Keulen en een zuidelijk deel van Bingen naar Basel. Bij Kaub zou nog slechts 15 cm. water staan. Dat laatste is gerekend vanaf de bevaarbaarheid boven de drempel. In werkelijkheid stond er over de gehele breedte van de vaargeul zo’n anderhalve meter en als je lopend, wadend dacht de andere oever te kunnen bereiken, dan had je het mis.
In Duitsland was de ondiepe Rijn wel aanleiding om eens kritisch na te denken over de toekomst van de Rijnvaart.
Een discussie die voor de Nederlandse binnenvaart niet minder actueel is. Geconstateerd werd in de Duitse pers, dat de binnenvaartschepen de afgelopen decennia steeds groter werden om veel lading tegen lage kosten te kunnen vervoeren. Ook viel het op dat de schepen gemiddeld meer dan 50 jaren oud waren, vele zelfs 70 jaren. Dat is in Nederland niet veel anders. Veel Nederlandse schippers zijn immers actief op de Rijn. Die schepen, gebouwd na de oorlog en voorzien van onverwoestbare diesels die niet klimaatvriendelijk zijn, blijken nu plotseling minder geschikt te zijn voor de Rijnvaart. Te groot en te diep. Met moderne materialen en nieuwe ontwerpen zouden er klimaatvriendelijke hybride voortgedreven schepen gemaakt kunnen worden die duidelijk minder diepgang hebben dan de bestaande vrachtschepen. Als de klimaatverandering betekent dat de lage waterstand in de rivieren tijdens de zomer normaal wordt, dan is er volgens de Duitsers een grootschalig investeringsprogram nodig om de oude, diepstekende vracht schepen te vervangen door moderne, ondiepe schepen. Een typisch binnenvaartprobleem is, dat veel schippers eigenaar zijn van hun schip en die investering niet kunnen betalen. Ook voor kleinere rederijen zal de financiering een probleem worden. Veel door regeringen wenselijk gevonden veranderingen bij de binnenvaart zijn in het verleden vanwege die redenen op niets uitgelopen.
In Nederland laten we de Rijn onbelemmerd zoveel mogelijk water in zee stromen, om de verzilting vanwege het oprukkende zeewater over de bodem van de diepe vaargeul in de Nieuwe Waterweg tegendruk te bieden. Ondertussen ontstond er regionaal wel een dreigend watertekort, waar vooral tuinders en boeren mee te maken hadden. In het noorden van het land werd niet geklaagd. Daar kon immers voldoende zoet water ingelaten worden uit het IJsselmeer. De watersporters in Friesland hadden helemaal geen last van lage waterstanden. Dat was in de eerste helft van de vorige eeuw wel eens anders, toen het na de afsluiting van de Zuiderzee nog niet mogelijk was tot diep in het land IJsselmeerwater op te pompen. Tot in de vijftiger jaren stond Friesland bekend als ‘een woestijn’, omdat de meren en vaarten tijdens warme, droge zomers zoveel water verloren, dat er niet meer te varen was.
Op dit moment wordt er niet meer gevaren over het Twentekanaal. Dat is meen ik voor het eerst in bijna honderd jaar. Het probleem is de lage waterstand van de Gelderse IJssel. Het Twentekanaal gaat in drie stappen twintig meter omhoog, vanaf Eefde bij de IJssel tot aan Enschede. Bij iedere sluis is een flink pompstation gebouwd, dat water in het hoger gelegen vak pompt, omdat het hoger gelegen kanaalvak vooral water verliest en zonder aanvulling droog zou komen te staan. Doordat de rivierstand van de IJssel bij Eefde dit jaar uitzonderlijk laag is, komen de aanvoerbuizen van de pompen bij Eefde gedeeltelijk boven water en kunnen deze niet gebruikt worden. Dus blijven de sluizen gesloten voor de scheepvaart.
Dergelijke incidenten nemen niet weg, dat ook ‘de watersport’ in Nederland zou kunnen gaan nadenken over wat te doen als de pleziervaart moeilijker wordt door te lage waterstanden tijdens droge zomers. Over het hele jaar gerekend is het natuurlijk niet te droog. Door de warmte verdampt er veel water die als regen weer op aarde terugkomt. Lokaal kan er in de zomerperiode echter een probleem ontstaan. Grote scherpe jachten met aanzienlijke diepgang kunnen ook nu al op het gebruikelijke binnenwater alleen in de vaargeul varen en op het binnenwater dat IJsselmeer heet, moeten ze ook goed weten wat ze doen. Tegenwoordig zijn er echter ook veel moderne, relatief grote zeiljachten met maar weinig diepgang. Wie echter wat in de tijd pleegt te denken, die ziet dat er bij deze trend op een natuurlijke wijze nieuw perspectief ontstaat voor onze traditionele platbodemjachten.
Nederland heeft door de eeuwen heen te maken gehad met ondiep vaarwater en heeft schepen ontwikkeld die daarop konden varen. Het vaarwater in Nederland is immers vooral het product van ontvening, van turfwinning door mensen. Bij het baggelen van laagveen, waarbij veen met een beugel van onder het wateroppervlak wordt geschept, ontstaan er ondiepe trekgaten met daarnaast smalle legakkers waar het veen op moest drogen en later tot turven werd gestoken. Bij storm won het water in de trekgaten het van de slappe stroken veengrond en ontstonden grote, ondiepe plassen, waar redelijk goed op te varen was met aangepaste scheepjes. Met schepen die slechts weinig diepgang hadden. Zeilschepen met ophaalbare zijzwaarden tegen het verlijeren. Zo’n aanpassing is ook nu mogelijk en wellicht wenselijk. Klimaatadaptie om te blijven varen, waarbij zich de traditionele gewoonte herhaalt om schepen aan te passen aan het vaarwater, in plaats van met alle geweld het vaarwater aan te passen aan de schepen die om zakelijke efficiency redenen steeds groter gebouwd werden.